|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
II. POLITIEKE CONTEXT
Een papen- en kardinaalvretende VLD-voorzitter Karel DE GUCHT ergert niet alleen de “Guimardstraat” met het christelijk geïnspireerd onderwijsnet en de groep van de VVI-ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen, maar ook een deel van de traditionele VLD-kiezers, weliswaar meestal om andere redenen. Binnen de eigen rangen morren de Belgicistische federalisten (wegens opname van een reeks ex-VU-overlopers), de conservatieven (wegens te “linkse” koers), de gelovigen (wegens euthanasie-fundamentalisme en vrijzinnig integrisme), de artsen (wegens het niet aflatende schimpen tegen en verwijten aan). En dat terwijl de VLD bij de verkiezingen op 18 mei 2003 eens en voorgoed de ex-CVP, inmiddels CD&V, van de troon wil stoten als volkspartij.
Vóór de verkiezingsdatum van 18 mei 2003 werd vastgesteld, moesten vooral de socialisten het ontgelden. Toen vice-premier Johan VANDE LANOTTE (SP.a) begin november 2002 de budgetverhoging verdedigde die Frank VANDENBROUCKE kon realiseren en bovendien een gelijkaardige financiële injectie naar de toekomst vooropstelde, vond Karel DE GUCHT dit ronduit belachelijk
(1). Nu de verkiezingskoorts snel stijgt moet vooral de CD&V het ontgelden.
“Wat vandaag in de gezondheidszorg gebeurt, is niet goed. Er wordt nutteloos geld uitgegeven” herhaalt DE GUCHT regelmatig
(2). Daarmee schiet hij vooral naar de specialistische geneeskunde, in het bijzonder de intra-murale. Vermits dat in Vlaanderen grotendeels VVI-instellingen zijn – wat in zijn ogen identiek is met CD&V-ziekenhuizen
(3) – en in Brussel en Wallonië volgens hem vooral overconsumerende PS-ziekenhuizen, meent hij tweemaal te kunnen scoren. “We kunnen de budgetten voor gezondheidszorg alleen onder controle houden als we elke frank tweemaal omdraaien vooraleer we hem spenderen. Houden we de gezondheidszorg niet onder controle, dan loert dualisering om de hoek”. Een citaat van de VLD-Voorzitter
(4) dd. 28.12.1998. Het had ook van Frank VANDENBROUCKE kunnen zijn. VANDENBROUCKE stelt evenwel : “Karel DE GUCHT wil een zo goedkoop mogelijke gezondheidszorg, ik een zo goed mogelijke gezondheidszorg. Dat is het verschil tussen ons”
(5).
Eind januari 2002 had de VLD-voorzitter wel pech met zijn Vlaamse minister-president Patrick DEWAEL. Terwijl DE GUCHT in “De Morgen” stelde “In Wallonië wordt een pak meer gespendeerd aan behandeling van blindedarmontsteking dan in Vlaanderen”, onderging DEWAEL pas een appendectomie nadat er een echografie werd uitgevoerd
(6). Gelukkig nog geen CT. In het “RIZIV-onderzoek naar regionale verschillen in medische praktijk en consumptie bij patiënten opgenomen voor appendectomie”
(7) waar Frank VANDENBROUCKE met graagte naar verwijst, wordt evidentie aangegeven dat dit onderzoek het meest adequate zou zijn om de diagnose van appendicitis te stellen.
Maar, de technische mogelijkheden blijven toenemen in de specialistische geneeskunde en het is onethisch het gebruik ervan per definitie af te schilderen als “misbruik”. De dualisering, de beruchte “médecine à deux vitesses” is al een feit en zal toenemen, tenzij de groeinorm voor de gezondheidszorg drastisch wordt verhoogd.
De Franstalige politieke partijen zijn akkoord om de uitgavengroei voor de verplichte ziekteverzekering met meer dan 2,5 % te laten stijgen. De Parti Socialiste spreekt van 4,5 à 5 % buiten inflatie. Het decembercongres van de Franstalige liberalen gaat in de richting van een universele gezondheidsverzekering, met daarnaast een “tweede pijler”. PS en Ecolo verwerpen deze MR visie categoriek.
Met de ambitie om “Volkspartij” te worden, verwierp de VLD in 2001 al de gedachte van een gedeeltelijke privatisering van de gezondheidszorg . Zowel MR
(8) als VLD
(9) zien een portefeuille sociale zaken wel zitten in de volgende regering. Voor Daniel DUCARME is een splitsing van de sociale zekerheid onbespreekbaar
(10), voor Karel DE GUCHT een conditio sine qua non. Op een open studiedag dd. 25.05.2002 onder de titel “De gezondheidszorg, de zekerheid van Vlaanderen”, liet de VLD-voorzitter er geen twijfel over bestaan dat de defederalisering een prioriteit is voor zijn partij. Voor DE GUCHT hoeft er geen federaal minister van Volksgezondheid meer te zijn. Ter gelegenheid van het VLD-congres van 15-16.11.2002 ging DE GUCHT nog een stap verder : per hoofd van de bevolking zou voor de ziekteverzekering aan de gemeenschappen eenzelfde bedrag worden toegekend. De reactie ten zuiden van de taalgrens was scherp. Frappant is dat, op het voorbeeld dat DE GUCHT ook in zijn essay over het liberalisme in de 21ste eeuw
(11) geeft, met name de dure appendectomie, Daniël DUCARME onmiddellijk de bal terugkaatst met een stukje uit het rapport JADOT van 2001 te citeren betreffende de “dure thuisverpleging en ouderenzorg” als Vlaams tegenvoorbeeld
(12). DUCARME vergat zelfs te vermelden dat niet de klassieke topper in medisch-technische prestaties, Henegouwen, het hoogst scoort in het volume klinische biologie dat per huisarts wordt voorgeschreven (675.175 BEF), maar wel West-Vlaanderen (802.753 BEF)
(13).
“Le splitsing” is dus nog niet van de politieke agenda ook al betoogde premier VERHOFSTADT dat de op dat moment (juni 2002) in het Parlement in bespreking zijnde wet op de responsabilisering van de zorgverstrekkers, de roep om de splitsing van de gezondheidszorg zou doen verstommen. “Met de nieuwste wet zou een van de voornaamste argumenten voor de opsplitsing wel eens kunnen verdwijnen”
(14). Inmiddels trad die wet
(15) in voege (cfr. punt III.2.)
Eens de politiekers zelf en exclusief zullen kunnen beslissen wat goed is voor de gezondheid van de burger, zal het in hun ogen definitief gedaan zijn met “verspillingen”. Het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg
(16) bestaande uit 24 leden en een voorzitter, zal ondermeer de medische praktijk en de ziekenhuisactiviteit evalueren. Welgeteld twee artsen die de representatieve beroepsorganisaties vertegenwoordigen mogen er in zetelen, voor vele onderwerpen zelfs zonder stemrecht.
Magda AELVOET reed maar driekwart van de regeringsrit uit. Begin februari 2002 zorgde een non-event met mogelijks met PCB en sulfonamide besmet veevoer voor een schichtige reactie van een minister die aan de macht kwam dankzij de dioxinecrisis van 1999.
Bij het counteren van de antraxfobie van eind 2001, in de nasleep van de aanslag van 11 september 2001, scoorde ze nog behoorlijk. Bij de gezamenlijke opiniepeiling van Le Soir en De Standaard (29-30.06.2002) zakte ze met 47 % bij het Vlaamse lezerspubliek onder het Vlaams regeringsgemiddelde van 51 %. De Franstaligen waren gemiddeld wat guller met de punten voor het globale regeringsbeleid (56 %) en AELVOET stak daar met haar 57 % nog net bovenuit.
Het circus eind juli - begin augustus 2002 rondom haar verbod op fluor, getuigt nogmaals van AELVOETs’ gebrek aan communicatie. “Wegens gevaar voor het zenuwstelsel” wil de federale minister van Volksgezondheid fluor uit de handel halen, terwijl een Europese richtlijn, die in juli 2003 zou van kracht gaan, fluor als een “waardevol voedingssupplement” omschrijft. Na de chocolade sigaretten affaire (november 2000) en haar wazige drugsnota’s (2001) werd er niet meer gegniffeld. Het was het begin van het einde.
Op 27 augustus 2002 gaf Magda AELVOET haar ontslag. Het leveren van 5.500 minimi-mitrailleurs aan Nepal, mede door haar en ook door Frank VANDENBROUCKE (die vice-premier Johan VANDE LANOTTE verving) binnen de federale regering goedgekeurd op de Vlaams nationale feestdag 11 juli 2002, werd AELVOET immers door het AGALEV-congres op 25.08.2002 niet in dank afgenomen.
De CD&V, bij monde van senator Hugo VANDENBERGHE, schopt cynisch na (17,18). De goedkeuring van de wapenexport naar Nepal - waar niet alleen de Parti Socialiste maar ook Louis MICHEL (MR) sterk op aandrongen omwille van de werkgelegenheid bij FN in Herstal – zou als wisselmunt hebben gediend voor de goedkeuring van de wet op de patiëntenrechten, waar de Franstalige liberalen ronduit negatief tegenover stonden.
Wat mij van bij het eerste contact dd. 21.10.1999 met de – toen nog kersverse – minister van volksgezondheid opviel, was haar volstrekte onbekendheid met het terrein, en vooral haar zeer selectieve interesse voor slechts enkele onderwerpen. Voor al de rest, volstrekte desinteresse, “alsof ze met haar gedachten op een Greenpeace-schip zat en walvissen aan het verdedigen was” vertrouwde ik een journalist van “De Huisarts” toe
(19). Ze nam het me zeer kwalijk, maar de toekomst gaf me gelijk. Zoals Peter BACKX, hoofdredacteur van Artsenkrant, schreef : “Maar we leerden al gauw dat het perfect mogelijk was de hele sector te coveren zonder haar. Dat schrijven we absoluut niet om na te trappen, het is gewoon een vaststelling”
(20).
Midden de mitralleurscrisis zei de huidige minister, toen nog AGALEV-fractieleider en econoom, Jef TAVERNIER, dat de opvolging van AELVOET als minister en vice-premier geen aanlokkelijke taak was
(21). Enkele dagen later werd hij, omschreven als een politiek beest en vertrouwd met de gezondheidszorg wegens veel apothekers en zelfs één huisarts in de familie, door de Koning benoemd als nieuw federaal minister van Volksgezondheid.
Tijdens dit politiek discussieforum van het F.V.I.B. spraken alleen Jef TAVERNIER (AGALEV) en Els HAEGEMAN (SP.a) zich uit tegen de regionalisering van de gezondheidszorg. De andere uitgenodigde democratische Vlaamse partijen spraken zich resoluut vóór de splitsing uit, om te komen tot een meer oordeelkundige gezondheidszorg : Stefaan DE CLERCQ (CD&V), Fientje MOERMAN (VLD), Geert BOURGOIS (NV-A) en Geert LAMBERT (Spirit).
Vermits één van de splintergroepen van wijlen de Volksunie (VU), met name Spirit, zich bij de volgende verkiezingen heeft geassocieerd met de SP.a, kan dit al voor een bemol in het gemeenschappelijke kiesprogramma zorgen.
Het curriculum van Frank VANDENBROUCKE is nu al voer voor sommige hagiografen
(23). “Dankzij” het Agusta-schandaal haalt hij een Ph.D. in Oxford en leert hij Blair’s derde weg kennen.
Niks glamour of glitter. Bloedige ernst en keihard werken. Zijn hagiografen schrijven dat hij geen tijd verspilt door naar Scherpenheuvel te rijden, en dat hij overnacht op het zeer sobere appartementje dat in de Wetstraat 62 voor het echtpaar VANDENBROUCKE is ingericht.
Tabel 1
Zoals we al in ons jaarverslag 1999 meldden (24), bestaat er een wetmatigheid in de publicatiedrift van onze Overheden. Na drie jaren stijgen volgt het jaar na de verkiezingen telkens één jaar met een daling van het aantal volgedrukte pagina’s. Als dit fenomeen wordt bestendigd, passeren we in 2003 vlotjes de kaap van 60.000 elektronische pagina’s Belgisch Staatsblad.
De ook academisch publicerende K.U.Leuven-professor VANDENBROUCKE laat niet na op zeer regelmatige tijdstippen in de media goed ingestudeerde “goed nieuws show-nummers” te brengen. En als de boodschap minder aangenaam is, dan is het altijd andermans schuld. Besparingen in de medische sector zijn vb. nodig omdat de artsen misbruiken plegen en Dr. Jacques DE TOEUF - voorzitter van de Technisch Geneeskundige Raad, maar ook voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) - wordt door de minister dan graag als zondebok aangewezen. In een verkiezingsjaar voor de artsensyndicaten is schade berokkenen aan de lastige BVAS-luis in de VANDENBROUCKE-pels altijd graag meegenomen.
Het machiavellisme en het cholerieke temperament van VANDENBROUCKE wordt in de media angstvallig verborgen achter zijn inmiddels tot handelsmerk verheven bevroren scheve glimlach. De administrateurs-generaal, professoren, syndicalisten, mutualisten etc. die epitheta en koosnaampjes naar het hoofd geslingerd kregen die niet voor publicatie vatbaar zijn en waarvan leugenaar de minst erge maar wel meest gebruikte is, schatten Frank VANDENBROUCKE anders in. De verdraagzaamheid die VANDENBROUCKE bij zijn grote inspirator en “belangrijkste politieke filosoof van de afgelopen eeuw”
(25), John RAWLS, zag, neemt hij alleen over ten aanzien van gelijkgezinden. Ik parafraseer de uitspraak van VANDENBROUCKE
(26) : “De meeste mensen geloven dat als ze handig zijn, ze het morele recht hebben om met dat talent veel geld te verdienen” in “De meeste politici geloven dat als ze verstandig zijn, ze het morele recht hebben om met dat talent ongebreidelde macht uit te oefenen”. En vermits iedereen in koor zegt dat er weinigen aan zijn I.Q. kunnen tippen …
|
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |