|
NIEUWS - 05/04/2005 Aan de Medische Raden Het ontwerp van "Gezondheidswet" in extenso De besprekingen in de Kamercommissie over het wetsontwerp nr 1627 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, werden onderbroken voor de Paasvakantie. Ze hervatten nadien in versneld tempo, want minister Demotte zit met ongeduld te wachten op de stemming. Alhoewel van meet af aan bleek dat eventuele wijzigingen moesten beperkt blijven tot enkele komma's of louter technische correcties, kregen we medewerking en steun van de liberale fracties, meer bepaald vanwege het kabinet van MR-Voorzitter D. REYNDERS enerzijds en van onze collega en VLD-volksvertegenwoordigster Y. AVONTROODT anderzijds, van wie verscheidene pertinente interventies werden geacteerd in het verslag van de Kamercommissie. Langs CD&V-zijde konden we net ontsnappen aan een zeer restrictief amendement inzake de honoraria-supplementen, bepalingen die onaanvaardbaar zouden geweest zijn gelet op de structurele onderfinanciering van de ziekenhuizen enerzijds, en op de aanzienlijke besparingsmaatregelen die de minister wil opleggen aan de artsen anderzijds. Van 1.07.2005 tot 30.06.2006: het jaar van de ziekenhuisarts? Weldra gaat dus de periode van de "volmachten" in. Uit de commentaar van de minister blijkt dat hij niet zal nalaten de technische adviesorganen van het RIZIV voorafgaand te raadplegen. Toch zullen wij daar zeer waakzaam moeten op toezien om zonodig het nakomen van gegeven beloften af te dwingen. Niet zonder verontwaardiging hebben wij immers het parcours gevolgd van het zgn. "moratorium"- artikel 33 (oorspronkelijk 29) van het ontwerp. Men herinnert zich dat de minister in november jl. hieromtrent een concrete belofte had geformuleerd:"... zijn er maatregelen getroffen ... om de activiteiten van de artsen binnen de ziekenhuizen te ondersteunen (moratorium op de afhouding van de honoraria van de artsen en dekking van risico van burgerlijke aansprakelijkheid ingevolge de activiteit van een arts)" (Nl.versie Regeringsnota Doc. NGCZ 2004-65). In de huidige stand van het wetsontwerp blijft er nauwelijks iets over van die belofte. Het wetsontwerp zegt immers dat het aangekondigde moratorium zal ingaan op 1.07.2005 en 365 dagen later ophoudt te bestaan! Dit is dus, beleefd gezegd, een uiterst symbolisch moratorium dat bovendien trouwens in ruime mate werd uitgehold door een reeks uitzonderingen. Een eerste vraag is: wat gaat er gebeuren na 30.06.2006? Het VBS en de BVAS hebben samen een brief gericht aan de minister om hem erop te wijzen dat de ziekenhuisartsen zijn ommezwaai niet zullen begrijpen en dat ze van hem verwachten dat hij zijn oorspronkelijke beloften nakomt. Gezamenlijke brief van VBS en BVAS (01.04.2005)
Betreft: wetsontwerp nr 1627 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid. Met ontsteltenis hebben de artsen kennisgenomen van artikel 33 (oorspronkelijk 29) van uw wetsontwerp. In uw nota "Aanvullende besparingsmaatregelen" van begin november (Nl. versie Regeringsnota Doc. NCGZ 2004-65) stond vermeld:"... zijn er maatregelen getroffen ... om de activiteiten van de artsen binnen de ziekenhuizen te ondersteunen (moratorium op de afhouding van de honoraria van de artsen en dekking van risico van burgerlijke aansprakelijkheid ingevolge de activiteit van een arts)". De oorspronkelijke zin en inhoud van de invoering van het moratorium van de kostenafhoudingen is niet meer terug te vinden in de huidige vorm van artikel 33. Uzelf hebt nochtans tijdens de algemene bespreking van 24 maart 2005 in de Commissie voor Volksgezondheid gesteld dat de herfinanciering van de ziekenhuizen onderworpen is aan 2 voorwaarden: de inkomsten van de ziekenhuizen uit de artsenhonoraria mogen niet stijgen en de supplementen mogen niet willekeurig aangepast worden in functie van het financieringstekort van de ziekenhuizen. Wat blijft er uiteindelijk van uw maatregelen over? Artikel 57 §3 (oorspronkelijk art. 53 §3) zegt dat het beloofde moratorium ingaat op 1
juli van dit jaar en 365 dagen later ophoudt uitwerking te hebben. Een bliksemmoratorium dus ! En wat gebeurt er nadien? Bovendien blijkt uw moratorium eerder symbolisch vermits de ziekenhuisbeheerders het naar believen kunnen ontwijken. U hebt immers, vermoedelijk op aanraden van sommige ziekenhuisbeheerders, de oorspronkelijke tekst zodanig veranderd (toevoeging van een derde lid) dat de uiteindelijke versie voorziet in van een ganse reeks zeer rekbare en geenszins verantwoorde afwijkingen. De Raad van State heeft inzake het oorspronkelijk artikel bemerkingen gemaakt en gewezen op de onduidelijkheid van de termen "kosten" en uitdrukkelijk gesteld dat het moest gaan om de kosten van het ziekenhuis zoals bedoeld in §3 van artikel 140 van de wet op de ziekenhuizen. Over welke van de door U aangebrachte afwijkingen gaat het? 1° "in het geval... bedoelde overeenstemming wordt goedgekeurd door alle leden van de medische raad." 2° "voor zover de verhoging van de inhoudingen uitsluitend bestemd is voor infrastructuurwerken...". 3° "...bestemd is voor het financieren van een herstelplan van een openbaar ziekenhuis, zoals opgelegd door de voogdijoverheid". 4° "...veroorzaakt is door structurele hervormingen, zoals een fusie, associatie of groepering." Wij herhalen dat voor ons het debat over een wijziging van artikel 140 van de ziekenhuiswet onlosmakelijk verbonden blijft aan de oude eis tot schrapping van het absurde artikel 139bis van dezelfde wet. Het zijn immers de regels van artikel 140 §§3 en 4 die het relationeel evenwicht tussen beheerders en ziekenhuisartsen waarborgen. Vermits u vandaag het voornemen hebt maatregelen te treffen waardoor onvermijdelijk dat structureel evenwicht verstoord zal worden, eisen wij dat het moratorium opnieuw zijn oorspronkelijke vorm krijgt, zonder de bepalingen m.b.t. de symbolische duur ervan en vooral zonder de onverantwoorde afwijkingen waardoor de zin en inhoud ervan volledig wordt teniet gedaan. Voor deze wijzigingen zijn wij trouwens nooit vragende partij geweest en wij werden er nooit over geraadpleegd. U begrijpt, Mijnheer de Minister, dat wij deze informatie moeten kenbaar maken aan de Medische Staven en Raden van het land, en wel zo
spoedig mogelijk, gelet op de hoogdringendheid. Eens te meer is het duidelijk dat politieke beloften proberen de artsen met een kluitje in het riet te sturen. Met de meeste hoogachting, Dr. Marc Moens,
|
|
|
||
|
Copyright © VBS, 1997-2008 - Questions & Comments |