[verenigingen/v_orl/_private/logo63_sp.htm]



INFORMED CONSENT


De laatste tijd worden tal van medische symposia en congressen medisch recht gewijd aan het probleem "informed consent". Aangezien ik de gelegenheid had om, al dan niet actief, aan verschillende dergelijke congressen deel te nemen, volgen hierna enkele bedenkingen.

  1. In de term "informed consent" vinden we het woord "consent" terug, d.w.z. het effectief en vastberaden akkoord van de patiënt en het woord "informed", d.w.z. dat de patiënt daadwerkelijk werd geïnformeerd. Bovendien kan er pas van "akkoord" sprake zijn als voldaan werd aan de informatieve voorwaarde.
     

  2. Het informeren van de patiënt is primordiaal. Dit kan op allerhande manieren gebeuren, maar het gebruik van iconografieën, informatieve documenten of andere documentatie over de pathologie zelf of de behandeling ervan, is bijzonder nuttig vooral als deze informatie wordt verstrekt door wetenschappelijke verenigingen of als er een professionele consensus over bestaat. Men moet de tijd nemen om de informatie te verstrekken dit impliceert dat men er bijna een consultatie moet aan besteden. De te verstrekken informatie kan niet beperkt worden tot het overhandigen van enkele documenten. 
     

  3. De patiënt kan slechts akkoord gaan als hij zich concreet bewust is van de situatie. Het “consent" mag geen louter administratieve formaliteit zijn of iets waartoe de patiënt werd gedwongen. De Belgische rechtspraak (vonnis van het Hof van Beroep van Luik en Antwerpen) bewijst overigens dat de rechtbank weinig waarde aan dergelijk geschreven document hecht. Het consent wordt daarentegen des te waardevoller als voorafgaandelijk inspanningen werden gedaan om de patiënt te informeren en de situatie met hem te bespreken.
     

Kortom, volgende aanbevelingen kunnen in dergelijke omstandigheden worden gegeven :

  1. Informeer de patiënt zo grondig mogelijk aan de hand van documenten, uitgewerkt door het beroep, over de pathologie, de diagnose of de behandeling. Let erop dat de huidige wetgeving schijnbaar vereist dat elk risico groter dan 1/000 vermeld wordt.
     

  2. Informeer schriftelijk de huisarts, voor zover de patiënt er zich niet tegen verzet, van de voorgestelde ingreep alsook omtrent de informatie verstrekt aan de patiënt. De huisarts heeft de bevoegdheid en de mogelijkheid om zich te documenteren en een kritische houding aan te nemen waardoor hij ten volle zijn rol van familiedokter en raadgever kan vervullen.
     

  3. Geef de patiënt de nodige bedenktijd (minstens enkele dagen tot zelfs enkele weken) zodat hij inzicht krijgt en de informatie kan "verteren". Hij moet ook de tijd krijgen om het probleem te bespreken met zijn huisarts die vermoedelijk in meer intieme en toegankelijke bewoordingen dan de specialist zijn patiënt kan toespreken. Tenslotte moeten we de patiënt de tijd geven om eventueel een tweede gespecialiseerd advies in te winnen; dit is zijn volstrekt recht en wij moeten dit zonder voorbehoud aanvaarden.
     

  4. De patiënt opnieuw ontmoeten, eventueel vergezeld van een vertrouwenspersoon (echtgeno(o)t(e), ouder, vriend...), en zijn vragen of onopgehelderde problemen opnieuw bespreken.
     

  5. In het dossier vermelden dat de patiënt zich akkoord heeft verklaard of beter nog, dit vermelden aan de huisarts in de brief ter bevestiging van de indicatie en de eventuele datum van de voorziene ingreep. Dit is een belangrijk bewijs aangezien het "in tempore non suspecto" werd verricht. Deze brief zou als volgt kunnen worden opgesteld

    "Ik heb de patiënt en zijn begeleider (echtgeno(o)t(e), ouder(s), vriend) terdege ingelicht over de bijzonderheden en prognoses van een dergelijke ingreep (of van een dergelijke handeling), over de risico's en de mogelijke complicaties van de voorgestelde ingreep (behandeling) maar ook over de gevaren van een spontane evolutie van de ziekte, de verwachte resultaten en het mogelijk faalpercentage evenals van de middelen die zullen worden aangewend opdat alles zo perfect mogelijk zou verlopen. De patiënt gaf blijk deze informatie goed te hebben begrepen. Ik heb hem een infoblaadje verstrekt over de ingreep (de pathologie of de technische acte) met het verzoek dit aandachtig te lezen. Ik blijf te zijner en te uwer (behandelende geneesheer) beschikking voor nadere toelichting. Over dit onderwerp kan u tevens bv. volgende website raadplegen: http://www._________.___"
     

Tot besluit kunnen we stellen dat indien het beroep voor een dergelijke consensus zou opteren, er niet alleen minder geschillen zouden zijn over gebrek aan toelichting en akkoord van de patiënt maar er tevens een hechtere en minder procedurele vertrouwensrelatie tussen patiënt en arts zou ontstaan.

De specialisten moeten bijgevolg in de schoot van hun beroepsorganisaties, op verschillende niveaus (lokale organisaties, lokgroepen, wetenschappelijke en professionele verenigingen, zelfs het consilium) in consensus informatieve documenten uitwerken over pathologieën, diagnostische en therapeutische acten waarover de patiënt volgens het beroep moet kunnen beschikken om rustig, met kennis van zaken een beslissing te nemen.


Dr. Thibert ROBILLARD
Secretaris van de Beroepsvereniging NKO
Lid van het Bestuurscomité van het VBS
Lid van het BVAS Henegouwen, Namen en Waals Brabant


[verenigingen/v_orl/_private/navbar.htm]