|
Het ganse jaar 2005 werd actie gevoerd vanuit Franstalige hoek om de
numerus clausus te doen afschaffen of drastisch aan te passen. Het is
irritant “grote” professoren maandenlang de Franstalige pers te zien vol
zetten met dramatische “pénurie” verhalen en met doembeelden van
parallel import van minderwaardige buitenlandse kandidaat-specialisten.
Zelfs de studenten gaan onderling in de clinch over de
aanbodsbeperking. Een sloganeske open brief van de Vlaamse Vereniging
van Studenten en de Fédération des étudiant(e)s francophones wordt fors
tegengesproken door Vlaamse studenten geneeskunde.
De politici schuwen geen grote woorden in het debat. Ecolo roept dat
er een tekort is aan artsen, terwijl alleen Italië in de Westerse wereld
nog meer artsen heeft dan België. Anderen, zoals Jean-Jacques VISEUR (cdH)
en Olivier MAINGAIN (FDF) speelden voluit de communautaire kaart : er
wordt de Vlamingen aangewreven dat ze de roeping breken van jongeren om
arts te worden.
Op 08.10.2004 werd de nieuwe samenstelling van de planningscommissie
gepubliceerd. Emeritus Professor aan de UCL, Denise DELIEGE, en grote
tegenstander van de numerus clausus, wordt opnieuw benoemd voor een
periode van 5 jaar. Ondergetekende, die door de BVAS werd voorgedragen
om Dr. Louis BECKERS, oud-BVAS-voorzitter en groot voorvechter van de
numerus clausus, op te volgen, wordt niet weerhouden.
Na lang beraad in een werkgroep van de regering, wordt een deel van
de beslissingen van de Planningscommissie van 27.11.2003, op een datum
met Vlaamse symboolwaarde, 11 juli, omgezet in een Koninklijk besluit en
retro-actief in voege gesteld op 01.01.2005.
Het binnen het RIZIV toegelaten artsenaantal wordt van 700 in 2011
(420 Vlamingen en 280 Franstaligen) verhoogd tot 833 in 2012 (500
Vlamingen en 333 Franstaligen). Er worden 6 Vlaamse en 4 Franstalige
geriaters alsook 6 Vlaamse en 4 Franstalige kandidaat-specialisten
toegevoegd aan het minimale aantal kandidaat-specialisten dat wordt
opgesomd in artikel 2 van het K.B. van 30.05.2002.
Bij de beroepstitels waarop de beperking van het aantal kandidaten
niet van toepassing is in artikel 3 van hetzelfde K.B., wordt het aantal
kinder- en jeugdpsychiaters verhoogd van 140 over 7 jaar naar 180 over 8
jaar (108 Vlamingen en 72 Franstaligen) en wordt in de periode 2004 tot
2012 een totaal van 198 kandidaten toegevoegd (119 Vlamingen en 79
Franstaligen) voor artsen die een onderzoeksmandaat hebben of voor
mandaten van kandidaat-specialisten ter compensatie van de duur van
opleidingen die in het buitenland hebben plaats gehad.
In enkele Franstalige kranten verschijnt op 21.01.2006 het bericht
dat in 2013 het aantal tot het RIZIV toegelaten artsen drastisch zou
stijgen tot 1.025 (cfr. tabel 10). Franstalig BVAS-ondervoorzitter, Dr.
Jacques de TOEUF, reageert afwijzend en meent dat een aantal tussen 800
en 850 moet worden behouden. Kartel-voorzitter Philippe VANDERMEEREREN
is tevreden. Officiële documenten van de vergadering van de
Planningscommissie van 15.12.2005 zijn nog niet beschikbaar en Minister
DEMOTTE heeft dit advies dus ook nog niet officieel ontvangen (dd.
30.01.2006).
K.B. van 11.07.2005 tot wijziging van het K.B. van 30.05.2002 betreffende
de planning van het medisch aanbod (B.S. 03.08.2005
| Jaar |
Aantal artsen |
Huisartsen |
Specialisten |
| |
Totaal |
N |
F |
Totaal |
N |
F |
Totaal |
N |
F |
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013* |
700
700
700
700
700
700
700
700
833
1.025 |
420
420
420
420
420
420
420
420
500
615 |
280
280
280
280
280
280
280
280
333
410 |
300
300
300
300
300
300
300
300
358
441 |
180
180
180
180
180
180
180
180
215
265 |
120
120
120
120
120
120
120
120
143
176 |
400
400
400
400
400
400
400
400
475
584 |
240
240
240
240
240
240
240
240
285
350 |
160
160
160
160
160
160
160
160
190
234 |
* Persberichten 20-23.01.2006 |
Tabel 10 |
Het is hallucinant dat de Franstaligen het woord “pénurie” durven te
gebruiken. Ze hebben verhoudingsgewijze veel meer artsen per inwoner dan
in Vlaanderen en de Parti Socialiste ministers van het hoger onderwijs
hebben de selectie op schandalige manier jaren laten rotten en niets
gedaan. Met als gevolg dat de toekomst van tal van jonge afgestudeerden
totaal onzeker werd.
De Franstalige decanen weigeren in te zien dat het afleveren van
overtollige diploma’s aanleiding kan geven tot het verstrekken van
overtallige prestaties. Het ter beschikking zijn van goedkope “mains
d’oeuvre” in de universitaire centra is er de oorzaak van dat er nooit
méér reflectie zal ontstaan over het al dan niet nodig zijn van bepaalde
medisch technische prestaties.
Budgettair en medisch is deze houding onverantwoord want dit brengt
soms inadequate uitgaven mee en, door overinstrumentatie en
overmedicalisatie, neemt ook de kans op iatrogene pathologie toe.
Bovendien zijn er te weinig pathologieën en patiënten om de vele
geneeskundestudenten een voldoende praktijkervaring te laten verwerven.
Dit houdt op zijn beurt het risico in van een vermindering van de
kwaliteit.
Niet verwonderlijk dat in Vlaanderen opnieuw proteststemmen opgaan.
“Moet de beste leerling van de klas (Vlaanderen) weerom de rekening
betalen ?” vraagt Dr. Louis IDE, ondervoorzitter van de N-VA (Nieuw-Vlaamse
Alliantie), zich af.
Vermeldenswaard is dat de decanen van de geneeskundefaculteiten op
29.06.2005 aan de minister voorstelden om in de jaren 2006 tot 2009 van
het quotum huisartsen 10 kandidaten af te nemen om te specialiseren in
acute geneeskunde (6 Vlamingen en 4 Franstaligen), 6 kandidaten om te
specialiseren in de urgentiegeneeskunde (4 Vlamingen en 2 Franstaligen)
en 6 kandidaten om te specialiseren in de algemene inwendige geneeskunde
(4 Vlamingen en 2 Franstaligen). De decanen beschouwen deze groep als
een eerstelijnsspecialisme, zelfs indien het wordt uitgeoefend in het
ziekenhuis.
De werkgroep huisartsgeneeskunde van de Hoge Raad voor
Geneesheren-Specialisten en Huisartsen verwierp dit voorstel unaniem.
PDF-versie 
|