|
29 MEI 2006. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de
bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten,
houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie, evenals
van stagemeesters en stagediensten voor deze disciplines (B.S. d.d.
14.6.2006)
HOOFDSTUK I. - Bevoegdheidsdomein
Artikel 1. De geneesheer-specialist in medische oncologie is speciaal
opgeleid voor het op punt stellen en het opvolgen van patiënten die
lijden aan vaste tumoren, voor het instellen van een aangewezen
systemische behandeling, met inbegrip van de kankerbestrijdende
chemotherapie en hormonotherapie, de biologische en genetische
behandelingen om hem te genezen, zijn ziekte te stabiliseren of de
palliatieve behandeling te verzekeren.
De efficiënte oppuntstelling en de aangepaste opvolging van de
patiënt met kanker vereisen dat de geneesheer-specialist in oncologie de
kennis beheerst van de pathofysiologie van de verschillende soorten van
kankers en van de meest aangepaste diagnostische technologieën.
De aangewezen en efficiënte toepassing van systemische behandelingen
vereist een kennis van de prognostische en predictieve factoren die
aangeven hoe men reageert op een gegeven behandeling alsook een begrip
van de wisselwerkingen tussen geneesmiddelen en andere behandelingen
zodat hij de heilzame effecten en nevenwerkingen van deze potentieel
toxische middelen kan voorzien, beheren en beheersen op korte en lange
termijn, maar ook de patiënt hieromtrent juist kan informeren.
Hij heeft bovendien een algemene opleiding in inwendige
ziekenhuisgeneeskunde en werkt nauw samen met geneesheer-specialisten in
andere specialiteiten en de behandelende arts, inzonderheid tijdens het
multidisciplinaire consult bedoeld in artikel 23 van het koninklijk
besluit van 21 maart 2003 houdende vaststelling van de normen waaraan
het zorgprogramma voor oncologische basiszorg en het zorgprogramma voor
oncologie moeten voldoen om te worden erkend.
HOOFDSTUK II. - Erkenningscriteria voor geneesheer-specialisten
in medische oncologie
Art. 2. § 1. De kandidaat moet aan de algemene opleidings- en
erkenningscriteria voor geneesheer-specialisten voldoen.
§ 2. De duur van de opleiding bedraagt zes jaren, waarvan drie jaren
basisopleiding in inwendige geneeskunde en drie jaren van hogere
opleiding in medische oncologie.
§ 3. Tijdens de basisopleiding, moet de kandidaat-specialist zich
vertrouwd maken met alle aspecten van de inwendige geneeskunde in één of
meerdere hiertoe erkende diensten.
§ 4. De hogere opleiding van de kandidaat specialist bestaat uit drie
jaren stage in één of meerdere erkende diensten voor de opleiding in
medische oncologie. Indien bepaalde aspecten die direct verband houden
met zijn opleiding tot medisch oncoloog niet genoeg ontwikkeld zijn in
een bepaalde dienst, kan de kandidaat specialist, mits instemming van
zijn stagemeester, zijn opleiding voor dat (die) onderwerp(en) aanvullen
door stages van drie maanden in andere erkende diensten, zonder dat het
totaal van die stages de duur van zes maanden overschrijdt.
§ 5. De kandidaat specialist moet tenminste eenmaal tijdens de
opleiding een mededeling doen op een wetenschappelijke vergadering en
een artikel publiceren in verband met een klinisch of wetenschappelijk
aspect van de medische oncologie.
§ 6. Gedurende de hogere opleiding wordt hij opgeleid voor het
correct verstrekken van systemische kankerbehandelingen, met beheer van
hun risico's.
De opleiding omvat eveneens het begrijpen van het belang van het
multidisciplinaire aspect van het behartigen en behandelen van een
oncologisch patiënt en dus ook de rol en interacties met de geneesheer-
specialisten van andere disciplines, zoals onder andere pneumologen,
gastro-enterologen, chirurgen, radiotherapeuten, anatomopathologen,
radiologen, nuclearisten, maar ook met de huisartsen en paramedici zoals
psychologen, diëtisten. Hij zal ook opgeleid worden in de verschillende
aspecten van palliatieve zorg en meer bepaald de pijnbeheersing.
§ 7. Hij ontwikkelt expertise en bekwaamheid in de ontwikkeling en de
wetenschappelijke evaluatie van klinische proeven in de oncologie.
Daarvoor is hij tijdens zijn opleiding effectief betrokken in het
opstellen van studieprotocollen, de uitwerking hiervan, alsmede in de
analyse en in de evaluatie van deze klinische proeven.
Hij blijft op de hoogte van de verschillende lopende studies om zijn
patiënten de mogelijkheid te bieden eraan deel te nemen en zo bij te
dragen tot de ontwikkeling van de wetenschap op gebied van de oncologie.
§ 8. De kandidaten kunnen hun opleiding vervolmaken in laboratoria
voor medisch onderzoek om hun fundamentele kennis inzake kanker en de
behandelingen te vergroten.
§ 9. De opleiding voor het beheer van medische gegevens, voor de
kankerregistratie en voor het gebruik van de gegevens van het
kankerregister, maakt deel uit van de opleiding van de kandidaat-
specialist.
HOOFDSTUK III. - Erkenningscriteria voor stagemeesters
Art. 3. De stagemeester moet voldoen aan de algemene erkenningscriteria.
De stagemeester moet uitsluitend werkzaam zijn in domeinen die nauw
verbonden zijn aan de medische oncologie, met voorbehoud van zijn
deelname aan de wachtdienst. Hij moet sinds minstens acht jaar erkend
zijn als specialist in de medische oncologie.
Per 1 000 jaarlijkse opnames, dagziekenhuis niet inbegrepen, van
patiënten met kwaadaardige vaste tumoren kan de stagemeester een
opleidingmogelijkheid bieden aan één of twee kandidaat-specialisten in
de medische oncologie.
Per 1 000 jaarlijkse opnames, dagziekenhuis niet inbegrepen, van
patiënten die lijden aan kwaadaardige vaste tumoren moet de
stagemeester, die zelf erkend is als specialist in de medische
oncologie, minstens een medewerker hebben erkend sinds tenminste vijf
jaar als specialist in de medische oncologie, die voltijds werkt in de
dienst, die zijn wetenschappelijke waarde heeft aangetoond en betrokken
is bij de opleiding van kandidaten specialisten.
De stagemeester zorgt ervoor dat de kandidaat specialist een
pluridisciplinaire opleiding geniet op het gebied van medische
oncologie, rekening houdend met de erkenningscriteria voor kandidaat
specialisten, opgenomen in hoofdstuk II, en zal hen indien nodig
toelaten hiervoor stages te lopen in meer gespecialiseerde diensten,
zoals daar zijn de radiotherapie, de klinische hematologie, de
anatomopathologie, de radiologie, de nucleaire geneeskunde, de chirurgie
en de ondersteunende zorgen.
De stagemeester ziet erop toe dat de kandidaat specialist deelneemt
aan multidisciplinaire overleggen in oncologie en aan
groepsvergaderingen met specialisten van andere disciplines.
HOOFDSTUK IV. - Erkenningscriteria voor stagediensten
Art. 4. De dienst moet voldoen aan de algemene erkenningscriteria
voor stagediensten en ten minste drie voltijdse medische oncologen
omvatten.
Om gerechtigd te zijn een volledige opleiding te kunnen verzorgen,
moet de dienst zich bevinden in een algemeen ziekenhuis of in een
ziekenhuis gespecialiseerd in de behandeling van kanker, erkend als
zorgprogramma in oncologie en waarvan de verschillende diensten en
laboratoria geleid worden door geneesheer- specialisten. Het beschikt
over een dagziekenhuis en een polikliniek voor oncologische patiënten.
De stagedienst moet tenminste 30 bedden omvatten bestemd voor de
medische oncologie en op jaarbasis tenminste 1 000 opnames in
conventionele hospitalisatie voor patiënten, met kwaadaardige ziekten
verzekeren.
Het ziekenhuis van de stagedienst moet erkend worden als
zorgprogramma voor oncologie en een databank bijhouden met de correct
gecodeerde diagnoses, de behandeling en de opvolging. Er zal voor elke
toegepaste behandeling een volledig rapport bijgehouden worden.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen
Art. 5. § 1. In afwijking van artikel 1 kan als specialist in de
medische oncologie erkend worden, de geneesheer-specialist in inwendige
geneeskunde, die algemeen bekend staat als bijzonder bekwaam in de
medische oncologie en die het bewijs levert dat hij, sedert ten minste
vier jaar na zijn erkenning als geneesheer-specialist, de medische
oncologie exclusief en met voldoende kennis uitoefent. Hij dient daartoe
twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag
in te dienen.
Het bewijs dat hij algemeen bekend staat als bijzonder bekwaam, kan
geleverd worden door o.a. zijn persoonlijke publicaties, door zijn
actieve deelname aan nationale en internationale congressen, aan
wetenschappelijke vergaderingen in verband met de medische oncologie,
door een activiteit die typisch is voor de medische oncologie, waaronder
de deelneming aan het multidisciplinair consult in de oncologie.
§ 2. In afwijking van artikel 2 kan een stageperiode van maximaal
twee jaar in een erkende dienst voor medische oncologie, gevolgd door
een geneesheer die zijn opleiding onder de Belgische regelgeving volgt,
aangevat vóór de inwerkingtreding van dit besluit, als opleiding erkend
worden voor zover de aanvraag werd ingediend binnen een termijn van zes
maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
§ 3. De in artikel 3 beoogde anciënniteit van de stagemeester en de
medewerker zal pas vereist worden na acht en vijf jaar na de
inwerkingtreding van dit besluit.
§ 4. De als geneesheer-specialist in inwendige geneeskunde erkende
geneesheer die in naleving van dit artikel een erkenning verwerft van
specialist in medische oncologie, ziet zijn bijzondere beroepstitel van
geneesheer-specialist in inwendige geneeskunde vervangen worden door de
bijzonder beroepstitel van geneesheer-specialist in medische oncologie.
HOOFDSTUK VI. - Voorwaarden voor het behoud van de erkenning
Art. 6. Om erkend te blijven als specialist in de medische oncologie
moet de geneesheer die discipline uitoefenen in een ziekenhuisinstelling
en deelnemen aan het zorgprogramma in oncologie van die instelling. Hij
moet tenminste de helft van de uren permanente vorming voorzien voor de accreditering besteden aan opleidingen op het gebied van medische
oncologie.
HOOFSTUK VIl. - Slotbepaling
Art. 7. Het ministerieel besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling
van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de
oncologie, evenals van stagemeesters en stagediensten in de oncologie
wordt opgeheven.
PDF-versie 
|