Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
V.B.S. jaarverslag 2004 - 05.02.2005 Vorige Inhoud Volgende
 

III. Het akkoord artsen-ziekenfondsen 2004-2005 van 15.12.2003

 

1. Akkoord aanvaard ondanks SVH-huisartsenprotest
2. Van 2004 naar 2005
3. Budgettaire gymnastiek
4. Het vastleggen van de begrotingsdoelstelling 2005
5. Accreditering


III.1. Akkoord aanvaard ondanks SVH-huisartsenprotest
 

Het akkoord artsen-ziekenfondsen, moeizaam afgesloten in de nacht van 15-16.12.2003 voor de jaren 2004 en 2005, werd in het Belgisch Staatsblad van 21.01.2004 gepubliceerd. Vermits de artsen 30 dagen de tijd hebben om zich te deconventioneren, konden we op de dag van onze vorige algemene statutaire vergadering nog niet meedelen of het akkoord aanvaard was of niet. We wisten dat alleen het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen (SVH) (met één zetel in de Medico-Mut) geweigerd had van toe te treden.
De nationale commissie artsen-ziekenfondsen, die in 2004 7 maal plenair samenkwam en een ganse reeks werkgroepvergaderingen hield, stelde op 1 maart 2004 vast dat het akkoord aanvaard was en dat het totaal aantal weigeringen lichtjes lager lag dan in 2002 (cfr. tabel 2).

VERGELIJKING WEIGERINGEN CONVENTIE 2002-2003

Huisartsen

19.12.2002

15.12.2003

 

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Vlaanderen
Brussel
Wallonië

9.405
2.398
6.110

680
622
1.502

7,23
25,94
24,58

9.454
2.377
6.169

1.172
558
1.133

12,40
23,47
18,37

België

17.913

2.804

15,65

18.000

2.663

15,91

Specialisten

19.12.2002

15.12.2003

 

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Vlaanderen
Brussel
Wallonië

11.627
3.731
7.395

2.238
861
1.340

19,25
23,08
18,12

11.997
3.829
7.520

2.180
821
1.245

18,17
21,44
16,56

België

22.753

4.439

19,51

23.346

4.246

18,19

Alle artsen

19.12.2002

15.12.2003

 

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Totaal

Weigeringen

Weigeringen
%

Vlaanderen
Brussel
Wallonië

21.032
6.129
13.505

2.918
1.483
2.842

13,87
24,20
21,04

21.451
6.206
13.689

3.352
1.379
2.378

15,63
22,22
17,37

België

40.666

7.243

17,81

41.346

7.109

17,19


Bron : RIZIV – stand op 27.02.2004

Tabel 2

Alleen bij de Vlaamse huisartsen nam het weigeringspercentage toe, maar niet in die mate dat er gevaar bestond dat het akkoord zou worden geweigerd. Eén klein arrondissement, Diksmuide, is niet geconventioneerd. Van de 87 er woonachtige artsen weigerden er 37 toe te treden of 42,5 %. Bij de huisartsen 31 op 66 (47 %) en bij de specialisten 6 op 21 (28,6 %).

Tabel 3 geeft per provincie het percentage weigeringen aan sinds het akkoord van 18.12.1990. De enige echte uitschieter is het resultaat van de actie tegen het “Document Moureaux” van 18.12.1992 waarbij 51,5 % van het ganse artsenkorps de honorariumvoorstellen van de toenmalige minister van Sociale Zaken verwierp (63,73 % van de specialisten en 37,80 % van de huisartsen).

Indien het percentage gedeconventioneerden de ontevredenheid met het systeem zou weerspiegelen, dan gaat die in stijgende lijn bij de Vlaamse huisartsen, en blijft ze ongeveer stabiel bij de andere groepen.

% Weigering akkoorden artsen-ziekenfondsen sinds 1990

  2003 2002 2000 1998 1997 1995 1993 1992 1990
HUISARTSEN + SPECIALISTEN
Antwerpen
Vlaams Brabant
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Limburg
17,11
17,17
12,79
16,23
11,82
14,98
15,23
11,93
14,31
10,38
11,62
13,46
6,40
11,68
7,70
12,54
12,85
7,26
12,18
7,91
12,57
12,50
6,92
12,11
7,26
13,00
12,25
7,25
11,84
8,06
15,07
14,61
8,99
15,46
11,79
44,35
41,85
57,72
56,57
48,33
10,38
8,42
4,20
8,07
4,85
Vlaanderen 15,63 13,87 10,78 11,13 10,92 11,05 13,65 49,10 7,75
Brussel 22,22 24,20 24,39 26,73 25,61 26,70 29,19 52,89 21,49
Waals Brabant
Henegouwen
Luik
Luxemburg
Namen
22,19
13,76
20,30
21,63
10,40
23,90
18,48
24,55
25,21
12,76
20,87
13,01
18,91
22,13
11,15
21,76
15,42
21,89
24,50
11,93
20,89
14,57
21,10
25,76
12,36
21,99
15,99
23,32
29,00
13,33
23,26
19,07
27,61
28,66
16,34
58,00
53,93
55,36
51,83
49,90
16,31
10,53
19,52
17,85
12,59
Wallonië 17,37 21,04 16,57 18,68 18,13 19,81 22,78 54,37 15,07
België 17,19 17,81 14,77 16,02 15,60 16,50 19,28 51,50 12,58

  2003 2002 2000 1998 1997 1995 1993 1992 1990
HUISARTSEN
Antwerpen
Vlaams Brabant
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Limburg
15,98
15,97
10,48
10,09
5,56
11,11
10,11
4,85
4,57
2,24
5,34
9,51
3,91
3,84
1,60
7,39
10,21
4,55
4,73
3,38
7,00
9,99
4,52
4,50
2,86
8,53
10,30
5,17
4,92
4,42
9,85
11,96
6,37
7,95
7,19
33,06
25,42
41,53
42,58
27,02
5,61
5,21
2,79
3,42
3,09
Vlaanderen 12,40 7,23 5,19 6,37 6,10 9,14 8,90 34,38 4,25
Brussel 23,47 25,94 25,39 30,49 29,46 32,43 36,39 42,89 19,82
Waals Brabant
Henegouwen
Luik
Luxemburg
Namen
21,70
18,90
18,66
24,77
10,61
25,78
27,24
25,56
28,34
13,91
21,24
17,98
15,47
23,27
9,37
26,61
22,12
19,68
27,86
11,66
25,10
21,92
19,63
30,47
12,28
28,65
24,21
22,56
34,83
13,97
28,93
27,60
25,10
29,92
16,99
43,40
42,97
42,41
35,44
32,12
15,54
11,79
14,46
17,75
12,68
Wallonië 18,37 24,58 16,73 20,74 20,75 23,52 25,56 40,84 13,64
België 15,91 15,65 11,85 14,50 14,29 16,18 18,42 37,80 9,78

  2003 2002 2000 1998 1997 1995 1993 1992 1990
SPECIALISTEN
Antwerpen
Vlaams Brabant
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Limburg
18,07
17,92
14,80
20,99
18,13
18,26
18,51
18,39
22,06
18,83
16,96
16,12
8,80
18,16
14,35
17,07
14,65
9,95
18,51
13,05
17,52
14,31
9,34
18,73
12,24
16,99
13,61
9,35
17,94
12,24
19,98
16,50
11,72
22,72
17,49
55,17
53,82
75,31
70,53
74,97
17,51
12,75
6,36
15,15
7,91
Vlaanderen 18,17 19,25 15,49 15,24 15,15 14,64 18,06 63,12 12,97
Brussel 21,44 23,08 23,73 24,30 23,08 23,11 24,76 59,29 23,28
Waals Brabant
Henegouwen
Luik
Luxemburg
Namen
22,47
9,09
21,58
17,96
10,21
22,80
10,45
23,77
21,58
11,64
20,64
8,30
21,79
20,77
12,56
18,79
9,02
23,80
20,18
12,20
18,26
7,54
22,37
19,75
12,44
17,79
8,15
23,99
20,96
12,68
19,57
10,57
29,84
26,94
15,58
67,45
65,30
67,23
74,34
70,00
17,06
8,83
26,22
18,02
12,45
Wallonië 16,56 18,12 16,44 16,86 15,79 16,48 20,18 67,30 16,95
België 18,19 19,51 17,16 17,29 16,71 16,77 20,03 63,73 16,35

Bron : RIZIV + eigen berekeningen

Tabel 3


III.2. Van 2004 naar 2005
 

In zijn punt 18.2.2.1. voorziet het akkoord dat een individuele arts het akkoord kon opzeggen voor het jaar 2005 indien hij dat deed vóór 01.11.2004. Gezien de besparingsdrift bij de Regering alsmaar toenam omdat de budgettaire vooruitzichten van dag tot dag versomberden, raadde het VBS zijn geconventioneerde leden aan om uit het akkoord te stappen voor het jaar 2005.

Met de “e-specialist” nr. 11 van 22.10.2004 werden de modaliteiten uitgelegd hoe men het akkoord individueel kon opzeggen en hoe men een opzegging ook weer ongedaan kon maken vóór 31.12.2004 indien de op komst zijnde besparingsstorm minder erg zou zijn dan verwacht.

De Medico-Mut vergaderde slechts tweemaal na het zomerreces, op 27.09.2004 en op 29.11.2004. Officiële informatie was er niet om een individuele deconventie op te baseren.
Het eventueel deconventioneren door één van de partijen werd ook niet vergemakkelijkt doordat de vergadering waar eventueel kon worden gediscuteerd over deconventioneren, werd uitgesteld tot 29 november 2004, met andere woorden tot 24 uur vóór de vervaldatum tot dewelke één van de ondertekende partijen het tweede jaar van de conventie kon opzeggen, namelijk tot en met 30 november 2004[34].

Het RIZIV ontving 290 opzeggingen van het akkoord voor het jaar 2005, bovenop de reeds van bij de aanvang gedeconventioneerden. Een tiental van hen trok hun deconventie nadien terug in vóór 31.12.2004.
In het gedeconventioneerd arrondissement Diksmuide kwamen er 3 artsen bijwonen en heeft er één minder geweigerd. Het deconventiepercentage is nu exact 40 % (36 weigeringen op 90 bij het RIZIV ingeschreven artsen) zodat ook daar vanaf 01.01.2005 het akkoord van 15.12.2003 in voege is getreden[35].

De ondoorzichtigheid van de budgettaire vooruitzichten, de talrijke volstrekt tegenstrijdige berichten in de pers ten gevolge van verwarrende mededelingen vanuit het kabinet DEMOTTE maakten de keuze voor de artsensyndicaten om het akkoord al dan niet op te blazen zeer moeilijk. Na wikken en wegen van alle pro’s en contra’s blijken de argumenten tegen de opzegging van het akkoord meest door te wegen. Het akkoord loopt door. Of er voldoende middelen zullen zijn om alle afspraken na te komen – ondermeer een indexering later in het jaar 2005 – zal pas blijken als de gegevens 2004 zullen bekend zijn, m.a.w. na 15.04.2005.


III.3. Budgettaire gymnastiek
 

In 2003 bedroeg de totale begrotingsdoelstelling voor de geneeskundige verzorging 15,342 miljard EURO. De totale uitgaven van 15,384 miljard EURO overschreden de begrotingsdoelstelling slechts met 0,27 % of 0,042 miljard EURO, wat in RIZIV-jargon een peulschil is.

De artsenhonoraria kenden in 2003 een begrotingsdoelstelling van 4,749 miljard EURO. De uitgaven bleven beperkt tot 4,624 miljard EURO, dus 0,126 miljard EURO of 2,65 % beneden de doelstelling.

In deze context is het nuttig om de Belgische uitgaven voor het gezondheidszorgsysteem even te vergelijken met die van andere Westerse landen[36]. In zijn nota vindt de minister dat 9,1 % van het Belgisch Binnenlands Product (BBP) redelijk is.

Percentages voor de totale uitgaven van de gezondheidszorg in percentage van het BBP (in 2002)

LAND

% van BBP

België

9,1

Frankrijk

9,7

Duitsland

10,9

Nederland

9,1

Verenigde Staten

14,6


Bron : OECD, data 2004, 1st edition

Tabel 4

Bij het opmaken van de begroting 2005 begin september 2004 toonden de technische ramingen van het RIZIV-actuariaat aan dat de begrotingsdoelstelling 2004 flink zou overschreden worden. De globale begrotingsdoelstelling 2004 was 16,258 miljard EURO, waarvan 5,013 miljard EURO artsenhonoraria (of 30,83 % van het totaal).

Half september liet minister DEMOTTE zijn kabinetsmedewerkers delegaties van de farmaceutische industrie, de apothekers en de ziekenhuizen ontbieden op het kabinet. Op 19 september 2004, de Brusselse autoloze zondag, om 12 uur mocht een delegatie van de Medico-Mut een broodje gaan eten met o.m. DEMOTTE’S topmedewerkers Raynaud WITMEUR, Ri DE RIDDER en Johan KIPS. Er vielen geen zoete broodjes te bakken: het uitgangspunt was een globaal besparingsplan van +/- 310 miljoen EURO, waarvan 50 miljoen EURO in de sector artsenhonoraria.

Met trein, tram, bus en taxi was een delegatie van de Christelijke, Socialistische en Onafhankelijke Ziekenfondsen ter plaatse geraakt. Voor de representatieve artsenorganisaties waren voor de BVAS ondergetekende, Jacques DE TOEUF en Roland LEMYE aanwezig, en voor het Kartel alleen SVH-Voorzitter Karel VAN DE MEULEBROEKE.

Gezien de zeer grote tijdsdruk dienden ter plekke beslissingen te worden genomen die pas later aan de achterban van elk van de groepen zouden kunnen worden voorgelegd ter discussie en eventuele goedkeuring. Uiteindelijk aanvaardden de delegaties een compromis voor een besparing van 37,5 miljoen EURO met als tegenprestatie vanwege de Regering, via een nog uit te werken wetsvoorstel, ondermeer het blokkeren van de toenemende afhoudingen door de ziekenhuisbeheerders van de medische honoraria, een tussenkomst voor de betaling van de premies voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en een budget voor het ter beschikking zijn van de ziekenhuispediaters via het budget van financiële middelen van het ziekenhuis, etcetera.

Een belangrijk luik betrof de uitvoering van punt 4.3 van het akkoord artsen-ziekenfondsen van 15.12.2003 in verband met het vaststellen van een trendbreuk in het geneesmiddelenvoorschrift tegen 01.10.2004. Dit punt had aanleiding gegeven tot spitse polemieken waarbij het akkoord door sommige tegenstanders, waaronder het S.V.H., als onethisch werd bestempeld[37].

Vermits het RIZIV tegen 01.10.2004 onmogelijk een studie kon maken over een trendbreuk wegens onvoldoende gegevens, dwong de BVAS-delegatie, op voorstel van Dr. Jacques DE TOEUF, een akkoord af om de 10 miljoen EURO die – mits trendbreuk – op 01.10.2004 was voorzien, ook zonder de vaststelling van de trendbreuk toe te kennen. Voor de huisartsen betekende dit vanaf 01.10.2004 een opwaardering van het honorarium voor het huisbezoek met 2,67 EURO tot 28,0 EURO en een verhoging met 0,75 EURO van het honorarium voor het openen van een globaal medisch dossier tot 19 EURO[38].

Voor de specialisten liet dit een opwaardering van de toezichthonoraria toe vanaf 01.10.2004 voor een bedrag van 1,141 miljoen EURO en een opwaardering van de honoraria van reumatologen en geriaters[39]. Dit akkoord laat ook toe dat de 40 miljoen EURO voorzien in 2005 zal worden toegewezen aan de intellectuele verstrekkingen zoals gepland : de consultatie voor de “kleine specialist” en de huisarts naar 19 EURO op 01.04.2005 en naar 20 EURO op 01.12.2005. De huisartsen bekomen op 01.04.2005 ook nog een verhoging voor het Globaal Medisch Dossier tot 20 EURO en hun huisbezoek tot 29 EURO, om op 01.12.2005 de symbolische 20 EURO voor de consultatie en 30 EURO voor het huisbezoek te bereiken.

Maar … enkele weken later lekten cijfers uit die zouden moeten aantonen dat de budgetoverschrijdingen veel groter waren dan voorzien. Er circuleerden cijfers van 600[40] tot zelfs 800 miljoen EURO[41] overschrijding. Met een perscommuniqué van 12.10.2004 probeerde minister DEMOTTE de gemoederen te bedaren en stelde hij dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen[42]. De pers maakt het er de burger-arts niet gemakkelijker op door de RIZIV-uitgaven met zijn van dag tot dag wisselende rode cijfers samen te brengen met een analyse van cijfers van de globale sociale zekerheid die positief oogt[43]. Ondertussen wordt deze cijferdans gelardeerd met de botsingen tussen de regeringen die er niet in slagen het DHL-dossier over de nachtvluchten op Zaventem te regelen, de kritiek van de Vlaamse politieke partijen op de vermeende spilzucht in de Franstalige gezondheidssector[44] en de toenemende spanningen over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.

Op 9 november 2004 om 20.00 uur roept minister DEMOTTE vertegenwoordigers van alle actoren in de gezondheidssector op zijn kabinet samen om hen duidelijk te maken dat de situatie dan toch ernstiger is dan eerst bleek. Uitgaande van de cijfers van het eerste semester 2004 zou de globale RIZIV-begrotingsdoelstelling met 634 miljoen EURO worden overschreden, waarvan 127,5 miljoen EURO bij de artsen en 353,1 miljoen EURO in de farmaceutische verstrekkingen.

De minister doet een reeks besparingsvoorstellen om de sinds september door het RIZIV herwerkte overschrijdingen te neutraliseren. Er moet dus niet 310 maar 634 miljoen EURO worden gevonden. Tabel 5 geeft de volgens het RIZIV belangrijkste overschrijdingen voor het jaar 2004 aan. Daarvan moet een aantal besparingen die al in voege traden in mindering worden gebracht.

Belangrijkste overschrijdingen voor 2004 (in miljoen EURO)

1. Artsenhonoraria
2. Tandartsen
3. Geneesmiddelen
4. Implantaten
5. Bandagisten
6. Ziekenhuizen
7. RVT-ROB-DVC
8. Eindeloopbaan
9. Solidariteitsfonds
10. MAF

127,476
12,968
335,103
14,258
5,578
19,168
54,297
12,095
10,836
58,435

Totaal

650,214

Bron : Nota Demotte dd. 09.11.2004 (Nota C.G.V. N° 2004/287. 10.11.2004)

Tabel 5

De “gasten” kregen tijd tot 23.11.2004 om 08.00 uur om alternatieven voor te stellen. De minister hield geen rekening met het niet beschikbaar zijn van de RIZIV-medewerkers van 11 november, verlofdag wegens de verjaardag van de wapenstilstand van Wereldoorlog I in 1918, tot en met 15 november 2004 (verlofdag voor ambtenaren wegens de Dag van de Dynastie). Tijdens de zes effectieve werkdagen vonden 4 werkgroepvergaderingen plaats.

De BVAS had ondermeer een reeks van 4 argumenten ontwikkeld om aan te tonen dat de RIZIV-cijfers zeer waarschijnlijk fout en overdreven waren.

  • De uitgaven in de klinische biologie en de medische beeldvorming werden sterk overschat. Het RIZIV hield geen rekening met de algebraïsche verschillen, toegepast op de budgetten van 2002 en 2003. Pas op 17 november 2004 werd, na uitzuivering van de algebraïsche verschillen, uiteindelijk vastgesteld dat de budgetverhoging klinische biologie geen 11,2 % bedroeg zoals werd voorgesteld in de originele nota van minister DEMOTTE, maar slechts 5,4 %. De medische beeldvorming steeg niet met 13,6 % maar slechts met 7,3 %[45].
  • Tijdens het jaar 2004 werden 11 % van de prestaties van het jaar 2003 geboekt terwijl in 2003 slechts 9 % van de prestaties van 2002 werden geboekt. Er was dus een verhoogde overdracht van prestaties van het vorige boekjaar.
  • Gemiddeld bedraagt het aantal dagen tussen de verzending van de magneetband en de boeking op het RIZIV 63 dagen. In september 2004 werd vastgesteld dat dit gemiddelde nog slechts 52 dagen bedroeg of een verschil van 11 dagen. Dit betekent een pseudo-meeruitgave van 78 miljoen EURO tengevolge van de acceleratie van de boeking. Het RIZIV verweerde zich met de vaststelling dat oktober 2004 opnieuw een verhoging van het aantal dagen kende en dat het verschil nog slechts 5 dagen bedroeg. Vijf dagen betekenen nog altijd een pseudo-meeruitgave van 35 à 37 miljoen EURO.
  • Bij versnelde facturatie dient men de berekeningssleutel aan te passen wanneer men het eerste semester als basis voor de berekening van een boekjaar neemt. Het verbruik aan zorgen per semester is niet exact 50 % van de jaaruitgaven. Afgeleid uit jarenlange ervaring vermenigvuldigt men de RIZIV-uitgaven van het eerste semester gemiddeld met een factor van 1/0, 4973. Indien men rekening houdt met de versnelde facturatie dient men de factor 1/0,4973 te vervangen door 1/0,512. Indien men deze berekening zou toepassen op het totale bedrag van de artsenhonoraria zou het budget artsenhonoraria 2004 niet eens worden uitgeput.

Op dit ogenblik weet niemand met zekerheid waar de uitgaven zullen uitkomen. De aanhoudende en goed gedocumenteerde kritiek van de BVAS heeft er wel voor gezorgd dat een aantal geplande besparingen werden afgevoerd of gewijzigd.
In zijn nota van 9 november 2004 wou de minister vooral volgende “overschrijdingen” aanpakken.

Door de minister geviseerde sectoren

Overschrijdingen

klinische biologie
speciale verstrekkingen
medische beeldvorming
chirurgie
gynaecologie

15,878
38,883
28,911
40,157
5,120

Totaal

128,949

Bron : Nota C.G.V. N° 2004/287 dd. 10.11.2004

Tabel 6

Voor de chirurgie en de speciale verstrekkingen stelde DEMOTTE een lineaire vermindering van de honoraria voor. Dit kon worden vermeden.Ook de afschaffing van de index die minister van begroting Johan VANDELANOTTE voorstond werd (voorlopig ?) afgewend : “De honoraria van de artsen zijn met tien procent gestegen. Moet daar nog een index bovenop ?”[46].

Op een nieuwe vergadering dd. 23.11.2004 om 08.00 uur deelde DEMOTTE zijn besparingen mee. Hij besteedde veel meer tijd om zijn maatregelen toe te lichten voor de pers dan voor de toehoorders.Tussen de directeur van het VVI, Dr. Carine BOONEN, die op 22.11.2004 een Vlaamse Staten-generaal van de ziekenhuizen had samengeroepen met een eis tot splitsing van de gezondheidszorg (cfr. punt II.3) en minister DEMOTTE kwam het tot een bitsige woordenwisseling. Een reeks besparingen voor de artsen bleef overeind :

  • Een indexbevriezing (bedrag 44,160 miljoen EURO) tot na 15 april waarna het al dan niet toekennen van de index voor de rest van het jaar opnieuw ter sprake zal komen. Een indexbevriezing gedurende een bepaalde periode is beter dan de indexsprong van VANDE LANOTTE die dan voor eeuwig verloren is.
  • De medische beeldvorming moet 20 miljoen EURO besparen. De enveloppe 2005 wordt vastgelegd op 885,570 miljoen EURO wat een verhoging van 2,3 % betekent t.o.v. 2004, maar waarbij de volgens de gebruikelijke actuariële technieken geraamde stijging wordt verminderd met 20 miljoen EURO. Ook de financiering van de pathologie en de betrachting om abstractie te maken van het soort apparaat waarmede de verstrekkingen worden uitgevoerd, zijn voorzien in de besparingsplannen. De minister engageert zich om de uitvoering van de programmatie door de federale Overheid voor zware apparatuur voor medische beeldvorming door de bevoegde gemeenschappen te laten herevalueren.
  • Ook de klinische biologie moet 20 miljoen EURO besparen. De enveloppe voor 2005 wordt vastgelegd op 906,014 miljoen EURO wat een verhoging met 1 % betekent t.o.v. 2004 maar waarbij de volgens het RIZIV actuariaat geraamde technische groei met 20 miljoen EURO wordt verminderd.
  • Van de werkgroep structurele maatregelen of werkgroep 8 van de Medico-Mut, onder leiding van Marc JUSTAERT, voorzitter van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, is het bedrag onbekend. De werkgroep krijgt nog tot 1 maart 2005 om maatregelen uit te werken. Sommigen willen deze maatregelen aanwenden om bijkomende besparingen te creëren. De BVAS wil integendeel een herinvestering van de eventueel gevonden financiële middelen in de eigen sector, met name in nomenclatuurvoorstellen die soms al jarenlang op een financiering wachten.
  • Wat de andere sectoren betreft meldt de nota ook nog een besparing in het hemodialyseforfait, de huisartsenwachtpost en de revalidatie.

Verder heeft de nota het ook nog over een ziekenhuisbeleid dat gebaseerd moet zijn op behoeften, mits identificatie en programmering van het aanbod per zorgregio (“bassin de soins”). DEMOTTE legt de nadruk op het respecteren van de reglementering. Vermits die vooral bij de Gemeenschappen en Gewesten ligt, roept hij deze dan ook op om hun verantwoordelijkheid op te nemen.Vlaamse criticasters vragen zich af of de Franstaligen vb. de buiten-norm PET-scans zullen doen ontmantelen en de aangerekende honoraria zullen terugbetalen.

In de ziekenhuizen wil DEMOTTE vergelijkbare praktijken afdwingen voor dezelfde pathologie. Naast het logge systeem van de referentiebedragen dat Frank VANDENBROUCKE invoerde[47] en dat ten vroegst eind 2006 zijn eerste (besparings-) vruchten kan afwerpen, wil DEMOTTE voor dezelfde APR-DRG’s[48] (en eventueel aan te vullen met andere APR DRG’s) een vaste prijs per behandeling invoeren. De multipartitestructuur betreffende het ziekenhuisbeleid kreeg van de minister de opdracht om voorstellen uit te werken.

De multipartitestructuur moet tegen eind april 2005 ook concrete voorstellen uitwerken om het geneesmiddelenverbruik in de ziekenhuizen volledig te forfaitariseren, inclusief de medicatie die wordt gebruikt in het dagziekenhuis.Vermits het geneesmiddelenbudget het grootste zorgenkind is voor de minister en de Overheid, bedenkt de nota van DEMOTTE het met een ganse reeks maatregelen.

  • In 2004, 25 miljoen EURO (50 miljoen EURO op jaarbasis) besparingen via de uitbreiding en de toepassing van het principe van de referentieterugbetaling.
  • De vraag aan de NCGZ om, ten laatste tegen 30 juni 2005, voorstellen te formuleren met het oog op de verplichting om resultaten te bekomen inzake de kwaliteitsobjectieven die éénieder individueel dient te realiseren. De straf op het niet bereiken van die objectieven is de intrekking van de accreditering.
  • Het voorschrift op stofnaam (VOS).
  • Aanpassing van de terugbetaling van de niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen waarbij rekening zal worden gehouden met hun therapeutische meerwaarde.
  • Modulatie van de terugbetaling van de antibiotica in functie van de aanbevelingen van goede praktijkvoering en van de antidepressiva in functie van de ernst van de depressie.


III.4. Het vastleggen van de begrotingsdoelstelling 2005
 

Op 6 en 13.09.2004 boog het RIZIV-Verzekeringscomité zich over de budgetopmaak voor de geneeskundige verzorging voor het jaar 2005. Indien zou worden ingegaan op alle vragen en voorstellen van de overeenkomsten- en akkoordencommissies (zoals ondermeer de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen) dan zou 18,8 miljard EURO nodig zijn.

De ziekenfondsen vonden dit fors overdreven en op 13.09.2004 dienden zij een voorstel ter waarde van 17,536 miljard EURO in. Daarin was 200 miljoen EURO voorzien voor “nieuwe initiatieven”, verspreid over een ganse reeks subsectoren. De BVAS eiste een minimumbedrag van 17,596 miljard EURO dat dichter bij de op dat moment gekende technische ramingen aansloot, maar die een week later fors onderschat bleken (cfr. punt III.3).

In een tweede stemronde op 13.09.2004 kreeg het mutualiteitvoorstel van 17,536 miljard EURO een nipte meerderheid met 20 stemmen voor (de mutualiteiten) en 17 tegen (de zorgverstrekkers). Vermits dit bedrag lager lag dan de technische ramingen voor het jaar 2005 betekent dit dat elke EURO die men in 2005 aan nieuwe initiatieven wil besteden moet bespaard worden op bestaande verstrekkingen of moet worden gefinancierd met de index.

In zijn vergadering van vrijdagmorgen 24.09.2004 schaafde het Kernkabinet er nog een flink stuk af. Het budget werd beperkt tot 17,290 miljard EURO, verhoogd met 100.000 EURO “exogene middelen” of samen 17,39 miljard EURO. Ondertussen wist het Kabinet stilaan wel dat de technische ramingen voor het jaar 2004 met +/- 310 miljoen EURO waren onderschat. Toen nog enkele weken later bleek dat het tekort in 2004 zelfs +/- 650 miljoen EURO zou zijn wenste de regering niet terug te komen op zijn budgettaire beslissing.

Pro forma werd de Algemene Raad vrijdagnamiddag om 16u30 van dezelfde 24ste september bijeengeroepen om het budget goed te keuren. Minister DEMOTTE had alles al via de media aan het grote publiek meegedeeld. Niemand ligt er blijkbaar nog van wakker dat de G.V.U.-wet hiermee volledig wordt genegeerd, want het is de Algemene Raad van het RIZIV die de globale begrotingsdoelstelling moet vaststellen en sommige onderdelen ervan ter goedkeuring aan de Minister moet voorleggen en niet omgekeerd[49] ! Mits fors aandringen door de voorzitter, Michel JADOT, stemden uiteindelijk ook de mutualiteiten in de Algemene Raad met dit volstrekt onvoldoende budget in.

De ventilatie over de verschillende deelsectoren in het Verzekeringscomité was dus quasi onbegonnen werk. Hoeveel te weinig geeft het Comité aan elk van de sectoren? Op 29.11.2004 werd de verdeling met 20 stemmen voor (mutualiteiten), 7 tegen (alle artsenvertegenwoordigers) en 7 onthoudingen (overige zorgenverstrekkers) goedgekeurd.

Door nog een aantal regeringswijzigingen in verband met de exogene factoren werd het budget dat door de Algemene Raad van 24.09.2004 op 17,39 miljard EURO was vastgelegd uiteindelijk vastgepind op 17,332 miljard EURO. Hiervan is 5,223 miljard EURO bestemd voor de artsenhonoraria of 30,13 % van het globale budget.

Diezelfde avond vergaderde de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen in mineur. Gezien de besparingen werden een ganse reeks dossiers geblokkeerd en zelfs over de toewijzing van de index, die normaliter 1,55 % zou bedragen of 81,7 miljoen EURO, kon niets worden verteld. Die bespreking werd uitgesteld tot na 15 april 2005.

Tabel 7 geeft een overzicht van de jaren 2000 tot 2005. Let wel, de jaren 2000, 2001, 2002 en 2003 betreffen gekende uitgaven[50]; voor het jaar 2004 betreft het de herziene technische ramingen na het eerste semester 2004[51] en voor 2005 betreft het de technische raming 2005 gemaakt na het vastleggen van de globale begrotingsdoelstelling[52].

EVOLUTIE UITGAVEN GENEESHERENHONORARIA 2000-2005 (in miljoen EURO)

2000

2001

2002

2003

2004*

2005**

Klinische biologie
Medische beeldvorming
Raadplegingen,
bezoeken en adviezen
Speciale verstrekkingen
Heelkunde
Gynaecologie
Toezicht
Diverse

736,253
709,334

933,374
830,875
649,734
56,359
175,300
11,103

785,341
741,983

965,575
885,065
691,979
62,107
198,281
13,701

759,876
701,550

1.006,822
865,002
690,909
60,246
200,026
7,045

815,947
749,688

1.113,268
904,523
740,295
63,642
211,902
24,350

912,115*
884,481*

1.215,722
982,776
811,935
70,410
233,755
29,327

906,014
875,570

1.294,601
987,808
817,628
70,826
240,600
29,675

Totaal geneesherenhonoraria

4.102,332

4.344,032

4.291,476

4.623,615

5.140,521*

5.222,722

Totaal uitgaven gezondheidszorg

12.820,059

13.774,374

14.162,558

15.383,682

16.891,858*

17.332,173

% artsenhonoraria

32,00

31,54

30,30

30,06

31,62*

30,13
 


Bron : RIZIV

Tabel 7

* Technische raming na 1 semester en zonder rekening te houden met de algebraïsche verschillen. De begrotingsdoelstelling 2004 voor de geneesherenhonoraria is 5.013,045 miljoen EURO en de globale begrotingsdoelstelling is 16.257,831 miljoen EURO. Het RIZIV verwacht dus een budgetoverschrijding voor 2004 met 127,476 miljoen EURO in het budget artsenhonoraria en 634,027 miljoen EURO in het totale budget.
** Begrotingsdoelstelling vastgelegd door de regering behalve wat de onderdelen raadplegingen-bezoeken- adviezen, speciale verstrekkingen, heelkunde, gynaecologie, toezicht en diverse betreft. Hiervoor zijn geen partiële begrotingsdoelstellingen vastgesteld. Het betreft een eigen technische raming van de uitgaven.


III.5. Accreditering
 

Alhoewel de verwerking van de enquête die de accredteringsstuurgroep eind 2003 rondstuurde aan alle LOK-groepen een zeer gunstig beeld gaf van de perceptie van de accreditering door de artsen op het terrein[53], groeide er ook heel wat kritiek.

De nieuwe – lees geïnformatiseerde – vormen van navorming kwamen nauwelijks van de grond. De mutualiteitsafgevaardigden in de stuurgroep mengden zich zelden in het debat. Tenzij wanneer het om het voorschrijven van geneesmiddelen gaat. Dat blijkt zowel voor de Christelijke als voor de Socialistische Mutualiteiten nog de enige bestaansreden van de accreditering te zijn. De Franstalige secretaris-generaal van de Socialistische Mutualiteiten, Bernard DE BACKER, liet er geen twijfel over bestaan. Hij liet opmerken dat er qua voorschrijfgedrag bij de huisartsen geen significant verschil is tussen wel en niet-geaccrediteerde huisartsen wat betreft de generieken. Hij verengt daarbij de vraag naar de zin van de accreditering tot het voorschrijven van goedkopere geneesmiddelen[54]. De CM zit op hetzelfde spoor. De specialisten worden nauwelijks bij dit debat betrokken.

Het verwondert dan ook niet dat het ontwerp van volmachtenwet op de beheersing van de uitgaven voor de gezondheidszorg voorziet dat de accreditering zal kunnen worden ingetrokken indien niet minstens een bepaald percentage “witte producten” wordt voorgeschreven. Dit ontwerp legt een belangrijke hypotheek op het voortbestaan van de accreditering, die gestoeld is op vrijwilligheid en niet op sancties.

De cijfers van tabel 8 tonen dat er nauwelijks wijzigingen zijn opgetreden t.o.v. de vorige momentopname (01.02.2004) wat betreft de aantallen geaccrediteerden per specialisatie.
We stellen vast dat het aantal erkende specialisten ingeschreven bij het RIZIV van 01.02.2004 naar 01.02.2005 steeg van 19.462 naar 19.872 (+ 2,11 %) en het aantal niet-specialisten ingeschreven bij het RIZIV slechts steeg van 18.279 naar 18.332 (+ 0,29 %). Daarvan zijn er 14.040 erkende huisartsen of een toename met 0,62 % t.o.v. 2004 met 13.953 erkende huisartsen.

Opmerkelijk is de overstap van heel wat neuropsychiaters naar de psychiatrie. Het aantal neuropsychiaters daalde van 1.335 op 01.02.2004 naar 562 op 01.02.2005. De reden is uiteraard te vinden in de wijziging van de nomenclatuur die vanaf 01.01.2005 de psychotherapie alleen nog terugbetaalbaar maakt voor psychiaters en niet langer voor neuropsychiaters[55].
Van de 773 artsen die hun erkenning van psychiater vroegen en kregen waren er 442 Franstaligen en 331 Vlamingen. Op de 773 nieuwkomers zijn er 30 pas afgestudeerde psychiaters[56] en 743 ex-neuropsychiaters.

VERGELIJKING aantal geaccrediteerde artsen 01.02.2004-01.02.2005

2
0
0
5

 

Aantal actieven

Aantal geaccrediteerden

% geaccrediteerden

2
0
0
4

01.02
2004

01.02
2005

01.02
2004

01.02
2005

01.02
2004

01.02
2005

 

Artsen 001-002

3.606

2.000

0

0

0,00

0,00

 

 

Huisartsen 003-004

13.953

14.040

9.806

9.948

70,28

70,85

 

 

Huisartsen 005-006

718

717

0

0

0,00

0,00

 

 

Huisartsen 007-009

2

1.575

0

0

0,00

0,00

 

 

TOTAAL

18.279

18.332

9.806

9.948

53,65

54,27

 

 

Geneesheer specialist in opleiding (GSO)

3.698

3.505

1

0

0,03

0,00

 

1.

Dermato-venerologie

644

660

514

536

79,81

81,21

1.

2.

Oftalmologie

994

1.012

767

802

77,16

79,25

2.

3.

Radiologie

1.469

1.498

1.107

1.133

75,36

75,63

3.

4.

Pneumologie

340

367

249

275

73,24

74,93

6.

5.

Gastro-enterologie

422

442

313

331

74,17

74,89

4.

6.

Pathologische anatomie

278

287

204

214

73,38

74,56

5.

7.

Fysische geneeskunde
en fysiotherapie

443

452

323

334

72,91

73,89

7.

8.

Neurologie

208

227

146

165

70,19

72,69

10.

9.

O.R.L.

591

604

430

439

72,76

72,68

8.

10.

Nucleaire geneeskunde

317

319

223

224

70,35

70,22

9.

11.

Psychiatrie

656

1.448

445

1.010

67,84

69,75

12.

12.

Cardiologie

839

864

575

597

68,53

69,10

11.

13.

Urologie

355

360

235

248

66,20

68,89

15.

14.

Reumatologie

253

250

171

170

67,59

68,00

14.

15.

Radiotherapie

155

164

105

109

67,74

66,46

13.

16.

Gynaecologie-verloskunde

1.311

1.344

851

885

64,91

65,85

17.

17.

Anesthesie

1.693

1.758

1.110

1.145

65,56

65,13

16.

18.

Inwendige geneeskunde

2.038

2.061

1.271

1.310

62,37

63,56

18.

19.

Orthopedie

913

922

559

583

61,23

63,23

19.

20.

Pediatrie

1.374

1.400

823

871

59,90

62,21

21.

21.

Klinische biologie

711

709

424

431

59,63

60,79

22.

22.

Chirurgie

1.471

1.490

713

734

48,47

49,26

23.

23.

Neuropsychiatrie

1.335

562

800

270

59,93

48,04

20.

24.

Neurochirurgie

153

163

71

77

46,41

47,24

24.

25.

Plastische chirurgie

195

202

89

95

45,64

47,03

25.

26.

Stomatologie

304

307

129

134

42,43

43,65

26.

 

TOTAAL SPECIALISTEN

19.462

19.872

12.647

13.122

64,98

66,03

 

 

TOTAAL SPECIALISTEN + GSO

23.160

23.377

12.647

13.122

54,61

56,13

 

 

ALGEMEEN TOTAAL

41.439

41.713

22.454

23.070

54,19

55,31

 


Bron : Accrediteringsstuurgroep, RIZIV, 01.02.2005
 
Tabel 8

Enkele leden van de stuurgroep willen het aantal te volgen navormingseenheden (NE) drastisch opdrijven, van 200 naar 500 NE. De meerderheid gaat daar niet mee akkoord, zelfs niet indien de financiering van de accreditering drastisch zou worden opgetrokken. Er is wel een meerderheid te vinden om zo spoedig mogelijk nieuwe, geïnformatiseerde manieren van navorming te realiseren.

Maar dergelijke on-line systemen zijn erg duur en hebben de steun nodig van sponsors, universiteiten, wetenschappelijke en beroepsverenigingen. Omdat dan ook de objectiviteit en de onafhankelijkheid ter sprake komt, moet eerst een kader met welomlijnde afspraken en voorwaarden worden gecreëerd door de Stuurgroep dat nadien door de betrokken paritaire comités kan worden ingevuld.

Het jaar 2005 dreigt cruciaal te worden wat het voortbestaan in zijn huidige vorm aangaat.
De druk van de mutualiteiten en de Overheid wordt groter en groter. De minister en misschien ook sommige anderen dromen er al luidop van om ook hier het eerste en laatste woord te krijgen. De postjes worden al klaargestoomd via het ontwerp van “wet betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid” (cfr; punt II.3) zodat, indien de Regering toch zou struikelen over een oude of nieuwe bananenschil, een aantal getrouwen uit de kabinetten hun politieke opleiding zouden kunnen blijven benutten in één of andere parastatale.


[34]  Punt 18.2. van het akkoord van 15.12.2003 stelt dat het akkoord kan worden opgezegd met een ter post aangetekende brief die aan de voorzitter van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen is gericht door één van de partijen vóór  1 december 2004 als ze van oordeel is dat de bijkomende financiële middelen die zijn toegewezen voor het volgende begrotingsjaar onmiskenbaar ontoereikend zijn om de goede uitvoering van het akkoord te waarborgen.

[35] Artikel 50 § 3, eerste lid van de G.V.U.-wet van 14.07.1994 stelt : “Die akkoorden treden in werking in een bepaalde streek, vijfenveertig dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien meer dan 40 pct. van de geneesheren bij een ter post aangetekende brief hun weigering van toetreding tot de termen van de genoemde akkoorden betekend hebben. … “.

[36] “Nota van de Toeziende Minister in verband met het gevolg dat moet gegeven worden aan de herziene technische ramingen 2004-2005.” Nota C.G.V. N° 2004/287. 10.11.2004.

[37] Cfr. “Het onethisch akkoord artsen-ziekenfondsen 2004-2005 van 15.12.2003”. VBS-jaarverslag 2003, punt III.2. De Geneesheer-Specialist. Speciaalnummer. Maart 2004.

[38] Akkoord artsen-ziekenfondsen van 15.12.2003. Punt 2.1. Ontwerpen H0405/03 en H0405/04.

[39] Akkoord artsen-ziekenfondsen van 15.12.2003. Punt 2.2. Ontwerpen H0405/06 en H0405/07.

[40] “Gat in de ziekteverzekering groeit tot 600 miljoen EURO”. De Standaard. 12.10.2004.

[41] “Zo moet onze nieuwe welvaartstaat er uitzien. De kanker in de Belgische gezondheidszorg”. Trends. 21.10.2004.

[42] “Overschrijding begroting ziekteverzekering in 2004 ?”. Persbericht van Rudy DEMOTTE, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. 12.10.2004.

[43] “Sociale zekerheid stevent af op een overschot van 218 miljoen in 2005. Rudy DEMOTTE, federale minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (PS), tevreden over uitkomst begrotingsconclaaf”. De Tijd. 18.10.2004.

[44] “DEMOTTE : “Les Wallons ne sont pas de profiteurs””. Interview de Bénédicte VAES avec Rudy DEMOTTE. Le Soir. 18.10.2004.

[45] Het systeem van de algebraïsche verschillen staat omschreven in de artikels 59 (klinische biologie) en 69 (medische beeldvorming) van de gecoördineerde G.V.U- wet van 14.07.1994. Sterk vereenvoudigend komt het er op neer dat, indien de uitgaven klinische biologie of medische beeldvorming in het jaar X de begrotingsdoelstelling overschrijden, het bedrag van die overschrijding via de forfaitaire honoraria in mindering wordt gebracht van de normale begrotingsdoelstelling van de betrokken sector in de loop van het jaar X + 2. Indien de uitgaven in het jaar X beneden de begrotingsdoelstelling blijven, wordt het bedrag van het saldo via de forfaitaire honoraria toegevoegd aan de normale begrotingsdoelstelling van de betrokken sector in de loop van het jaar X + 2. Bij de berekening van de algebraïsche verschillen wordt een onderscheid gemaakt tussen de uitgaven voor gehospitaliseerde en niet-gehospitaliseerde patiënten. In 2002 en 2003 bleven de uitgaven voor klinische biologie en medische beeldvorming voor het eerst beneden de begrotingsdoelstelling. Daarom werden de forfaitaire honoraria in 2004 met het overeenkomstige bedrag verhoogd. Deze verhoging van de uitgaven in 2004 moeten dus afgezonderd worden van de reële toename van de uitgaven  in 2004 vooraleer een evaluatie kan worden gemaakt.

[46] “Medische ingrepen moeten overal even veel kosten. Minister VANDELANOTTE zoekt besparingen bij artsen en ziekenhuizen”. De Morgen. 25.10.2004.

[47] Artikel 56ter van de G.V.U.-wet van 14.07.1994 ingevoegd bij wet 22.08.2002.

[48] All Patients Refined Diagnosis Related Groups, Definitions Manual, Version 15.0, opgesomd in § 9 van artikel 56 ter van de G.V.U.-wet van 14.07.1994.

[49] Artikel 16 § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 stelt : “De Algemene Raad : 1° bepaalt de algemene beleidslijnen, stelt de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling vast en legt, na advies van het Verzekeringscomité, de globale budgetten van de financiële middelen, bedoeld in artikel 69, § 4 en § 5 ter goedkeuring aan de Minister voor”.

[50] RIZIV-jaarverslag 2003.

[51] RIZIV nota C.G.V. N° 2004/286 dd. 10.11.2004, blz. 9-12.

[52] RIZIV nota C.G.V. N° 2004/299 dd. 25.11.2004, blz. 7 aangevuld met eigen berekeningen.

[53] “Enquête : 10 jaar accreditering. Voldoening over de hele lijn, vergoeding uitgezonderd”. Artsenkrant. N° 1608. 06.08.2004.

[54] “L’accréditation des praticiens a-t-elle un sens ?” Bernard De Backer, secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Socialistes. Renouer. N° 65. Novembre-décembre 2004.

[55] “Koninklijk Besluit tot wijziging van het K.B. van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen”. B.S. 12.12.2003. In voege vanaf 01.01.2005.

[56] Notulen 2004/26 van de vergadering van het Verzekeringscomité van 13.12.2004.


 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp