Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
Speciaalnummer - Februari 2006 Vorige Inhoud Volgende
 


VII. In Vogelvlucht...

 

VII.1 Pediatrie

Het ontwerp van zorgprogramma pediatrie stond het ganse jaar in het brandpunt van de belangstelling. Ondanks bezoeken aan het kabinet van DEMOTTE, ondanks tal van brieven, afwijzing van het ontwerp door zowat iedereen, inclusief een unaniem negatief advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, gaat het kabinet door en heeft zelfs de criteria nog verscherpt. Het meest recente ontwerp vereist vier pediaters om als dienst pediatrie te kunnen worden erkend. Dit zou in Vlaanderen de sluiting van meer dan de helft van de diensten betekenen.
Bovendien zijn chirurgen en anesthesisten van oordeel dat ze onrechtmatig uitgesloten worden uit de pediatrische zorgverlening. Ook de neuropediaters worden nergens in het ontwerp vernoemd.


VII.2 Klinische paden

Het VBS nam deel aan de voorbereiding en de uitvoering van een e-mail enquête over klinische paden, opgezet door Prof. Walter SERMEUS van het Leuvense Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschappen. De reacties van de specialisten waren veeleer lauw.


VII.3. Oncologie

In verband met de oncologie werden de collegae er op attent gemaakt dat de overgangsbepalingen van het ministerieel besluit van 11.03.2003 (B.S.26.03.2003), om zonder nieuwe opleiding de bijkomende bijzondere beroepstitel “en in de oncologie” te kunnen verwerven, ten einde liepen op 04.04.2005.
Er werd niet ingegaan op het voorstel van de internisten en de radiotherapeuten om de termen “en in de medische oncologie” als bijkomende bijzondere beroepstitel in artikel 2 van het K.B. van 25.11.1991[127] te laten schrappen, de termen “en in de oncologie” in dit artikel 2 te bewaren voor de niet interne disciplines maar in ruil de termen “specialist in de medische oncologie” als een basisspecialisme op te nemen in het artikel 1 van dit K.B.. Deze houding werd verdedigd door de VBS-vertegenwoordigers in de vergadering van de Hoge Raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen van 15.06.2005.


VII.4 Nosocomiale infecties

Lang voor de VRT een op sensatie gerichte reportage over ziekenhuisinfecties uitbracht[128] stond het probleem van de nosocomiale infecties op de dagorde van het uitvoerend comité van het VBS. Het wetsvoorstel van Yvan MAYEUR en consorten, allen PS, van 20.01.2005[129] was hiervoor de directe aanleiding. Prof. Francis HELLER, VBS adjunct-secretaris-generaal, coördineerde de werkzaamheden en schreef een rapport t.a.v. de politieke wereld. Het MRSA symposium van 28.05.2005, georganiseerd door de GOSPIZ[130] en de campagne “U bent in goede handen – Vous êtes en de bonnes mains” werd aangekondigd en nadien besproken, inclusief de communautaire aspecten van de tweetalige affiches die de FOD Volksgezondheid over de handhygiëne in alle gewesten van het land had laten ophangen en die een groot succes waren.


VII.5. Erkenning huisartsen

3.5. Het ontwerp van Ministerieel Besluit tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen werd geanalyseerd en een schriftelijk commentaar werd aan Dr. Jean-Paul DERCQ bezorgd ter voorbereiding van de vergadering van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en huisartsen van 15.06.2005. Een aantal principiële punten werden naar voor geschoven in verband met het zelfstandig uitoefenen van het vrij en intellectueel artsenberoep.


VII.6 “Sterke stijgers” bij het RIZIV

Door de onafhankelijke ziekenfondsen werd ons informatie gevraagd om al dan niet medisch verantwoorde verklaringen te vinden voor sommige “sterke stijgers” in de RIZIV uitgaven. Zo ontdekte Prof. Heller ondermeer dat de explosieve toename van het gebruik van Jood 125 verklaarbaar was door de explosieve toename van de brachytherapie bij de behandeling van prostaatkanker.


VII.7. Urgentisten en acutisten

3.7. Sinds de passage van Marcel COLLA op het ministerie van Volksgezondheid (1995–1999) en de erkenning van de geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, heeft de organisatie van de spoedgevallenzorg in België zeer veel problemen gekend. Het creëren van het specialisme acute geneeskunde[131] met een opleiding van slechts drie jaar heeft vermoedelijk de problemen alleen maar verergerd. Meerdere artsen met een brevet acute geneeskunde, grotendeels huisartsen of pseudo-huisartsen, hebben hun spoedgevallendiensten verlaten en zijn gestart met de opleiding “acute geneeskunde” aan de universitaire centra. Het gevolg is dat het sinds de publicatie van dit ministerieel besluit nog moeilijker is geworden om urgentieartsen te rekruteren. Het nieuwe M.B zal 4 soorten “urgentisten” doen ontstaan:
* de basis specialist in de urgentiegeneeskunde (artikel 1 van het K.B. 25.11.1991)
* de basis specialist in de acute geneeskunde (artikel 1 van het K.B. 25.11.1991)
* de geneesheren-specialisten (afkomstig uit 13 mogelijke basis specialismen) met een bijzondere bekwaming in de urgentiegeneeskunde (artikel 2 van het K.B. 25.11.1991)
* de huisarts met een brevet acute geneeskunde.[132]

De Hoge Raad voor geneesheer-specialisten en huisartsen had gepleit voor de afschaffing van het brevet acute geneeskunde. Desalniettemin wordt het brevet behouden en zal het alleen nog kunnen worden behaald door huisartsen. Onbegrijpelijk want diezelfde Overheid kondigt aan dat er een dreigend tekort is aan huisartsen.
Gezien de hoogdringendheid besliste het Uitvoerend Comité op 02.05.2005 om een verzoekschrift tot nietigverklaring tegen dit K.B. in te dienen. Deze beslissing werd unaniem bekrachtigd door het bestuurscomité van 07.07.2005.


VII.8. Bariatrische heelkunde

De werkgroep chirurgie van de Technische geneeskundige raad (TGR) had begin december 2004 een voorstel uitgewerkt in verband met de terugbetaling van de bariatrische heelkunde dat op uitdrukkelijk verzoek van de mutualiteiten erg beperkend was tot de morbide obesitas met een BMI > 40. In de begroting 2005 was hiervoor een bedrag ingeschreven van 1 miljoen euro. De plenaire TGR keurde het voorstel op 18.01.2005 goed wat veel protest vanuit de chirurgische wereld tot gevolg had. Des te meer omdat ondertussen bijkomende literatuur ter beschikking was gekomen[133] ,[134]. Bovendien waren de chirurgen niet akkoord dat de therapeutische eindverantwoordelijkheid niet meer bij hen zou liggen en verwierpen zij de leeftijdsgrens van 60 jaar, waarboven de ingreep niet voor terugbetaling in aanmerking zou komen. Het ontwerp van Koninklijk besluit bleef hangen in het RIZIV Verzekeringscomité en wordt nog steeds in beraad gehouden.


VII.9. De revalidatiesector

Ondanks onze aanhoudende protesten en brieven legde de minister heel wat besparingen op in de revalidatiesector. Vooral de cardiologie, de pneumologie en de psychiatrie kregen harde klappen. DEMOTTE gaat met de botte bijl door de CPAP revalidatie en bespaart er € 7,5 miljoen op een totaal van € 22,5 miljoen. De cardiologische revalidatie moet een besparing van € 1.8 miljoen ophoesten op een totaal van +/- € 7,5 miljoen.

De contracten over de chronische ademhalingsondersteuning thuis tussen het RIZIV en de CPAP centra, beheerd door het College van geneesheren-directeurs van het RIZIV, werden overruled door de Wet[135]. Allicht zonder dat één parlementarier er weet van had, werd voor het jaar 2006 het forfaitair bedrag vastgesteld op € 2,73 i.p.v. € 3,58. Bij K.B. wordt er tevens een remgeld ingesteld van € 0,25 voor niet voorkeurgerechtigden[136].

De christelijke mutualiteiten voerden een heilige oorlog tegen het gebruik van de K15 en K20 revalidatieverstrekking door de cardiologen - revalidatieartsen in de centra voor cardiale revalidatie. Sinds 01.11.2004 weigert de CM deze prestaties in Vlaanderen terug te betalen, terwijl alle andere mutualiteiten onze visie delen en deze prestaties wel degelijk terugbetalen. Het is pas op 23.01.2006 dat dit probleem uiteindelijk werd beslecht met een “deal”. Een interpretatieregel stelt dat in de toekomst deze verstrekking niet meer mag worden aangerekend, maar dat voor het verleden de CM wel degelijk deze prestaties moet terugbetalen.
De nieuwe interpretatieregels 13 en 14 betreffende de verstrekkingen van de artikelen 22 en 23 (fysiotherapie) van de nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen gaven aanleiding tot heel wat debatten en de Belgische Reumatologen Vereniging diende op 18.03.2005 een vordering tot schorsing van deze interpretatieregel in.


VII.10 Artsen-specialisten in opleiding

Sinds de academisering van de opleiding[137] en de invoering van de numerus clausus via de Planningscommissie medisch aanbod[138],[139] miskennen sommige universiteiten de rechten van de assistenten die een opleiding aanvatten of die al in opleiding zijn, of maken ze misbruik van hun machtspositie. Stageplannen worden om de haverklap aangepast volgens de behoeften van sommige universitaire diensten en er loopt ondermeer een klacht van een assistent wiens positieve beoordeling door een perifere stageleider negatief werd aangepast door een universitaire stagemeester zodat hij een extra jaar moet doen.
In de context van de verdediging van dit laatste dossier heeft het VBS bij de FOD Volksgezondheid bij herhaling gepleit voor de aanpassing van de reglementering waarbij de opleiding gedurende tenminste één derde van de specialisatieduur verplicht zou plaatsvinden in een niet universitair ziekenhuis. De academische overheid verzet zich met man en macht tegen dit voorstel.


VII.11. Echelonnering.

Het woord echelonnering lijkt ietwat voorbijgestreefd als term, maar in de feiten blijft de veldslag voortduren. Het OESO stelt tenminste duidelijk waar het om gaat[140],[141] . In zijn tweejaarlijks rapport beveelt de denktank van de industrielanden aan om de patiënt geen terugbetaling van specialistische geneeskunde toe te staan indien de patiënt niet eerst langs zijn huisarts langsging. Daarmee haalde Dr. Jan DE MAESENEER, professor huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Gent en inmiddels ook lid van de raad van bestuur van het federaal Kenniscentrum, al eens krantenkoppen.

In juni 2005 stelde hij aan het Kenniscentrum een studieprogramma voor onder de onschuldige benaming: “Methoden om de instroom - doorstroom – terugstroom in de Belgische gezondheidszorg te verbeteren”[142] . Bij de aanvraag wordt o.m. verwezen naar een Nederlandse studie die dan weer gebaseerd is op gegevens van de goeroe van de huisartsgeneeskunde, Barbara STARFIELD. Deze zeer controversiële Amerikaanse professor pediatrie aan de wereldberoemde John Hopkins universiteit, is nooit sant in eigen land geweest en haar wetenschappelijke ideeën werden en worden door zeer velen als politieke ideologie versleten. Het kringetje van de “believers” is eng, maar door continu naar elkaar te verwijzen wordt toch een mooie “citation index” bekomen. Onze adjunct secretaris-generaal, Prof. Francis HELLER heeft een duidelijke en zeer relativerende analyse gemaakt ter introductie van de studie. Het voorstel tot studie werd ondertussen weerhouden en zal gefinancierd worden door het Kenniscentrum. We hebben de analyse van Prof. HELLER aan het Kenniscentrum bezorgd.

Het lezen van STARFIELD’s teksten, tabellen en statistieken brengt mij twee citaten in herinnering: “Er bestaan drie soorten leugens: halve waarheden, grove leugens en statistieken”[143] en “Statistieken hebben bovendien de eigenschap dat ze zich bijzonder goed lenen om onwaarheden op ‘wetenschappelijke wijze als een waarheid te verkopen’[144].”

De boodschap van Prof. STARFIELD, de “apostel van de eerste lijn”, wordt ook in België graag uitgedragen[145]. Nochtans kunnen uit de miljoenen gegevens van de OESO rapporten en uit een beetje surfen naar de Nederlandse NIVEL site[146] ook andere conclusies worden getrokken. Onder vb. “Cure in internationaal perspectief” staat in tabel 185 als gemiddelde levensexpectantie voor België 77.7 jaar, voor Frankrijk 79.0, voor Duitsland 77.7, voor Nederland 78.0 en het Verenigd Koninkrijk 77.8 jaar.
Frankrijk heeft dus de beste levensexpectantie van de vijf in dit artikel vergeleken landen, terwijl Prof. STARFIELD schrijft dat het een lage levensverwachting heeft door een slecht georganiseerde eerste lijn. Deze gunstige cijfers werden ook door de Franse Overheid officieel meegedeeld.[147]

Met statistiek kan STARFIELD misschien ook berekenen dat, als je het aantal “eerstelijnsartsen” (in de USA zijn dat de algemene internisten en de algemene pediaters, plus enkele zeldzame huisartsen) met vierhonderd percent doet stijgen, een bevolking onsterfelijk wordt. Volgens haar doet een stijging met 20 % van eerstelijnsartsen de mortaliteit immers met 5 % zakken[148].
Alle gekheid op een stokje. Als STARFIELD gelijk heeft, waarom wordt deze goeroe dan in eigen land absoluut niet gevolgd ? Ondermeer door de “for profit” Health Maintenance Organizations in het sterk gecommercialiseerde Amerikaanse gezondheidscircuit?


PDF-versie
 



[127] Koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde (B.S. 14.03.1992).

[128] Canvas Vlaamse Radio en Televisie, Panorama, zondag 08.01.2006

[129] Wetsvoorstel tot uitvaardiging van veiligheids- en gezondheidsnormen voor de verzorgingsinstellingen en tot instelling van een vergoedingsregeling voor patiënten die het slachtoffer zijn van ziekenhuisinfecties. DOC 51 1565/001; 20.01.2005.

[130] Groep ter Opsporing, Studie en Preventie van Infecties in de Ziekenhuizen (GOSPIZ)

[131] Ministerieel besluit van 14.02.2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines (B.S. 04.03.2005, Ed. 3).

 

[132] Volgens artikel 5 § 2, 2°, b) van het ministerieel besluit van 12.11.1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheer-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.

[133] “Lifestyle, Diabetes and Cardiovascular Risk factors 10 Years after Bariatric Surgery”. NYJM, december 2004, Vol 251, N° 26, p. 2683-93.  Deze Zweedse studie krijgt ondertussen echter ook heel wat kritiek.

[134] “Surgical management of severe obesity”. Vivian M Sanchez, Benjamin E Schneider, Edward C Mun. Up To Date 2005. 

[135] Programmawet van 27.12.2005, art. 75-76.

[136] RIZIV-Verzekeringscomité. Nota CGV/2005/392 van 13.12.2005.

[137] Artikel 4 van het Koninklijk besluit van 16.03.1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen (B.S. 24.06.1999)

[138] Koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, artikel 35octies, § 3 ingevoegd bij de wet van 29 april 1996.

[139] Koninklijk besluit van 02.07.1996 tot vaststelling van de regels met betrekking tot de samenstelling en de werking van de Planningscommissie medisch aanbod (B.S. 29.08.1996).

[140] “La Belgique doit se serrer la ceinture”. La Libre Belgique. 10.03.2005.

[141] “OESO doet opvallende aanbevelingen op overheidstekort terug te dringen. Vergrijzing dreigt groei te halveren”. De Standaard. 10.03.2005.

[142] Federaal kenniscentrum, selectie studieprogramma’s 2006, nr. TPF 2006-57.

[143] Benjamin Disraeli, Engels auteur en bekend politicus, 1850.

[144] Frida Deceuninck, financieel deskundige en journaliste. De Tijd”, 10.04.2004:

[145] “Zwakke eerste lijn leidt tot slechtere gezondheid”? Artsenkrant nr. 1656. 04.03.2005.

[147] “France 2004: l’espérance de vie franchit le seuil de 80 ans”. Giles Pison. Population et sociétés. Numéro 410. Mars 2005.

[148] “Zwakke eerste lijn leidt tot slechtere gezondheid”? Artsenkrant nr. 1656. 04.03.2005.

 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp