|
1. Strubbelingen
onder alle partijen
2. Geen
Turks, maar Nieuw-Zeelands fruit
3. Het
maag-darm incident
4. Wissel in
de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen
VIII.1. Strubbelingen onder alle partijen
Het geneesmiddelenbeleid haalde in 2004 bijna dagelijks de media. Samen
met de geneesheren-specialisten, en in minder mate de huisartsen, werd
de farmaceutische sector keer op keer door het slijk gehaald. Op
20.01.2004 sloot de farma-industrie een akkoord af met minister DEMOTTE
. Er werd ondermeer afgesproken dat er tegen 2007 een realistisch budget
zou worden vastgelegd. Maar drie maand later, ter gelegenheid van de
“Sociale Top” in Raversijde van Paars I, valt het akkoord met de
farma-sector aan diggelen. Prof. Leo NEELS, algemeen directeur van
pharma.be spreekt van woordbreuk door de minister en gebruikt krasse
taal : “De minister (DEMOTTE) kijkt op de farma-industrie en de arts
neer als op een pooier”.
De regeringstop van Raversijde van 20 en 21 maart 2004 en het akkoord
dat werd afgesloten tussen DEMOTTE en de apothekers van APB en Ophaco
leidde tot een bijna oorlog tussen de (huis-)artsen en de apothekers.
De apothekers willen een forfaitair honorarium invoeren voor hun
intellectuele functie, met name het raad geven over geneesmiddelen aan
hun klanten. Een apotheker in een infoblad van een bank verwoordt het
als volgt : “De apotheker geeft de patiënt een aantal raadgevingen mee.
Doorgaans kleine weetjes, zoals de vraag of het geneesmiddel samengaat
met alcohol, of de patiënt met de auto mag rijden enz …. In
afzonderlijke consultatiehoeken kan de patiënt meer vertrouwelijke
informatie krijgen over bijvoorbeeld incontinentiemateriaal,
bloeddrukmeting, enz…”.
Toen de APB eind mei 2004 ook de verdeling van de gratis monsters wou
verminderen en de distributie ervan mits betaling wou overnemen van de
artsen, kwam het tot een open breuk. Met een perscommuniqué van
28.05.2004 eiste de BVAS opnieuw een geneesmiddelendepot op voor de
artsen en haalde het een plan uit de schuif dat in 2000 werd uitgewerkt
om geneesmiddelen via de Post en een groothandelaar met behulp van een
elektronisch ordersysteem rechtstreeks aan de patiënt te laten leveren.
Dergelijke systemen worden al gebruikt in Europa en in Nederland bestaat
een voorstel om dit op grote schaal in te voeren.
Op 14.06.2004 riep minister DEMOTTE de kampende partijen bij zich. Hij
zit de vergadering zelf voor, wat – in tegenstelling met zijn voorganger
VANDENBROUCKE – zeldzaam is. Bijna steeds laat hij de karweien door zijn
medewerkers opknappen en blijft hij op de achtergrond of moeten we het
zich verstoppen noemen ? Voor de media verschijnt hij als de minzaamheid
zelve des te liever.
De APB moest bakzeil halen met hun voorstel over de gratis monsters. “De
hevige reactie van de BVAS is voor ons een duidelijk signaal dat het
voorstel niet op een consensus kan rekenen. Dus wordt het afgevoerd ”.
Ook het VBS had fel geprotesteerd tegen de démarches van de apothekers.
Het VBS heeft zijn standpunt over de generieken en substitutie in april
2004 publiek gemaakt, nadat ondermeer het Bestuur tijdens zijn
vergadering van 18.12.2003 een uiteenzetting over bio-equivalentie had
gekregen van Prof. Dr. Roger VERBEECK van de UCL dienaangaande. Het VBS
stelde hierbij duidelijke voorwaarden, maar is wel bereid om – waar
mogelijk en verantwoord – meer generieken voor te schrijven. De
samenwerking met de huisarts en overleg met de ziekenhuisapotheker zijn
hierbij belangrijk. De ziekenhuisspecialist initieert heel dikwijls een
behandeling, vertrekkend van het bestaand ziekenhuisformularium, die dan
wordt geacht te worden overgenomen door de huisarts die de patiënt
verder opvolgt.
Het medico-farmaceutisch overleg (door de apotheker liever
farmaco-therapeutisch overleg genoemd wat voor de artsen onaanvaardbaar
is) dat in het akkoord tussen de apothekers en minister DEMOTTE staat
ingeschreven en waarvoor een bedrag van 3 miljoen EURO bij het RIZIV
werd voorzien, belangt dus niet alleen de huisartsen, maar ook de
specialisten aan.
VIII.2. Geen Turks, maar Nieuw-Zeelands fruit
Aan de mediashow in 2004 omtrent de cholesteroloorlog kunnen we moeilijk
voorbijgaan. Elke Belg hoort nu te weten dat een kiwi een klein
vleugelloos vogeltje is dat het in Nieuw-Zeeland tot nationaal symbool
heeft geschopt en dat de Chinese kruisbes met hoge concentratie vitamine
C en met zowaar het cholesterolverlagende pectine, die Nieuw-Zeeland
wereldwijd exporteert, evenmin kan vliegen.
Na het debat in het Parlement over het geneesmiddelenbeleid van dinsdag
25.01.2005, blijven een aantal parlementariërs er van overtuigd dat
voorgaande vaststellingen toch best eens ter plekke bij onze
tegenvoeters zouden worden geverifieerd. Een soort rogatoire commissie,
liefst bestaande uit tegen- (artsen, farma-industrie) en voorstanders
(Vlaamse politici van de Partij van de Arbeid over SP-A, CD&V tot en met
de VLD) om beschuldigde KIWI ter plekke te gaan onderhoren op kosten van
de Belgische staat.
Het uitvoerend comité van het VBS heeft herhaaldelijk zijn bezorgdheid
geuit over het gebruik van dergelijk systeem van openbare aanbesteding
van geneesmiddelen. Een belangrijk argument blijft dat de innovatie
stilvalt en dat – ondermeer ook ten gevolge van de forfaitarisering van
het geneesmiddelenbeleid in ziekenhuizen, door DEMOTTE aangekondigd
tegen 01.07.2005 – de patiënten geen terugbetaling meer zullen kunnen
krijgen voor de farmaceutische zorg die ze nodig hebben.
Met een omzendbrief van 13.08.2004 bracht minister DEMOTTE de artsen op
de hoogte dat vanaf 01.08.2004 alle statines in hoofdstuk II van de
vergoedbare farmaceutische specialiteiten werden ingeschreven. Dat
betekent dat zij onderhevig zijn aan een “a posteriori” controle waarbij
de inspectie in de individuele dossiers mag inkijken of de patiënt wel
voldeed aan de vereiste terugbetalingscriteria. Een controle a
posteriori kan, indien artsen die na het verkrijgen van hun feedback
vanwege het RIZIV blijven afwijken van het verwachte voorschrijfprofiel,
aanleiding geven tot een onder monitoring zetten van de ganse praktijk
van de arts. De minister wees er de artsen ook op dat voor de statines,
waarvoor de bedrijven een belangrijke prijsdaling aanvaardden, de
mogelijkheid werd geboden om ze te laten vergoeden via hoofdstuk I.
VIII.3. Het maag-darm incident
Dat circusdirecteur DEMOTTE soms de touwtjes niet in handen heeft leerde
het incident met Prepulsid® van Janssen-Cilag. Op sinterklaasdag 2004
deelt de fabrikant via zijn website mee dat Prepulsid? alleen nog mag
voorgeschreven worden door pediaters, gastro-enterologen en
endocrinologen werkzaam in een universitair ziekenhuis of in
ziekenhuizen die over universitaire bedden beschikken. De terechte
verontwaardiging bij o.m. de gastro-enterologen was groot.
Enig zoekwerk leerde dat eigenlijk “niemand” van iets wist. De
verantwoordelijke op het kabinet Sociale Zaken, Prof. Johan KIPS was
helemaal niet op de hoogte van het Prepulsid® dossier. Farma.be (het
vroegere AVGI) wist evenmin van iets.
Ook de vertegenwoordigers van de BVAS in de CTG (Commissie
Tegemoetkoming Geneesmiddelen) bij het RIZIV waren niet geïnformeerd.
Bij onderzoek bleek dat dit Prepulsid® dossier daar niet behandeld werd.
Wijzigingen in terugbetalingsvoorwaarden dienen daar nochtans in
principe te worden besproken. Met andere woorden, “deskundigen” op de
FOD Volksgezondheid hebben het K.B. van 05.11.2002 dat de al
restrictieve terugbetaling van Prepulsid had geregeld, zonder enig
overleg nog stringenter gemaakt en op een zeer discriminerende manier
gewijzigd.
De opmerking dat dit dossier ook een communautair tintje had, leverde
mij een geïrriteerd telefoontje vanuit het kabinet op. In Wallonië en
Brussel zijn vele ziekenhuizen verbonden met ofwel de ULB of UCL.
Vermits die ziekenhuizen ook (enkele tot vele) universitaire
ziekenhuisbedden kregen toegewezen, stelde het Prepulsid® dossier minder
problemen in het Franstalig landsgedeelte dan in Vlaanderen. In
Vlaanderen mocht Prepulsid® nog maar in 12 ziekenhuizen worden
voorgeschreven, in Franstalig België in 20 (6 in Brussel en 14 in
Wallonië).
Via de media slaagden VBS en BVAS er samen in dat een spoedvergadering
dd. 16.12.2004 op het kabinet DEMOTTE de regeling even snel weer
ongedaan maakte dan dat ze was ingevoerd. Het reeds naar de Koning ter
ondertekening verzonden besluit (waar niemand iets van wist !) werd
teruggetrokken. De vaststelling dat er ook in dit dossier een
communautair verschil was, veroorzaakte op het kabinet DEMOTTE meer
commotie dan het feit dat duizenden patiënten plots naar universitaire
ziekenhuizen of ziekenhuizen met universitaire bedden zouden moeten gaan
schooien om hun Prepulsid® voorschrift.
VIII.4. Wissel in de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen
Ondertussen werd via een onopvallend artikeltje in de jongste
“vuilbakkenwet” de voorzitter van de Commissie Tegemoetkoming
Geneesmiddelen, Prof. Alain DUPONT (VUB), zonder enig overleg uit zijn
functie ontheven. Het artikel stelt immers dat vanaf 01.01.2005 de
minister zelf een voorzitter zal aanduiden voor een hernieuwbare periode
van 6 jaar. Vermits de expert voltijds ter beschikking wordt gesteld van
het RIZIV, kan dit niet meer gecombineerd worden met een andere
academische functie. De vereiste competentie van deze expert en zijn
statuut moeten nog vastgelegd worden door de Koning, lees de bevoegde
minister, vandaag Rudy DEMOTTE.
Verwacht DEMOTTE dat het einde van de Regering inderdaad nabij is? In de
wandelgangen worden namen van zijn kabinetsmedewerkers genoemd die alle
reeds openstaande of nieuw gecreëerde of nog via de volmachtenwet te
creëren posten zouden invullen. Hopelijk voor de betrokkenen vergeten de
politieke bazen niemand. In de politiek kan immers alles, zoals het in
1988 Jean-Luc DEHAENE overkwam die eerst als informateur, dan als
formateur, een onmogelijk geachte regeringsvorming tot een goed eind
bracht, maar plots zonder ministerportefeuille stond. Men was hem gewoon
vergeten. Na heel wat stoelendansen werd hem uitendelijk het ministerie
van Verkeerswezen toebedeeld.
Het Prepulsid? verhaal en de genomen en nog op stapel staande
wetswijzigingen doen ons het ergste vrezen voor de patiënt. Eerstdaags
zullen we nog een louter door politici (en hun mutualiteiten) gestuurd
model van geneesmiddelenbeleid kennen dat louter economisch georiënteerd
is via een globaal gesloten enveloppensysteem én een gesloten
enveloppensysteem binnen elke verzorgingsinstelling, met openbare
aanbestedingen en met door de Koning – dus door de in functie zijnde
minister – benoemde experten in adviescommissies die de mensen uit het
beroep en de academici met een torenhoge vooringenomenheid als
onbetrouwbaar en incompetent kunnen voorbijgaan en marginaliseren.
|