Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
V.B.S. jaarverslag 2004 - 05.02.2005 Vorige Inhoud Volgende
 

VI. Juridische procedures

 
  1. Vorderingen door het VBS ingeleid in 2004 of waarvoor het VBS haar financiële steun heeft toegekend

    1. Het Decreet Vlaamse gemeenschap van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders

    2. Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 mei 2004 tot vaststelling van de lijst van bijkomende masters in de gezondheidssector

    3. Besluit van 19 mei 2004 van de Regering van de Franse Gemeenschap dat de samenstelling en de organisatie vastlegt van de examencommissie die de attesten van toelating tot de bijzondere beroepstitels van de medische wetenschappen en de tandheelkunde uitreikt

    4. Wet van 22 juni 2004 tot wijziging van artikel 140 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

  2. Uitspraken

    1. Schrapping van de psychotherapieën voor de geneesheer-specialist in de neuro-psychiatrie

    2. Vordering tot nietigverklaring van de benoeming van twee opticiens binnen het Verzekeringscomité van het RIZIV

    3. Uitspraak door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in de zaak van de Beroepsvereniging der Belgische dermato-venerologen versus VBS

    4. Raad van State – arrest nr. 136.962 van 3 november 2004


VI.1. Vorderingen door het VBS ingeleid in 2004 of waarvoor het VBS haar financiële steun heeft toegekend.

 


VI.1.1. Het Decreet Vlaamse gemeenschap van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders[63].
 

Het Decreet van de Vlaamse gemeenschap tart alle verbeelding. Het is onaanvaardbaar en betekent een ware kaakslag voor de specialistische geneeskunde. De +/- 4.200 extramuraal werkende geneesheren specialisten in Vlaanderen worden met één pennentrek uit de eerste lijnszorg gebannen. Het decreet voert binnen het beperkte kader van de thuiszorg een strakke echelonnering in. Het is immers de eerste lijn die bepaalt wanneer eventueel een geneesheer specialist zal geraadpleegd worden. (cfr punt II.1)

Het bestuurscomité besliste op 16 september 2004 om een vordering tot nietigverklaring van het Decreet bij het Arbitragehof in te leiden. Deze vordering werd samen met de BVAS ingeleid. Hoogst ongebruikelijk maar waar : de federale Overheid, met name de ministerraad vertegenwoordigd door de eerste Minister, sloot zich op 06.01.2005 aan bij het verzoekschrift van het VBS en de BVAS. De Ministerraad ontwikkelde nog twee bijkomende argumenten[64].


VI.1.2. Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 mei 2004 tot vaststelling van de lijst van bijkomende masters in de gezondheidssector[65].
 

Het besluit van 19 mei 2004 bepaalt in artikel 2 dat de Franstalige universitaire instellingen de bevoegdheidsgetuigschriften uitreiken wanneer artsen slagen voor de opleidingen die zijn opgenomen in de lijst van bijkomende masters in de gezondheidssector. Ingevolge dit besluit van de Franse Gemeenschap wordt de opleiding tot geneesheer-specialist de facto volledig geacademiseerd en worden de Franstalige erkenningscommissies buiten spel gezet. Voor de beroepsverenigingen creëert dit besluit een onaanvaardbare situatie.

Op 12 juli 2004 heeft het uitvoerend bestuur, gezien de hoogdringendheid, unaniem beslist om een vordering tot nietigverklaring van hoger vermeld besluit in te leiden voor de Raad van State. Gezien de vakantieperiode was het immers onmogelijk om binnen de wettelijke termijn een bestuurscomité bij een te roepen om de vordering in te leiden.

Tijdens haar vergadering van 16 september 2004 heeft het bestuurscomité de beslissing van het uitvoerend bestuur met unanimiteit van de stemgerechtigde leden bevestigd.

In het licht van punt VI.2.1. dient er gewezen te worden op een eigenaardigheid in dit besluit. Het besluit van de Regering van Franse Gemeenschap voorziet immers in een bijkomende master in de neuropsychiatrie terwijl de federale overheid, daarin gesteund door de Raad van State in het kader van bijvoorbeeld de nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen, met allerlei middelen probeert de geneesheren specialisten in de neuro-psychiatrie monddood te maken.


VI.1.3. Besluit van 19 mei 2004 van de Regering van de Franse Gemeenschap dat de samenstelling en de organisatie vastlegt van de examencommissie die de attesten van toelating tot de bijzondere beroepstitels van de medische wetenschappen en de tandheelkunde uitreikt[66].
 

In de mate dat dit besluit een uitvoeringsmaatregel inhoudt van het besluit behandeld onder punt VI.1.2. werd door het bestuurscomité beslist met eenparigheid van de stemgerechtigde leden om een vordering tot nietigverklaring in te leiden bij de Raad van State tegen het hierboven vermelde besluit.


VI.1.4. Wet van 22 juni 2004 tot wijziging van artikel 140 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994[67]
 

In het kader van de programmawet van 21 december 2002[68] werd de individuele responsabilisering van de geneesheren in de G.V.U.- wet ingelast en werd de procedure aangaande de geneeskundige controle grondig gewijzigd. In de loop van het jaar 2003 werden de eerste dossiers tegen geneesheren geopend en geïnstrueerd. Naar aanleiding van de eerste stemming tijdens de vergadering van 19 december 2003 binnen het Comité over een afgehandeld dossier is men op een struikelblok gevallen en is de procedure voor het Comité in een patstelling terecht gekomen. Dr. D. DEVOS, de vertegenwoordiger van het Verbond van Verzorgingsinstellingen (VVI) binnen het Comité, heeft er de voorzitter van het comité op attent gemaakt dat in de wet uitdrukkelijk geschreven staat dat alle zorgverstrekkers elk 1 stem hebben (in het totaal dus 8 stemmen) en de groep van de mutualiteiten in zijn geheel slechts beschikt over 1 stem. Tot op het ogenblik van de stemming had niemand dit opgemerkt. De voorzitter heeft na beraad met een aantal topmensen van het RIZIV ter zitting beslist om de vergadering sine die te verdagen. Alle dossiers werden voorlopig geklasseerd. In het kader van de wet van 22 juni 2004 wordt deze “fout” rechtgezet. De wetswijziging voorziet in een terugwerkende kracht tot 15 februari 2003, datum van invoege treding van de wet van 21 december 2002.

Volgens het VBS worden de meest elementaire rechten van verdediging van de geneesheren in het kader van de procedure voor het comité met de voeten getreden. Derhalve heeft het bestuurscomité van 18 oktober 2004 beslist om een vordering in te leiden tot nietigverklaring bij het Arbitragehof.

In het verlengde van deze beslissing werd door het bestuurscomité van 13 januari 2005 beslist om ook een vordering in te dienen tegen artikel 21 van de wet van 27 december 2004 houdende diverse bepalingen[69] waarbij nogmaals het artikel 140 van de G.V.U. wet wordt gewijzigd.


VI.2. Uitspraken
 


VI.2.1. Schrapping van de psychotherapieën voor de geneesheer-specialist in de neuro-psychiatrie
 

Op 12 en 31 december 2003 verschenen in het Belgisch Staatsblad twee koninklijke besluiten van respectievelijk 30 november 2003[70] en 15 december 2003[71] waarbij met ingang van 1 januari 2005 enerzijds de psychotherapieën en anderzijds het honorarium van het interne liaisonconsult worden voorbehouden aan de geneesheren-specialisten in de psychiatrie. De geneesheren-specialisten in de neuro-psychiatrie vielen uit de boot.

Er werd een juridisch advies ingewonnen bij Meester W. GONTHIER omtrent de slaagkansen van een eventuele vordering tot nietigverklaring bij de Raad van State. Er werd geoordeeld dat er een ernstig argument te putten viel uit de schending van art. 10 van de Grondwet (gelijkheidsbeginsel). De erkenning als neuro-psychiater stelt in zijnen hoofde een bekwaamheid voorop zowel in de psychiatrie als in de neurologie. De psychotherapieën behoren dus ontegensprekelijk tot de bevoegdheid van de neuro-psychiater. Door de terugbetaling voor te behouden aan de psychiaters, zonder dat objectieve criteria worden ingeroepen, wordt afbreuk gedaan aan het gelijkheidsprincipe.

Door de Beroepsvereniging van Neurologen en Psychiaters werd zowel een vordering tot nietigverklaring als een vordering tot schorsing tegen hogervermelde besluiten ingeleid. Voor de geneesheren specialisten in de neuro-psychatrie was het immers heel belangrijk om zo vlug mogelijk klaarheid te krijgen in dit dossier.

Het verslag van de auditeur van de Raad van State was vernietigend voor de geneesheren specialisten in de neuro-psychiatrie. De auditeur stelt dat strikt juridisch gezien betrokken KB’s de neuropsychiaters als dusdanig niet verbiedt om psychotherapieën uit te voeren. Deze prestaties zullen enkel niet langer terugbetaald worden door de ziekteverzekering. De auditeur stelt bovendien dat deze regeling niet echt onverwacht is. Enerzijds treedt de maatregel slechts in werking op 1 januari 2005 wat in principe de geneesheren ruimschoots de tijd laat om te opteren voor een erkenning in de psychiatrie. Anderzijds is deze maatregel het logische gevolg van de wetenschappelijke en medische evoluties waarbij er steeds meer een onderscheid gemaakt wordt tussen de specialismen van neurologie en psychiatrie. Sedert het ministerieel besluit van 29 juli 1987 is men in principe of neuroloog of psychiater. In de overgangsregeling werden de reeds afgestudeerde specialisten in de neuropsychiatrie uitgenodigd om een keuze te maken tussen deze twee disciplines. Enkel bij wijze van overgangsmaatregel konden de reeds erkende neuropsychiaters hun erkenning blijven behouden. De neuropsychiaters die nalaten om te opteren voor één van deze specialismen zijn dus zelf verantwoordelijk zijn voor een eventueel financieel nadeel in hun hoofde.

In zijn arrest van 17 juni 2004[72] treedt de Raad van State de auditeur bij. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Het bestuurscomité van de Beroepsvereniging van neurologen en psychiaters heeft tijdens haar vergadering van 27 oktober 2004 beslist om de procedure ten gronde niet verder te zetten.

Zoals blijkt uit de cijfers van de Accrediteringsstuurgroep bij het RIZIV (cfr. punt III.5) hebben 331 Vlaamse en 442 Franstalige neuro-psychiaters hun erkenning in de psychiatrie aangevraagd en bekomen.


VI.2.2. Vordering tot nietigverklaring van de benoeming van twee opticiens binnen het Verzekeringscomité van het RIZIV
 

De Beroepsvereniging van Belgische Oftalmologen (BBO) heeft samen met de Beroepsvereniging van de Orthoptisten een vordering tot schorsing en tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State tegen de benoeming van twee opticiens in het kader van het Verzekeringscomité van het RIZIV[73].

Het beroep van orthoptist is voorlopig het enige erkende paramedische beroep met betrekking tot het oog. De opticiens hebben steeds met klem geweigerd om als paramedisch beroep beschouwd te worden. Zolang geen specifiek paramedisch beroep erkend werd konden de opticiens op basis van de overgangsbepalingen zetelen in het Verzekeringscomité. Dit is niet langer het geval.

De Raad van State heeft op 09.06.2004[74] het verzoek van de BBO tot schorsing van hogervermelde benoemingen verworpen. De kans om voor de Raad van State de vernietiging van deze benoemingen te verkrijgen werd hierdoor zeer klein. Daarom adviseerde meester E. THIRY de BBO om niet verder te procederen in deze zaak.


VI.2.3. Uitspraak door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in de zaak van de Beroepsvereniging der Belgische dermato-venerologen versus VBS
 

De rechtbank van eerste aanleg te Brussel heeft het geschil tussen de Beroepsvereniging van dermato-venerologen en het VBS beslecht in het voordeel van de dermatologen. Behoudens één stem tegen en één onthouding heeft het bestuurscomité in zijn vergadering van 18 oktober 2004 beslist hoger beroep aan te tekenen tegen deze uitspraak.


VI.2.4. Raad van State – arrest nr 136.962 van 3 november 2004
 

Bij arrest van van 3 november 2004 vernietigt de Raad van State de bepaling waarbij bepaald wordt dat de geneesheren-specialisten in de neurologie, in de inwendige geneeskunde of in de neuropsychaitrie worden geacht de specifieke bekwaamheid te hebben om een Sp-dienst neurologische aandoeningen te leiden. De Raad van State oordeelt dat op geen objectieve manier kan worden gemotiveerd waarom de geneesheer in de inwendige geneeskunde bekwamer zou zijn om op medisch vlak de dienst te organiseren dan een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde. Deze objectieve criteria bestaan wel in hoofde van de geneesheren-specialisten in de neurologie en de neuro-psychiatrie en zijn inherent aan hun opleiding als dusdanig.


[63] Belgisch Staatsblad van 20 april 2004, 3de Ed

[64] Cour d’Arbitrage n° 3107 – Soins santé primaires – Mémoire – M.R. : 8838/04/DG

[65] Belgisch Staatsblad van 7 juli 2004

[66] Belgisch Staatsblad van 27 juli 2004

[67] Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2004

[68] Belgisch Staatsblad  van 31 december 2002

[69] Belgisch Staatsblad van 31 december 2004

[70] K.B. van 30.11.2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (B.S. 12.12.2003)

[71] K.B. van 15.12.2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (B.S. 31.12.2003)

[72] arrest nummer 132.565

[73] Koninklijk Besluit van 5 december 2003 tot benoeming van de voorzitter , de ondervoorzitters, en leden van het Comité van verzekering voor geneeskundige verzorging ij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Belgisch Staatsblad van 15.01.2004

[74] arrest N° 132.601


 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp