Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2000

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

IV. De rechten van de patiënt en de medische aansprakelijkheid.

IV.1. Het wetsvoorstel Magda DE MEYER (SP)
Zoals verscheidene andere oorspronkelijk door Marcel COLLA opgezette initiatieven, bleef ook het opzet van een wettelijke bepaling van de "Rechten van de patiënt" verder leven. In het maartnummer van "De Geneesheer-Specialist" publiceerden we onze commentaren en bedenkingen omtrent een eerste wetsvoorstel, ingediend door Mevr. Magda DE MEYER (SP). Ons eerste en belangrijkste bezwaar, dat nog steeds geldt t.o.v. de talloze daarop volgende voorstellen en ontwerpen, is het ontbreken zoniet minstens ontwijken van een eenduidige bepaling van de onaantastbaarheid van de basisrechten van de zieke mens.

De bescherming van de zieke mens dient niet alleen benaderd in het kader van de zorgverlening zelf, maar m.b.t. tot alle omgevingselementen en maatschappij-componenten die rechtstreeks of onrechtstreeks in verband staan of kunnen staan met de situatie van het ziek-zijn. Nochtans, nauwelijks een woord daarover. Blijkbaar zien onze politici er geen graten in dat een verzekeraar of een werkgever het zelfbeschikkingsrecht naar zijn hand zou zetten om op grond daarvan bvb. de mededeling van medische persoonsgegevens te bekomen. Welke aandacht gaat er bvb. naar de beschermende maatregelen voor psychisch zieke of afhankelijke mensen die al dan niet in instellingen verblijven, buiten de zuivere verzorgingscontext?
Zelfs in de medische sfeer, ontwijkt men systematisch elk aspect van patiëntenbescherming die buiten de zuivere context van de zorgverlening staat. Is het vb. normaal dat een controle-arts zomaar in het privé-leven van mensen kan binnendringen wanneer hij een enquête voert over het medisch handelen van een te controleren
collega ?

Neen, alle aandacht moet blijkbaar uitsluitend gaan naar deze materies die het reeds nauwelijks houdbare "evenwicht" van de medische aansprakelijkheidsproblematiek helemaal dreigen te destabiliseren. Men schrijft wel "zorgverlener", maar denkt eigenlijk "de arts". Niet om het even welke. Neen, de "ervaren specialist". En het gaat uitsluitend over recht op de juiste zorg, recht op de juiste informatie, recht op alles wat in het dossier staat. Indien brainscanners gedachten lazen, dan zou daarover ook een recht ontstaan. Van meet af aan werden de gestelde vereisten inzake informatieplicht geformuleerd vanuit de onmogelijke visie dat geneeskunde een exacte wetenschap zou zijn, alsof de juiste diagnose het logisch en exact gevolg zou zijn van een diagnostisch onderzoek, de prognose met onfeilbaarheid zou kunnen voorspeld worden en elke behandeling mathematisch tot het juiste resultaat zou leiden.
Het gaat niet op de aansprakelijkheidsaspecten van de zorgverlening te verruimen zonder in de wet een duidelijke definitie van de beroepsaansprakelijkheid van de zorgverlener, in een mogelijk wettelijk initiatief op het vlak van de patiëntenrechten op te nemen. Dit impliceert: recht op een zorgvuldige zorgverlening volgens de stand van de wetenschap, medisch handelen waarover een medisch-wetenschappelijke consensus bestaat. Een recht op onfeilbaar medisch handelen of een gewaarborgd gunstig resultaat kan niet worden toegekend. Ook op het vlak van de informatieplicht kan de zorgverlener noch garanderen dat de patiënt de toelichting begrepen heeft, noch waarborgen dat de verstrekte informatie de enige en absoluut exacte is.

Een totale formalisering van rechten, zoals bvb. de informatieplicht en het "informed consent" leidt tot een onmogelijke opdracht voor de meest integere, zorgvuldige en plichtsbewuste behandelende arts. Het amplifiërend effect van een verpletterend veeleisende rechtspraak op het gebied van de medische aansprakelijkheid, de totaal onhoudbare begripsverwarring die via de media wordt rondgezaaid over "medische fouten", het opbod van de opeenvolgende versies van ontwerpen van wettelijke initatieven, alle gericht op hetzelfde smalveld, leiden tot een ongekende impasse die de medische zorgverlening, één van de beste van Europa en van de wereld, dreigt te drijven naar een zielloos immobilisme.

