|
1. Nog maar eens een verkiezingsjaar
2. Rudy
DEMOTTE : to be or not to be ?
3. Communautaire perikelen
4. De
elektronische papiermolen
II. 1. Nog maar eens een verkiezingsjaar
De vijf regeringen in België lijken op Spaanse herbergen. Er is geen
lijn te trekken in wat er allemaal wordt bedisseld en ten gevolge van de
vele stoeltjesdansen lijkt het alsof iedereen er zomaar binnen en buiten
loopt. Achtenvijftig (58) dames en heren trachten er hun ideeën te
realiseren en hun zaakjes voor elkaar te krijgen. In de federale
regering: 15 ministers en 6 staatssecretarissen; in de regering van het
Vlaams gewest: 10 ministers; in de regering van de Franse gemeenschap
van België: 6 ministers; in de regering van het Waals gewest: 9
ministers; in de regering van het Brussels hoofdstedelijk gewest: 8
ministers en in de regering van de Duitstalige gemeenschap: 4 ministers.
Indien ze de smaak van Marie ARENA, minister-president van de Franse
gemeenschapsregering (PS) overnemen, dan kost dat ongeveer 17,4 miljoen
euro eer ze allemaal voorzien zijn van een douche en een bureau.
Indien China met zijn ruim 1,2 miljard inwoners eenzelfde ministeriële
densiteit mocht hebben als België met zijn 10,3 miljoen landgenoten, dan
zouden onze prinsen en handelsdelegaties contacten moeten leggen met en
handjes schudden van zo’n 6.760 ministers.
De verkiezingen van 13 juni 2004 voor het Europees en voor de
gewestelijke parlementen doen asymmetrische regeringen ontstaan. Net
terug uit verlof kondigt VERHOFSTADT een vliegende start van Paars aan
met een vervroegde State of the Union. Het wordt een valse start en,
tot op de dag van vandaag, een sukkeldrafje. In Wallonië en Brussel
worden de Franstalige liberalen (Mouvement Réformateur) aan de kant
gezet, zodat de PS van Elio DI RUPO gemakkelijk de kleine
coalitiepartners ECOLO en CDH de baas kan. Dit levert de nooit geziene
situatie op dat de federale vice-premier en minister van financiën,
Didier REYNDERS, tezelfdertijd voorzitter is van de grootste
oppositiepartij in Franstalig België.
In Vlaanderen doet Groen! niet meer mee en er wordt een tripartite
(SP-A, CD&V en VLD) gevormd met vijf. Aan de SP-A wordt immers het
Spririt wagonnetje gekoppeld en de CD&V vist na een eindeloos spelletje
welles nietes dan toch maar de N-VA op. Voorzitters zat, afgevaardigden
zat, portefeuilles zat: de parlementaire democratie, gefinancierd met
belastingsgeld, mag wat kosten. Daar worden veel minder vragen over
gesteld dan over de uitgaven in de gezondheidszorg en de vermeend
exuberante honoraria van de specialisten.
Een Artsenkrant – Le Journal du Médecin enquête begin mei 2004 toonde
aan dat de Vlaamse arts zijn vertrouwen in de VLD aan het verliezen was.
De intentie om te stemmen voor de liberalen in vergelijking met het
resultaat van de federale verkiezingen van 18.05.2003 daalde bij
huisartsen van 45,6 naar 26,3 % en bij de specialisten van 55,3 naar
31,3 %. De toenmalige Vlaamse minister-president, inmiddels VLD
voorzitter, Bart SOMERS, kreeg slechts het vertrouwen van 31 % der
huisartsen en van 30 % der specialisten. Daarmee zit hij in het
gezelschap van SP-A voorzitter Steve STEVAERT aan wie slechts 26% van de
specialisten en 32% van de huisartsen hun vertrouwen zouden schenken. In
Vlaanderen wekt alleen Filip DE WINTER van het Vlaams Blok – sinds 14
november 2004 omgedoopt tot Vlaams Belang - nog minder vertrouwen, 14 %
bij de huisartsen en 11% bij de specialisten.
De organisatie van de zorgregio’s met veel groene regelneverij en
uitsluiting van de extramurale specialisten via het “Decreet van 3 maart
2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen
de zorgaanbieders”, zette veel kwaad bloed. Bij de huisartsen omdat er
geen rekening werd gehouden met historisch gegroeide en goed werkende
huisartsenkringen. Bij de specialisten omdat de extramurale specialisten
expliciet uit het toepassingsgebied van de eerste lijn werden gestoten.
Het eerstelijnsdecreet is getekend Bart SOMERS en Adelheid BYTTEBIER, de
Groen!- minister die eventjes de bevoegdheid van Mieke VOGELS over
Vlaamse Gezondheid, Welzijn en Gelijke Kansen mocht overnemen toen deze,
na de electorale afstraffing van haar toenmalige partij AGALEV, in 2003
van het toneel verdween. De goegemeente zal zich BYTTEBIER zeer
misschien nog herinneren door haar sympathieke hoedjes en door haar
eeuwig stopwoord dat ze over een gestelde vraag niets te zeggen had. Bij
de evaluatie van de vorige Vlaamse regering, die wel eens een stoet van
dwergen wordt genoemd, door de journalisten van “De Standaard” bengelde
ze helemaal achteraan met een score van 32 op 100.
Het VBS is, samen met de BVAS, fel van leer getrokken tegen dit Decreet,
dat zonder enige inspraak vanuit de betrokken sector tot stand kwam. Op
08.06.2004, midden de verkiezingscampagnes, was er een gesprek van een
VBS – BVAS delegatie met kabinetsmedewerkers van Bart SOMERS. Direct na
13.06.2004 poogde het VBS herhaaldelijk informateur Yves LETERME, tot
dat moment nog voorzitter van de oppositiepartij CD&V, te spreken om het
standpunt van de specialisten toe te lichten. Zonder succes. Zowat
iedereen mocht over de vloer komen, de partijen, de ziekenhuizen (het
VVI op 19.06.2004), het gemeenschappelijk vakbondsfront (21.06.2004), de
groene en roze jongens en meisjes, …. maar geen artsen-specialisten of
hun beroepsverenigingen, VBS noch Vlaams artsensyndicaat (VAS).
Op 21.06.2004 zonden we de informateur onze bedenkingen over de situatie
van de Vlaamse specialist en over de betuttelende overorganisatie van de
Vlaamse eerste lijn. Voor de duidelijkheid spraken we ons uit tegen de
dictatuur van de eerste lijn en verwezen we naar een CM studie die
aantoonde dat 84 % van hun leden er aan houden rechtstreeks een
specialist te kunnen raadplegen en naar een studie van de Onafhankelijk
ziekenfondsen die aantoonde dat echelonnering geen enkele reductie van
de gezondheidsuitgaven teweegbrengt. We drongen eens te meer aan om
betrokken te worden bij het beleid.
Na herhaalde pogingen werd uiteindelijk een ontmoeting versierd op
17.12.2004 met Sonja BECQ, adjunct kabinetschef van Yves LETERME,
inmiddels minister-president van de Vlaamse Gemeenschap, en Karine
MOYKENS, adjunct-kabinetschef van de nieuwe Vlaamse minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Inge VERVOTTE (CD&V). Tijdens dit
zeer constructief onderhoud werd aan beide kabinetsmedewerkers
meegedeeld dat, door VBS en BVAS samen, een verzoekschrift tot
nietigverklaring werd ingediend tegen dit Decreet (cf. punt VI.1.1.). We
kregen te horen dat de nieuwe Vlaamse Regering er in feite evenmin
gelukkig mee was en dat ze een studieronde maakten om eventueel een
aantal wijzigingen aan te brengen.
De aankondiging eind augustus 2004 bij het hervatten van het politieke
jaar door Bart SOMERS, op dat moment ad interim VLD- voorzitter dat:
“Het nu het moment (is) voor structurele ingrepen in de
ziekteverzekering. We hebben enkele jaren geen verkiezingen” was
enerzijds naïef optimistisch, want dossiers als DHL en
Brussel-Halle-Vilvoorde brachten de regering ondertussen al op de rand
van zware crisissen, maar gaf anderzijds de artsen het gevoel dat de VLD
de socialisten slaafs zou volgen om de laatste restanten van het vrije
artsenberoep definitief te begraven. Het verbaast de artsen dan ook niet
dat bij de politieke opiniepeiling van half december 2004 de VLD in
Vlaanderen naar de vierde plaats was terug gezakt, na Vlaams Belang,
CD&V en SP-A.
In Franstalig België gaven de artsen nog volop het vertrouwen aan de
liberalen. Qua vertrouwen in bepaalde politici scoorde Louis MICHEL het
hoogst: 55,7 % bij de huisartsen en 57,9 % bij de specialisten. Frank
VANDENBROUCKE het allerlaagste: 19,5 % bij de huisartsen en 18,8 % bij
de specialisten, wat in schril contrast stond met het vertrouwen dat hij
op dat ogenblijk in Vlaanderen zou hebben gekregen: 65 % van de
huisartsen en zelfs 80 % van de specialisten.
Inmiddels stapte Frank VANDENBROUCKE over naar de Vlaamse regering en
heeft Louis MICHEL als EU commissaris voor ontwikkelingssamenwerking en
humanitaire hulp zijn handen meer dan vol met de acute hulp en de start
van de heropbouw in de tsunami rampgebieden.
Voor de medische wereld leverden de regionale verkiezingen van
13.06.2004 ook een aangename verrassing op. De ECOLO ministers voor
gezondheid Nicole MARECHAL (Communauté française) en Thierry DETIENNE
(Région wallonne) werden respectievelijk vervangen door Catherine
DOYEN-FONCK (CDH) en Christiane VIENNE (PS). Catherine DOYEN-FONCK,
internist – nefroloog afgestudeerd aan de UCL, kreeg onmiddellijk het
troetelnaampje “madame 3M”: maman, médecin, ministre. Journalisten
omschrijven haar als iemand die sterk achter het Belgisch
gezondheidszorgmodel staat. De Belgische Beroepsvereniging der
geneesheren-specialisten in medische biopathologie heeft, ondermeer dank
zij haar tussenkomst via het indienen van een reeks amendementen
voorbereid samen met het VBS, begin mei, in volle verkiezingsstrijd,
bekomen dat het wetsontwerp tot wijziging van het KB 143, dat de
uitbating van laboratoria voor klinische biologie regelt, terug naar de
Kamercommissie Volksgezondheid werd gestuurd. Hierbij kregen de biologen
ook deskundige hulp van een andere medische politica, collega Yolande
AVONTROODT (VLD).
II. 2. Rudy DEMOTTE: to be or not to be?
Na de federale verkiezingen van 18 mei 2003 werd Frank VANDENBROUCKE op
vraag van Elio DI RUPO door zijn partijvoorzitter Steve STEVAERT
afgevoerd van het ministerie van Sociale Zaken en overgeplaatst naar
Arbeid en Pensioenen. Hij moest er mee voor zorgen dat de slogan van
VERHOFSTADT werd bewaarheid: werk, werk, werk! Tweehonderdduizend banen
zouden er bij komen.
De Parti Socialiste creëert een superkabinet van sociale zaken samen met
volksgezondheid
voor Rudy DEMOTTE, een van de beschermelingen van Elio DI RUPO. Na
maandenlang dialogeren in veertien werkgroepen en opgejaagd door de
oppositie, ondermeer door Jo VANDEURZEN (die op 29.10.2004 tot CD&V
voorzitter zal worden gekozen), brengt DEMOTTE op 26.05.2004 een lijst
met 120 prioriteiten naar voor in het Parlement. Een schoolvoorbeeld hoe
de vis deskundig kan worden verdronken. Er is nauwelijks interesse.
Zijn Koninklijk besluit over het verbod van het houden van sommige
diersoorten in circussen, het arrest van de Raad van state van
03.08.2004 dat dit K.B. schorste en het akkoord met de circusdirecteuren
dat DEMOTTE hierop afsloot, kreeg veel meer aandacht dan zijn
prioriteitennota over de gezondheidszorg.
Het is pas nadat Marie ARENA (PS) eind juli 2004 de post van
minister-president van de Franse gemeenschapsregering, die lange tijd
voorbeschikt leek voor Rudy DEMOTTE, heeft ingenomen dat het menens
lijkt te worden voor de minister van Sociale zaken en Volksgezondheid.
II. 3. Communautaire perikelen
Als federaal minister van werk en pensioenen botste Frank VANDENBROUCKE
(SP-A) geregeld met de Parti Socialiste. Met zijn toespraak over “Hoe
het succes van de vergrijzing maatschappelijk verzilveren?” spoort hij
zonder meer zijn opvolger DEMOTTE aan tot actie. Zijn idee dat vanaf
2008 een groeinorm van 3 % moet volstaan in plaats van de 4,5 % norm van
vandaag stuit op groot onbegrip bij de PS. VANDENBROUCKE stelt dat er
teveel specialisten en gespecialiseerde diensten zijn en haalt uit naar
de specialisten “die zich met hand en tand verzetten tegen prikkels die
de patiënt aanmoedigen om bij voorkeur in de eerste instantie beroep te
doen op de huisarts. Ze trekken zich niets aan van de bewijzen dat een
filtering van de toegang leidt tot betere gezondheidszorg en beroepen
zich op de absolute vrijheid van keuze.”. De gekende litanie die bij
het VBS (en de BVAS) de vraag oproept waarom VANDENBROUCKE destijds een
contract met Engeland afsloot om patiënten in België te laten operen en
waarom Nederlanders in steeds grotere getale naar Vlaanderen afzakken
voor hun medische zorgen.
Zijn ideeën over de dienstencheques en de controle op de werklozen
vielen evenmin in de smaak bij de PS. In plaats van zich kandidaat te
stellen voor het Europees Parlement, waar hij in 1999 zogenaamd heen
wou, wordt hij in Vlaanderen, naast de minister president Yves LETERME
(CD&V), de minister met de langste naam: minister vice-president en
minister van Onderwijs en Vorming. Met zijn voorstel om de
werkloosheidsuitkering te regionaliseren kreeg hij niet alleen de
Franstaligen, maar ook alle oude SP- krokodillen en de vakbonden over
zich. De Franstalige kranten hebben het over een verbitterd man, een
gefrustreerd ego.
Met zijn scharniernota bis van 18.10.2004 barst de bom pas echt. Hij
buist de paarse regering, pleit er openlijk voor om de CD&V in de
federale regering te hijsen en stelt Rudy DEMOTTE publiek
verantwoordelijk voor een falend sociaal beleid. De liberalen monkelen,
de rest van de vrolijke SP-A teletubbies van de voorbije
verkiezingscampagne zwijgt en de GSM van SP-A voorzitter Steve STEVAERT,
op bezoek bij zijn persoonlijke vriend Fidel CASTRO, werkt niet in Cuba.
Ijzige stilte in Vlaanderen, grote verontwaardiging in Franstalig België
. Alhoewel VANDENBROUCKE, in de steek gelaten door zijn partij, de avond
van de publicatie van zijn “J’accuse” de scherpe kantjes tracht at te
ronden, rekent de steeds beminnelijke DEMOTTE dit keer in de media
bikkelhard af met zijn voorganger. Op het kabinet Sociale Zaken en
Volksgezondheid, waar naast overgenomen getrouwen van VANDENBROUCKE ook
nieuwkomers aangetrokken door DEMOTTE werken, heerst er een duale,
hybride atmosfeer.
Drie dagen later stelt DI RUPO onomwonden: “Had ik gewild, dan was de
regering gevallen.” Ook de vice-premier en minister van Justitie
Laurette ONKELINX windt er geen doekjes om. Volgens haar werd het
opstellen van de begroting en de “State of the Union”
regeringsverklaring door toedoen van het PS partijcongres uitgesteld
want “het was nu niet het moment om even (proeft de woorden) ‘snel en
efficiënt’ te werk te gaan.”. Op 21.09.2004 was de auto van premier
VERHOFSTADT in het Gentse uit de bocht en over kop gegaan, gelukkig
zonder ernstige verwondingen voor de premier en zijn chauffeur. Het
politieke gerommel en gedonder en de crisis die ontstond over de DHL
nachtvluchten ging even liggen ten gevolge van de “crash van de
premier”.
Tegen het jaareinde zorgt premier VERHOFSTADT voor een dubbele primeur.
Hij is de eerste eerste minister die een kerst- en nieuwjaarsboodschap
stuurt aan de burgers van het land en hij snoept daarmee Koning en
Kardinaal een stilzwijgend privilege af. Met zijn “brief tegen de
ideologie van de confrontatie” van 20.12.2004 wil hij iedereen uit de
loopgraven jagen zoals op Kerst 1914 aan de IJzer in Flanders fields.
Hij besluit zijn “kersthomilie” met: “…. Opnieuw gaan beseffen dat niet
de harde confrontatie, maar alleen de opbouwende dialoog de basis kan
vormen voor de samenhang van een gezonde samenleving”
Waarop de kabinetsraad van 23.12.2004 beslist vanaf 01.04.2005 de
volmachtenwet in te voeren voor wat de beheersing van de begroting van
de gezondheidszorg betreft. Allicht om de dialoog te vergemakkelijken.
Het ontwerp van deze nieuwste gezondheidswet kwam in het grootste geheim
tot stand. Een “gunstige wind” liet het ontwerp op het E- mail adres van
ondergetekende dwarrelen op 20.12.2004. Weinig parlementsleden en
slechts een zeer beperkt aantal ministers kenden er het bestaan van.
Gericht internetverkeer zorgde voor een ommekeer en reacties bleven niet
uit. VBS en BVAS stuurden op 22.12.2004 een stevige protestbrief aan
Premier VERHOFSTADT en aan alle federale ministers. De volmachten
bleven, maar dank zij de tussenkomsten van MR en VLD verdween de passus
dat, indien de minister van Sociale Zaken snoeit in de honoraria, de
geconventioneerde artsen toch gevangen zouden blijven in het akkoord
artsen – ziekenfondsen.
Eén van de artikels van het wetsontwerp is direct communautair gestuurd.
Nadat een medewerker van een mutualiteit half oktober 2004 via de
Vlaamse TV1 liet bekendmaken dat de uitgaven voor preoperatieve
onderzoeken in Brussel en Franstalig België beduidend hoger lagen dan in
Vlaanderen was het hek van de dam. De pers heeft het over Waalse en
Brusselse ziekenhuizen die het verst gaan in de overconsumptie van
preoperatieve onderzoeken. Cijfers opgemaakt door het Intermutualistisch
Agentschap (IMA) voor 14 standaard ingrepen voor alle Belgische
ziekenhuizen moesten dit aantonen. De gelekte resultaten van een niet
gevalideerd document van een werkgroep van de Nationale Raad voor
Kwaliteitspromotie van het RIZIV waren alvast communautaire olie op het
politieke vuur. Het politieke gevolg is dat minister DEMOTTE via zijn
volmachtenwet standaardprijzen wil invoeren voor de reeks chirurgische
prestaties die vandaag al in de G.V.U.- wet staan opgesomd en die
onderhevig zijn aan het principe van de door Frank VANDENBROUCKE
ingevoerde referentiebedragen. Vermits deze onmogelijk effect kunnen
scoren vóór eind 2006 en omdat ze bovendien retroactief werken via
afhoudingen of terugvorderingen, wil DEMOTTE pro-actief te werk gaan en
een forfait uitwerken.
De aankondiging van besparingsmaatregelen in september, nog sterk
verscherpt na de slechte begrotingsvooruitzichten van het RIZIV in
november 2004, in combinatie met de cijfers over de preoperatieve
uitgaven, leidde er toe dat de Vlaamse ziekenhuizen van het Verbond der
Verzorgingsinstellingen (VVI) en van het Verbond van Openbare
Verzorgingsinstellingen (VOV) met een persconferentie ter gelegenheid
van een op 22.11.2004 samengeroepen staten-generaal de splitsing van de
sociale zekerheid eisen. Ze worden daarin gesteund door de Vlaamse
minister-president, Yves LETERME, en de Vlaamse minister van
Volksgezondheid Inge VERVOTTE. De Franstalige pers reageert zoals
gebruikelijk afwijzend, , net zoals minister DEMOTTE die gruwt van
alles wat naar splitsing van de sociale zekerheid ruikt. Allicht onder
druk van zijn Franstalige vleugel, de “Association des établissements
publics de soins” (AEPS) trekt het VOV enkele dagen later zijn eis tot
splitsing terug in. Een verrassing van formaat gezien de eerdere
eensgezindheid. In een persbericht van 26.11.2004 stelt de raad van
bestuur: “Dat hij gekant is tegen de splitsing van de
gezondheidszorgsector en eist dat alle inspanningen worden geleverd om
de leefbaarheid van het systeem te waarborgen.”. Ondertekend door de
Nederlandstalige en de Franstalige Kamer samen.
Op 09.12.2004 publiceert “De Huisarts” een enquête waaruit blijkt dat
70,4 % van de Vlaamse huisartsen vóór de splitsing van de
gezondheidszorg zijn, terwijl 81,8 % van de Franstalige huisartsen er
tegen zijn.
II.4. De elektronische papiermolen
De politieke pseudo-bedrijvigheid van de vijf regeringen met zijn 58
ministers en een onbecijferbaar veelvoud aan kabinetsmedewerkers leverde
in 2004 een gigantische hoeveelheid elektronische pagina’s Belgisch
Staatsblad op. Om precies te zijn : 87.430. Of 24.624 meer dan het vorig
recordjaar 2003. Sinds de elektronica de oude vertrouwde “kranten”
papieren editie verving blijkt de wetmatigheid te zijn verdwenen die het
volume van het Belgisch Staatsblad steeds drie jaar liet stijgen met
dan, na een verkiezingsjaar, een terugval van het aantal gepubliceerde
pagina’s gedurende één jaar. Ofwel ligt de oorzaak simpelweg in de vele,
snel op elkaar volgende verkiezingen. Volumedalingen zijn er niet meer.
Wel merken we versnellingen en vertragingen van de groei op in het
publiceren.
Half 2004 werd het ongelooflijk aantal van 53.300 pagina’s bereikt. De
historische kaap van 100.000 bladzijden dagelijkse gratis staatslectuur
kwam binnen het verschiet. Maar vanaf eind september temperde de
publicatiedrift wat. De teller stond op 69.862. Tijdens
verkiezingscampagnes zijn er duidelijk andere prioriteiten dan
Koninklijke en Ministeriële besluiten te schrijven. Het jaar sloot
uiteindelijk af met “slechts” 87.430 pagina’s. Een stijging van 39,2%
t.o.v. 2003 en een meer dan een verviervoudiging over de laatste 15 jaar
(cf. tabel 1).
Aantal pagina’s van het Belgisch Staatsblad
|
Jaargang |
Aantal pagina’s |
jaarlijkse groei
in % |
cumulatieve stijging
1989 = 100 |
1989
1990
1991
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004 |
21.634
24.732
30.176
28.212
29.614
32.922
37.458
32.701
35.508
42.444
50.560
43.557
45.768
59.169
62.806
87.430 |
+ 14,3
+ 8,8
- 6,5
+ 5,0
+ 11,2
+ 13,8
- 12,7
+ 8,6
+ 19,5
+ 19,1
- 13,9
+ 5,1
+ 29,3
+ 6,1
+ 39,2 |
100,0
114,3
139,5
130,4
136,9
152,2
173,1
151,2
164,1
196,2
233,7
201,3
211,6
273,5
290,3
404,1 |
Tabel 1
|