Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2001

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 
II. DE UITVOERING VAN HET AKKOORD ARTSEN-ZIEKENFONDSEN VAN 18.12.2000
 (vervolg) 


1. De cijferdans
1. De uitgangspunten
2. De besparingsmachine VANDENBROUCKE
3. Reactie van de radiologen, biologen, nefrologen
1. Zeer goed opgevolgde stakingsoproep
2. Commentaar in de media en van VANDENBROUCKE
3. Resultaten
4. Casus belli voor de huisartsen : de halvering van de index
1. Het akkoord als vodje papier
2. Socialistisch en Christelijk fundamentalisme
3. De BVAS zegt akkoord op voor de intellectuele acten
4. De minister weigert elk vergelijk
5. Een eerbaar compromis, "verkeerd begrepen" door VANDENBROUCKE
6. Algemene Raad dd. 28.01.02 : doek over het indexmelodrama
2. De verhoging van het sociaal statuut lokt huisartsen, geen specialisten
3. De accreditering
1. De accrediteringsstructuren wettelijk geregeld
2. Aantal geaccrediteerde artsen op 01 februari 2002
3. Doet Frank VANDENBROUCKE de accreditering imploderen ?

II.2. De verhoging van het sociaal statuut lokt huisartsen, geen specialisten

Bij mijn jaarverslag 2000 op 03.02.2001 was nog niet bekend hoeveel artsen het akkoord van 18.12.2000 hadden geweigerd.
De verhoging van het sociaal statuut van +/- 62.000 in 1998 naar +/- 102.000 BEF in 2000, deed het aantal weigeringen bij de huisartsen significant afnemen : van 14,5 % in 1998 naar 12,17 % in 2000 (cfr. tabel 8). Bij de specialisten daarentegen nam het aantal weigeringen toe van 17,29 % voor het akkoord van 15.12.1998 naar 20,79 % voor het akkoord van 18.12.2000.
Dit was voornamelijk het gevolg van de sterke toename van het aantal cardiologen die zich deconventioneerden in het vooruitzicht van de zware besparingen in hun sector, gepubliceerd in het B.S. van 16.01.2001 (K.B. 08.12.2000) en in voege vanaf 01.03.2001. Het aantal cardiologen dat weigerde de conventie te tekenen verdrievoudigde ruimschoots van 11,50 naar 35,58 % (cfr. tabel 9), of in absolute cijfers van 78 naar 269.

T.g.v. de aankondiging van de nieuwe besparingsmaatregelen van 5,1 miljard BEF in 2002, waaronder de niet-indexering, beslisten 1.780 specialisten om voor het tweede jaar van het akkoord 2001-2002 uit de conventie van 18.12.2000 te stappen zodat het deconventiecijfer opliep met 9 % van 20,79 naar 29,77 %. Vooral de actie van de radiologen (van 10,64 naar 51,67 % weigeringen of x 4,9) en de klinisch biologen (van 0,87 naar 8,9 % of x 10,2) springt in het oog. 
De redenen liggen voor de hand : inleveren, inleveren, inleveren ….

Ter herinnering. Toen Philippe MOUREAUX, P.S., als minister van Sociale Zaken, na de weigering vanwege de BVAS in 1992 om een akkoord te sluiten, een individuele overeenkomst vroeg te onderschrijven aan alle artsen, weigerden 37,8 % der huisartsen en 63,7 % der specialisten, of 51,5 % van het totaal aantal artsen. Philippe MOUREAUX legde wijselijk geen tarieven op. Die waren vrij in 1992. En ze bleven sociaal verantwoord.

II.3. De accreditering

II.3.1. De accrediteringsstructuren wettelijk geregeld

Het K.B. van 13 juli 2001 (B.S. 29.08.2001) detailleert de samenstelling en de taken van de verschillende accrediteringsorganen. Naast de reeds bestaande Accrediteringsstuurgroep, de Technische accrediteringsraad en de 26 Paritaire Comités, ziet ook – na een moeilijke bevalling (cfr. onze vorige jaarverslagen dienaangaande) – de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie het levenslicht. In deze N.R.K.P. zetelen namens de representatieve artsenorganisaties 6 huisartsen en 6 specialisten, 7 artsen namens de universiteiten en 7 namens de wetenschappelijke verenigingen, 12 mutualiteitsgeneesheren, 3 artsen namens de minister van Sociale Zaken en 3 artsen namens de minister van Volksgezondheid. Voor elk van deze 44 leden wordt ook in een plaatsvervanger voorzien.

De N.R.K.P. vervangt het huidige Nationaal Peer Review Comité. Eens al deze organen officieel zullen zijn geďnstalleerd, zal aan de leden mogelijkerwijze een zitpenning en verplaatsingsonkosten kunnen worden uitbetaald voor hun deelname aan de desbetreffende vergaderingen.

Jammer genoeg werden de regionale leescomités (R.L.C.) over het hoofd gezien. Zij moeten de jaarverslagen van de LOK's nalezen en er nuttige en interessante informatie uit putten die ze in de toekomst zullen moeten doorsturen naar de N.R.K.P. Tot op heden informeerden de leescomités het Nationaal Peer Review Comité.

Het ter beschikking stellen van vergaderruimte, een minimale secretariaatsinfrastructuur e.d.m. kost geld en werd tot op heden door de leden van de R.L.C. zelf gefinancierd, naast het pro deo investeren van hun tijd en verplaatsingen. Op 18.04.2001 nam de Stuurgroep kennis van een brief van het Paritair Comité voor Huisartsen waarin werd meegedeeld dat de R.L.C.'s van de huisartsen in staking gingen. Ze werden gevolgd door meerdere leescomités van specialisten en tot op heden zijn de meeste leescomités verlamd.

De formele belofte vanwege de ministers AELVOET en VANDENBROUCKE om de drie overbodig geworden K.B.'s van Marcel COLLA over het Algemeen Dossier (K.B. 03.05.1999; B.S. 17.07.1999, Ed. 1), de afdeling artsen bij de Hoge Raad voor de Gezondheidsberoepen (K.B. 16.06.1999; B.S. 08.09.1999, Ed. 2) en de evaluatie van de medische praktijkvoering (K.B. 16.06.1999; B.S. 08.09.1999, Ed. 2) te schrappen, werd nog niet ingelost.

II.3.2. Aantal geaccrediteerde artsen op 01 februari 2002

Tabel 10 rangschikt de specialismen van de groep met meest geaccrediteerden, naar de specialisatie met minst geaccrediteerden, resp. (en sinds jaren ongewijzigd) van dermatologie naar stomatologie.

Tabel 11 herneemt deze gegevens volgens het erkenningsnummer van de desbetreffende disciplines (kolom 1).

In kolom 5 vindt U het aantal artsen dat is ingeschreven in een LOK (in totaal 25.923). Dit aantal overtreft systematisch het totaal aantal geaccrediteerden in kolom 3 (22.454). Naast de geaccrediteerde leden (22.330) in kolom 7 zijn er dus ook 3.593 niet-geaccrediteerde leden (kolom 8). De reglementering laat dit inderdaad toe, zolang het aantal geaccrediteerde leden per LOK begrepen is tussen het minimum van 8 en het maximum van 25. 
Het aantal LOK's vindt u in kolom 9 en het gemiddeld aantal leden per LOK in kolom 10.

Het verschil tussen kolom 3 (totaal geaccrediteerden) en kolom 7 (aantal geaccrediteerden ingeschreven bij een LOK) bedraagt 124 waarvan 31 bij de huisartsen en 93 bij de specialisten. Dit zijn artsen die op 01.02.2002 op zoek zijn naar een LOK omdat ze zelf willen veranderen of omdat hun LOK-collega's hen gevraagd hebben van op te stappen. Sommige individuele gevallen zijn echt problematisch en belanden bij de Stuurgroep. Alleen in de neurochirurgie, de radiotherapie en de nucleaire geneeskunde zijn alle specialisten onder dak. Bij alle andere specialismen ligt het aantal zoekenden naar een LOK beneden de 1 % der geaccrediteerden, behalve bij de orthopedisten waar 14 op 583 geaccrediteerden of 2,4 % (nog) niet (meer) aangesloten is bij een LOK-groep.

Het gemiddeld aantal aangesloten leden per LOK ligt bij de huisartsen op 15,6 en bij de specialisten op 17,2, met een variatie van gemiddeld 11,8 leden onder klinisch biologen tot 21,4 leden bij de neurologen. Wij maken hierbij abstractie van het gemiddelde van 31,2 leden per LOK-groep psychiatrie dat niet reglementair is.

II.3.3. Doet Frank VANDENBROUCKE de accreditering imploderen ?

Bij herhaling drong de accrediteringsstuurgroep aan op mensen en financiële middelen om de zware taken van het accrediteringssysteem te realiseren en om het te informatiseren. Keer op keer werd bot gevangen.
Het wekte dan ook grote wrevel dat "van hogerhand" werd beslist om de accrediteringsstuurgroep te voorzien van een "informatiecel", afkomstig van het Ministerie van Volksgezondheid, maar als ambtenaren betaald door het RIZIV, dus door Sociale Zaken, bestaande uit twee artsen, een psycholoog-informaticus en een universitair geschoolde administratieve medewerkster.

Deze cel, die geen enkele wettelijke basis heeft, moet aanreiken en ondersteunen waar de artsen zich via de accreditering "kunnen" mee bezighouden. De eerste twee concrete topics betreffen de NSAID (niet-steroďdale anti-inflamatoire geneesmiddelen) en de antibiotica. De cel vormt grotendeels dubbel gebruik met het Comité voor evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen, met de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (N.R.K.P.) en met de Technische Accrediteringsraad (T.A.R.).
De bedoeling is dat LOK-groepen die thema's behandelen die door deze (politieke) "informatiecel" worden aangereikt, vergoed zouden worden.
Na een eerste heftige afwijzing vanwege het paritair comité voor huisartsen, wordt de zaak opnieuw in beraad genomen.
Terwijl de politieke informatiecel betaald wordt om door de artsen ongevraagde info te produceren, jakkert de eigenlijke mini-staf van de dienst accreditering zich af om een gigantische achterstand aan ingediende navormingen te verwerken (ruim 2000 dossiers half januari 2002), worden de leden van de Paritaire Comités moedeloos en haken af wegens het al 7 jaar uitblijven van enige onkostenvergoeding en zijn de regionale leescomités in staking gegaan.

Na een zoveelste, maar nu ultieme inspanning en démarche bij de hoogste RIZIV-verantwoordelijken en bij de minister, werd op 19.12.2001 aangekondigd dat het systeem zou geďnformatiseerd worden in drie fasen. De eerste fase betreft het elektronisch aanvragen van de individuele accrediteringsaanvragen. De tweede fase moet het elektronisch aanvragen tot erkenning van navorming realiseren. En de derde fase moet de geďnformatiseerde opvolging van de LOK's mogelijk maken.

De realisatie van deze informatisering kan jammer genoeg geen soelaas bieden om direct de achterstand in de erkenning van de navormingssessies in te halen en om de +/- 14.000 verlengingen van accrediteringsdossiers van individuele artsen tussen 1 maart en 30 juni 2002 te versnellen. Het is van levensbelang voor het accrediteringssysteem dat alle paritaire comités onmiddellijk hun (eventuele) achterstand inhalen en dat de bevoegde Overheid, in casu minister VANDENBROUCKE, onmiddellijk bijkomende mankracht ter beschikking stelt. Zoniet dreigen honderden, zoniet duizenden artsen hun accreditering kwijt te raken, volkomen buiten hun wil om. 

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp