Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
Speciaalnummer - Februari 2006 Vorige Inhoud Volgende
 


VI. 1. Vorderingen door het VBS ingeleid in 2005 of waarvoor het VBS haar financiële steun heeft toegekend

 

VI.1.1 M.B. van 14 februari 2005[112] en het K.B. van 17 februari 2005[113] houdende de erkenningsnormen en beroepstitel in de urgentiegeneeskunde.

De Beroepsvereniging van Belgische chirurgen heeft bij de Raad van State een vordering ingeleid tot nietigverklaring van het M.B. van 14 februari 2005 houdende de normen waaraan de geneesheren in de urgentiegeneeskunde en acute geneeskunde moeten voldoen om erkend te worden[114]. Het M.B. bepaalt echter nergens het activiteitsdomein van deze verschillende verstrekkers. De opleidingsduur is fundamenteel anders. Het is evident dat al deze geneesheren niet eenzelfde bevoegdheid kunnen hebben. Het wordt bovendien onaanvaardbaar geacht dat, mede gezien de Europese reglementering, een opleiding van slechts 3 jaar zou kunnen bekroond worden met een specialistische erkenning.

Het K.B. van 17 februari 2005 voegt de nieuwe beroepstitels eerder gedefinieerd in het M.B. van 14 februari 2005, toe aan de lijst van bijzondere beroepstitels opgesomd in het koninklijk besluit van 25 november 1991. Consequent met de vordering tot nietigverklaring van het M.B. werd ook een vordering tot nietigverklaring tegen het K.B. ingeleid.

Opmerkelijk is te vermelden dat de Minister in beide dossiers nagelaten heeft om binnen de vastgestelde termijn een antwoord in te dienen bij de Raad van State of zelfs een administratief dossier neer te leggen. De auditeur die verslag moet uitbrengen zal, behoudens de argumenten die hij meent ambtshalve te moeten inroepen, zich dus hoofdzakelijk steunen op de argumentatie die aangebracht werd door het V.B.S. om de vernietiging te beoordelen.


VI.1.2. Koninklijke besluiten van 15 juni 2005 houdende wijzigingen van art. 26 en 17 van de nomenclatuur[115]

,[116],[117]

In het Belgisch Staatsblad van 30 juni 2005 werd in uitvoering van art. 58 van de gezondheidswet[118] waarbij aan Minister van Volksgezondheid R. DEMOTTE volmachten toegekend werden, drie koninklijke besluiten houdende besparingsmaatregelen gepubliceerd. Deze besparingsmaatregelen treffen de ongeveer 1.800 actieve radiologen en klinisch biologen.

In de klinische biologie werden vanaf 1 juli 2005 alle urgentiehonoraria voor ambulante patiënten afgeschaft. De Minister heeft bovendien de nodige maatregelen genomen om te vermijden dat deze dringendheidshonoraria ten laste zouden kunnen gelegd worden van de patiënt.

Wat betreft de medische beeldvorming is de situatie iets ingewikkelder. Enerzijds wordt vanaf 01.07.2005 zowel voor ambulante als voor gehospitaliseerde patiënten het urgentiehonorarium afgeschaft voor een aantal prestaties waaronder o.m. de radiografie van het abdomen, bekken, blaas of galblaas en deze van de thorax. Anderzijds wordt het honorarium van vier verstrekkingen met NMR gelijkgeschakeld met het honorarium voor vergelijkbare onderzoeken met de CT-scan. Het betreft de onderzoeken van het hoofd, van de hals, van de thorax of abdomen, van de wervelzuil en deze van de ledematen.

Het VBS en de BVAS hebben samen een vordering tot nietigverklaring van deze besluiten ingediend bij de Raad van State.

De Minister heeft deze besparingsbesluiten genomen op basis van de volmachten die hem door het Parlement werden toegekend. De genomen koninklijke besluiten zijn aangetast door een aantal vormgebreken. Uit de gepubliceerde besluiten blijkt niet dat de Voorzitters van Kamer en Senaat v??r de publicatie officieel geïnformeerd werden van deze besluiten, nochtans een wettelijke verplichting.

Ten tweede, de werkingsregels van de Raad van State voorzien dat wat betreft besluiten die getroffen worden op basis van volmachtwetten, het advies van de Raad van State en het verslag aan de Koning eveneens moeten gepubliceerd worden. Dit is in casu niet gebeurd. Men kan enkel vermoeden dat de kritiek van de Raad van State op deze besluiten niet mals moet geweest zijn. De Raad van State had immers reeds in zijn advies omtrent de volmachtenwet als dusdanig uitdrukkelijk gesteld dat de motivatie om dergelijke volmachten toe te kennen aan de Minister van Volksgezondheid uitzonderlijk ruim en vaag was. De drie gepubliceerde besluiten beperken er zich toe algemeen te stellen dat de maatregelen nodig zijn om de globale begrotingsdoelstelling te bereiken en dit terwijl in desbetreffende sectoren nu juist geen overschrijding werd vastgesteld. De motivatie is dan ook verre van rationeel.


VI.1.3. Het M.B. van 29.07.2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren specialisten in de geriatrie[119] en het K.B. van 10.08.2005 tot wijziging van het K.B. van 25.11.1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde met inbegrip van de tandheelkunde.[120]

Het M.B. bepaalt de bijzondere criteria voor de erkenning van de geneesheren -specialisten in de geriatrie. Om erkend te worden dient de kandidaat-specialist een opleiding van drie jaar te volgen in de inwendige geneeskunde en drie jaar hogere opleiding in de geriatrie. Op basis van het M.B. kunnen de geneesheren - specialisten houder van de bijzondere beroepstitel in de geriatrie opteren om erkend te worden als geneesheer - specialist in de geriatrie. Zij kunnen eveneens opteren om niets te veranderen aan hun erkenning. Er wordt in het M.B. geen enkele tijdslimiet ingebouwd om deze optie te maken. In het kader van het hoger vermeld K.B. van 10.08.2005 wordt echter de bijzondere beroepstitel in de geriatrie afgeschaft wat impliceert dat de geneesheren verplicht worden hun keuze te maken. De bijzondere beroepstitel is immers niet langer wettelijk erkend. Dr. J.P. DERCQ, voorzitter van de Hoge raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen, heeft verschillende malen uitdrukkelijk toegegeven, onder meer in de vergadering van het Verzekeringscomité van het RIZIV van 19.09.2005, dat het nooit de bedoeling geweest is om deze bijzondere beroepstitel af te schaffen. Ten einde de rechten van de geneesheer inwendige geneeskunde houder van de bijzondere beroepstitel in de geriatrie te vrijwaren werd beslist om ten bewarende titel een vordering tot nietigverklaring in te leiden. Zodra het beloofde wijzigend K.B. gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad – want legistiek gesproken kan dit “incident” niet als een erratum worden beschouwd – zal worden verzaakt aan de vordering.


VI.1.4. K.B. van 17.09.2005 tot wijziging van artikel 73, par 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.[121]

Op basis van de aan de Minister toegekende volmachten verplicht Minister R. Demotte met dit K.B. de geneesheren, huisartsen zowel als specialisten, een bepaald minimum percentage zogenaamde goedkope geneesmiddelen voor te schrijven. Komen in aanmerking om dit minimum percentage te behalen de generische geneesmiddelen maar eveneens de geneesmiddelen waarvan de fabrikant de prijs heeft doen dalen tot op het niveau van de referentiebedragen en de geneesmiddelen voorgeschreven op stofnaam (cfr. punt III.5).

Worden deze opgelegde percentages niet behaald dan kan de praktijk van de geneesheer onder monitoring geplaatst worden door de Dienst geneeskundige evaluatie en controle. Past de geneesheer niet vrijwillig zijn voorschrijfgedrag aan dan kunnen administratieve sancties opgelegd worden.

Dit besluit vormt een onaanvaardbare inmenging van de overheid in de geneeskundige praktijk. Bovendien houdt deze reglementering geen rekening met de geneesheren met een beperkte praktijk of met een specifiek patiëntenbestand.

De Raad van State was niet mals voor Minister R. DEMOTTE in zijn advies en was van oordeel dat de Minister de bevoegdheid die hem werd toegekend in het kader van de volmachten te buiten is gegaan. De Minister heeft de bemerkingen van de Raad van State gewoon naast zich neergelegd.

Het K.B. van 17.09.2005 werd door Minister R. DEMOTTE ter bekrachtiging voorgelegd aan het Parlement in het kader van art. 113 van de wet van 27.12.2005[122] houdende diverse bepalingen. Welke is echter de juridische waarde van deze bekrachtiging in de veronderstelling dat het K.B. van 17.09.2005 door de Raad van State zou worden nietig verklaard? In deze hypothese wordt het K.B. immers geacht nooit te hebben bestaan.


VI.1.5 Het K.B. van 11 juli 2005 tot wijziging van het K.B. van 25 april 2002 houdende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen.[123]

Artikel 1 van dit besluit wijzigt artikel 13 van het basisbesluit en stelt dat de instrumentisten van de operatieafdeling niet meer gedekt worden door het budget van de financiële middelen van de ziekenhuizen.

Het VBS, samen met de geraadpleegde specialisten in deze materie, heeft tevergeefs gezocht naar mogelijke rechtsgronden om deze bepaling aan te vechten voor de Raad van State. De Minister beschikt over de bevoegdheid om te bepalen wat al dan niet gedekt wordt door het budget van het ziekenhuis. Aan de andere kant is het onmogelijk om voor de Raad van State de nietigverklaring te bekomen van iets dat niet bestaat.

Wie is “instrumentist”? Er bestaat geen enkel gezondheidsberoep dat de beroepstitel of de bijzondere beroepsbekwaming van “instrumentist” draagt.

Deze wijziging van het basisbesluit van de ziekenhuisfinanciering werd ongetwijfeld ingegeven door de uitspraak van een rechter in beroep die uitdrukkelijk stelde dat de “instrumentist” gedekt was door de verpleegdagprijs, ondertussen budget van financiële middelen genoemd.

Minister R. DEMOTTE heeft met deze wetswijziging ongetwijfeld een dienst willen bewijzen aan CD&V voorzitter en voorzitter van de raad van bestuur van het ZOL ziekenhuis in Genk, de Heer Jo Vandeurzen. Voortaan, en in de mate dat hij als dusdanig kan geïdentificeerd worden in het ziekenhuismilieu, is een “instrumentist” dus niet meer gedekt door het budget van de financiële middelen.

De bijlagen bij het K.B. van 18 juni 1990[124] bepalen de lijsten van de technische verpleegkundige prestaties en handelingen. De bijlage 1 omvat de autonome verpleegkundige verstrekkingen B1 waarvoor geen voorschrift van een arts nodig is en B2 waarvoor wel een voorschrift van een arts nodig is. De bijlage 2 omvat de verstrekkingen C die door een geneesheer aan een beoefenaar van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd.

Behoren in de bijlage 1 o.m. tot de autonome verpleegkundige verstrekkingen (punt 7) het beheer van de chirurgische en anesthesiologische uitrusting (B1) en de voorbereiding, assistentie en het instrumenteren (in de Franse tekst: instrumentation) bij medische en chirurgische ingrepen.

Minister R. DEMOTTE heeft echter blijkbaar niet goed nagedacht over de mogelijke gevolgen van zijn beslissing. Immers indien voortaan de assistentie en instrumentatie bij medische en chirurgische ingrepen niet langer gedekt worden door het ziekenhuisbudget dan had hij er moeten rekening mee houden dat de technische verpleegkundige verstrekkingen niet opgenomen zijn in de nomenclatuur zodra de patiënt in een ziekenhuis wordt opgenomen. Is het dan de bedoeling dat deze prestaties rechtstreeks ten laste van de patiënten gelegd worden?


VI.1.6. Financiering van de dienst radiotherapie

De artikelen 4 en 14 van het K.B. van 11 juli 2005[125] regelen de nieuwe financieringswijze van de dienst radiotherapie. In overleg met de beroepsvereniging van radiotherapie waren reeds geruime tijd besprekingen bezig omtrent de criteria die de financiering van de diensten radiotherapie in de toekomst zouden beheersen. Iedereen was het er over eens dat de geldende financieringsregels verouderd waren. De nieuwe financieringsregels zijn echter absoluut onaanvaardbaar gezien zij volledig voorbij gaan aan de prestaties van curietherapie die zowel wat betreft het A3 (investeringen) en B3 (personeel) onderdeel van het budget volledig uitgesloten worden van enige financiering. De diensten waar de technieken van de curietherapie worden toegepast moeten naar de toekomst toe wel nog beantwoorden aan de erkenningsnormen o.m. wat betreft de personeelsbezetting, maar er wordt geen financiering meer voorzien. Het ontbreken van enige financiering binnen het budget van het ziekenhuis zal op korte termijn het verdwijnen van deze techniek impliceren.


PDF-versie
 



[112] M.B van 14 februari 2005 houdende de normen waaraan de geneesheren in de urgentiegeneeskunde en acute geneeskunde moeten voldoen om erkend te worden. B.S.04.03.2005.

[113] Koninklijk besluit van 17.02.2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde.  (B.S. 06.04.2005).

[114] Cfr punt 3.7

[115] Koninklijk besluit van 15 juni 2005 tot wijziging, met betrekking tot de bepalingen van het artikel 17, par. 1, 11°bis, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. (B.S. 30.06.2005).

[116] Koninklijk besluit van 15 juni 2005 tot wijziging, met betrekking tot spoedhonoraria voor verstrekkingen van klinische biologie, van het artikel 26 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. (B.S. 30.06.2005).

[117] Koninklijk besluit van 15 juni 2005 tot wijziging, met betrekking tot de bepalingen van het artikel 26, par. par. 9 en 12, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. (B.S. 30.06.2005).

[118] Wet van 27 april 2005 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid (BS 20.05.2005)

[119] B. S. 19.08. 2005 2de editie

[120] B. S.  05.09. 2005

[121] B.S. 27.09.2005

[122] B.S. 30.12.2005. Ed. 2.

[123] BS 25.07.2005

[124] B.S. 18.06.1990

[125] Koninklijk besluit van 11 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen (BS 25.07.2005)

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp