Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2001

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 
III. DE TASK FORCE PERL (vervolg)
 


1. 11 september 2001 : agenda voor verandering in de gezondheidszorg
2. De opstartfase
3. De Task Force installatie
4. De werkzaamheden tot de dead-line van 31.10.2001
1. Overbelasting van de actoren en van de administratie
2. Task Force Number One : het individueel responsabiliseren van artsen
3. Task Force Number Two : klinische biologie, medische beeldvorming, dialyse, referentiebedragen
1. Klinische biologie
2. Medische beeldvorming
3. Dialyse
4. Referentiebedragen chirurgische ingrepen
4. Task Force Number Three : normering en kostenverdeling
5. De reactie van de Regering dd. 14.11.2001
6. De afloop : woordbreuk van de ziekenhuisbeheerders
7. En de conclusies van de ministers dd. 29.01.2002

III.6. De afloop : woordbreuk van de ziekenhuisbeheerders

Met zeer scherpe bewoordingen verwijt de BVAS minister VANDENBROUCKE dat hij slechts voor de schone schijn de deelnemers aan de Task Force liet opdraven, terwijl het scenario al gedetailleerd in zijn schuif klaar lag.
“Le rapport Perl a été réécrit par Robespierre et Fouquier-Tinville. Nous allons saboter” dondert Jacques DE TOEUF in Le Soir van 15.11.2001. Ik had het in de Vlaamse kranten over een regelrechte oorlogsverklaring vanwege de minister.
I.v.m. de individuele verantwoordelijkheid, noemden Vlaamse huisartsen VANDENBROUCKE de valse Messias.

De minister reageert als de vermoorde onschuld : “Er zijn geen oekazen” (Artsenkrant on line, 19.11.2001). Een understatement van formaat. Oekazen (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal – 12de druk verklaart : “[< Russ.ukaz] , (streng) hoog bevel”) vormen nochtans de gebruikelijke omgangstaal van VANDENBROUCKE, oversopt met een betweterig academisch sausje, en vingertje omhoog.

Uitgenodigd met de BVAS voor een ontbijtdiscussie om 08.00 uur dd. 20.11.2001, horen we, tussen twee slokken koffie door, de minister zeggen dat hij geen seconde zal twijfelen om tarieven aan de tandartsen op te leggen als ze formeel de opzegging van hun akkoord bekendmaken. (In feite was het akkoord al opgezegd maar de minister weigerde de handgeschreven aangetekende brief in ontvangst te nemen). Voor de artsen kondigde hij aan hetzelfde te doen en bovendien dat hij de wet zal wijzigen zodat hij – wanneer de artsen zelf niet voldoende besparingen ophoesten – zelf om het even welke nomenclatuurwijziging kan opleggen. De teksten waren al geschreven en klaar voor de Programmawet van eind december 2001.

De avond voordien sprak de minister al afzonderlijk met het Kartel en met de ziekenhuisbeheerders.

Na het ontbijt, de hoogmis. Vanop de kansel van de Wetstraat 62 zet hogepriester VANDENBROUCKE met zijn acolieten Jan BEECKMANS, Dr. Ri DE RIDDER, Dr. Dirk RAMAEKERS, de betrokken partijen, artsen, mutualiteiten en ziekenhuisbeheerders, samen met Task Force voorzitter Gabriël PERL, uiteen dat de agenda voor verandering in de sector “constructief” maar onvoldoende is en dat dit overleg het overleg van de laatste kans is.
Al slaand en zalvend krijgt VANDENBROUCKE de vastgelopen vergaderlocomotief weer op gang. Opnieuw lopen de vergaderzalen van het RIZIV vol, voor Werkgroep 2 zelfs nog viermaal, inclusief een vrijdagavond. 

Voor de apotheose op dinsdag 18.12.2001, werden allen verzocht een ganse dag uit te trekken. Tegen de middag waren de drie werkgroepen, samen met hun 4 voorzitters, onder de vastberaden leiding van Task Force-voorzitter PERL, goed opgeschoten : de rapporten van Task Force 1 en 2 werden goedgekeurd. Alleen voor de dialyse werd nog niet uitgemaakt of het forfaitair bedrag per week per patiënt (35.500 BEF) nu integraal een honorarium zou wezen voor de dialyse-artsen dan wel een deel forfait voor het ziekenhuis en een deel forfaitair honorarium voor de nefrologen.

Na de lunch kwam Task Force number three aan bod. Omdat de ziekenhuisbeheerders, na meerdere ontmoetingen met het kabinet en met VANDENBROUCKE zelf, er niet in geslaagd waren bijkomende financiële middelen los te peuteren om hun structureel deficiet (door hen op 17 miljard BEF geraamd) aan te zuiveren, kwam het tot een clash tussen een unanieme artsenbank en een (op één stem na) unanieme beheerdersbank over de kostenverdeling. We citeren het (niet goedgekeurd) werkdocument van 18 december 2001 :

“De bank van de geneesheren is van mening :

- dat teneinde de financiële verhouding tussen beheerders en geneesheren te verbeteren een snelle wijziging van artikel 140 van de wet op de ziekenhuizen nodig is;
- dat het gebrek aan middelen van de beheerder een feit is en dat er daarom moet worden aan gedacht om de wijziging van artikel 140 in werking te laten treden wanneer het budget van 2003 voor de ziekenhuizen is uitgewerkt

De bank van de beheerders is van oordeel :

- dat over een herziening van de kostenverdeling niet kan gesproken worden zolang volgende voorwaarden niet zijn vervuld : de structurele onderfinanciering dient te zijn opgelost door middel van een kredietwaardig plan en de volledige relatie geneesheren-beheerders moet parallel met een wijziging van de kostenverdeling worden bekeken;
- dat het aangewezen is dat gedurende de periode van voornoemde globale discussie geen besluiten worden gepubliceerd op het vlak van normering of programmatie.”

De beheerders verbraken met andere woorden alle afspraken gemaakt op 29.10.2001.
ASGB-voorzitter, Dr. Robert RUTSAERT, zegt in “De Morgen” van 20.12.2001 terecht dat de ziekenhuisbeheerders van de Task Force, een Task Farce hebben gemaakt. Ondergetekende noemt de houding van de beheerders laag-bij-de-grondse chantage. De simplistische ideeën die VVI-directeur, Dr. Carine BOONEN op 12.10.2001 in Artsenkrant over de onderbudgettering ten beste gaf, beloven niets goeds voor de toekomst. Volgens haar mag de 17 miljard BEF onderfinanciering ongehinderd uit de zakken van de ziekenhuisartsen worden geklopt. Staken mogen de artsen ook. “Maar” zegt ze “aangezien hierdoor ziekenhuisbedden komen leeg te staan, ontvangen de beheerders geen verpleegdagprijs. Terwijl de personeelskosten uiteraard doorlopen. We zien ons dus genoodzaakt tekorten te verhalen op de dokters”, aldus Dokter BOONEN.

De krantencommentaren besloten dat de bal nu in het kamp van de minister(s) ligt. Niettegenstaande de stugge houding van de ziekenhuisbeheerders, krijgen de artsen weer de grootste schuld in het debacle. Met de titel “Medische blunder” (een – ongewild ? – pijnlijke verwijzing naar het schijnbaar onoplosbare probleem van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering) legde Evelyne HENS, doorgaans zeer goed geïnformeerd én objectief, in de Financieel Economische Tijd van 20.12.2001, mijns inziens onterecht, de schuld vooral bij de artsen.

III.7. En de conclusies van de ministers dd. 29.01.2002

Op 29.01.2002 stelden de ministers VANDENBROUCKE en AELVOET hun “Agenda 2002 voor verandering in de gezondheidszorg” aan de verzamelde media voor (Persmap 29.01.2002; 17 blz).

Voor Magda AELVOET ongetwijfeld een welkome verademing na de kritiek over de mankementen in de beveiliging van de voedselketen. Die beveiliging was in 1999 nochtans de enige zinnige verklaring waarom de groenen plots in de Regering konden terechtkomen.

Wat de artsen vreesden, kwam uit. De minister wil geen knopen doorhakken met betrekking tot de kostenverdeling in de ziekenhuizen. M.a.w., de regeling van artikel 140 wordt verschoven naar Sint Juttemis. Als doekje voor het bloeden zal (ik citeer) “de wet onmiddellijk worden aangepast om de oprichting in elk ziekenhuis van een Financiële Commissie op te leggen waarin beheer, directie en Medische Raad geregeld overleg plegen over de geldstromen binnen het ziekenhuis”.

De ministers beschouwen hun “Agenda 2002” als een lastenboek. We zullen er in ons volgend jaarverslag of onze volgende jaarverslagen ongetwijfeld op terugkomen. Preliminair hopen we dat het geen boek vol lasten voor de medici wordt. De artsen zullen continu ter verantwoording worden geroepen i.v.m. het voorschrijven van geneesmiddelen, medische beeldvorming, klinische biologie en kinesitherapie. De patiënten worden zachter behandeld. Ik citeer : “Tenslotte moet in SOMMIGE situaties ook de verantwoordelijkheid van de patiënt gevraagd worden” (pag. 4 van de persmap). Blijkbaar beperkt die verantwoordelijkheid zich tot het misbruik van de spoedgevallendiensten. 

Voor het overige hebben de ministers veel van de compromissen van de Task Force Perl overgenomen.
Voor de dialyse, waar geen consensus was gevonden, heeft ze de peer in twee gedaan. Enerzijds een forfaitair honorarium voor de arts en anderzijds een forfaitair bedrag voor het ziekenhuis telkens per patiënt en per week ongeacht het type dialyse. De concrete uitvoering roept veel vragen op vandaag. Het moratorium op de dialysecentra blijft gehandhaafd.

In de biologie vervangt een politiek compromis het voorstel van de Task Force wat betreft het forfaitair honorarium per verpleegdag : de helft op basis van pathologie-gegevens en de helft op basis van een nationaal gemiddeld verbruik per bed. Voor de pathologie wordt meteen het APR-DRG-systeem ingevoerd, zonder verdere evaluatie.

Over de radiologie lezen we : “We volgen de werkgroep van de Task Force om niet verder te gaan in de forfaitarisering”. Maar ook hier wil hij – in tegenspraak met de aanbevelingen van de Task Force – onmiddellijk de APR-DGR-gegevens invoeren. 

Dit nieuwe nec plus ultra APR-DRG-systeem zal ook dienen om te starten met het wegwerken van praktijkverschillen voor 13 chirurgische en 13 internistische pathologieën.

In 2002 wordt er een belangrijk afschrikkingseffect verwacht en ten vroegste vanaf 2003 zal het te recupereren bedrag bij te dure behandelingen in mindering worden gebracht van het budget van financiële middelen van het ziekenhuis. 
Via een (citaat) “herziening van de Wet op de ziekenhuizen zal de beheerder het recht krijgen om een deel of het geheel van dit bedrag te verhalen op de honoraria van de betrokken specialisten, afhankelijk van de afhoudingssystemen die binnen het ziekenhuis gelden.

Verder schenkt de “Agenda 2002” veel aandacht aan een toekomstplan voor de huisartsgeneeskunde en aan de financiering ervan, aan de specifieke rol van de universitaire ziekenhuizen en aan het inschakelen van de mutualiteiten bij het doelmatig gebruik van middelen in ziekenhuizen.

Ook het versterken van de verantwoordelijkheid van de mutualiteiten komt aan bod. Onder invloed van de bemerkingen van de artsen vinden wij volgende zinssnede : “Analoog met de benadering die geldig is voor de praktijkverschillen bij de zorgverstrekkers, zijn er ook tussen de V.I.’s kwaliteitsverschillen inzake de uitvoering van hun talrijke wettelijke opdrachten.
De bedoeling zou zijn om die kwaliteitsverschillen mede in rekening te brengen bij de toekenning van de administratieve vergoeding van de mutualiteiten.

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp