Home  |   Contact  |   Sitemap  |   Hulp  |   FR-GBS   
 
 
 

Wetgeving



VBS-Memorandum over de Geneeskundige Controle van het RIZIV



Spaaklopende uitzonderingsprocedures

De begin vorig jaar ingevoerde procedures voor de vervolgingen door de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het RIZIV, zijn een aanfluiting van de rechtsstaat. Dit is geen recht-spraak: de zorgverlener mag niet spreken (de vervolger wel!) voor de rechtbank, en deze laatste motiveert haar oordeel niet, dus is er geen recht. Het VBS diende daarom een Memorandum in bij het Kabinet van Sociale Zaken waarin een grondige herwerking van de procedures wordt ontwikkeld en de rechten van de verdediging worden hersteld. De toepassing van de huidige procedures loopt gewoonweg te pletter op de elementairste rechtsprincipes en op de koop toe op een berg bureaucratie. Schaf die administratieve uitzonderingsrechtbanken af en breng ZIV-overtredingen voor een normale bevoegde rechtbank, zegt het VBS. Als dat niet kan, dan moeten er grondige en ernstige correcties doorgevoerd worden. Het VBS-Memorandum zet daarvoor zeer redelijke alternatieven op een rij.


Maar ook de sancties moeten aangepast worden.

Daarvoor werkt het VBS aan een tweede Memorandum. Vooral voor zgn. recidive wordt buitensporig bestraft. Een tweede vaststelling van dezelfde categorie, bvb. "conformiteit met de nomenclatuur", wordt als een recidive beschouwd, zelfs al gaat het om een foute interpretatie m.b.t. een verstrekking die niets te maken heeft met de eerste veroordeling. In dat geval kan de sanctie gaan tot 1500 x het terug te betalen bedrag (of x 3000 voor een prestatie die beschouwd wordt als zijnde "niet uitgevoerd").


De DGEC - spitsvondigheden

Een arrest van de Raad van State (2.10.2003; nr 123.741) stelt: "…dat de nomenclatuur duidelijk moet geformuleerd zijn, en niet door deductie moet worden geďnterpreteerd, zeker gelet op de sanctionering van de miskenning ervan;…" Maar bij de DGEC gonst het van de spitsvondigheden en doet men niet liever dan interpreteren. Bovendien berust het systeem op een simplistische omkering van de bewijslast: het is niet de inspecteur die moet bewijzen dat de zorgverlener over de schreef gaat, maar de zorgverlener die moet aantonen dat de inspecteur fout interpreteert.


Een kloof tussen nomenclatuur en praktijk "lege artis"?

Door het opnemen van de patiëntenrechten (wet van 22.08.2002) in art. 73 van de Wet Geneeskundige Verzorging, moet de arts de nomenclatuur toepassen volgens het principe van de praktijk "lege artis". Maar door jarenlange verstarring heeft de nomenclatuur nood aan actualisering volgens de evolutie van wetenschap en techniek. Bovendien kijkt de DGEC niet om naar de "toegewijde en bekwame geneeskundige verzorging…in het belang van de patiënt"(art 73 §1 GVUwet). Het VBS-Memorandum stelt hier een soepel en pragmatisch alternatief voor via een "Kamer van Evaluatie" waarin de professionele en wetenschappelijke geledingen van het betrokken specialisme in overleg met vertegenwoordigers van de ziekenfondsen advies verlenen over de conformiteit met de praktijk "lege artis".


Hier de integrale tekst: VBS - Memorandum DGEC (148 Kb)

Top of page

Copyright © VBS, 1997-2008 - Questions & Comments