Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Jaarverslag 2002 - 08 Februari 2003 Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
 


 

III.4. … ter voorbereiding van het budget 2003 


III.4.1. In de Medico-Mut

De vergadering van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ) van 27.05.2002 start met het vaststellen van de financiële middelen voor de financiering van de behoeften van de medische sector voor het begrotingsjaar 2003.(86) Alleen de BVAS formuleert een concreet voorstel : zowel in 2003 als in 2004 moeten de intellectuele acten met 15 % stijgen of plus 172,112 miljoen euro (6.943 miljoen BEF) in 2003. Voor het beschikbaarheidshonorarium van huisartsen moet er bovenop het budget van 2,48 miljoen euro (100 miljoen BEF) 3,718 miljoen euro (150 miljoen BEF) bijkomen. De toename van het aantal verstrekkingen afgeleid uit bestaande RIZIV-documenten wordt op 5% geraamd, wat een extra budget van 165,097 miljoen euro (6.660 miljoen BEF) noodzaakt. De uitvoering van nog niet gerealiseerde punten van het akkoord van 18.12.2000 vergt 24,789 miljoen euro (1.000 miljoen BEF) en de nog niet bekend gemaakte voorstellen van de Technisch Geneeskundige Raad kosten 29,747 miljoen euro (1.200 miljoen BEF). Hiervoor is samen dus een verhoging nodig bovenop het (op dat ogenblik nog niet herziene) budget 2002 (cfr. tabel 4, kolom 1) van 4.502,04 miljoen euro (181.612 miljoen BEF) met 395,463 miljoen euro (15.953 miljoen BEF). 
De behoeften voor de medische honoraria voor 2003 worden door de BVAS dus op 4.897,503 miljoen euro (197.565 miljoen BEF) vastgesteld (cfr. tabel 5).

Vaststellen van de financiële middelen voor de financiering van de behoeften van de medische sector voor het begrotingsjaar 2003 door de BVAS dd. 27.05.2002
 
  In miljoen euro In miljoen BEF
Intellectuele acten + 15% 172,112 6.943
Beschikbaarheidshonorarium huisartsen 3,718 150
Toename aantal acten met 5% 165,097 6.660
Uitvoering akkoord 18.12.2000 24,789 1.00
Nieuwe voorstellen TGR 29,747 1.200
Subtotaal
Begrotingsdoelstelling
395,463
4.502,040
15.953
181.612
TOTAAL 4.897,503 197.565

Tabel 5
 

Het Kartel formuleert tijdens de NCAZ-vergadering van 01.07.2002 zijn voorstel voor de periode 2003-2004 (87) dat meer het accent legt op forfaitaire dan op prestatie honoraria, en een duidelijke uitsplitsing van het budget vooropstelt tussen huisartsen en specialisten.

De status van dossierhoudend huisarts moet jaarlijks 5000 euro (201.700 BEF) opbrengen per huisarts i.p.v. de actuele 125 euro (5.042 BEF).
Dit “functie”- honorarium mag 34,125 miljoen euro (1.377 miljoen BEF) kosten. Het forfait per globaal medisch dossier (GMD) moet worden opgetrokken van 15,06 naar 25,00 euro per GMD per jaar. Kostprijs : 53,079 miljoen euro (2.141 miljoen BEF). De raadpleging moet stijgen van 16 tot 20 euro en het huisbezoek van 20,5 tot 30 euro. Deze verhoging van de intellectuele prestaties voor huisartsen kost 206,01 miljoen euro (8.310 miljoen BEF). Het volledige huisartsenpakket kost 293,214 miljoen euro (11.828 miljoen BEF) of 146,607 miljoen euro (5.914 miljoen BEF) per jaar.

Ook bij de specialisten legt het Kartel in zijn voorstel 2003-2004 sterke forfaitaire accenten. Een permanentiehonorarium voor de specialist wordt berekend op 31,5 miljoen euro (1.271 miljoen BEF). Een multidisciplinaire aanpak van de geriatrie vergt 2,815 miljoen euro (114 miljoen BEF). Het Kartel voorziet een verhoging van de intellectuele prestaties met 40% over twee jaar, wat 180 miljoen euro (7.261 miljoen BEF) zou kosten en een toemaatje voor de algemene heelkunde van 0,375 miljoen euro (15 miljoen BEF). 
Verbazingwekkend genoeg herneemt het Kartel geen enkel voorstel dat ze unaniem mee goedkeurde in het akkoord van 18.12.2000.
De totale kost van hun specialistenvoorstel voor 2003-2004 bedraagt 214,69 miljoen euro (8.661 miljoen BEF) of 107,345 miljoen euro (4.330,5 miljoen BEF) per jaar. Als globale behoeften voorgesteld (88) komen de vragen van het Kartel voor het jaar 2003 neer op een budget van 4.755,99 miljoen euro (191.856,5 miljoen BEF) (cfr. tabel 6).

Vaststellen van de financiële middelen voor de financiering van de behoeften van de medische sector voor het begrotingsjaar 2003 door het Kartel dd. 01.07.2002.
 
  In miljoen euro In miljoen BEF
Huisartsen

- functie dossierhoudend huisarts

17,0625 688,5

- verhoging forfait GMD

26,5395 1.070,5

- intellectuele acten + 20%

103,005 4.155,0
Subtotaal (1) 146,607 5.914,0
Specialisten

- permanentiehonorarium

15,7500 635,5

- multidisciplinaire geriatrie

1,4075 57,0

- intellectuele prestaties + 20%

90,0000 3630,5

- chirurgie

0,1875 7,5
Subtotaal (2) 107,3450 4330,5
Subtotaal (1)+(2) 253,950 10.244,5
Begrotingsdoelstelling 2002 4.502,040 181.612,0
TOTAAL 4.755,990 191.856,5

Tabel 6
 

Voor 14.529 huisartsen (003, 004, 005, 006) (cfr. tabel 9) vraagt het Kartel 146,6 miljoen euro, voor 22.528 specialisten (inclusief GSO’s) 107,3 miljoen euro bijkomend budget. 

Het Kartel stelde ook nog voor om het sociaal statuut op te trekken van +/- 2.650 euro (+/- 107.000 BEF) tot 5000 euro (201.700 BEF).

Voor het eerst sedert ondergetekende vanaf 1990 deelneemt aan de vergaderingen van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen, dienden de mutualiteiten geen becijferd voorstel in. Er kwam gewoon niets. Nochtans liet voorzitter Gabriel PERL tijdig een werkdocument verspreiden met de expliciete vraag dat de partijen van de N.C.A.Z. zich zouden uitspreken over de financiële behoeften voor 2003 (89). Tijdens de vergadering van 27.05.2002 vroeg hij dit te doen vóór 01.07.2002. Op 19.08.2002, rijkelijk laat, stuurde Dr. R. VAN DEN OEVER een nota (90) die de op 01.07.2002 tijdens de NCAZ-vergadering mondeling toegelichte prioriteiten voor een akkoord ordent en samenvat. Allicht wegens zijn laattijdigheid liet voorzitter PERL ze zelfs niet meer onder alle leden verspreiden.


III.4.2. In het RIZIV-Verzekeringscomité

Wegens afwezigheid van de voorzitter, Dirk SAUER, worden de vergaderingen van het Comité voor geneeskundige verzorging van het RIZIV van 09.09, 16.09 en 23.09.2002 die de begrotingsdoelstelling 2003 moet vastleggen, telkens voorgezeten door de ondervoorzitter, apotheker Dirk BROECKX, Nederlandstalige secretaris-generaal van de Algemene Pharmaceutische Bond (APB).

Mits allerlei acrobatische berekeningen en kilo’s documenten vat waarnemend voorzitter BROECKX op 23.09.2002 de discussies samen in een voorstel dat uitgaat van de “klassieke” technische ramingen van de Dienst, 15.372 miljoen euro (620.105 miljoen BEF), hieraan de index toevoegt (voor artsen 1,97 %) en 496 miljoen euro (20.000 miljoen BEF) voor nieuwe initiatieven. Dit brengt het globale voorstel op 16.046,6 miljoen euro (647.318 miljoen BEF). Van de 36 stemgerechtigde aanwezigen (op 42) onthouden alle 19 mutualiteitsvertegenwoordigers zich, en stemmen alle 17 verstrekkers voor. Conform het inwendig reglement is het voorstel aanvaard en wordt het doorgestuurd naar de Algemene Raad.


III.4.3. In de Algemene Raad

In zijn “State of the Union” verklaart Premier VERHOFSTADT dat de regering beslist heeft de Algemene Raad van het RIZIV voor te stellen om de globale begrotingsdoelstelling van de ziekteverzekering vast te stellen op 15.343 miljoen euro (618.935 miljoen BEF). Dit betekent een verhoging met 6,47 % (91).

De Algemene Raad mag in zijn vergadering van 14.10.2002 alleen nog ja knikken. Het debat is bij wijlen bitsig. De verstrekkers – die in de Algemene Raad niet stemgerechtigd zijn, wel in het Verzekeringscomité – zien majeure problemen t.g.v. het verschil in min van 704,8 miljoen euro (28.432 miljoen BEF) tussen het in het Verzekeringscomité goedgekeurde voorstel en dat van de Regering.

Omwille van de budgettaire onzekerheden t.g.v. de omschakeling van BEF naar EURO eind 2001 (cfr. III.3.) bouwt de regering een “buffer” in van 170 miljoen euro (6.858 miljoen BEF). Indien de begroting 2003 niet meer dan 170 miljoen euro zou worden overschreden (verhoudingsgewijze gesplitst volgens de verschillende deelsectoren), dan garandeert de Regering dat er geen verminderingen van de honoraria of prijzen zullen worden opgelegd. De mutualiteiten eisen uiteraard dat hun financiële verantwoordelijkheid in dergelijke omstandigheden ook voor een bedrag van 170 miljoen euro zou worden geneutraliseerd.

Zonder echt duidelijk te zijn wat er met deze financiële buffer zal gebeuren, keuren 12 van de 19 stemgerechtigde leden het zeer lichtjes gewijzigde voorstel goed, 3 leden stemmen tegen en er zijn 4 onthoudingen.

De Algemene Raad legt de globale begrotingsdoelstelling vast op 15.341,822 miljoen euro (618.888 miljoen BEF). 


III.4.4. Terug naar het Verzekeringscomité

De 170 spookmiljoenen euro’s zorgen voor heel wat problemen bij de uitsplitsing in partiële begrotingsdoelstellingen van de globale begrotingsdoelstelling voor 2003, niet in het minst wat de medische honoraria betreft. Na debatten op 04.11 en 18.11 wordt tenslotte op 25.11.2002 de verdeling meerderheid tegen minderheid goedgekeurd. Ondanks het feit dat de BVAS nog een kleine toevoeging van een bedrag van 1,549 miljoen euro (62,5 miljoen BEF) kan bekomen, een wettelijke aanpassing bekomt van de artikelen 59 en 69 van de G.V.U.-wet (92), zodat de klinische biologie en de radiologie worden beschermd tegen terugvorderingen (93) en er in slaagt om het K.B. op de knipperlichten (94) te doen wijzigen, keuren de 5 aanwezige BVAS-leden, samen met nog 7 andere verstrekkers de verdeling (95) af. Vermits van het voltallig aantal leden (42) er verder 28 stemmen vóór zijn (o.m. alle 22 mututaliteitsvertegenwoordigers en – ongelooflijk maar waar – de 2 Kartel vertegenwoordigers) bij 2 onthoudingen, is de kogel door de kerk.
Het budget van de artsenhonoraria wordt gefixeerd op 4.746,977 miljoen euro (191.492,6 miljoen BEF). Dit is een toename t.o.v. de herziene begrotingsdoelstelling 2002 van 4.464,4 miljoen euro (180.095 miljoen BEF) (cfr. tabel 4) voor de medische honoraria met 282,58 miljoen euro (11.399,1 miljoen BEF) of een stijging met 6,33%. Extraatjes zijn hiermee niet mogelijk, want de zorgbehoefte groeit jaarlijks met minstens 4,5 % en de index is 1,97 % of samen 6,47 %


III.4.5. En tenslotte naar de eindstreep in de medico-mut.

Het steeds opnieuw autoritair tussenkomen van minister VANDENBROUCKE in de besluitvorming van de medico-mut, zijn snel elkaar volgende oekazen i.v.m. besparingsmaatregelen en nomenclatuurwijzigingen gestart in 2001, zorgden ook het ganse jaar 2002 voor destabilisering en verzuring op de banken. 

Met veel moeite bekwam de BVAS-bank dat de bij Koninklijk Besluit opgelegde indexinlevering van 2,82 % van 01.01 tot 30.06.2002 (96) ongedaan werd gemaakt voor de intellectuele prestaties vanaf 01.02.2002. En dit zonder dat er “door de betrokken sector structurele maatregelen in toepassing worden gebracht die in dat jaar besparingen opleveren die minstens gelijk zijn aan de helft van het in artikel 7 bedoeld indexvolume” (artikel 1 van het K.B. van 12.12.2001).

Van de besparingen ten bedrage van 1.676,7 miljoen BEF (41,6 miljoen euro) die door het Verzekeringscomité waren beslist op 28.01.2002 (97) wordt een eerste deel voor een waarde van 1.071,6 miljoen BEF (26,6 miljoen euro) op jaarbasis in werking gebracht met ingang van 01.03.2002. (98).

Vooral de schrapping van de terugbetaling van de articulaire puncties doet velen pijn, in het bijzonder de fysiotherapeuten, reumatologen, sommige anesthesisten en de huisartsen.

De overige maatregelen, met een besparingswaarde van 605,1 miljoen BEF (15 miljoen euro) op jaarbasis, kunnen om juridisch-technische redenen pas later in voege treden, met name op 01.09.2002. (99).
Het betreft de –10% maatregel op EMG, EEG, EKG, tympanoscopie; de –20% op de Holtermonitoring en de –50% op de gingivectomie. 

Voorzitter PERL riep de Commissie artsen-ziekenfondsen twaalf maal samen : 14.01, 21.01, 25.02, 25.03, 22.04, 27.05, 01.07, 28.10, 18.11, 16.12 en 19.12.2002. De geplande vergadering van maandagavond 25.11.2002 werd afgelast. De spanning was erg hoog opgelopen en het leek de voorzitter niet wenselijk om 19 dagen vóór een nationale betoging van 14.12.2002 te Brussel te trachten tot een consensus te komen in de plenaire vergadering.

Informeel nodigde PERL regelmatig beperkte delegaties van de medico-mut uit. Met de BVAS-delegatie ontmoetten we de voorzitter, met de top van de RIZIV-administratie, op 05.11, 14.11, 01.12, 09.12 en de morgen van 16.12.2002.

Om de sfeer te illustreren, geef ik hier mijn letterlijk verslag weer van de “petit comité” vergadering van maandag 16.12.2002, bedoeld voor de niet-deelnemers :

“Om 10.00 uur afspraak van de BVAS (Jacques de Toeuf, Roland Lemye, Michel Vermylen en Marc Moens) met Jo De Cock en Gabriël Perl over de financiële mogelijkheden binnen het te krappe budget. Jo De Cock zit nog even vast bij FVDB waar hij met de apothekersproblemen bezig is sinds 07.15 uur. De Cock arriveert rond 10.20 uur. De apothekers hebben blijkbaar helemaal niets bekomen, maar FVDB, even intellectueel oneerlijk als briljant, heeft hen vorige week wat op de mouw gespeld.

Na twee uur palaberen ( en na alle voorgaande mini-vergaderingen) komt er iets uit de bus dat wij verdedigbaar achten voor onze Raad van beheer op woensdag 18.12.2002: in fases wordt tenslotte op 01.10.2003 18 euro voor de consultaties en 25 euro voor het huisbezoek bereikt, mits een verhoging van 1 euro remgeld voor het huisbezoek en mits uitstellen van de terugbetaling van +/- 20 miljoen euro voor sommige technisch medische verstrekkingen die reeds in het akkoord van 18.12.2000 waren voorzien. De 1euro remgeldverhoging voor het huisbezoek zou de goedkeuring hebben van de CM en SM wordt ons gezegd.

Om 19.00 uur vóórvergadering met enkelen van BVAS (Jacques de Toeuf en Marc Moens), SM (Debacker, Laasmans en Y. Vandermeeren), CM (Justaert, Descamps, van den Oever) en het Kartel dat pas om 20.15 arriveert (R. Rutsaert, Ph. Vandermeeren en P. Putzeys). De Cock en Perl zijn opnieuw hun orders gaan halen bij FVDB en komen pas aan om 20.05 uur. Justaert verklaart dat hij in zijn wagen per GSM een onderhoud heeft gehad met de minister, maar zegt uiteraard niet wat diens bemoeienissen of marsorders inhouden. Later zal blijken dat zowel SM als CM niet meer willen horen van de één euro remgeldverhoging. De verkiezingen liggen blijkbaar dichter in het verschiet dan vorige week werd gedacht. 

De cijfers die 's ochtends na ons overleg waren op papier gezet en klaar voor distributie op de tafel lagen, mogen plots onder géén beding worden rondgedeeld .... omdat de minister niet akkoord is en andere cijfers voorstelt. De 25 euro voor het huisbezoek kan t.g.v. de tussenkomst van FVDB niet meer bereikt worden in 2003. Op voorstel van de BVAS en mits een inlevering van 0,47 % index voor de medisch technische acten van de specialisten (1,5 i.pv. 1,97% of een inlevering van +/-15 miljoen euro) ligt de 25 euro toch terug in de mogelijkheden. Gezien de fasering wordt het volle pond niet in 2003 uitgegeven maar bezwaart het voorstel reeds de begroting van 2004, terwijl het akkoord alleen 2003 betreft. De minister maakt hier telefonisch problemen over bij Perl en legt enerzijds beperkingen op over het "overflow"-bedrag (max 41 miljoen euro overschrijding op jaarbasis, d.w.z. een maximaal engagement voor 2004) en anderzijds moet er een clausule in het akkoord 2003 worden opgenomen over de bestemming van dat geld in 2004 !
Ondertussen is het bijna 21.00 uur en dient de plenaire Medico-Mut aan te vangen (gepland volgens de schriftelijke uitnodiging om 20.00 uur en volgens telefonische correctie om 20.30 uur).

Ten gevolge van de tussenkomsten van de minister is er ondanks alle voorbereidend werk niets concreets voor de plenaire klaar. Wij suggereren nogmaals om het "comfort" van het huisbezoek te doen betalen door de patiënt en 2 euro remgeldverhoging toe te passen op het huisbezoek, eventueel gemoduleerd rekening houdend met de chronische zieken en bepaalde leeftijdscategorieën (een voorstel van de SM). 
Perl terug aan de telefoon met FVDB gedurende +/- 45 minuten. BVAS en Kartel benutten hiervan +/- 30 minuten om elk afzonderlijk de info's van de dag aan hun vertegenwoordigers in de Medico-Mut toe te lichten. De vertegenwoordigers van de mutualiteiten, die niet om 19.00 uur waren uitgenodigd, zitten inmiddels al sinds 20.00 uur te wachten. Iets na 22.00 uur vangt een gedestabiliseerde voorzitter Perl de plenaire vergadering aan. Hij raakt niet verder dan de stand van zaken uiteen te zetten. Zijn gebruikelijk optimisme,vertrouwen en geduld schijnen aangetast te zijn. Volstrekt begrijpelijk.

Kortom, het idee dat Vandenbroucke heeft over "overleg" maakt het afsluiten van een akkoord quasi onmogelijk. Al zijn prietpraat op radio en TV dat het nu aan de partners van de Medico-Mut is, is raddraaierij. Overleg betekent volgens FVDB onderschrijven al wat aan zijn diviene en hooghartige brein ontsproten is.
Macchiavelli draait zich om in zijn graf van jaloersheid. In FVDB heeft hij zijn grootmeester gevonden.

Wij zullen de stand van zaken toelichten op onze beheerraad 18.12.2002. Als er één iemand schuld zal hebben dat de onderhandelingen niet uitmonden in een akkoord, dan is het wel FVDB die elke gangbare vorm van vergaderen en overleg onmogelijk maakt, de door alle leden van de Medico-mut zeer gerespecteerde voorzitter van de commissie in feite ridiculiseert en de RIZIV administratie tot wanhoop drijft. Ondertussen desinformeert hij de bevolking door een verhoging met 6,3% van ons budget te vergelijken met een salarisverhoging van 6,3% en jut hij de patiënten op tegen hun (huis-) artsen door in de media de kwakkel te lanceren dat elke arts gemiddeld 350.000 BEF meer gaat verdienen.

Donderdagavond volgende ronde. 
Als FVDB nu eens zijn GSM in de fik stak, dan zou het donderdagavond misschien kunnen lukken.”

De BVAS-beheerraad van 18.12.2002 besliste dat het toch beter is een akkoord af te sluiten. Twee huisartsen-gasten van formaat konden meemaken dat de beheerraad democratisch en paritair (Franstaligen-Vlamingen, huisartsen-specialisten) werkt : de “passionaria liégeoise“ Claude DAWANCE, organisator van het eerste uur van tal van Waalse huisartsenacties en van de betoging van 14.12.2002 en Dr. Arlette GERMAY, voorzitter van de FAG (Forum des Associations de Médecins Généralistes). “Zaadpluis-” (100)voorvrouw Anne LEUNENS was ook uitgenodigd maar weigerde te komen.

De BVAS is er immers in geslaagd een reeks garanties in de wet te doen opnemen (cfr. supra), ondermeer dat in 2003 de minister geen nomenclatuurwijzigingen kan opdringen (101) (102). Geen akkoord afsluiten betekent het bevriezen van de erelonen op het niveau 2002 (minister VANDENBROUCKE zwoer dat hij ze zou opleggen, dus voor alle artsen, ook zij die nog nooit een conventie aanvaardden), m.a.w. verlies van de index van 1,97 %, (88,4 miljoen euro of 3.566 miljoen BEF), de “bijkomende inspanning van de regering” van 19,8 miljoen euro (799 miljoen BEF) voor de intellectuele acten en de 2,25 miljoen euro (91 miljoen BEF) voor de “niet-prestatiegebonden activiteiten van de huisartsen (vb. administratief beheer of logistieke ondersteuning van groepspraktjken)”. (103).

Bovendien gaat dan voor elkeen het sociaal statuut verloren. Velen, vooral huisartsen, hebben het de BVAS vroeger bitter verweten dat ze door het opzeggen of het niet sluiten van een akkoord hun sociaal statuut verloren. 

Tenslotte is het voor representatieve artsenverenigingen niet goed om vlak voor de federale verkiezingen zichzelf quasi buiten spel te zetten als gevolg van het niet afsluiten van een akkoord.

Gemandateerd door zijn Beheerraad dwong de BVAS-delegatie in de nacht van 19 op 20 december 2002, om 03u12 in de ochtend om precies te zijn, een akkoord af, dat nauwelijks iemand nog voor mogelijk achtte. Het is verre van perfect, maar, om het eufemistisch te zeggen, het bedrag van 282,58 miljoen euro (11.399,1 miljoen BEF) werd niet afgewezen, maar nuttig besteed. Het verlies van de integrale index voor de dialysehonoraria en 0,47% voor de medisch-technische verstrekkingen is een bittere pil voor de specialisten die ofwel zonder ofwel met 1,5% resterende index een verwachte loonsverhoging van hun personeel met 3,5% in 2003 moeten financieren. De indexinlevering was nodig om de huisartsen de symbolische 18 euro voor hun consultatie en 25 euro voor hun huisbezoek in het vooruitzicht te stellen. Zonder die slag binnen te halen was een akkoord uitgesloten.

Te elfder ure, en in de wetenschap dat het kabinet VANDENBROUCKE niet akkoord ging met de dossiers stamceltransplantatie en pre-operatief anesthesiologisch consult, die goedgekeurd waren door de Technisch Geneeskundige Raad en die gebudgetteerd waren, werd 0,744 miljoen euro (30 miljoen BEF) vrijgemaakt om het pediatrisch toezicht te verhogen (codes 598802 en 598220) en werd 2,255 miljoen euro (91 miljoen BEF) gevonden om het bevallingshonorarium met 7,64% te verhogen, vóór indexatie met 1,5%.

De RIZIV-administratie werkte de ganse nacht door, zodat op 20.12.2002 om 10 uur ’s ochtends het akkoord voluit beschikbaar was op de RIZIV-website. Minister VANDENBROUCKE toonde zich bijzonder verheugd over het bereikte akkoord.

Vrijdag 20.12.2002 werd het akkoord goedgekeurd door de Commissie voor begrotingscontrole, en maandag 23.12.2002 zowel door het Verzekeringscomité als door de Algemene Raad. Het verscheen in het – sinds 01.01.2003 nog uitsluitend elektronische – Belgisch Staatsblad op 20.01.2003.

De artsen die weigeren toe te treden hebben tot 19 februari 2003 de tijd om dit per aangetekende brief kenbaar te maken aan de Voorzitter van de Medico-mut. Op 6 maart 2003 kan het akkoord in voege treden, tenzij meer dan 40 % der artsen of meer dan 50% der huisartsen of 50% der specialisten, het zouden hebben verworpen (104)
Dan kan de Koning “voor het hele land of voor bepaalde streken van het land, voor alle of voor bepaalde verstrekkingen en voor alle of voor bepaalde categorieën van rechthebbenden, maximumhonoraria vaststellen”. (105).
De deconventiecijfers zullen voer voor discussie van mijn volgend jaarverslag vormen.

Ter voorbereiding van een vergelijking : na de zware besparingen, opgedrongen ondanks het in voege zijnde akkoord van 18.12.2000, bleken begin 2002 12,15 % der huisartsen uit het akkoord te zijn gestapt en 25,30 % der specialisten, of samen 19,32 % (cfr. tabellen 7 en 8).

Akkoord 18.12.2000 : aantal weigeringen (01.01.2002)
 
  Huisartsen Specialisten Totaal artsen
totaal weigeringen totaal weigeringen totaal weigeringen
Antwerpen 2.515 144 2.836 600 5.351 744
Vlaams Brabant 2.047 193 3.002 663 5.049 856
West-Vlaanderen 1.678 65 1.734 422 3.412 487
Oost-Vlaanderen 2.104 83 2.500 662 4.604 745
Limburg  1.226  18 1.105 294 2.331 312
Vlaanderen 9.570 503 11.177 2.641 20.747 3.144
Brussel-Hoofdstad 2.429 628 3.614 998 6.043 1.626
Waals Brabant 808 188 1.318 432 2.126 620
Henegouwen 1.971 377 2.066 305 4.037 682
Luik 2.120 326 2.464 836 4.584 1.162
Luxemburg 442 104 365 134 807 238
Namen 928 93  901  197 1.829 290
Wallonië 6.269 1.088 7.114 1.904 13.383 2.992
België 18.268 2.219 21.905 5.543 40.173 7.762

Tabel 7

Bron : website RIZIV – Zorgverleners – Akkoord geneesheren-ziekenfondsen/Verzekering
( http://riziv.fgov.be ); opsplitsing per gewest : dr. M. MOENS.
 

Akkoord 18.12.2000 : percentage weigeringen (01.01.2002)

  Huisartsen Specialisten Totaal artsen
Antwerpen 5,73 21,16 13,90
Vlaams Brabant 9,43 22,09 16,95
West-Vlaanderen 3,87 24,34 14,27
Oost-Vlaanderen 3,94 26,48 16,18
Limburg 1,47 26,61 13,38
Vlaanderen 5,26 23,63 15,15
Brussel-Hoofdstad 25,85 27,61 26,91
Waals Brabant 23,27 32,78 29,16
Henegouwen 19,13 14,76 16,89
Luik 15,38 33,93 25,35
Luxemburg 23,53 36,71 29,49
Namen  10,02 21,86 15,86
Wallonië  17,36 26,76 22,36
België  12,15 25,30 19,32

Tabel 8

Bron : website RIZIV – Zorgverleners – Akkoord geneesheren-ziekenfondsen/Verzekering
( http://riziv.fgov.be ); opsplitsing per gewest : dr. M. MOENS.
 

In Brussel-Hoofdstad deconventioneren huisartsen en specialisten quasi evenveel (+/- 26,9%). In Vlaanderen deconventioneert de huisarts vierenhalf maal minder frequent dan de specialist (5,26 % versus 23,63 %), in Wallonië anderhalf keer minder (17,36 % versus 26,76 %). De gemiddelde Belgische specialist deconventioneert ruim tweemaal meer (25,30 %) dan de gemiddelde Belgische huisarts (12,15 %).

Maar ook binnen hetzelfde gewest zijn er grote spreidingen. Bij de Vlaamse huisartsen van 1,47% (Limburg) tot 9,43 % (Vlaams Brabant) of een factor 6,4. Bij de Waalse huisartsen van 10,02 (Namen) tot 23,53 (Luxemburg)of een factor 2,3.

Bij de specialisten, waar de spreiding veel minder groot is, valt het lage deconventiecijfer van Henegouwen op, 14,76 of 2,5 maal lager dan het hoogste Belgische deconventiecijfer van 36,71 % in Luxemburg.

Bij de huisartsen zijn er zelfs binnen een provincie zeer grote arrondissementele verschillen vb. in West-Vlaanderen 0,00% in Diksmuide, en 25,49 % bij zijn buur Veurne. Of in Henegouwen 5,56 % in Moeskroen tegen 30,49 % in Thuin (cfr. RIZIV-website).

Minister VANDENBROUCKE is ongerust over de afloop van de deconventieslag die door een aantal huisartsen wordt gevoerd. De gemengde syndicaten bekijken argwanend de polarisatie tussen huisartsen en specialisten en de openlijke vraag van bepaalde huisartsen om het budget op te splitsen tussen beide groepen, en om voor de huisartsen de medico-mut overboord te gooien en rechtstreeks te gaan onderhandelen met de politici.

 
 

 
Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
[86] Notulen 2002/06 van de vergadering van de N.C.A.Z. van 27 mei 2002; pag.5. [87] Kartel voorstel conventie 2003-2004. Doc. CNMM/NCGZ/2002/51 [88] Berekening Kartel. Eigen voorstellingswijze. [89] Doc. NCGZ 2002/42 dd. 24.05.2002. [90] Christelijke Mutualiteit Landsbond. GZB/VDO/lm/561 dd. 19.08.2002. [91] Tussen het opmaken van de nota ARGV nr. 202/99 dd. 24.09.2002 (cfr. tabel 4) en de opmaking van de Staatsbegroting, werden er nogmaals een aantal herberekeningen doorgevoerd die de definitief herziene begroting 2002 op 14.411 miljoen euro (581.360 miljoen BEF) brengt. [92] Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. [93] Gerealiseerd via artikel 224 van de Programmawet (I)(1) van 24.12.2002 (B.S. 31.12.2002). [94] cfr. nota ARGV 2002/131 + 131 add. [95] Cfr. nota CGV 2002/279 2de add. [96] K.B. van 12.12.2001 tot wijziging van het besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. (B.S. 28.12.2001). [97] Nota CGV nr. 2002/22 dd. 22.01.2002. [98] K.B. van 27.02.2002 tot wijziging van het K.B. van 14.09.1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (B.S. 01.03.2002). [99] Nomenclatuur - K.B. van 22.08.2002 (B.S. 28.08.2002). [100] "Actie Zaadpluis" : asyndicale actie vanuit het ongenoegen van de basis - huisartsen initieel tegen de Bf-reglementering omtrent de geneesmiddelen, maar verruimd tot een brede waaier van huisartseneisen. [101] Programmawet (I) (1) van 24.12.2002, artikel 225 (B.S. 31.12.2002). [102] Punt 7.2. van het akkoord van 19.12.2002. [103] Regeringsverklaring dd. 08.10.2002. Begroting 2003. Sociaal beleid. Fiche 5. [104] G.V.U.-wet van 14 juli 1994 ; artikel 50 § 3. [105] G.V.U.-wet van 14 juli 1994 ; artikel 50 § 11.

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp