|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
V.B.S. JAARVERSLAG 2001 |
|
|
|
|
|
III.1. 11 september 2001 : agenda voor verandering in de gezondheidszorg
Luttele minuten vóór de eerste Boeing zich op 11 september 2001 in de eerste toren van het World Trade Center in New York boorde, startte Frank VANDENBROUCKE een persconferentie over zijn beleidsnota “Agenda voor verandering in de gezondheidszorg” waarmee hij de Belgische gezondheidszorg drastisch wou veranderen.
“1. Het terugdringen van individuele praktijkverschillen tot een aanvaardbaar niveau van variatie ten opzichte van wetenschappelijk gefundeerde objectieve maatstaven. Deze praktijkverschillen zijn niet alleen aanzienlijk op individueel niveau maar ook op geaggregeerd niveau : arrondissement, provincie, gewest. De voorstellen van de Task Force zouden worden getoetst aan de hand van zeer concrete vragen i.v.m. enkele goed gedocumenteerde voorbeelden :
Van bij de eerste vergadering van de voorloper van de TASK FORCE, met enkele artsen (6) en mutualiteitsbonzen (6), leden van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen op 21.09.2001, was het bijzonder duidelijk dat zowel de voorzitter als de administratie opdracht hadden gekregen een tekst te doen goedkeuren die door het kabinet – of de minister zelf - werd geschreven. Op 26 september kwam de voorloper van de Task Force nogmaals samen om de tekst grondig aan te passen. Op 28 september werden de ziekenhuisbeheerders apart door voorzitter PERL ontvangen en geconfronteerd met het “vertrouwelijk interim rapport” van de embryonaire Task Force. De ziekenhuisbeheerders waren zeer ontstemd dat ze niet van in den beginne bij de Task Force betrokken waren. Op 04.10.2001 werd het “Definitief interimverslag” aangaande de agenda voor de verandering in de gezondheidszorg met de antwoorden “goedgekeurd door de artsenorganisaties en de ziekenfondsen” opgesteld. Exact binnen het ultimatum gesteld door Frank VANDENBROUCKE. Elk woord in de aanhef van het verslag heeft een eigen verhaal. Een “definitief interimverslag” klinkt als een contradictio in terminis, maar is het niet. “Goedgekeurd door de artsenorganisaties en de ziekenfondsen” is sterk te relativeren. De teksten werden nooit voorgelegd laat staan goedgekeurd door de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen. “De” artsenorganisaties werden beperkt tot 3 BVAS en 3 KARTEL-leden, die verbod kregen, - en trouwens in de praktische onmogelijkheid waren wegens de tijdsdruk – om de teksten vrij te geven en dus om er met hun achterban over te overleggen. “De” mutualiteiten werden beperkt tot de christelijke, socialistische en onafhankelijke. III.3. De Task Force installatie Op 08.10.2001 startte dan de eigenlijke Task Force, d.w.z. representatieve artsenorganisaties, mutualiteiten en ziekenhuisbeheerders. De ziekenhuisbeheerders hadden hun ideeën bij het “definitief interimverslag” van 04.10.2001 en hun niet-betrokkenheid van bij de aanvang in een reeks documenten neergepend. Enkele citaten : * VVI-nota (03.10.2001) “Modify or mummify” (pag. 11) “In de wanordelijke ophoping van overlegorganen, inbegrepen de verheerlijking van de medico-mut en de minorisering van de ziekenhuizen zijn het gezondheidssysteem en a fortiori de bevolking niet gebaat.”
* Standpunt Belgische Vereniging van Ziekenhuizen (L. TIELEMANS, 05.10.2001)
* VOV-AEPS (01.10.2001) (Verbond van Openbare Verzorgingsinstellingen)
* AFIS (Association Francophone d’Institutions de Santé) (05.10.2001)
* Cobeprivé (04.10.2001) * De nota’s die Dr. Bart VAN DAELE (K.U.Leuven) als voorzitter van de Raad voor Universitaire Ziekenhuizen (R.U.Z.) ter voorbereiding van de vergadering van de Task Force toestuurde, waren vooral georiënteerd naar de B-7 financiering, m.a.w. naar een speciaal voor de universitaire ziekenhuizen gecreëerd onderdeel van de verpleegdagprijs. Besparingsmaatregelen van minister VANDENBROUCKE in de medische honoraria (cfr. tabel 5) – door de U.Z. voor hen geraamd op 1 miljard BEF – kunnen zonder blikken of blozen voor de universitaire ziekenhuizen geneutraliseerd worden via financiële injecties in het B7-deel van de verpleegdagprijs. De toon was gezet, maar voorzitter PERL deelde de plenaire Task Force onverstoorbaar in drie werkgroepen in. De werkgroep 1 moest het “Individueel responsabiliseren van artsen” uitwerken onder leiding van Jo DECOCK, de RIZIV-administrateur-generaal, van CD&V-strekking en, volgens het weekblad KNACK van 19.09.2001, niet geslaagd in de assessment-proef van het SP-geïnspireerde Copernicusplan dat topambtenaren moet evalueren en eventueel (her-)benoemen.
Werkgroep 2 moest vernieuwingen uitwerken in verband met klinische biologie, medische beeldvorming, dialyse en referentiebedragen voor “standaard” chirurgische ingrepen. De Landsbond der Onafhankelijke Ziekenfondsen (L.O.Z.) protesteerden vruchteloos bij minister VANDENBROUCKE tegen de aanstelling van Prof. DURANT. De L.O.Z. schreef aan minister VANDENBROUCKE dat het weinig geloofwaardig overkomt dat als co-voorzitter van een werkgroep, die ondermeer de praktijkvariabiliteit tussen ziekenhuizen moet onderzoeken, de administrateur-generaal van de universitaire ziekenhuizen St. Luc van de UCL werd aangesteld, een ziekenhuis waar de L.O.Z. reeds meermaals vragen stelde over bepaalde factureringspraktijken, zoals bij hartcatheterisaties (juli 1998), wondhechtingen (Fax medica 1) en risicobevallingen (Fax medica 2). Werkgroep 3 moest voorstellen doen inzake de herziening van ziekenhuisnormen en de kostenverdeling artsen-ziekenhuisbeheerders, zeg maar artikel 140 van de ziekenhuiswet. Christiaan DE COSTER, directeur-generaal van het Bestuur der gezondheidszorgen van het ministerie van Volksgezondheid, ook van CD&V-strekking en (volgens KNACK van 19.09.2001) eveneens “out” voor een topfunctie in de volgens het Copernicusplan hervormde overheidsdienst, werd als voorzitter aangesteld om door dit mijnenveld te trekken. Met de werkgroep 4 waarvan sprake in sommige documenten, wordt in feite de Technisch Geneeskundige Raad (T.G.R.) bedoeld. Via de nomenclatuur diende hij, volgens de Regeringsverklaring, 1.600 miljoen besparingen te realiseren vóór 15.12.2001, volgens de Programmawet van 30.12.2001 (B.S. 31.12.2001) 40 miljoen euro vóór 31.12.2001. |
|
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |