VERBOND DER BELGISCHE BEROEPSVERENIGINGEN VAN ARTSEN-SPECIALISTEN

Login

Artikel 14 e: Heelkunde op de thorax

In voege vanaf 13.3.2002 tenzij anders bepaald. Interpretatieregels 1 tot 5 zijn van toepassing de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (13.03.2002) en vervangen de tot op heden gepubliceerde interpretatieregel betreffende artikel 14 e) (Heelkunde op de thorax), met name de interpretatieregels gepubliceerd in de rubriek 505(05) van de interpretatieregels van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.

INTERPRETATIEREGEL 1

VRAAG

Onder welk nummer moet de catheterisatie van de ductus thoracicus worden geattesteerd?

ANTWOORD

De catheterisatie van de ductus thoracicus moet worden geattesteerd onder nr. 257154 - 257165 Heelkundige bewerking op cervicale sympathicusketen, eenzijdig K 180.

INTERPRETATIEREGEL 2 (van kracht van 13.03.2002 tot 31.12.2011) (opgeheven)

VRAAG

Wegnemen van stimulatordoos van hartprikkelaar zonder vervanging.

ANTWOORD

Al naargelang de doos boven of onder de aponeurose werd geplaatst, moet ofwel het nummer 145515 - 145526 Verwijderen van supra-aponeurotische vreemde lichamen dat insnijding in weefsels vergt, exclusief de vreemde lichamen uit de oogbol K 20, of het nummer 220231 - 220242 Verwijderen van diepliggende, vreemde lichamen uit weefsels K 75 worden geattesteerd.

INTERPRETATIEREGEL 3

VRAAG

Bij een patiënte die de heelkundige bewerking van Halsted heeft ondergaan, moet men 's anderendaags opnieuw ingrijpen wegens een belangrijke postoperatieve bloeding.

Onder algemene narcose wordt de wonde opnieuw opengemaakt, worden de bloedklonters verwijderd, de hemostase verzekerd en de wonde opnieuw gehecht.

ANTWOORD

Op grond van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen mag alleen nr. 148131 - 148142 Hechten met draad van andere wonden dan die van het gelaat, waarbij de resectie van necrotische weefsels en/of de hemostase van de onderhuidse weefsels door onderbinden nodig is : één of twee wonden K 20, worden geattesteerd.

INTERPRETATIEREGEL 4

VRAAG

Hoe moet het herstellen van een ruptuur van het diafragma die bestaat uit een hechting van de cupula, die is verricht naar aanleiding van een laparotomie, worden geattesteerd?

ANTWOORD

Het hechten van de scheur van het diafragma moet worden geattesteerd onder nr. 243596 - 243600 Laparotomie wegens hemorrhagie N 300; indien het hechten geschiedt langs thoracale of thoraco-abdominale weg, mag verstrekking nr. 227135 - 227146 Middenrifs- of hiatushernia of middenrifs- of hiatuseventratie langs thoracale of thoracoabdominale weg N 500 worden geattesteerd.

INTERPRETATIEREGEL 5

VRAAG

Myocardrevascularisatie met gebruik van een cardiaal zuigstabilisatiesysteem.

ANTWOORD

Volgende verstrekkingen mogen geattesteerd worden :

229611 - 229622

Myocardrevascularisatie uitgevoerd met een slagaderent (mammaria, gastroepiploica of geëxplanteerde slagader) inbegrepen de eventuele geassocieerde veneuze bypass(en) N 1890,

door de anesthesist:

201176 - 201180

Bijkomend honorarium voor de ingrepen op het hart of op de grote intrathoracale bloedvaten, met extracorporale circulatie of voor de verstrekkingen nrs. 318010 - 318021, 318054 - 318065 en 318076 - 318080 K 240.