Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2000

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

X.  Enkele beroepsverenigingen in vogelvlucht

X.1. Anesthesie

Alhoewel de pijnbehandeling bijzondere aandacht kreeg in de media, o.m. t.g.v. het euthanasiedebat en de palliatieve verzorging, vond minister VANDENBROUCKE het door de Technisch Geneeskundige Raad goedgekeurde voorstel i.v.m. de pijntherapie onvoldoende prioritair om er bijkomende middelen voor uit te trekken.
Idem dito voor het pre-operatief consult alhoewel de nota ingediend bij de T.G.R. zich baserend op internationale literatuurstudie aantoont dat dit kostenbesparend werkt.
Nochtans blijkt de minister het idee van de pijncentra of algologiecentra nog niet te hebben opgeborgen.

X.2. Cardiologie

Het VBS-bestuur heeft onmiddellijk na de publicatie in het Belgisch Staatsblad dd. 16.01.2001 van het "besparingsbesluit" van Minister VANDENBROUCKE van 08.12.2000, alle betrokken specialisten geïnformeerd over de mogelijke consequenties van dit K.B. op hun praktijkvoering.

Vooral de cardiologen worden getroffen en op hun congres dd. 01 en 02 februari 2001 hebben zij hun problemen ook via de media naar buiten gebracht. Een dreiging met deconventie, en dus tariefonzekerheid voor de patiënt, blijkt te helpen, want gisteravond 02.02.2001 werden we telefonisch geïnformeerd dat de Minister het initiatief heeft genomen om met de Beroepsvereniging der Belgische Specialisten voor Hartziekten rondom de tafel te gaan zitten. De budgettaire weerslag van deze autoritaire ingreep vindt u onder II.4..

X.3. Dermatologie

Er moet dringend een oplossing worden gevonden voor de vraag tot aanpassing van de lijst van dermatologie-verstrekkingen die recht geven op het maxiforfait volgens art. 4 van de conventie tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, nl. het vervangen van de nrs 531716/20, 531812/23, 531915/26 en 532210/21 door de gelijkwaardige nrs. 532674/85, 532696/700, 532210/21, 532593/604 en 532711/22, in voege sedert 01.07.1999 (K.B. van 29.04.1999).

Op 24.10.2000 heeft de Technisch Geneeskundige Raad deze vervanging in artikel 4 van de conventie Z.H.-V.I. goedgekeurd.
Het probleem van de facturatie van een forfait door de ziekenhuisbeheerder voor het gebruik van het dagziekenhuis wordt dus hopelijk eerstdaags opgelost.

Door de overbrenging van deze verstrekkingen van artikel 14 naar artikel 21 van de nomenclatuur, worden deze chirurgische verstrekkingen sinds 01.07.1999 niet meer vergoed in het sociaal statuut der zelfstandigen.
Naar aanleiding van een interventie van Dr. J. MERCKEN bij de minister van Middenstand, J. GABRIELS, keurde het Verzekeringscomité van het RIZIV op 08.11.1999 wel een ontwerp-K.B. goed (Nota C.G.V. 99/342 dd. 14.10.1999) waarbij de tegemoetkoming bij deze verstrekkingen wordt voorzien voor zelfstandigen en leden van de kloostergemeenschappen, via een wijziging van artikel 1, tweede lid, 5° en 6° van het K.B. van 29.12.1997.

Gezien deze aangelegenheid nog steeds niet is opgelost, hebben wij hierover op 22.01.2001 opnieuw een brief gestuurd aan Minister van Sociale Zaken VANDENBROUCKE en aan de Minister van Landbouw en Middenstand, bevoegd voor de zelfstandigen, Jaak GABRIELS. We zullen de zaak ook opnieuw aankaarten in het Verzekeringscomité.

De aangetekende, niet gemotiveerde ontslagbrief ontvangen vanwege de Beroepsvereniging der Dermatologen op 02.01.2001, en getekend door de dokters Jacques DEBOIS, voorzitter, Beatrice DE DONDER, Franstalig Vice-voorzitter, Johan SNAUWAERT, Nederlandstalig Vice-voorzitter, Daniel CANDAELE, secretaris, Yvette DOFFINY, penningmeester en Jean-Marie OCTAVE, raadgever is niet rechtsgeldig.

De dermatologenberoepsvereniging is dus statutair nog steeds lid.

X.4. Gastro-enterologie

Op 11 mei 2000 raakte via de media bekend dat +/- 50.000 patiënten die een endoscopische ingreep ondergingen in de periode van 10 februari tot 10 mei 2000 een risico op besmetting hadden gelopen. De endoscopen die behandeld werden met "Cidex", een product van de firma Johnson & Johnson, bleken niet gesteriliseerd te zijn tengevolge van een productiefout in een bepaald lot "Cidex". De "Hoge Gezondheidsraad" maakte een mathematisch model op en berekende dat maximum elf patiënten besmet zouden zijn geworden met hepatitis B, maximum twee met hepatitis C en geen met HIV. De definitieve cijfers zullen vermoedelijk nog lang op zich laten wachten.

Uiteraard verwekte deze affaire grote beroering in de media. Na het dioxine-schandaal en terwijl de problematiek van de dollekoeienziekte aanzwelt, voelde het publiek zich opnieuw aangevallen wat betreft de bescherming van de volksgezondheid.

Ondertussen had in de Technisch Geneeskundige Raad van het RIZIV een werkgroep zijn rapport klaargestoomd onder de ontsmetting en sterilisatie van het endoscopisch materiaal. Gezien de bijzondere karakteristieken van hun specialisatie was dit voor de gastro-enterologen een belangrijk document. De kostprijs voor deze ontsmetting werd, voor alle specialismen samen, geraamd op 500 miljoen BEF. Dit document werd, met enkele herschikkingen in de nomenclatuur gastro-enterologie, in één gezamenlijk pakket gestopt dat werd goedgekeurd door de plenaire T.G.R..

Minister VANDENBROUCKE heeft ook dit item niet voldoende prioritair geacht, en heeft derhalve geweigerd er extra middelen voor uit te trekken. Zoals u in tabel 2 (punt II.1.) hebt kunnen merken stond het endoscopisch materiaal als exogene factor prioritair op de lijst die gezamenlijk werd ingediend door beide artsensyndicaten op 06.06.2000.

Gezien het een probleem van openbare volksgezondheid betreft, en gezien Minister VANDENBROUCKE niet thuis geeft (alhoewel hij wel een delegatie van de beroepsvereniging via zijn kabinetsmedewerker, Dr. Dirk RAMAEKERS, internist, zeer begrijpend en luisterbereid had ontvangen), suggereren wij de beroepsvereniging aan te dringen tot financiële tussenkomst vanuit Volksgezondheid. Het enige alternatief dat rest indien Minister AELVOET evenmin middelen ter beschikking zou stellen, is de patiënt zelf de factuur van deze noodzakelijke kosten te laten betalen.

X.5. Gynecologie en Radiologie

In een front samen met de BVAS-huisartsen, zijn de gynecologen en radiologen er in geslaagd om de mammoscreening via twee pistes te bewaren : enerzijds via de behandelende geneesheer, en anderzijds via een georganiseerde oproep van de betrokken vrouwelijke 50-plussers doelgroep via de Overheid.

Het ziet er naar uit dat Minister VANDENBROUCKE ook hier weer gebruik zal maken van artikel 35 § 2, 2° en 3° van de G.U.V.-wet, m.a.w. dat hijzelf hierover zijn nomenclatuur zal schrijven met de honoraria die hij (= een kabinetsmedewerker) geschikt acht. In een brief dd. 22.01.2001, die in de plenaire Technisch Geneeskundige Raad van 30.01.2001 werd besproken, stelt hij een honorarium van 200 BEF voor voor de tweede lezing van een screeningsmammografie, inclusief de administratiekosten.

De T.G.R. staat positief tegenover de uitsplitsing van het nomenclatuurnummer in een code voor de screeningsmammografie (honorarium 1.993 BEF) en een code voor de tweede lezing, maar antwoordt dat de honoraria ridicuul laag zijn.

X.6. Inwendige geneeskunde

Een afvaardiging van de nefrologen werd opgenomen in het VBS-bestuurscomité namens de beroepsvereniging van inwendige geneeskunde : de collega's Jan DONCK (Nederlandstalig) en Bernard GEORGES (Franstalig).

Tijdens een werkgroepvergadering van de nefrologen enerzijds met het VBS en de BVAS anderzijds op 30.03.2000 werd de complexe problematiek van de honorering van de nefroloog besproken i.v.m. de dialyse buiten de ziekenhuis-nierdialysediensten. Concrete voorstellen zullen verder uitgewerkt worden door een werkgroep, voorzien onder punt N van het akkoord artsen-ziekenfondsen die een coördinatiehonorarium voor de geneesheer-specialist moet vaststellen bij het toepassen van de nierfunctie vervangende behandelingen onder verantwoordelijkheid van een centrum voor collectieve autodialyse, ambulante peritoneaal dialyse en thuisdialyse.

X.7. Fysische geneeskunde en readaptatie

In het prioriteitenlijstje dat de artsen op 06.06.2000 bij het RIZIV indienden (cfr. punt II.1) werd voor de fysiotherapeuten een budget gevraagd van 65 miljoen. Dit moet dienen om de honorering K 15 (2 technieken) door de fysiotherapeuten op gelijk niveau te brengen met M 24 van de kinesitherapeuten. Sinds dezen op 01.05.1999 een revalorisatie kregen, ontvangen zij immers 7,2 % meer voor een zelfde prestatie.

Het heeft minister VANDENBROUCKE niet beliefd van dit bedrag als prioriteit te behouden. Integendeel. Via zijn K.B. van 08.12.2000 (B.S. 16.01.2001) (cfr. punt II.4) pikt hij 34,5 miljoen in op een toch al bescheiden honorariumpakket van de fysiotherapeuten. Bovendien schrapt hij voor de specialisten de elektrotherapie, terwijl deze voor de kinesitherapeuten behouden blijft.

De mogelijkheid om tegen dit via artikel 35 § 2 van de G.V.U.-wet tot stand gekomen K.B. in beroep te gaan bij de Raad van State is in onderzoek.

X.8. Pediatrie

Op 18.09.2000 ontvingen we van Dokter Michel PLETINCX, in zijn functie van voorzitter van de Belgische Academie voor Kindergeneeskunde, het standpunt over de eerstelijnszorg voor kinderen dat ze in juli 2000 hadden geformuleerd. De pediaters eisen hun plaats op in de eerste lijn. Zoals we in Le Journal du Médecin en de Artsenkrant (n° 1290 - 22.09.2000) kunnen lezen, zijn de huisartsen het daar absoluut niet mee eens. Dr. Michel MEGANCK, voorzitter van de SSMG (Société Scientifique des Médecins Généralistes) stelt : "La première ligne, ce sont les généralistes et exclusivement les généralistes ». En zijn Vlaamse evenknie, Dr. Jos DE SMEDT van de W.V.V.H. (Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen) : "… Maar de huisarts beheert het globaal medisch dossier. Dat impliceert dat de pediater alle noodzakelijke informatie moet overmaken die de huisarts nodig heeft om het kind vb. in acute situaties op te volgen. Want meestal is het de huisarts die instaat voor de zorgcontinuïteit".

De boodschap van de pediaters werd door het VBS-bestuurscomité van 19.10.2000 positief onthaald.

Door een wijziging van het vaccinatieschema, zaten de Vlaamse artsen begin 2001 zonder poliovaccin. Volgens een richtlijn van de Vlaamse Overheid moet vanaf 01.01.2001 het orale poliovaccin worden vervangen door een inspuitbare vorm. Het combinatievaccin tegen polio, difterie, tetanus en pertussis was begin 2001 nergens voorradig. Ditmaal waren huisartsen en pediaters het wel roerend eens : dergelijk tekort t.g.v. een onaanvaardbare administratieve chaos staat haaks op een degelijk gezondheidsbeleid.

X.9. Psychiatrie

Op de dagorde van de plenaire zitting van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen dd. 21.09.2000 stond ondermeer het ontwerp i.v.m. de bijzondere beroepstitel van psychiater met een bijzondere bekwaamheid in de kinder-
en jeugdpsychiatrie.

De Belgische professionele vereniging van neurologen en psychiaters was er niet in geslaagd om intern een éénduidig standpunt in te nemen.
Zelfs binnen de APPF (l'Association Professionnelle des Pédopsychiatres francophones) bestaat er geen eensgezindheid over het al dan niet erkennen van deze « nieuwe » specialisatie.

U.C.L.-professor HAYEZ en zijn UCL-collega Dr. CHARLIER waren de gangmakers van de creatie van deze nieuwe beroepstitel. Vooral de universiteit van Luik daarentegen voerde sterke oppositie.

Binnen de monogespecialiseerde commissie psychiatrie van de BVAS blijft men op het standpunt dat de psychiatrie een ondeelbaar geheel blijft.

De Franstalige erkenningscommissie psychiatrie had op 22.05.2000 een negatief advies gegeven over het ontwerp kinder- en jeugdpsychiatrie.

Na een unaniem negatief advies op 21.09.2000 in de Hoge Raad, wijzigde Dr. J.P. DERCQ de agenda van de tweede vergadering van de Hoge Raad dd. 12.10.2000, die volgens afspraak integraal aan de huisartsgeneeskunde zou worden gewijd, en laste een nieuwe tekst over de psychiatrie ter bespreking in.

Opnieuw gaf de Hoge Raad een negatief advies, zodat Dr. DERCQ om de patstelling te deblokkeren op 26.10.2000 een "verzoeningsvergadering" belegde met vertegenwoordigers van het kabinet AELVOET, leden van de Hoge Raad, "experten" en pedopsychiaters.

Het is ongetwijfeld zo dat België een schrijnend tekort heeft aan kinder- en jeugdpsychiaters, en dat de Nederlandstaligen er dan bovendien nog de voorkeur aan geven om in Nederland te praktiseren.

De Hoge Raad is, zoals ondergetekende, echter van mening dat de creatie van een nieuwe beroepstitel hiervoor geen oplossing biedt, wel integendeel.

Wordt vervolgd.

X.10. Stomatologie

Op dezelfde vergadering van de Hoge Raad dd. 21.09.2000 werd het ontwerp van ministerieel besluit besproken tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van beoefenaars van de tandheelkunde, houders van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie.

De Hoge Raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen blijkt niet bevoegd om hierover advies te geven, vermits de Hoge Raad voor tandheelkunde autonoom beslist. Voorzitter Dr. J.P. DERCQ stelde dit ontwerp als een soort vriendendienst, en als voorzorgsmaatregel, ter beschikking. Zoals trouwens Dr. C. POLITIS terecht tijdens de bestuursvergadering van 07.09.2000 opmerkte, overschreed het ontwerp in ruime mate de bevoegdheden van de tandartsen die belangrijke medische diagnosen en chirurgische behandelingen zouden mogen gaan (in-)stellen.

Op initiatief van Dr. DERCQ, voorzitter van de Hoge Raad, werd een overlegvergadering belegd tussen afgevaardigden van de beide Hoge Raden. Mede dankzij de inspanningen van de Drs. J. ABELOOS, C. POLITIS en B. KOVACS kwam deze op 18.01.2001 tot een akkoord over een aangepaste versie die het werkterrein en de bevoegdheid van zowel de tandartsen als de stomatogen tracht te respecteren.

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp