|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
III. WORDT DE TWEEJAARLIJKSE KLUS EEN JAARLIJKSE ?
III.1. Artsenverkiezingen, huisartsenmalaise en Franstalige wrevel over VANDENBROUCKE
Op 03.06.2002 stuurde het RIZIV de nodige documenten aan 40.090 artsen (17.872 huisartsen en 22.218 specialisten) om deel te nemen aan de tweede syndicale artsenverkiezingen. Bij de eerste verkiezingen in juni 1998 werden er 37.383 stembrieven verstuurd (16.919 huisartsen en 20.464 specialisten) (cfr. tabel 2). De telling verliep strikt volgens het boekje op 25.06.2002.
Tabel 2
In 1998 stuurden 70,66% der artsen hun stembiljet terug, in 2002 slechts 56,33%. In 1998 voelden 69,48% der huisartsen en 71,63% der specialisten zich bij de verkiezingen betrokken. In 2002 nog slechts 57,86% van de huisartsen en 55,09% van de specialisten.
Tabel 3
Kolom 3 van tabel 3 leert dat in absolute cijfers overal stemmen werden verloren t.o.v. 1998. Alleen het Kartel kende een lichte toename van het aantal stemmen bij de huisartsen. Opmerkelijk was de fikse toename van de ongeldige stemmen. Procentueel werd het grootste stemverlies opgetekend bij de BVAS-huisartsen.
Op de huisartsenbank wordt 69,12% der zitjes toegewezen aan het Kartel (59,01 in 1998) en 28,12% aan de BVAS (39,69% in 1998), op de specialistenbank 87,08% aan de BVAS (89,17% in 1998) en 9,71% aan het Kartel (9,85% in 1998). In de praktijk blijft de zetelverdeling in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen met deze uitslag ongewijzigd : BVAS 7 zetels (5 specialisten + 2 huisartsen), Kartel 5 zetels (1 specialist + 4 huisartsen)
(67).
Onmiddellijk na de verkiezingen stelde VANDENBROUCKE zich al vragen over de representativiteit van de artsensyndicaten. Op de 22.218 verstuurde stembrieven aan specialisten brengen er 10.660 of 47,98% hun stem uit voor de BVAS en 1.188 of 5,35% voor het Kartel.
Op de 17.872 verstuurde stembrieven aan de huisartsen brengen er 2.908 of 16,27% hun stem uit voor de BVAS en 7.148 of 40,0% voor het Kartel.
Minister VANDENBROUCKE houdt angstvallig de malaise bij de huisartsen in het oog. De huisartsen schimpen op beide syndicaten, zijn ontevreden met het bekomen akkoord voor 2003 (cfr. III.4.5.) en bespreken openlijk een nieuw systeem. De huisartsen willen apart van de specialisten onderhandelen, met een eigen budget, en liefst nog de Vlamingen apart van de Franstaligen, wijlen de Vlaamse minister-president Gaston GEENS indachtig “Wat we (= Vlaamse huisartsen) zelf doen, doen we beter”.
Een reactie van ASGB-lid huisarts Johan BUFFELS op het “Toekomstplan van de huisartsgeneeskunde” dat voorzitter Karel VAN DE MEULEBROEKE van het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen (S.V.H.) in opdracht van minister VANDENBROUCKE in februari had gemaakt, stelde ook de samenwerking met de mutualiteiten in vraag
(68).
Een aantal Vlaamse politici is deze strekking zeker genegen. Ze worden gesteund door sommige journalisten. Na de betoging van de gezondheidszorgberoepen van de eerste lijn op 14.12.2002 in Brussel commentariëert Guy TEGENBOS : “Waarom beslist de minister van Sociale Zaken, Frank VANDENBROUCKE (SP.a) niet zelf dat de budgetten voor de huisartsen sterker moeten stijgen dan die voor de
Een zeer oud refrein, dat de Engelse huisartsen (en specialisten) maar wat graag zouden doen ophouden in hun staatsgeneeskundig systeem.
In de aanloop naar een nieuwe regering poogt een aantal huisartsen vandaag ook de Vlaamse liberalen te overtuigen van dit model.
Met een delegatie van +/- 50 specialisten, aangevoerd door onze combattieve voorzitter, Jacques GRUWEZ, mét megafoon, was het VBS aanwezig op de massabetoging van 14 december 2002. Als lid van het Gemeenschappelijk Front van Gezondheidsberoepen, was het VBS ook bij de voorafgaande vergaderingen uitgenodigd.
De Franstalige huisartsen waardeerden onze steun en de organisatrice van het eerste uur Claude DAWANCE dankte, na de symbolische verbranding van (de pop van) minister VANDENBROUCKE – die werd aangestoken met Bf-aanvraagbriefjes voor geneesmiddelen en niet met BEF-biljetten - in haar eindspeech expliciet de specialisten.
Aan Vlaamse kant werd er afwijzend tot agressief gereageerd tegenover de specialisten. S.V.H.-voorzitter Karel VAN DE MEULEBROEKE, begin 2002 nog ingehuurd door minister VANDENBROUCKE om de toekomst van de Belgische huisartsgeneeskunde uit te schrijven, dreigt vlak voor de betoging
(70) “Ik acht confrontaties niet uitgesloten. Ik zou het alvast moeilijk hebben om te zien hoe juist die mensen die aan de basis liggen van onze problemen, munt proberen te slaan uit deze betoging”.
Ik heb geen vijandigheid ontmoet, integendeel. Misschien tot spijt van VAN DE MEULEBROEKE en zijn opdrachtgever VANDENBROUCKE, die sinds zijn ministerieel mandaat continu de huisartsen tegen de specialisten in het harnas jaagt. Huisartsen en specialisten hebben duidelijk een gebrek aan inzicht in elkaars problemen. Met als gevolg dat huisartsen, die nog een relatieve – weliswaar door de overmaat aan administratieve pesterijen flink verzuurde – vrijheid van beroepsuitoefening kennen, oplossingen voorstaan die de specialisten verwerpen, omdat ze ze al aan den lijve hebben ondervonden.
Als Dr. Anne GILLET-VERHAEREN, ondervoorzitter van de “Groupement belge des omnipraticiens” (GBO, onderdeel van het Kartel) de BVAS van repliek dient die tegen de invoering is van forfaits in de huisartsgeneeskunde omwille van verlies van onafhankelijkheid t.o.v. de politici, stelt ze “Or on n’a jamais vu le politique dans un acces de mauvaise humeur, retirer le forfait aux hôpitaux”.
(71).
Alhoewel haar GBO collega Marcel BAUVAL zetelt in het RIZIV-Verzekeringscomité en alhoewel zij zelf lid is van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen, weet ze dus niet (of vergeet ze selectief) dat “de politiek” er zijn hand niet voor omdraait forfaitaire honoraria drastisch te verminderen tot zelfs quasi “in te trekken” (retirer) vb. in de periode 01.09-31.12.2001 : -87,2 % voor het forfaitair honorarium per voorschrift radiologie (code 460972), -49% voor het forfaitair honorarium per voorschrift klinische biologie (592410), -15% voor de nierdialyse etcetera
(72).
Geestesgenoot VANDENBROUCKE wordt door zijn Franstalige kameraden van de Parti Socialiste nauwlettend in het oog gehouden. Uitspraken als
(73) “Le monde francophone renâcle à faire des choix en faveur de la première ligne. Il est plus orienté que la Flandre vers l’hospitalocentrisme ». … « La solidarité entre la Flandre et la Wallonie sera intenable si les médecins ne s’autorégulent pas » zijn hierbij alleen olie op het Waalse vuur. Bovendien een knap staaltje van het afschuiven van verantwoordelijkheid, van het kaliber als in de Augusta-periode, waar de mindere goden à la Carla GALLE of Etienne MANGE en de partijboekhouders Guido VANBIESEN en Guido TRIEST door de mangel werden gehaald, terwijl de ex-SP-voorzitter kon doctoreren in Oxford
(74) en zijn naam naderhand van de verdachtenlijst verdween na verhuizing van het SP-dossier van Luik naar Brussel. “Waardoor de gewezen SP-voorzitter – zoals door de SP geëist – als minister kon worden opgenomen in de paars-groene regering
(75).
De Waalse en Brusselse (huis-)artsen hebben het VANDENBROUCKE bijzonder kwalijk genomen dat hij hen de schuld in de schoenen wil schuiven van de door hen volstrekt ongewenste splitsing van de sociale zekerheid.
In de loop van het jaar 2002 drukt Frank VANDENBROUCKE het deel “individueel responsabiliseren van de verstrekkers”
(76) door. Iedereen had het steeds over artsen, maar dankzij de hardnekkigheid van de BVAS werden ook de ziekenhuisbeheerders voor hun verantwoordelijkheid geplaatst en zijn ze ook sanctioneerbaar. Tijdens de finale en cruciale vergadering dd. 14.10.2002 met ondermeer de minister zelf, alle betrokken kabinetsleden, Gabriel PERL in zijn functie van voorzitter van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen, Jo DE COCK, administrateur-generaal van het RIZIV, Dr. Bernard HEPP, Directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige controle, de partners van de medico-mut., de SSMG (Société Scientifique de Médecine Générale), de WWVH (Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen) en het VHP (Vlaams Huisartsenparlement) werd door de BVAS-delegatie een ganse reeks concrete en goed voorbereide wijzigingen ten gunste van de artsen aan het origineel aangebracht, waarin ook belangrijke bemerkingen uitgewerkt door de VBS-juridische dienst.
Lang niet al onze opmerkingen werden weerhouden, maar de rechten van de verdediging werden opnieuw gegarandeerd – weliswaar niet op de manier zoals sommige collegae het hadden gewenst – en een aantal boetes werden drastisch gereduceerd. Ze blijven desalniettemin hoog.
In ruil voor de toegevingen door de minister, dienden de Artsensyndicaten het vetorecht in de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (N.R.K.P.)
(77) op te geven. Een reëel gevaar was dat hierdoor “indicatoren” (een vorm van praktijkrichtlijnen) opgesteld door geneesheren-ambtenaren van de Dienst voor geneeskundige controle, zouden worden opgedrongen tegen de inzichten van de beroepsbeoefenaars in. In extremis werd door Daniël BACQUELAINE (MR) met de actieve steun van Yolande AVONTROODT (VLD) een amendement ingediend, en naderhand goedgekeurd, dat een evaluatieperiode invoert van dergelijke indicator, waarna een peer review volgt. Dan volstaat een drie vierde meerderheid op de beroepsbank bestaande uit de artsensyndicaten en de wetenschappelijke verenigingen (inclusief de universiteiten). De ziekenfondsbank en de regeringsbank stemmen in deze situatie niet mee.
Inmiddels werden de leden van de N.R.K.P. in het Staatsblad benoemd (78) en werd de Raad plechtig door de ministers VANDENBROUCKE en TAVERNIER geïnstalleerd op 23.12.2002 in het RIZIV. Tijdens zijn eerste “echte” vergadering dd. 30.01.2003 werd Dr. Rudi VAN DRIESSCHE, radioloog, verkozen tot voorzitter. Dr. VAN DRIESSCHE is via de Nationale Unie van Radiologen (NUR) nauw betrokken bij het VBS, en is als voorzitter van de afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams Brabant van het VAS (Vlaams Artsensyndicaat) lid van het Bureau van de BVAS.
Minister VANDENBROUCKE gebruikte een spitsvondige manier om deze wet op de individuele responsabilisering toch nog vóór het jaareinde 2002 door de wetgevende Kamers te jagen.
Bijna alle artsenverenigingen zijn akkoord dat de wet moet geamendeerd worden. Dr. David SIMON, huisarts, heeft de Parlementariërs een reeks van 5 amendementen voorgelegd
(81). Het V.B.S.-bestuurscomité dient zich hierover uit te spreken. Persoonlijk meen ik dat de voorstellen moeten worden opgenomen.
Om de huisartsen te “troosten” die verkeerdelijk menen dat vooral zij worden geviseerd door deze nieuwe wet, kunnen de ziekenhuisspecialisten wijzen op het artikel 11 van de “Wet van 22.08.2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg”
(82), dat al in voege ging op 01.10.2002.
Dit artikel heeft het begrip “referentiebedragen” ingevoerd om te starten met 14 chirurgische en 12 internistische verstrekkingen of diagnoses. Men gebruikt hiervoor het All Patients Refined Diagnosis Related Groups- of APR-DRG-systeem.
Indien meer wordt uitgegeven dan het bedrag van de referentienorm zal het ziekenhuis moeten terugbetalen. Het betreft grosso modo alle kosten die een chirurgische ingreep meebrengen. Het bedrag van de verpleegdagprijsvergoeding en het forfaitair deel van de honoraria klinische biologie en medische beeldvorming zijn hiervan uitgesloten. Indien de overschrijding van de referentienorm optreedt bij internistische diagnosestelling, zal het ziekenhuis "slechts" publiek aan de schandpaal worden genageld.
Het artikel 13 van diezelfde wet van 22.08.2002 had ook nog nieuwe administratieve geldboetes bedacht voor de geconventioneerde artsen die de tarieven van het akkoord niet zouden respecteren, en voor de artsen die meer honorarium zouden durven vragen dan de basis RIZIV-tarieven in de situatie dat er geen akkoord zou zijn afgesloten. Het bedrag van die administratieve geldboete is gelijk aan driemaal het bedrag van de overschrijding met een minimum van 125 euro. En dit “onverminderd de bepalingen van het artikel 52 van de wet van 14 februari 1961 van economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel”,
(83), m.a.w. penale boetes en gevangenisstraf.
Vermits VANDENBROUCKE tijdens zijn ambtsperiode al meermaals had gedreigd dat hij bij niet-conventionering tarieven zou opleggen, was hij alvast zo voorzienig om zijn waaier aan bestaande sanctiemogelijkheden nog verder uit te breiden.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |