Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
V.B.S. jaarverslag 2004 - 05.02.2005 Vorige Inhoud Volgende
 

VIII. Geneesmiddelen

 

1. Strubbelingen onder alle partijen
2. Geen Turks, maar Nieuw-Zeelands fruit
3. Het maag-darm incident
4. Wissel in de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen


VIII.1. Strubbelingen onder alle partijen
 

Het geneesmiddelenbeleid haalde in 2004 bijna dagelijks de media. Samen met de geneesheren-specialisten, en in minder mate de huisartsen, werd de farmaceutische sector keer op keer door het slijk gehaald. Op 20.01.2004 sloot de farma-industrie een akkoord af met minister DEMOTTE [87]. Er werd ondermeer afgesproken dat er tegen 2007 een realistisch budget zou worden vastgelegd. Maar drie maand later, ter gelegenheid van de “Sociale Top” in Raversijde van Paars I, valt het akkoord met de farma-sector aan diggelen. Prof. Leo NEELS, algemeen directeur van pharma.be spreekt van woordbreuk door de minister en gebruikt krasse taal : “De minister (DEMOTTE) kijkt op de farma-industrie en de arts neer als op een pooier”[88].

De regeringstop van Raversijde van 20 en 21 maart 2004 en het akkoord dat werd afgesloten tussen DEMOTTE en de apothekers van APB[89] en Ophaco[90] leidde tot een bijna oorlog tussen de (huis-)artsen en de apothekers[91]. De apothekers willen een forfaitair honorarium invoeren voor hun intellectuele functie, met name het raad geven over geneesmiddelen aan hun klanten. Een apotheker in een infoblad van een bank verwoordt het als volgt : “De apotheker geeft de patiënt een aantal raadgevingen mee. Doorgaans kleine weetjes, zoals de vraag of het geneesmiddel samengaat met alcohol, of de patiënt met de auto mag rijden enz …. In afzonderlijke consultatiehoeken kan de patiënt meer vertrouwelijke informatie krijgen over bijvoorbeeld incontinentiemateriaal, bloeddrukmeting, enz…”[92].

Toen de APB eind mei 2004 ook de verdeling van de gratis monsters wou verminderen en de distributie ervan mits betaling wou overnemen van de artsen, kwam het tot een open breuk[93]. Met een perscommuniqué van 28.05.2004 eiste de BVAS opnieuw een geneesmiddelendepot op voor de artsen en haalde het een plan uit de schuif dat in 2000 werd uitgewerkt om geneesmiddelen via de Post en een groothandelaar met behulp van een elektronisch ordersysteem rechtstreeks aan de patiënt te laten leveren. Dergelijke systemen worden al gebruikt in Europa[94] en in Nederland bestaat een voorstel om dit op grote schaal in te voeren[95].

Op 14.06.2004 riep minister DEMOTTE de kampende partijen bij zich. Hij zit de vergadering zelf voor, wat – in tegenstelling met zijn voorganger VANDENBROUCKE – zeldzaam is. Bijna steeds laat hij de karweien door zijn medewerkers opknappen en blijft hij op de achtergrond of moeten we het zich verstoppen noemen ? Voor de media verschijnt hij als de minzaamheid zelve des te liever.

De APB moest bakzeil halen met hun voorstel over de gratis monsters. “De hevige reactie van de BVAS is voor ons een duidelijk signaal dat het voorstel niet op een consensus kan rekenen. Dus wordt het afgevoerd ”[96]. Ook het VBS had fel geprotesteerd tegen de démarches van de apothekers.
Het VBS heeft zijn standpunt over de generieken en substitutie in april 2004 publiek gemaakt[97], nadat ondermeer het Bestuur tijdens zijn vergadering van 18.12.2003 een uiteenzetting over bio-equivalentie had gekregen van Prof. Dr. Roger VERBEECK van de UCL[98] dienaangaande. Het VBS stelde hierbij duidelijke voorwaarden[99], maar is wel bereid om – waar mogelijk en verantwoord – meer generieken voor te schrijven. De samenwerking met de huisarts en overleg met de ziekenhuisapotheker zijn hierbij belangrijk. De ziekenhuisspecialist initieert heel dikwijls een behandeling, vertrekkend van het bestaand ziekenhuisformularium, die dan wordt geacht te worden overgenomen door de huisarts die de patiënt verder opvolgt.

Het medico-farmaceutisch overleg (door de apotheker liever farmaco-therapeutisch overleg genoemd wat voor de artsen onaanvaardbaar is) dat in het akkoord tussen de apothekers en minister DEMOTTE staat ingeschreven en waarvoor een bedrag van 3 miljoen EURO bij het RIZIV werd voorzien, belangt dus niet alleen de huisartsen, maar ook de specialisten aan.


VIII.2. Geen Turks, maar Nieuw-Zeelands fruit

 

Aan de mediashow in 2004 omtrent de cholesteroloorlog kunnen we moeilijk voorbijgaan. Elke Belg hoort nu te weten dat een kiwi een klein vleugelloos vogeltje is dat het in Nieuw-Zeeland tot nationaal symbool heeft geschopt en dat de Chinese kruisbes met hoge concentratie vitamine C en met zowaar het cholesterolverlagende pectine, die Nieuw-Zeeland wereldwijd exporteert, evenmin kan vliegen.

Na het debat in het Parlement over het geneesmiddelenbeleid van dinsdag 25.01.2005, blijven een aantal parlementariërs er van overtuigd dat voorgaande vaststellingen toch best eens ter plekke bij onze tegenvoeters zouden worden geverifieerd. Een soort rogatoire commissie, liefst bestaande uit tegen- (artsen, farma-industrie) en voorstanders (Vlaamse politici van de Partij van de Arbeid over SP-A, CD&V tot en met de VLD) om beschuldigde KIWI ter plekke te gaan onderhoren op kosten van de Belgische staat.

Het uitvoerend comité van het VBS heeft herhaaldelijk zijn bezorgdheid geuit over het gebruik van dergelijk systeem van openbare aanbesteding van geneesmiddelen. Een belangrijk argument blijft dat de innovatie stilvalt en dat – ondermeer ook ten gevolge van de forfaitarisering van het geneesmiddelenbeleid in ziekenhuizen, door DEMOTTE aangekondigd tegen 01.07.2005 – de patiënten geen terugbetaling meer zullen kunnen krijgen voor de farmaceutische zorg die ze nodig hebben[100].

Met een omzendbrief van 13.08.2004[101] bracht minister DEMOTTE de artsen op de hoogte dat vanaf 01.08.2004 alle statines in hoofdstuk II van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten werden ingeschreven. Dat betekent dat zij onderhevig zijn aan een “a posteriori” controle waarbij de inspectie in de individuele dossiers mag inkijken of de patiënt wel voldeed aan de vereiste terugbetalingscriteria. Een controle a posteriori kan, indien artsen die na het verkrijgen van hun feedback vanwege het RIZIV blijven afwijken van het verwachte voorschrijfprofiel, aanleiding geven tot een onder monitoring zetten van de ganse praktijk van de arts. De minister wees er de artsen ook op dat voor de statines, waarvoor de bedrijven een belangrijke prijsdaling aanvaardden, de mogelijkheid werd geboden om ze te laten vergoeden via hoofdstuk I.


VIII.3. Het maag-darm incident
 

Dat circusdirecteur DEMOTTE soms de touwtjes niet in handen heeft leerde het incident met Prepulsid®[102] van Janssen-Cilag. Op sinterklaasdag 2004 deelt de fabrikant via zijn website mee dat Prepulsid? alleen nog mag voorgeschreven worden door pediaters, gastro-enterologen en endocrinologen werkzaam in een universitair ziekenhuis of in ziekenhuizen die over universitaire bedden beschikken. De terechte verontwaardiging bij o.m. de gastro-enterologen was groot.

Enig zoekwerk leerde dat eigenlijk “niemand” van iets wist. De verantwoordelijke op het kabinet Sociale Zaken, Prof. Johan KIPS was helemaal niet op de hoogte van het Prepulsid® dossier. Farma.be (het vroegere AVGI) wist evenmin van iets.
Ook de vertegenwoordigers van de BVAS in de CTG (Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen) bij het RIZIV waren niet geïnformeerd. Bij onderzoek bleek dat dit Prepulsid® dossier daar niet behandeld werd. Wijzigingen in terugbetalingsvoorwaarden dienen daar nochtans in principe te worden besproken. Met andere woorden, “deskundigen” op de FOD Volksgezondheid hebben het K.B. van 05.11.2002[103] dat de al restrictieve terugbetaling van Prepulsid had geregeld, zonder enig overleg nog stringenter gemaakt en op een zeer discriminerende manier gewijzigd.

De opmerking dat dit dossier ook een communautair tintje had, leverde mij een geïrriteerd telefoontje vanuit het kabinet op. In Wallonië en Brussel zijn vele ziekenhuizen verbonden met ofwel de ULB of UCL. Vermits die ziekenhuizen ook (enkele tot vele) universitaire ziekenhuisbedden kregen toegewezen, stelde het Prepulsid® dossier minder problemen in het Franstalig landsgedeelte dan in Vlaanderen. In Vlaanderen mocht Prepulsid® nog maar in 12 ziekenhuizen worden voorgeschreven, in Franstalig België in 20 (6 in Brussel en 14 in Wallonië).

Via de media slaagden VBS en BVAS er samen in dat een spoedvergadering dd. 16.12.2004 op het kabinet DEMOTTE de regeling even snel weer ongedaan maakte dan dat ze was ingevoerd[104]. Het reeds naar de Koning ter ondertekening verzonden besluit (waar niemand iets van wist !) werd teruggetrokken. De vaststelling dat er ook in dit dossier een communautair verschil was, veroorzaakte op het kabinet DEMOTTE meer commotie dan het feit dat duizenden patiënten plots naar universitaire ziekenhuizen of ziekenhuizen met universitaire bedden zouden moeten gaan schooien om hun Prepulsid® voorschrift.


VIII.4. Wissel in de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen
 

Ondertussen werd via een onopvallend artikeltje in de jongste “vuilbakkenwet”[105] de voorzitter van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, Prof. Alain DUPONT (VUB), zonder enig overleg uit zijn functie ontheven. Het artikel stelt immers dat vanaf 01.01.2005 de minister zelf een voorzitter zal aanduiden voor een hernieuwbare periode van 6 jaar. Vermits de expert voltijds ter beschikking wordt gesteld van het RIZIV, kan dit niet meer gecombineerd worden met een andere academische functie. De vereiste competentie van deze expert en zijn statuut moeten nog vastgelegd worden door de Koning, lees de bevoegde minister, vandaag Rudy DEMOTTE.

Verwacht DEMOTTE dat het einde van de Regering inderdaad nabij is? In de wandelgangen worden namen van zijn kabinetsmedewerkers genoemd die alle reeds openstaande of nieuw gecreëerde of nog via de volmachtenwet te creëren posten zouden invullen. Hopelijk voor de betrokkenen vergeten de politieke bazen niemand. In de politiek kan immers alles, zoals het in 1988 Jean-Luc DEHAENE overkwam die eerst als informateur, dan als formateur, een onmogelijk geachte regeringsvorming tot een goed eind bracht, maar plots zonder ministerportefeuille stond. Men was hem gewoon vergeten. Na heel wat stoelendansen werd hem uitendelijk het ministerie van Verkeerswezen toebedeeld[106].

Het Prepulsid? verhaal en de genomen en nog op stapel staande wetswijzigingen doen ons het ergste vrezen voor de patiënt. Eerstdaags zullen we nog een louter door politici (en hun mutualiteiten) gestuurd model van geneesmiddelenbeleid kennen dat louter economisch georiënteerd is via een globaal gesloten enveloppensysteem én een gesloten enveloppensysteem binnen elke verzorgingsinstelling, met openbare aanbestedingen en met door de Koning – dus door de in functie zijnde minister – benoemde experten in adviescommissies die de mensen uit het beroep en de academici met een torenhoge vooringenomenheid als onbetrouwbaar en incompetent kunnen voorbijgaan en marginaliseren.


[87] “Wapenstilstand stopt dertienjarige oorlog beleid-farma-industrie”. De Standaard. 21.01.2004.

[88] “Wat is de handtekening van een minister waard?”. Artsenkrant. N° 1580. 23.03.2004.

[89] Algemene Pharmaceutische Bond, Archimedesstraat 11, 1000 Brussel.

[90] Office des Pharmacies Coopératives de Belgique – Vereniging van Coöperatieve apotheken van België, Lenniksebaan 900, 1070 Brussel.

[91] “Apotheker promoveert tot geneeskundige”. Artsenkrant. N° 1580. 23.03.2004.

[92] “Farmaceutische zorg vormt wissel op de toekomst”. Bank J. Van Breda & Co. In de praktijk. Maart 2004.

[93] “Médecins et pharmaciens se déchirent”. La Libre Belgique. 04.06.2004.

[94] “Artsen dreigen ermee zelf medicijnen te verkopen”. De Morgen. 07.06.2004.

[95] “Zijn geneesmiddelenverdelende huisartsen kostenbesparend ?”. De Huisarts. N° 696. 23.06.2004.

[96] Karim IBOURKI, woordvoerder van minister DEMOTTE, in “Apothekers halen bakzeil”. Artsenkrant. N° 16000. 11.06.2004.

[97] “Standpunt van het Verbond van Belgische Geneesheren-Specialisten betreffende de generische geneesmiddelen, het substitutierecht, het voorschrift op stofnaam en het bedelen van medische monsters”. De Geneesheer-Specialist. N° 4, pagina 1. April 2004.

[98] “Bio-equivalentie”. Prof. Roger K. VERBEECK. Ecole de pharmacie, UCL-Bruxelles. Gepubliceerd in “De Geneesheer-Specialist”. N° 2. Feburari 2004.

[99] “Le GBS opposé au droit de substitution”. Journal du Médecin. N° 1589. 27.04.2004.

[100] “KIWI-model draait mensen rad voor ogen”. Dr. M. MOENS in Artsenkrant. N° 1636. 03.12.2004.

[101] “Omzendbrief aan de artsen” met kenmerk RD/JK/04/07 dd. 13.08.2004.

[102] Prepulsidâ mag slechts restrictief worden voorgeschreven wegens mogelijke nevenwerkingen op het hart (verlenging QT-interval).

[103] Koninklijk Besluit van 5 november 2002 tot bepaling van de voorwaarden inzake het voorschrijven en afleveren van geneesmiddelen die cisapride bevatten. B.S. 22.11.2002

[104] “Medicijn moeilijker te vinden, dan makkelijker, dan gratis, dan weg”. De Standaard. 17.12.2004.

[105] Artikel 61 van de Programmawet van 27 december 2004. B.S. 31.12.2004, Ed. 2.

[106] “Jean-Luc DEHAENE mét commentaar”. Pagina 169. Hugo DE RIDDER. 1996. Uitgeverij Lannoo.


 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp