Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Jaarverslag 2002 - 08 Februari 2003 Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
 


 

VIII. IN VOGELVLUCHT


VIII.1. Radiologie


VIII.1.1. Regeling Derde Betaler (D.B.R.) en medische beeldvorming

De besparingen zonder einde in de medische beeldvorming sinds het afsluiten van het akkoord artsen-ziekenfondsen van 18.12.2000, heeft het percentage gedeconventioneerde radiologen doen oplopen van 10,64 % begin 2001 naar
51,67 % begin 2002.

Zeven maand laten de mutualiteiten betijen maar half september vindt het intermutualistisch college het blijkbaar welletjes geweest en stuurt aan de niet-gebonden radiologen een brief die stelt dat, om de regeling derde betaler (R.D.B.) te gebruiken, zij zich moeten houden aan de ZIV-tarieven en hiervoor een verbintenis moeten ondertekenen. Kort daarop krijgen ook klinisch biologen, cardiologen, fysiotherapeuten een analoge brief, waarin gedreigd wordt met de intrekking van de R.D.B.. De oorzaak van de mutualiteitsreactie is te vinden in het feit dat vele van deze collega’s het vroeger tarief blijven aanrekenen, met als gevolg dat het bedrag van de vermindering van de terugbetaling nu als een supplement wordt aangerekend.

Op 03.10.2002 schrijft het VBS samen met de BVAS een open brief aan Mevrouw N. BADIE, Secretaris van de Commissie R.D.B. van het Nationaal Intermutualistisch College om haar te wijzen op een reeks ernstige fouten in haar dreigbrief, verwijzend naar de in voege zijnde regelgeving (143).

Ondertussen werd op 19.12.2002 een nieuw akkoord artsen-ziekenfondsen afgesloten met opnieuw een clausule over de regeling derde betaler. Punt 4.2. zegt : “De facultatieve derdebetalersregeling is op hun verzoek toegankelijk voor de geneesheren die niet tot het akkoord zijn toegetreden, voor zover ze het Nationaal intermutualistisch college kennis ervan geven dat ze de tarieven van het akkoord voor de door de derdebetalersregeling gedekte verstrekkingen zullen naleven onder dezelfde voorwaarden als de verbonden geneesheren”.

Een dergelijke bepaling staat sinds 1993 in het akkoord. Er werd ons melding gemaakt van één groep verstrekkers die het met een lokale mutualiteit aan de stok had eind december 2002.

Tot 06 maart 2003, datum dat het akkoord ten vroegste wettelijk in voege kan gaan, kunnen de mutualiteiten niets doen. Op dit ogenblik zijn er, conform punt 10.1 (144) van het akkoord van 19.12.2002 geen tarieven volgens het akkoord in voege. 
Er is alleen een aanbeveling om toch al de tarieven te respecteren vanaf 01.01.2003. De enige goede remedie om die plagerijen door de mutualiteiten tegen te gaan is de R.D.B. zo weinig mogelijk te gebruiken. Het terug manueel verwerken van klassieke getuigschriften voor verstrekte hulp i.p.v. de gecentraliseerde verwerking van de magneetbandfacturatie, levert de V.I.’s zoveel extra werk en dus personeel en kosten op, dat we dit als efficiënt wapen kunnen inzetten.
We hebben hierover een uitvoerige technische toelichting gepubliceerd in januari 2003 (145).


VIII.1.2. De guidelines medische beeldvorming

In de Task Force Perl hadden de radiologen voorgesteld om, als pasmunt voor verdere forfaitarisering van hun nomenclatuur die momenteel voor +/- 31 % via forfaitaire honoraria wordt betaald, guidelines uit te werken voor hun discipline. NUR- en BVAS-vertegenwoordigers, samen met de Koninklijke Belgische Vereniging van radiologie hebben in het Consilium Radiologicum enorm veel tijd en energie gestopt in het opstellen van deze guidelines.

De voorstellen werden op 07.01.2003 voorgesteld aan de algemene werkgroep van de Technisch Geneeskundige Raad. Er kwam heel wat kritiek los van de verschillende specialistische disciplines, ondermeer van de pneumologen. Ook de houding van de Dienst voor geneeskundige controle en evaluatie was verrassend. De co-responsabiliteit van de voorschrijver en de radioloog staat blijkbaar nog maar in de kinderschoenen. De Dienst zal zich misschien moeten aanpassen aan zijn nieuwe opdracht (146), met name het evalueren, en dus afstappen van de al te gemakkelijke vorm van controle die er zich toe beperkte te verifiëren of het voorschrift wel de naam, voornaam, “kunne”, datum etcetera bevatte, en, bij het ontbreken van één van de vele administratieve gegevens, om nadien de bedragen terug te vorderen bij de radiologen.

Het V.B.S. is het orgaan bij uitstek om de betrokken beroepsverenigingen samen te brengen om met de radiologen de ontwerpen van guidelines te toetsen aan de medische evidentie én aan de praktische mogelijkheden op het terrein. Want niet elke arts kan in elke uithoek van het land de ideale beslissingsboom in het gebruik van beeldvormende apparatuur volgen, om de eenvoudige reden dat de ideale apparatuur niet overal ter beschikking is.


VIII.2. Oftalmologie


VIII.2.1. De nieuwe nomenclatuur wordt geblokkeerd

Het is bijzonder frustrerend dat, omwille van louter budgettaire redenen, de realisatie wordt tegengehouden van een deskundig uitgewerkte nieuwe nomenclatuur oftalmologie. Dr. Christa VAN DEN NESTE coördineerde de werkzaamheden van de verschillende subspecialiteiten, zowel universitaire als niet-universitaire, betrok er alle LOK-groep voorzitters bij, de beroepsvereniging en het oftalmologisch syndicaat SOOS, en bezorgde o.m. TGR-voorzitter, Dr. J. DE TOEUF en mijzelf op 29.03.2002 een voorstel, inclusief het budgettair impact.

Zelfs de kataraktoperatie met phako-emulsificatie, die een belangrijke besparing kan meebrengen omdat ze zeer dikwijls ambulant kan worden uitgevoerd of de ligduur duidelijk verkort, en bovendien onder lokale anesthesie i.p.v. onder meer risicohoudende algemene anesthesie, geraakt niet door de budgettaire zift. De mutualiteiten en het ASGB, via zijn vroegere bestuursleden die nu adviseur zijn op het kabinet VANDENBROUCKE, verzetten zich actief tegen de verdere opwaardering van de oftalmologie via de geplande fasen twee en drie van de modernisering van de nomenclatuur oftalmologie.
Tijdens de vergadering van het RIZIV-Verzekeringscomité van 27.01.2003 gaf adjunct-kabinetschef, Dr. Ri DERIDDER, nog een budgettaire sneer naar het phako-dossier, waarvan ik ondermeer het sociaal belang had onderstreept.

De mutualiteiten weigeren te “investeren” in de oftalmologie, omdat ze aantonen dat de investering in 1999 het aantal geconventioneerde oftalmologen nauwelijks heeft doen toenemen (147). Hen interesseert vooral het feit dat hun leden aan terugbetalingstarieven zullen worden behandeld. En dus weigeren ze de nieuwe nomenclatuur op zijn kwalitatieve en sociale aspecten te evalueren. 


VIII.2.2. Oftalmologen versus opticiens

Na een ruim 11 jaar durend juridisch gevecht tegen de internationale optiekketen Vision Express, en na een antwoord van het Europees Hof van Justitie op 01.02.2001 op een prejudiciële vraag dd. 27.03.1996 door de Belgische Beroepsvereniging van Oogheelkundigen, werd Vision Express begin november 2002 door de 55ste Kamer van de correctionele rechtbank van Brussel veroordeeld wegens het illegaal uitoefenen van de geneeskunde. Het was een principiële veroordeling. De schadevergoeding van 2 eurocent was louter symbolisch.

Op 09.09.2002 beslechtten minister VANDENBROUCKE samen met minister AELVOET een ander dispuut dat al sinds de vergadering van het Verzekeringscomité van 25.06.2001 liep in verband met de criteria betreffende de bevoegdheid en de uitoefening van het beroep van opticien (148).
De term “optometrie” wordt niet opgenomen in de wetgeving. Minister VANDENBROUCKE stelt heel duidelijk dat het ministerie van Sociale Zaken niet voor de kar kan worden gespannen van sommige structuren in het Hoger Onderwijs, die om opportuniteitsredenen nieuwe richtingen creëren die uitmonden in niet door het RIZIV erkende beroepen. Een zeldzaam unisono-moment MOENS-VANDENBROUCKE. Nota afgevoerd van de agenda van het Verzekeringscomité. Doek.


VIII.3. Oncologie en hematologie

De RIZIV-nomenclatuur voor het multidisciplinair oncologisch consult ging eindelijk in voege op 01.02.2003. (149). Het gehakketak rond de beroepstitel daarentegen is nog niet ten einde.

Voor de voorgeschiedenis verwijs ik naar mijn vorige jaarverslagen (150).

Behalve de “ware (internist-) oncologen” was bijna niemand akkoord met de ontwerpen van ministerieel besluit. Een incidentrijke vergadering van de Hoge Raad voor Geneesheren-specialisten en Huisartsen dd. 17.09.2002 verwierp het voorstel tot erkenning van de internist-oncoloog en pediater-oncoloog meerderheid tegen minderheid. Deze vergadering was voorafgegaan door een aangetekende brief dd. 15.04.2002 aan Dr. J.-P. DERCQ, voorzitter, getekend door 18 leden van de Hoge Raad, die zich niet akkoord konden verklaren met de manipulatie van de Hoge Raad door de Ministers AELVOET en, alhoewel in deze materie niet rechtstreeks bevoegd maar minstens even zwaar doorwegend, VANDENBROUCKE. Ondanks de grote inspanningen van onze voorzitter kan geen consensus worden gevonden, en het ontwerp van Ministerieel besluit blijft hangende.
Net zoals het ontwerp besluit over de zorgprogramma’s oncologie.
We volgen deze zaak op de voet.

De erkenning van de nieuwe beroepstitel van hematoloog ging vlotter. We hebben weliswaar flink moeten ingrijpen in de Hoge Raad, want in de originele tekst had de voorzitter van de Belgian Haematological Society, K.U.Leuven professor hematologie Marc BOOGAERTS, “zonder het zo te bedoelen” het ganse laboratorium hematologie ingepalmd en onder de leiding van de internist hematoloog geplaatst.

In zijn zeer drastisch herwerkte versie, met onder meer de specifiëring dat het om “klinische” (en dus geen laboratorium-) hematologie gaat, was het ook voor klinisch biologen aanvaardbaar en kon het worden goedgekeurd. 
De bijzondere beroepstitel “…en in de klinische hematologie” werd gepubliceerd in het Staatsblad van 23.10.2002 (151). Het ministerieel besluit met de criteria verscheen op 27.11.2002 (152).

De hematologen hadden ondertussen al wel een uitgebreide verlanglijst bezorgd aan de Technisch Geneeskundige Raad met prestaties waarvoor zij zich bevoegd achten, ondermeer wat betreft de transfusies. Na onderzoek in de werkgroep interne geneeskunde, waar een aantal zaken werden geschrapt zoals bv. de wisseltransfusie bij pasgeborenen uitgevoerd door hematologen (!), werd de afgeslankte lijst goedgekeurd door de plenaire Technisch Geneeskundige Raad op 28.01.2002 en vervolgt hij zijn weg door de volgende RIZIV-echelons.


VIII.4. De gynecologische eenmaking

Het huidige bestuursteam van de Beroepsvereniging van Belgische Verloskundigen en Gynecologen (BBVG/APOGB) is erin geslaagd om in één jaar tijd haar eenmaking te realiseren met de Nederlandstalige en Franstalige wetenschappelijke verenigingen. Door deze belangrijke ingreep steeg het ledenaantal van de Beroepsvereniging van 404 leden in 2001 naar 767 in 2002, m.a.w. een bijna verdubbeling. 

Een nieuw bestuur op voordracht van enerzijds de “Beroepsbelangencommissie” van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (VVOG) en de “Cellule de défense professionnelle” van de Franstalige Groupement de Gynecologues Obstetriciens de Langue Française de Belgique (GGOLFB) anderzijds, zal weldra ter bevestiging in zijn functie voorgesteld aan de Algemene vergadering van de Beroepsvereniging. We feliciteren de architecten van deze geslaagde constructie, die bovendien zonder aflaten en met volle aandacht de belangen van hun discipline hebben behartigd.

 
 

 
Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
[143] K.B. van 10.10.1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. B.S. 28.10. 1986. Artikel 4 bis. [144] Akkoord Artsen-Ziekenfondsen van 19.12.2002. Punt 10.1. "De Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen neemt met genoegen akte van de beslissing van de representatieve organisaties van de geneesheren om de betrokken geneesheren aan te bevelen de in het akkoord bedongen honoraria vanaf 1 januari 2003 in acht te nemen, nog vóór het akkoord in werking is getreden". [145] "Derde Betalersregeling (DRB) : de maat is vol !". De Geneesheer-Specialist. Speciaal nr. januari 2003. [146] Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Programmawet (II) (1) van 24.12.2002, artikels 13 tot 49 (B.S. 31.12.2002). [147] Het aantal oftalmologen dat weigerde toe te treden tot de akkoorden ligt gemiddeld rond de 50 %. Bij het akkoord van 13.12.1993 weigerde 52,46 % toe te treden; op 11.12.1995 : 49,94 %; op 03.11.1997 : 54,27 %; op 15.12.1998 : 55,10 %; op 18.12.2000 : 51,48 %; op 15.12.2001 : 56,54 %. Alleen de dermatologen en de plastisch chirurgen deconventioneren nog meer. [148] Nota C.G.V. 2001/134 bis dd.14.06.2001. Ontwerp K.B. tot wijziging van het artikel 96 van het K.B. van 03.07.1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. [149] K.B. van 25.11.2002 tot wijziging van het K.B. van 14.09.1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (B.S. 13.12.2002). [150] O.m. VBS-jaarverslag 2001. VII. Oncologie en oncologische zorgprogramma's. Dr. M. Moens. 02.02.2002. [151] Koninklijk besluit van 30.02.2002 tot wijziging van het K.B. van 25.11.1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde (B.S. 23.10.2002). [152] Ministerieel besluit van 18.10.2002 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de klinische hematologie alsmede van stagemeesters en stagediensten in de klinische hematologie.

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp