Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2000

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

IX. De eerste lijn en de geneesheren-specialisten

IX.1. De ministeriële nota "Ondersteuning en structurering van de Eerste Lijn : de essentiële component in de gezondheidszorgorganisatie"

Op het einde van het jaar 1999 concretiseerde Minister M. AELVOET haar eerste bedenkingen (of beter deze van haar technocraat-medewerker en geneesheer, Herman VAN LOON) aangaande de " eerstelijnszorg". Haar nota van 6 december 1999 betreffende "De ondersteuning van de Eerste Lijn" werd verspreid begin maart 2000. In het aprilnummer van "De Geneesheer-Specialist" hebben wij de integrale tekst gepubliceerd met de vermelding dat wij niet zouden nalaten om een passend gevolg te geven aan haar uitnodiging om "vanuit onze deskundigheid te reflecteren omtrent deze aangereikte materie en desgevallend een oordeelkundige bijdrage te leveren aan deze hertekening van het gezondheidslandschap in België".

De vertrekpunten van deze politiek waren volgens H. VAN LOON voorzien in het regeringsakkoord dat stipuleerde:

1. dat de zorgverstrekking van de patiënt op het meest geschikte niveau dient te gebeuren.
2. dat de eerstelijnszorg en de preventie dienen gestimuleerd.
3. dat aanzetten dienen gegeven voor echelonnering en centrale rol van de huisarts.
4. dat het medisch dossier hierbij dient te worden ontwikkeld.

Niets in deze vier punten liet toe om te besluiten dat de gespecialiseerde geneeskunde diende uitgeschakeld te worden in de eerstelijnszorg. Men kon nochtans niet loochenen dat op het ogenblik van de regeringsonderhandelingen, de centrale rol van de huisarts een groter gewicht kreeg dan dat van de patiënt. In de politiek gebeurt niets zonder eieren te breken ...

De nota "Ondersteuning en Structurering van de Eerste Lijn" was opgesteld in een pseudo-wetenschappelijk jargon waarvan de stellingen, uiterst dogmatisch, gebaseerd waren op een ideologie en op een "heilige" overtuiging maar dan louter van persoonlijke aard en niet onderbouwd met gevestigde en wetenschappelijke waarden. Het belang van de patiënt en de volksgezondheid waren er eerder secondair. Het was trouwens overduidelijk dat ook de effectieve rol van de huisarts zoek was om nog niet te spreken over de extramurale specialist. De niet-geneesheren en de niet-conventionele praktijken stonden centraal in het systeem.

IX.2. De reacties van het VBS-bestuur …

Op 31 maart 2000 hebben wij ons antwoord aan de Minister bezorgd. We hebben haar klaar en duidelijk laten verstaan dat zij slecht was voorgelicht en dat de dogmatische stellingen van haar medewerker de meest elementaire rechten van de patiënt tot brandhout hadden herleid.

Wij vatten onze visie als volgt samen :

1 . De beleidsnota stelt niet de patiënt, maar wel de verzorgingsstructuren centraal. Het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt, wat de toegang tot de zorgverleners betreft, wordt volledig genegeerd en a priori als irrelevant beschouwd (dogma nr 1). De verzorgingsstructuren beslissen over de patiënt.

2. De beleidsnota verzwakt de positie van de huisarts, en van de medische opvang in het algemeen, door deze ondergeschikt te maken aan een structuur van medische hulpkrachten en zelfs van alternatieve genezers, als « aanmeldingsverantwoordelijken ». Niets is nochtans irrelevanter dan systematisch de interpretatie van ziekteklachten aan nietmedici over te laten, of dan eerstelijnsbehandelingen te laten instellen door beoefenaars behorend tot de niet-rationele of irrationele zorgsfeer (dogma nr 2).

3. De beleidsnota is bovendien strijdig met het regeerakkoord, dat zorgverstrekking voorziet op het meest geschikte niveau, door elke vorm van ambulante specialistische zorg uit te sluiten van de « eerste lijn ». De eerste lijn vertrekt dus met een aanzienlijk deficit aan « speciale competentie ». Deze wordt immers niet ais relevant geacht in eerste lijn. Niet-rationele zorgverlening daarentegen wel (dogma nr 3).