IV.2. Het wetsvoorstel Maggie DE BLOCK (VLD)

In de maand juni werd Prof. GRUWEZ gecontacteerd door VLD-volksvertegenwoordigster, Dr. Maggie DE BLOCK omtrent een wetsvoorstel dat deze laatste in voorbereiding had. Het uitvoerend comité van het VBS onderzocht grondig deze "sneuveltekst". Onze commentaren werden ten gepaste tijde overgemaakt, waarbij vooral de nadruk werd gelegd op enkele basisrechten zoals de keuzevrijheid van arts en het recht op een tweede advies, en waarbij duidelijk werd gesteld dat geneeskunde geen exacte wetenschap is en dat op de geneesheer geen resultaatsverbintenis kan rusten.
Enige tijd later werd aan de VLD-fractie een volledig herwerkte tekst van wetsvoorstel en memorie van toelichting bezorgd.

IV.3. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering : fault, no fault … or ?

Tijdens een symposium met de ronkende titel "Fault, no fault … or ?" georganiseerd door het Federaal Ministerie van Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, op 14 juni 2000, kondigde minister M. AELVOET haar voornemen aan om in het najaar uit te pakken met haar wetsontwerp over de patiëntenrechten. Ze liet daarbij meteen verstaan dat het aansprakelijkheidsprobleem zeker geen prioriteit was en best nog geruime tijd kon wachten: eerst moesten de rechten van de patiënt in het Staatsblad komen. (een theorie die ze later opnieuw ontwikkelde in haar beleidsnota over de patiëntenrechten). In antwoord op een vraag gesteld door een verpleegkundige die het beu was om door soms onhebbelijke patiënten uitgekafferd te worden, voegde ze eraan toe dat ze evenmin het voornemen had patiëntenplichten te bepalen.

Wat de vraag "Fault, no-fault ?" zelf betreft, waren we na dit symposium geen sikkepit wijzer geworden. Een interministeriële werkgroep die al geruime tijd voordien was opgestart, zat nog altijd in de schemerzone en blijkbaar kwamen de eerste symptomen aan het licht van een groeiend meningsverschil tussen de twee juridische tenoren van het "no-fault" systeem, de Professoren Th. VANSWEEVELT en J.L. FAGNART. De vraagstelling was niet langer "fault or no fault?", maar "no fault + fault", met een keuze tussen "+ alleen zware fout" en "+ ook de lichtste". En als toemaatje de vraag of het slachtoffer al dan niet de exclusieve keuze moet maken tussen "foutloze" vergoeding en de vergoeding op basis van foutaansprakelijkheid. Gelukkig kwam de afgevaardigde van minister Charles PIQUET enige nuchterheid brengen in het debat met de stille wenk dat men best zou vermijden vergoedingen uit te keren waarmee de spiraal van de foutaansprakelijkheid nog zou aangezwengeld worden. Desondanks verlieten we het symposium met het hoofd vol tegenstrijdigheden en het nare gevoel dat de denkers van verschillende strekkingen bezig waren zich in een uitzichtloze impasse in te graven. En de angstwekkende bedenking dat een oplossing vermoedelijk ver buiten de cartesiaanse logica zou moeten gezocht worden.

IV.4. De vergoeding therapeutische ongevallen volgens Anne-Marie LIZIN (PS)

Na een natte zomer bereikte ons het wetsvoorstel van PS-volksvertegenwoordiger Anne-Marie LIZIN, over de vergoeding van "therapeutische ongevallen". Met een overvloedig juridisch hermetisme werd het "no fault" systeem vertaald in het "wetstraatees" waarbij, vereenvoudigend uitgedrukt, "vermijdbare schade" ten gevolge van medisch handelen vergoed zou worden door een schadefonds, waarvan het leidend orgaan zelf zou bepalen of de schade eventueel zou verhaald kunnen worden op een aansprakelijke derde (arts?). We deden herhaalde pogingen om het te begrijpen en kwamen, na enkele gedachtenwisselingen met verstandig geachte mensen, tot het besluit dat ons onbegrip door menigeen gedeeld werd. Dat "vermijdbare" schade in een "no fault" systeem zou vergoed kunnen worden door een schadefonds kan voorstelbaar lijken. Maar het vergt een bijna ziekelijke dosis fatalisme vanwege het slachtoffer om te aanvaarden dat het schadefonds zou zeggen dat de schade weliswaar kon worden vermeden, doch dat diegene die ze had kunnen vermijden daarvoor niet kan aangesproken worden. Hoeveel dergelijke uitspraken zouden de lui van het schadefonds zich kunnen veroorloven alvorens met naam en beeld en onder vette koppen in de media te belanden? Het lijkt in dat opzicht zeker verkieslijk de keuze tussen de twee vergoedingssporen aan de klagende partij te laten.

IV.5. Het meningsverschil FAGNART-VAN SWEEVELT

Op 16 november 2000 kregen we een nieuwe lading aanvullende opties aan het "no fault" systeem op een interessante studieavond georganiseerd door de Vereniging van Verzekeringsjuristen. Twee sprekers: Prof. Th. VAN SWEEVELT en Dr M.CALLENS van L.C.M.(Ledenbescherming). Uit het betoog van de eerste vernamen we dat binnen de interkabinetten-werkgroep het meningsverschil onder de tenoren een openlijke kloof was geworden. VAN SWEEVELT staat achter het volledig behoud van alle mogelijkheden tot verhaal op basis van de foutaansprakelijkheid, maar blijft voorstander van een eerstelijns vergoeding op foutloze basis. Een volledige vergoeding in een foutloos systeem zou "onbetaalbaar" zijn. Wat volgens hem niet wegneemt dat het slachtoffer moet recht hebben op een volledige vergoeding.

Dat het debat al zijn grenzen kent, is een stap vooruit: het moet betaalbaar zijn. Maar meteen is ook artikel 1 van de toekomstige wet op de patiëntenrechten geschreven: het recht op het onbetaalbare. Want toen uit de zaal werd geopperd dat het veel logischer zou zijn de patiënt voor de keuze te plaatsen: ofwel "no fault" vergoeding, ofwel de rechtbank, vond VAN SWEEVELT het "immoreel" dat het slachtoffer een exclusieve keuze zou opgelegd worden. Ook wimpelde hij af dat zijn zgn. "foutloze" eerstelijnsvergoeding in feite een overheidspremie voor advokaatskosten zou vormen.

En dan werd toegelicht -niets anders dan de weergave van het LIZIN-concept, gekoppeld aan de evoluties van de rechtspraak - op welke basis het foutloos (betaalbare) + foutaansprakelijk (onbetaalbare) systeem gaat werken. Het abstracte concept van de "vermijdbare schade" ontstaat uit het handelen (of niet-handelen) van de onfeilbaar geachte exacte wetenschapper, de "ervaren specialist". Op de huisartsenpraktijk rust geen schadeprincipe. We hadden in juli '99 al gemerkt dat in het Algemeen Medisch Dossier van patiëntenrechter COLLA, het woord "diagnose" niet vermeld stond en inhoudelijk dus niet verondersteld wordt in het dossier aanwezig te zijn.
Aan de twee eerste luiken wordt nog een derde toegevoegd: een systeem van ongevallenpreventie. Het is ongetwijfeld een bron van kwaliteitsverbetering dat een meer systematische opvolging van schadegegevens wordt georganiseerd. Die data zouden ter beschikking moeten zijn van peer review colleges en de professionele kwaliteitsgroepen van de "ervaren specialisten", zodat daaruit praktische beveiligingsregels kunnen gedistilleerd worden. Het zou evenwel kortzichtig zijn te stellen dat er tot nog toe geen schadepreventie wordt toegepast. Er weze terzake opgemerkt dat ongevallenpreventie niet de minste oplossing biedt voor de kostenverzwarende juridische vitterij binnen de huidige gehanteerde abstracte aansprakelijkheidsconcepten.

Op het vlak van de vergoeding van het slachtoffer wordt naast de klassieke (onbetaalbaar wordende) aansprakelijkheidsverzekering, en de nieuwe foutloze eerstelijnsvergoeding, op de koop toe gedacht aan een ongevallenverzekering afgesloten door de "ervaren specialist" voor de dekking van de schade aan zijn patiënten. Een nieuw product dat vragen doet rijzen: wordt zoiets afgesloten, a priori, voor alle patiënten, of voor een welbepaalde geplande ingreep? Met mededeling of zelfs met vaststelling van het verzekerd bedrag in akkoord met de patiënt? Valt zoiets buiten de conventietarieven? Veroorzaakt zoiets geen verdubbeling van de verzekeringskost? Verhaalmogelijkheid op de BA-verzekeraar ? enz…

En dan volgde het betoog van Dr M. CALLENS die meende dat het onbillijk was een onderscheid te maken tussen twee soorten slachtoffers, dezen van de "vermijdbare" schade" en die van de "onvermijdbare schade". Waarom zou men het slachtoffer van vermijdbare schade vergoeden en het slachtoffer van tegenslag niet? Strikt mathematisch blijft immers het onbetaalbare onbetaalbaar. Zoals het "oneindige".
Het gevolg van LIZIN's "vermijdbaar" criterium zal dan vermoedelijk ook zijn dat het "schadefonds" om humanitaire redenen met de tijd de neiging zal hebben om "onvermijdbare" schadegevallen in het vergoedingssysteem op te nemen, net zoals het zorgvuldigheidsprincipe van het aansprakelijkheidsrecht inmiddels tot een resultaatsprincipe werd omgebogen. Met als gevolg dat "onvermijdbare schade" als "vermijdbaar" zal worden gekwalificeerd zodat de "ervaren specialist" zich ook daarvoor zal moeten verantwoorden.

Niets is moeilijker om mee te leven dan iets onvermijdelijks dat als een beroepsfout wordt beschouwd. Even moeilijk als met een klacht omtrent een mislukt resultaat dat niet kon gewaarborgd worden. Nog moeilijker wordt het wanneer men zich voor zoiets moet verantwoorden in een situatie van omgekeerde bewijslast. In oktober 2000 liet minister van Justitie, Marc VERWILGHEN, duidelijk verstaan dat hij de bewijslast immers op de schouders van de artsen wil leggen. Misschien is het daarom dat men ook in medische middens op een bepaald moment aan een no-fault systeem is gaan denken.

IV.6. De conceptnota over de rechten van de patiënt van minister Magda AELVOET

IV.6.1. De "Definitieve versie 01 december 2000"

"Definitieve versie 01 december 2000" staat onderaan de conceptnota van minister AELVOET over de rechten van de patiënt. We vonden er opnieuw haar prioriteitstheorie in: eerst een wet over de patiëntenrechten maken en dan het aansprakelijkheidsprobleem regelen, want als je omgekeerd tewerk gaat "kan dat kwalijke gevolgen hebben, niet enkel in politieke termen doordat de aandacht voor patiëntenrechten dan afneemt maar ook inhoudelijk." En zij citeert het voorbeeld van de Scandinavische landen met hun "foutloze" schaderegeling zonder directe foutaansprakelijke verantwoording vanwege de zorgverleners.

Ze vergeet echter dat elk van de patiëntenrechten die in haar ontwerp, net zoals deze van haar collegae parlementariërs, staan omschreven, in België stuk voor stuk op grond van het burgerlijk wetboek gerechtelijk afdwingbaar zijn. Alsof dat geen stimulans zou zijn voor de eerbiediging van de patiëntenrechten !

Stilaan werken de artsen met de daver op het lijf. Als de huidige aanpak van de medico-legale problematiek ontoereikend blijkt voor de samenleving, dan is dat niet in de eerste plaats een zaak van de gezondheidszorg, dan wel een zaak van het gerechtelijk systeem dat de samenleving wenst. De rechten zelf, zoals men die wil bepalen, overlappen gewoonweg de huidige, bijzonder streng evoluerende rechtspraak enerzijds en anderzijds het medisch tuchtrecht waaruit ze ontegensprekelijk ontstaan zijn en op grond van hetwelke ze op de koop toe ook afdwingbaar zijn. Geen enkel systeem biedt een betere waarborg voor de naleving van rechten dan datgene dat de overtreding beteugelt en de overtreder aansprakelijk stelt. Wat het medisch handelen betreft geschiedt dit op grond van de contradictoire beoordeling van een beroepsfout en wel op basis van deskundigheid. Wil men het zonder foutbeoordeling? Of op basis van ondeskundigheid? Zoiets valt enigszins te vrezen als men ziet hoe sommige wetsvoorstellen de klachtenbehandeling opvatten.

IV.6.2. Brainstorming in het VBS-Bureau

Als iemand baanbrekend werk wil leveren op het vlak van de patiëntenrechten, dan moet hij in de eerste plaats basisrechten durven formuleren waarvan de principiële waarde onaantastbaar is. Dit veronderstelt de onaantastbaarheid van het verzorgingscontract en de finaliteit ervan tegenover elke mogelijke drukking vanuit de buitenwereld. Bovendien moet men, in het kader van een multidisciplinair speurwerk de lacunes gaan zoeken juist daar waar het zieke individu totaal onbeschermd staat in onze waanzinnig evoluerende wereld.

Bescherming van het zelfbeschikkingsrecht, zonder dat tot zijn absolute alles overheersende vorm te verheffen, recht op privacy m.b.t. werkgevers, verzekeringen, vermogensbeheer, ziekenvervoer, overheidscontrole, familieleden, buren in flatgebouwen, bezoekers in instellingen, media en publiciteit, enz… Een typische, te corrigeren afwijking (of misbruik ?) van het zelfbeschikkingsrecht is bvb. art 95 van de Wet op de landsverzekeringsovereenkomst (25.06.1992) waarbij de arts verplicht wordt de patiënt de gegevens te verstrekken die voor het sluiten of uitvoeren van de verzekeringsovereenkomst nodig zijn. Het is een onaanvaardbare aantasting van de finaliteit van de arts-patiëntrelatie. Dat soort werk is iets moeilijker dan het vergelijken en bespreken van de "hot items" opgesomd in gespecialiseerde medico-legale rechtspraakboeken, en die ook om de haverklap grote koppen halen in de sensatiepers.

Men heeft zelfs bij momenten de indruk dat men een duidelijke onaantastbaarheid van basisrechten in sommige wetgevende initiatieven wil mijden. In een VBS-nota betreffende het ministerieel voorontwerp, die we overhandigden aan de kabinetsleden tijdens een onderhoud op 20.12.2000, hebben wij de aandacht gevestigd op twee ons inziens ernstige tekortkomingen :
- het zelfbeschikkingsrecht waaruit de vrije keuze van de zorgverlener wordt afgeleid, wordt in het ontwerp volledig uitgehold zodra de patiënt in een instelling wordt opgenomen. In dat geval wordt zelfs gesteld dat de (alle) in de wet voorziene patiëntenrechten weliswaar van toepassing zijn behalve wanneer andersluidend wordt medegedeeld door de instelling.
- de vermelding van de niet-conventionele praktijkbeoefenaars onder de "zorgverleners" en die verondersteld worden de patiënt "alle" informatie te bezorgen "nodig om inzicht te verkrijgen in zijn gezondheidstoestand", of "op kwaliteitsvolle wijze te kunnen beantwoorden aan de behoeften van de patiënt", en wel "in overeenstemming met de geldende standaarden". Wij meenden dat het "recht op informatie" in dit geval juist moest impliceren dat de patiënt uitdrukkelijk verwittigd moet worden voor het onwetenschappelijk karakter van deze beoefenaars en van het gevaar zich te laten behandelen zonder voorafgaande diagnose door een geneesheer.

IV.6.3. Hoorzitting in de Kamercommissie Volksgezondheid dd. 09.01.2001

Op 22 december 2000 ontvingen wij tevens een uitnodiging vanwege Collega Y. AVONTROODT, voorzitster van de parlementaire commissie van Volksgezondheid, om ons standpunt mede te delen op een hoorzitting die georganiseerd werd op 9 januari jl. in de Kamer. Ter voorbereiding ontvingen wij de ganse bundel van ingediende wetsvoorstellen en -ontwerpen, waaronder de CVP-visie van de HH. BROUNS en VANDEURZEN, het VU-ID voorstel van Dr. P. VAN KRUNKELSVEN, en de reeds geciteerde stukken van Mevr. Dr. M. DE BLOCK (VLD), Mevr. M. DE MEYER (SP), en minister M. AELVOET.

Ondanks de feestelijkheden rond de jaar- eeuw- en millenniumwende slaagde de Voorzitter samen met het Bureau erin een uitvoerige nota op te stellen die Prof. GRUWEZ ter zitting op 09.01.2001 neerlegde en toelichtte. Ze staat inmiddels ter inzage op de website van het VBS.
Wij hernemen bondig zijn belangrijkste bemerkingen:

*  Rechten en plichten moeten bilateraal zijn voor patiënt en arts/zorgverlener en de rechten van de patiënten moeten ook tegenstelbaar zijn aan de instellingen en gezondheidsvoorzieningen .
*  Essentieel is het persoonlijk karakter van de relatie patiënt-arts - de vrije keuze van arts en van verplegingsinstelling en het solliciteren van een 2de advies zijn onvervreemdbare rechten van de patiënt
*  Correcte en adequate informatie voor de patiënt en geïnformeerde instemming is een nastreefbaar ideaal; het beroepsgeheim moet angstvallig bewaard worden
*  Kwaliteitsvolle geneeskunde verstrekken is zoals altijd het doel van ieder plichtsbewust specialist, die echter het recht moet hebben - vanzelfsprekend buiten elke urgentie en met inachtneming van de continuïteit der zorgen - om in verzorgingsneming te weigeren of het verzorgingscontract op te zeggen
*  Een resultaatsverbintenis is in de geneeskunde niet mogelijk; het betreft een zorgvuldigheidsverbintenis
*  Respect voor de persoon, de overtuiging, de oorsprong, de cultuur, de taal van de patiënt is een elementaire deontologische plicht
*  Wij zijn voorstander van een opvang van klachten door een volledig onafhankelijk ombudspersoon .
*  Wij treden de handelingsbekwaamheid van minderjarigen vanaf 16 jaar (zoals voorgesteld door Mevrouw DE BLOCK) volledig bij.
*  Wellicht werd door onze politieke mandatarissen onvoldoende aandacht geschonken aan bv. alles wat in de code van geneeskundige plichtenleer hieromtrent voorzien is.
*  Ons inziens moeten tezelfdertijd met de rechten ook het bestaan van de plichten beschreven worden.
*  Een optimale relatie patiënt - arts is wellicht het essentiële element in de rechten van de patiënt. Het betreft een persoonlijke relatie welke als het ware een contract genereert waarbij de zorgverlener zich met de inzet van zijn middelen verbindt om hulp te bieden. Goede communicatie is hiervoor noodzakelijk wat tijd, vertrouwen en loyaliteit impliceert. Hierbij kunnen emotionele en psychische factoren niet over het hoofd gezien worden.
*  De hoeksteen van de persoonlijke patiënt - artsrelatie is de vrije keuze van zijn arts door de patiënt, wat ook door deze laatste als een onvervreemdbaar recht aangevoeld wordt.
*  Wat de inzage van de dossiers betreft, zijn wij van oordeel dat ook in het belang van de patiënt en rekening houdend met de realiteit van de dagelijkse praktijk er een aantal argumenten zijn om het dossier van de patiënt via een arts (zoals in Frankrijk voorzien is voor de hospitaaldossiers), dus indirect, te laten consulteren of te verschaffen of tenminste deze mogelijkheid voor de arts open te laten.
*  Men gelieve er zich echter rekenschap van te geven dat het uitwerken van dergelijke consensus-informatie geen eenvoudige zaak is. Risico-katalogen van alle pathologieën gespreid over 25 verschillende specialismen bewerkstelligen is een aardige klus!
Er zijn bovendien belangrijke kosten mede verbonden. Zo beschikken de Duitse chirurgen over een bijna boekdeel-dik pak "informed consents" voor een reeds zeer belangrijk aantal ingrepen, welke door een private onderneming via samenwerking van juristen en chirurgen opgesteld werden en welke men kan kopen tegen de prijs van 570 DM.

Zoals andere sprekers, zoals ikzelf (uitgenodigd als BVAS-voorzitter), pleitte Dhr D. HOLSTERS, Voorzitter van de Nationale Raad van de Orde voor de aanpak van "patiënt-onvriendelijke bepalingen, zoals art. 95 van de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst." Hij wees er ook op dat de rechten van de patiënten niet mogen leiden tot een "artificiële bezorgdheid", een lineair automatisme van standaardformulieren en folders. Ook hij waarschuwt ervoor dat men zou vervallen in een disfunctioneel systeem. Tenslotte wees hij erop dat een ombudsfunctie een medisch inzicht zal vereisen, en dat de Orde der geneesheren een positieve bijdrage kan leveren in de klachtenopvang.
In tegenstelling tot het VBS en de BVAS, pleitte Dr. Ivo UYTTENDAELE, Ondervoorzitter van de Nationale Raad, vóór de rechtstreekse inzage van het medisch dossier.

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp