|
Voor de Belgische artsen werd eind 1993, op initiatief van de Belgische vereniging van artsensyndicaten (BVAS),
in de schoot van de nationale commissie artsen - ziekenfondsen een kwaliteitssysteem in het leven geroepen
onder de naam accreditering. Hiervoor werd een Accrediteringsstuurgroep opgericht waar de representatieve
artsenorganisaties, de mutualiteiten en wetenschappelijke verenigingen, inclusief de universiteiten, in
vertegenwoordigd zijn.
De medische opleiding in België – zoals trouwens ook de verpleegkundige, paramedische en
kinesitherapeutische opleidingen – staat internationaal aangeschreven als kwalitatief hoogstaand.
De artsen wilden die opleiding na het behalen van het diploma bestendigen via de invoering van een systeem
van permanente medische vorming op vrijwillige basis.
Eén van de vernieuwingen die hierbij werden doorgevoerd was het creëren van de lokale
kwaliteitsevaluatiegroepen – LOKs – waar onder gelijken, onder peers, de manier van praktijkvoering kon
worden vergeleken.
Een tweede belangrijke vernieuwing die van bij het begin op de dagorde stond was het aanvullen van de
klassieke “ex catedra” navorming met een performante en modernere vorm van navorming: E-learning of ook
learning on distance genoemd.
De “European Accreditation Council for Continuing Medical Education” (EACCME) noemt dit “niet aanwezigheid
gebonden activiteit”.
De vraag om het Internet in te schakelen in deze vorm van continue medische navorming werd al ruim 10 jaar
geleden geformuleerd, maar het is pas in 2005 dat de Accrediteringsstuurgroep het licht op groen zette om
dergelijk vorm van navorming als mogelijkheid op te nemen.
Er waren immers bezwaren van allerlei aard die dienden te worden overwonnen. Om tot een eigen regelgeving te
komen zocht de Accrediteringsstuurgroep onder meer inspiratie bij de Amerikaanse en de Europese
Accreditation Councils for Continuing Medical Education.
Het kader voor E-learning werd door de Accrediteingsstuurgroep goedgekeurd in mei 2005 en het paritair
comité voor huisartsgeneeskunde vulde dat kader in voor de eigen beroepsgroep in oktober 2005.
Vooreerst moet herhaald worden dat de algemene regels, die gelden voor om het even welke vorm van permanente
vorming, dienen gerespecteerd te worden. De onafhankelijkheid t.o.v. sponsors is hierbij cruciaal.
Permanente medische vorming met informatica technieken vergt een degelijk uitgebouwde en betrouwbare
“information technology” en gaat dus gepaard met een kostprijs die niet binnen het bereik ligt van elke
organisator van navorming.
Farmaceutische of andere bedrijven kunnen hierbij steun verlenen op voorwaarde dat het desbetreffende
paritair comité en de Accrediteringsstuurgroep de onafhankelijkheid van de sponsor t.o.v. de gebrachte
vorming kan verifiëren en bevestigen.
Het komt de paritaire comités toe de kwaliteit van elke afzonderlijke module of sessie te evalueren, goed te
keuren en te waarderen met een bepaald aantal navormingseenheden of “credit points”.
Tot op heden wordt elke afzonderlijke sessie geëvalueerd en worden geen pakketten van verschillende
vormingsmodulen in hun geheel aanvaard of erkend. Het RIZIV stelt sinds kort de nodige infrastructuur ter
beschikking zodat de paritaire comités ter plekke en in onderling overleg de aangeboden E-learning kunnen
evalueren.
Om door de Accrediteringsstuurgroep aanvaard te kunnen worden dienen de E-learning programma’s bovendien aan
een reeks criteria te voldoen, zoals:
- de identiteit van de wetenschappelijke verantwoordelijke voor elke sessie dient te worden vermeld;
- het thema moet eenduidig worden meegedeeld;
- er moet voorafgaandelijk een tijdsberekening zijn gemaakt om de sessie te kunnen doorlopen en de sessie
moet hierover informatie bevatten;
- de programma’s moeten interactief zijn; het kan gaan om patiënt management situaties, simulaties van
klinische problemen, formuleren van werkhypothesen, diagnose beslissingsbomen, beantwoorden van vragen en
dergelijke meer;
- waar mogelijk dient er verwezen naar bibliografische bronnen en het doorklikken naar deze bronnen wordt
aanbevolen zodat aanvullende litteratuur voor de gebruiker gemakkelijk bereikbaar is;
- er moet controle mogelijk zijn op de participatie, met andere woorden op de tijdsbesteding en op wat er
werd geleerd; dit betekent niet dat er een soort van toets wordt afgenomen waar de deelnemer moet in slagen;
- de vertrouwelijkheid van de deelnemer moet strikt gegarandeerd worden en er moeten garanties zijn over de
juistheid van de overdracht van de gegevens nodig voor het maken van een deelnemingsattest;
- de geldigheidsduur van de sessies moet vooraf zijn vastgelegd.
Een debat dat nog altijd gaande is betreft het risico dat E-learning het conviviale en harmonieuze karakter
van de permanente medische navorming onder de peers zou bedreigen. Zullen collega’s zich geïsoleerd voor hun
eigen PC’s installeren en het contact met hun peers verliezen?
Dit herstelde contact met de collega’s bleek, uit een enquête over de accreditering in 2004, immers ervaren
te worden als één van de meest positieve gevolgen van de invoering van het accrediteringssysteem.
De Accrediteringsstuurgroep zal deze evolutie nauwgezet opvolgen. Hij gaat er van uit dat artsen voldoende
gezond verstand hebben om een gerichte keuze te maken uit de vele mogelijkheden die voor accreditering in
aanmerking komen, van praktische ateliers, over regionale, nationale of internationale symposia en
congressen, tot het optreden als spreker of publiceren van artikels.
En niet te vergeten de, mijns inziens, sleutel in het accrediteringsverhaal: de lokale
kwaliteitsevaluatiegroepen die we moeten koesteren en aanmoedigen om er intensief gebruik van te maken en
regelmatig te evalueren.
Dr. Marc MOENS, voorzitter accrediteringsstuurgroep, RIZIV.
06.05.2006
Initiatieven van continue opleiding onder de vorm van afstandsprogramma's kunnen aangevraagd worden met het
daarvoor bestemde aanvraagformulier (Bijlage 1)
E-Learning concreet:
Om geaccrediteerd te kunnen worden moet een medische navorming die gebruik maakt van
informaticaondersteuning, aan volgende criteria beantwoorden:
3.1. Betreffende de providers:
A. De criteria die in acht worden genomen voor de accreditering van medische navorming gesponsord door de
farmaceutische industrie zijn hier van toepassing. Dit geldt ook voor eventuele sponsors uit andere
commerciële firma's.
B. De organisator moet buiten zijn eigen identiteit en gegevens ook volgende informatie mededelen : -
identiteit van de wetenschappelijke auteurs voor elke sessie.
C. Wat betreft de sessies die bestemd zijn voor de huisartsen is het noodzakelijk erkende huisartsen in te
schakelen om de specifieke oriëntering algemene geneeskunde te waarborgen.
3.2. Betreffende het beheer
De accrediteringsaanvraag moet volgende informatie bevatten:
- De juiste titel
- Het thema (mogelijkheid ethiek en economie)
- Een beschrijving van de leermethodologie
- Een beschrijving van de graad van interactiviteit
- De voorziene duur
* met een minimale deelnemingsdrempel :
- een minimaal aantal bladzijden hebben doorlopen
- een minimaal aantal sessies hebben bijgewoond.
- Een voorstel omtrent het aantal toegekende eenheden, hetzelfde aantal voor iedere
deelnemer, ongeacht de tijd die de geneesheren besteed hebben aan de sessies.
3.3. Deelname en identificatie
- De organisator moet de criteria bezorgen die hij zal gebruiken om de deelname te valideren.
- De organisator moet de criteria bezorgen die hij zal gebruiken om de identiteit van de deelnemer na te
gaan en te valideren.
3.4. Deelnemingsattest
De organisator moet in staat zijn een volwaardig deelnemingsattest te bezorgen.
3.5. Privé leven
De organisator moet bevestigen dat de gegevens waarover hij beschikt beschermd worden in overeenstemming met
de wetgeving inzake bescherming van het privé-leven.
PDF-versie 
|