4. De patiënt verliest zijn recht om zo vlug mogelijk de gepaste zorg voor zijn aandoening te krijgen. Nochtans benadert de geneesheer-specialist net zoals elke arts de patiënt in zijn geheel (holistische benadering), met daarbovenop zijn specifieke bevoegdheid en vakkennis in het welbepaald medisch deelgebied waartoe de klacht behoort. De beleidsnota miskent de rationeel medisch-wetenschappelijke opstelling van de specialistische bekwaamheid (dogma nr 4).

5. Door het totaal onterecht miskennen van de rol van de ambulante specialistische geneeskunde, vervalt het beleidsconcept in een ultrahospitalocentrische opstelling, waarin het team van « aanmeldingsverantwoordelijken » als enig alternatief hebben de patiënt meteen over te hevelen naar het ziekenhuis (dogma nr 5).

6. « Medicalisering », d.w.z. de patiënten inzicht verschaffen in de geneeskunde, wordt door de nota als ongepast afgewezen. Wil men de patiënten onwetend laten omtrent hun kansen op medischspecialistische behandelingen in de gezondheidszorg? Deze opvatting is totaal onverenigbaar met het recht van de patiënt op informatie zoals gedefinieerd in actuele wetsontwerpen (dogma nr 6).

7. Tegenover de bewering van de WVVH, dat 80% van de klachten bij de huisarts door hem kunnen opgelost worden zonder bijkomende middelen, staat dat 70% van de specialistische patiëntencontacten zonder verwijzing door een huisarts geschieden. Dit bewijst enerzijds dat de mensen bij hun toegang tot de gezondheidszorg hun gezond verstand gebruiken, en anderzijds dat het verkeerd zou zijn een harde (artificiële) scheidingslijn of drempel tussen beide in te bouwen en specialistische zorg uit de eerste lijn te weren (de drempel is dogma nr 7).

8. Volgens de beleidsnota bestaat integratie van de verschillende zorgtypes (curatieve, preventieve, gezondheidspromotie) uitsluitend in het vooropgestelde eerstelijnsconcept (dogma nr 8). Ook in de specialistische geneeskunde wordt, naast de curatieve zorg, een fundamentele rol gespeeld op het vlak van de preventie en gezondheidspromotie. De beleidsoptie mist bijgevolg, op het vlak van de zgn. integratie, volledig haar doel door er de specialistische zorgverlening uit te sluiten.

IX.3. … en een handgreep uit de reacties van VBS-leden

Andere reacties, bittere en zoetzure zouden volgen. Een onder hen heeft ons toegelaten om de schrijftalenten van onze collega, lid van ons Bureau, Dirk VAN RENTERGHEM te ontdekken. Hij kon niet weerstaan aan de hartelijke uitnodiging tot reflectie vanwege het kabinet van Volksgezondheid :

"Globaal lijkt mij dus dat de "Fundamentele kenmerken" (punt 2) … fundamenteel zijn voor de gehéle gezondheidszorg, en tussen verschillende echelons dus niet onderscheidend kunnen werken. Zowel in het tot standkomen van een taakomschrijving/taakverdeling als in hetgeen wordt beschreven is dus niet alleen dialoog mét de patiënt maar ook " dialoog tussen de lijnen" essentieel. En zeker vraagt ook die dialoog, die reeds hier en daar gevoerd wordt, om 'cultivering'…

Ik kan echt moeilijk geloven dat U een niet-holistische visie op het contact specialist-individu zou ondersteunen, of elementen wil aanreiken die daartoe kunnen bijdragen. Ook niet dat U de bereidheid zou hebben empathie in het contact tussen burgers
(waar ook) te ontmoedigen of te laten verloren gaan… "

Wij bedanken eveneens de buitengewoon kritische en zeer originele tussenkomst van Prof. Dr. Gaston VERDONK, Erevoorzitter van de Beroepsvereniging van de Belgische geneesheren-specialisten Inwendige Geneeskunde, die de afwezigheid van elke cartésiaanse redenering betreurde. Hoe de alternatieve geneeskunde en de "Evidence Based Medicine" met elkaar verzoenen ? Voor hem lieten de ontwikkelde structuren geen plaats voor " de ware, echte grondeigenschappen welke de arts moet hebben om zijn patiënten te benaderen" (Ezekiei, JAMA, 25, 1995; 273; 4):

1. Vrij gekozen en onafhankelijk zijn
2. Competent, technisch en ook vaardig zijn
3. Compassionate zijn in de meest uitgebreide zin
4. Continu beschikbaar zijn om ieder ogenblik de vereiste zorgen op zich te nemen
5. Communicatief zijn en tevens luisterbereid
6. Confident zijn en vrij van interesseconflicten

Op een bijna profetische wijze, rekening houden met wat enkele maanden later zou volgen - de gedetailleerde ontwikkeling van deze structuren - stelde hij de fundamentele vraag. "Waar komen we terecht met te stuwen naar meer mastodonteske geïntegreerde geneeskunde, waar staat hier de patiënt uiteindelijk nog ? Vooral ter hoogte van de organisatietypologieën zoek ik tevergeefs waar de patiënt nog ergens aan bod komt ? Maar veel erger: vindt de patiënt hierbij nog wel " zijn huisarts " ?"

IX.4. Ontwerp-K.B. "tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging"

Maar de Minister had niet de minste bedoeling om rekening te houden met alle negatieve commentaren die haar conceptnota hadden uitgelokt. Integendeel. Op 02 mei 2000 nemen wij kennis van een ontwerp van koninklijk besluit houdende de normen voor de bijzondere erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging, de G.D.T.'s. De voorgestelde maatregelen werden door het volledige medische korps verworpen. Een persbericht van het BVAS van 13 mei 2000 bestempelde de G.D.T.'s als "medische kolchozen". De zorgen zijn geïntegreerd op voorwaarde dat de geneesheer-specialist uitgesloten wordt uit de eerste lijn en men een systeem uitbouwt dat, tot nu toe, werd beschouwd als een collusie tussen medische en niet-medische beroepen. De "kolchozen" G.D.T's. zouden verplichtend de vorm dienen aan te nemen van een VZW per zorgregio waarvan de omlijning zou gebeuren op basis van ingezamelde gegevens inzake patiëntenstromen binnen een geografisch omschreven gebied van één of meer entiteiten.

Elke entiteit zou bestaan uit :

1. solopraktijken van huisartsen, verpleegkundigen, tandartsen, apothekers, kinesitherapeuten, beoefenaars van paramedische beroepen en psychologen;
2. unidisciplinaire groepspraktijken van voornoemde beroepsbeoefenaren;
3. pluridisciplinaire groepspraktijken (NB: alsof dat verenigbaar is met de wet);
4. en de zgn. thuisvervangende zorgvoorzieningen (R.O.B., R.V.T., enz...).

Voor alle praktiserenden of groepspraktijken, met uitsluiting van de geneesheer- specialist, zou er dus slechts één keuzemogelijkheid bestaan namelijk geïntegreerd worden, door toetreding, in een G.T.D. waarbij het onderliggende idee erin bestaat om de individuele praktijken van de huisartsen om te bouwen tot "gezondheidscentra" en tevens het aantal praktijken drastisch in te krimpen.

Nochtans waren er twee positieve elementen t.o.v. het originele concept : de niet conventionele praktijken waren verdwenen uit de eerste lijn en de vrijheid van de patiënt om zijn gezondheidsverzorger te kiezen moet gewaarborgd worden. Daartegenover staat dan dat de G.T.D. de patiënt inlicht en hem doorheen de behandeling leidt die voor hem het meest geschikt is. De "geïntegreerde zorgen" worden beheerd door de vrij gekozen huisarts van de patiënt, en dekken minimaal (wat bestaat er nog meer ?) het geheel van curatieve, diagnostische, palliatieve en revaliderende behoeften.

IX.5. De nota DETIENNE : "De concrete organisatie van de eerste lijn rond de patiënt"

De zaken werden echter nog beangstigender wanneer op 26 april 2000, de Waalse minister van Sociale Zaken, Thierry DETIENNE (Ecolo) een politieke nota bekend maakte aangaande "De concrete organisatie van de eerste lijn rond de patiënt", nota die ontegensprekelijk geïnspireerd was, soms letterlijk vertaald, door de conceptnota's van H. VAN LOON. Artsenkrant (26/05/2000) had nochtans de nadruk gelegd op de "zachte manier" waarop de Waalse minister zijn plannen wilde doorvoeren om de gecoördineerde acties rondom de gezondheidszorgen in praktijk te brengen.

Eén zin echter, aangaande de ambulante specialisten, stuitte ons nochtans erg tegen de borst.

"In feite maken ze er deel van uit (t.t.z. de eerste lijn) in de mate dat de patiënt er rechtstreeks toegang tot heeft; dezelfde bedenking geldt voor de spoedgevallendiensten in de ziekenhuizen. Dit is geen ideale situatie omdat de patiënt het risico loopt er niet in zijn globaliteit te worden benaderd en de diverse tussenkomsten het geheel incoherent kunnen maken…. »

Wij hebben energiek gereageerd in een uitgebreide brief van 8 juni 2000 gepubliceerd in "De Geneesheer-Specialist" nr 6/2000 waarbij wij het absurde van zijn principe van subsidiariteit hebben aangetoond.

1. de arts, omnipracticus of specialist, kan het zich niet veroorloven een globale benadering te verwaarlozen, want dat zou betekenen dat hij een beroepsfout begaat. Op medico-legaal vlak is elke arts hoe dan ook gehouden tot een globale benadering van de patiënt bij elke professionele tussenkomst. Kent U een gerechtelijke uitspraak waarbij een specialist die niet de nodige zorg heeft besteed aan de aandoening van zijn patiënt, wordt vrijgesproken wegens « aandoening niet behorend tot zijn specialisme »?

2. de geneesheer-specialist is in de eerste plaats een arts die bovendien een aanvullende opleiding heeft genoten van 5 à 6 jaar, waardoor hij bijzonder performant wordt in een welbepaald deelgebied. Deze bijkomende opleiding integreert voortdurend de globale benadering omdat de geneeskunde één geheel vormt.

3. de spoedgevallenzorg is « multidisciplinair » bij uitstek.

Voor alle duidelijkheid hebben wij een uittreksel van een arrest van het Arbitragehof in herinnering gebracht (verzoekschrift tegen art. 12,2° van de wet van 26.07.1996 over de modernisering van de sociale zekerheid) « Uit de bestreden bepaling zelf kan niet worden afgeleid dat de patiënt verplicht zou worden voor elke zorgverstrekking eerst de huisarts te raadplegen; evenmin kan eruit worden afgeleid dat er voor de patiënt een verbod zou zijn om een geneesheer-specialist van eigen keuze, al dan niet rechtstreeks, te consulteren. Die geneesheer-specialist behoudt uiteraard het recht een eigen medisch dossier aan te leggen»

IX.6. Onderhoud met minister Thierry DETIENNE dd. 05.10.2000

Om dit misverstand recht te zetten heeft Minister DETIENNE ons vriendelijk uitgenodigd voor een onderhoud. Tijdens dit gesprek, dat om praktische redenen slechts heeft kunnen plaatsvinden op 5 oktober 2000, hebben onze Voorzitter Prof. Dr. J. GRUWEZ, onze Oud-Voorzitter Dr. J. MERCKEN en onze administratief directeur Jos VAN DEN NIEUWENHOF onderlijnd dat de echelonnering een voorbijgestreefde denkpiste is en dat alle landen waar een dergelijk systeem in voege is, er het pijnlijke voorbeeld van vormen, ten koste van de bevolking.

De minister heeft gepreciseerd dat het geenszins zijn bedoeling is om een coërcitief systeem op te leggen, zelfs niet eens een systeem. Door de bestaande organisatieproblemen op te sporen en door punctueel tussen te komen, wenst hij alleen de creatie van lokale structuren te bevorderen zodanig dat deze oplossingen ontwikkelen voor deze moeilijkheden. Zijn eerste stap bestaat erin een inventaris te maken op basis van een ruime consultatie en om daarna een eerste balans op te maken. Dit was iets geruststellender.

Onze bezorgdheid i.v.m. de initiatieven van Minister AELVOET, die reeds enigszins waren afgezwakt tijdens de periode voorafgaand aan de verkiezingen, smolten als sneeuw voor de zon in de vaststelling dat, bij gebrek aan een wettelijk kader, onmogelijk kon tussengekomen worden door de federale overheid. Deze materie komt zonder enige twijfel toe aan de gemeenschappen. In praktijk oriënteren de initiatieven thans eerder naar een meer gestructureerd systeem van de wachtdienst van de huisartsen. Voor de politiek van ondersteuning van de eerste lijn heeft Minister VANDENBROUCKE hen een eerder beperkte budgettaire enveloppe van 75 miljoen toegekend

IX.7. Laat U niet om de groen(t)e(n)tuin leiden : de patamédecine volgens Prof. VANHERWEGHEM

Zo we een prijs zouden toekennen voor het "beste artikel van het jaar" m.b.t. de politieke evolutie in de gezondheidszorg, dan zouden we die van het jaar 2000 meteen uitreiken aan Prof. Dr. Jean-Louis VANHERWEGHEM, pro-rector van de Université Libre de Bruxelles, voor zijn artikel "PATAMEDECINE ?". Het verscheen in drie afleveringen in "Méditations sur l'avenir de la médecine" (Nrs 11,12 en 13). Het gaat er hem om hoe woorden misleidend kunnen zijn.

Dergelijke fraaie tekst met zijn fijnzinnige woordspelingen, komt slechts in zijn originele versie tot zijn recht. Daarom volgend uittreksel :

" Imposture des mots"

"Anti- et Patasciences trouvent leur succès dans leur force de persuasion basée sur l'imposture du vocabulaire et le sophisme du raisonnement. Ainsi, insidieusement, le vocabulaire oppose l'oligarchie de la "Big Science" à la démocratie des cultures traditionnelles. L'allopathie traiterait les symptomes tandis que l'homéopathie traiterait les causes, alors qu'en réalité, la situation est exactement l'inverse. La médecine scientifique est chimique et donc polluante, la patamédecine est naturelle, donc, bienfaisante. La pensée scientifique est linéaire, donc limitée, la pensée alternative est complexe, donc ouverte à l'avenir. La science est occidentale, donc colonialiste et dominante, les pensées orientales sont sages, donc réconciliatrices. La science moderne est orthodoxe, donc conservatrice, les patasciences sont alternatives, donc originales. La science est technologique, donc dure, agressive, inhumaine et polluante, les patasciences sont douces, donc en harmonie avec la nature. La science est réductionniste, donc bornée, la patascience est holistique, donc universelle et sacrée. Enfin la patamédecine est douce quand les maladies sont bénignes, elle est complémentaire quand les maladies sont plus sérieuses, elle est alternative quand les maladies sont incurables. Elle est donc omniprésente…."

Deze passage doet ons terugdenken aan het misleidend woordenspel dat met veel bombarie ten spits werd gedreven door Herman VAN LOON in zijn beleidsnota's voor het kabinet van minister AELVOET. Het is beslist geen toeval dat dezelfde auteur niet eens aarzelde om ook de "pata-geneeskunde" op de eerste zorglijn te plaatsen, in gans haar "zachte", "complementaire", en "alternatieve" schittering.

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp