|
II. Het akkoord artsen-ziekenfondsen van 18.12.2000.
II.1. Budgettaire aspecten.
Op vraag van minister VANDENBROUCKE legde de artsenbank van de Nationale Commissie
Artsen-Ziekenfondsen op 6 juni 2000 zijn prioritaire behoeften vast voor de jaren 2001 tot
2003. De grootste aandacht ging naar een betere honorering van de intellectuele acten :
beide artsensyndicaten vroegen gezamenlijk een verhoging van 10 % voor deze honoraria per
jaar en dit zowel in 2001, 2002 als 2003, samen goed voor drie maal 5.250 miljoen BEF of
15,75 miljard.
Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen 06/06/2000
Voorstel geneesheren : gecumuleerde bedragen
| |
2001 |
2002 |
2003 |
I. Lopende dossiers
(goedgekeurd door TGR en NCGZ) |
|
|
|
1. Radiotherapie
2. Heelkunde
3. Anesthesiologie
4. Cardiologie |
440,0
8,3
321,6
-139,8
|
440,0
8,3
321,6
- 139,8
|
440,0
8,3
321,6
- 139,8
|
Subtotaal |
630,1 |
630,1 |
630,1 |
| II. Uitvoering akkoord |
|
|
|
Gynecologie, pediatrie, oftalmologie, psychiatrisch
toezicht,
Geriatrie |
650,1 |
1.300,2 |
1.300,2 |
| III. NMR + PET SCAN |
600,0 |
600,0 |
600,0 |
| IV. Nieuw |
|
|
|
1. Plastische heelkunde
2. Kanker heelkunde
3. Fysiotherapie
4. Palliatieve verzorging |
32,0
15,0
65,0
200,0 |
32,0
15,0
65,0
200,0 |
32,0
15,0
65,0
200,0 |
Subtotaal |
312,0 |
312,0 |
312,0 |
V. Intellectuele handelingen
Verhoging raadplegingen en bezoeken, GMD, toezicht (algemeen), consultance radiologen
|
5.250,0 |
10.500,0 |
15.750,0 |
VI. Ontsmetting endoscopisch materiaal
(exogeen) |
500,0 |
500,0 |
500,0 |
| VII. Klinische biologie |
1.200,0 |
1.200,0 |
1.200,0 |
| |
|
|
|
| TOTAAL |
9.142,2 |
15.042,3 |
20.292,3 |
Tabel 1
Het verzekeringscomité had op 11/09/2000 unaniem een budget voorgesteld van 554.5
miljard voor 2001. Het hield daarbij rekening met een vermoedelijke budgetoverschrijding
in 2000 van 6 à 8 miljard. (Eind januari 2001 weten we dat de overschrijding rond de 10
miljard kan liggen).
De begroting 2001 die premier VERHOFSTADT half oktober voorstelde liet veel minder toe dan
de verkiezingscampagne had doen verhopen. Toch steeg het budget, ondanks tegenstribbelen
van de sociale partners, van 500,7 miljard in 2000, naar 542,8 miljard in 2001. Dit ging
niet zonder slag of stoot. Een geplande vergadering van de Medico-Mut dd 09.10.2000 's
avonds werd afgelast, nadat de Algemene Raad van het RIZIV 's ochtends zijn budgettaire
plannen had ontvouwen. En op 11.10.2000 publiceerden artsensyndicaten, mutualiteiten en
ziekenhuisgroeperingen samen een noodoproep in de pers om meer middelen te vragen voor de
gezondheidszorg. "Pas d'argent, pas de médico-mut" blokletterde le Journal du
Médecin (nr. 1296, 13.10.2000) of, in de Artsenkrant : « Artsen, ziekenfondsen
en ziekenhuizen : één strijd. »
Minister VANDENBROUCKE kreeg de Medico-Mut budgettair over de streep met een injectie
bovenop de groeinorm van 2,5 % ten bedrage van 2,25 miljard BEF : 500 miljoen voor de
uitbreiding van het Globaal Medisch Dossier, 625 voor de verhoging van de intellectuele
acten (of slechts 13,2 % van de gevraagde verhoging), 325 miljoen voor de uitvoering van
het vorig akkoord (of net de helft van het nodige bedrag), 300 miljoen voor de
radiotherapie, 200 miljoen voor het multidisciplinair oncologisch consult en 300 miljoen
voor de NMR.
Het begrotingsobjectief 2001 nemen we over uit punt E (Correctiemaatregelen) van het
akkoord Artsen-Ziekenfondsen van 18.12.2000.
OBJECTIEF 2001
| Omschrijving |
Basis |
Regering |
TOTAAL |
| Klinische biologie |
29.857,6 |
|
29.857,6 |
| Medische beeldvorming |
28.255,7 |
540,0 |
28.795,7 |
Raadplegingen- bezoeken :
huisartsen - specialisten |
39.243,2 |
918,5 |
40.161,7 |
| Speciale verstrekkingen behalve genetica en radiumtherapie
|
31.282,8 |
36,0 |
31.318,8 |
| Genetica |
1.040,4 |
|
1.040,4 |
| Radiumtherapie |
1.568,4 |
500,0 |
2.068,4 |
| Heelkunde - Anesthesiologie |
26.955,9 |
165,0 |
27.120,9 |
| Gynecologie |
2.268,5 |
124,0 |
2.392,5 |
| Toezicht |
7.187,9 |
565,0 |
7.752,9 |
| S/TOTAAL |
167.660,4 |
2.848,5 |
170.508,9 |
| Accreditering (20.306 BEF) |
446,7 |
|
446,7 |
| Forfait Medisch dossier (5.000 BEF) |
101,5 |
|
101,5 |
| TOTAAL |
168.208,6 |
2.848,5 |
171.057,1 |
| |
|
|
|
| Dialyse |
3.714,0 |
|
3.714,0 |
Tabel 2
Onder de titel "Basis" vinden we de technische ramingen van het RIZIV,
verhoogd met de index die voor alle disciplines lineair op 1,53 % werd vastgesteld. Onder
de titel "Regering" vinden we 2,8485 miljard, wat 240 miljoen voor de
mammoscreening, 283,5 miljoen voor de vermindering op de remgelden in de A,K,T-diensten en
t.g.v. de uitbreiding van het Globaal Medisch Dossier (GMD) in 2000, 50 miljoen voor het
ten laste nemen van de remgelden bij palliatieve huisbezoeken door huisartsen en 25
miljoen voor het ten laste nemen van de remgeleden op de palliatieve toezichtshonoraria of
samen 598,5 miljoen BEF (Prioriteiten Gezondheidszorg 2001-2002-2003; RIZIV; Nota CGV
2000/281 dd. 18.10.2000, pag. 6 en 7)
Opmerkelijk is dat hoe langer hoe meer remgelden die het RIZIV ten laste neemt worden
opgenomen in het artsenbudget. Tot vóór de introductie van het G.M.D., dat voor de
patiënt een verminderd remgeld als voordeel oplevert, bestond dit fenomeen niet.
II.2. Politieke aspecten.
Het akkoord van 18.12.2000 kwam bijzonder moeilijk tot stand. In 2000 vergde het 13
officiële vergaderingen van de Nationale Commissie, drie bijzondere
werkgroepvergaderingen over het meest explosieve deel, nl. de supplementenregeling in de
context van het beruchte artikel 50 bis van de G.V.U.-wet (de zogenaamde wet
Vermassen-Lenssens), drie moeizame redactiecomitévergaderingen, en talrijke informele
vergaderingen met toppolitici van allerlei strekking en topambtenaren.
Van begin juni tot half september dacht elkeen dat het akkoordensysteem om politieke
redenen werd opgedoekt. In oktober doken dan de budgettaire problemen op.
Dankzij de hardnekkigheid en het onderhandelingstalent van medico-mut-voorzitter Gabriël
PERL en het vertrouwen dat de politici gaven aan de syndicale artsenafgevaardigden bleef
het consensusmodel overeind.
Het akkoord over het zelfstandig vaststellen van de honoraria, door de mutualiteiten
steevast supplementen genoemd, moet nu snel via een wet worden geregeld. Deze wet vormt de
lakmoesproef op de beloften die minister VANDENBROUCKE dienaangaande heeft gedaan.
II.3. Het Globaal Medisch Dossier (G.M.D.)
Het akkoord stelt het G.M.D. open voor de vijftig-plussers vanaf 01.05.2001 en voor de
ganse bevolking vanaf 01.05.2002. Minister VANDENBROUCKE stelt hiervoor, gespreid over
2001 en 2002, 1.400 miljoen extra ter beschikking van de huisartsen.
De eis van C.M.-voorzitter Marc JUSTAERT, om in 2001 de 50-plussers en de kinderen van 0
tot 14 jaar prioritair op te nemen in de cohorte die recht heeft op het G.M.D. werd
afgewimpeld maar een uitbreiding was echter niet tegen te houden. Door vanaf 01.05.2002
alle leeftijdscategorieën toe te laten worden de pediaters minder geviseerd.
Het bijhouden van het G.M.D. door de huisarts heeft geen consequenties wat betreft de
vrije keuze van de arts, huisarts of specialist, omdat het geen differentiële
terugbetaling meebrengt. De patiënt die zijn dossier door een huisarts laat beheren
krijgt wel een vermindering met 30 % van het remgeld wanneer hij een huisarts raadpleegt.
II.4. De valse noot : het besparings-K.B. van 08.12.2000 (B.S. 16.01.2001).
Terwijl de onderhandelingen in de laatste rechte lijn zaten (met NCGZ-vergaderingen op
06.11, 20.11, 27.11, en 18.12.2000 en redactiecomité's op 01.12, 06.12 en 14.12.2000) met
haast wekelijkse contacten met minister VANDENBROUCKE zelf of met zijn kabinet, verzond
dit laatste een Besluit ter ondertekening aan de Koning betreffende enerzijds een
wijziging van de nomenclatuur inzake permanentiehonoraria (K.B. van 04.12.2000; B.S.
16.01.2000) en anderzijds een besparings-K.B. Volgens de berekeningen van het kabinet
Sociale Zaken zou dit ± 650 miljoen besparingen opleveren : ± 500 in de cardiologie, ±
75 miljoen in de cardiochirurgie, ± 35 miljoen in de fysiotherapie, ± 50 miljoen in de
algemene specialistische verstrekkingen en nog enkele andere kleinere besparingen.
De Koning ondertekende respectievelijk op 4 en 8 december 2000. Dit K.B. is een negatieve
primeur : tegen de twee unaniem negatieve adviezen in van de Technisch Geneeskundige Raad
drijft VANDENBROUCKE koppig zijn zin door en bespaart. Hij baseert zich daarbij op het
artikel 35, § 2, 2° en 3°, van de G.V.U.-wet, gecoördineerd op 14.07.1994. Deze
bewuste paragraaf werd in de G.V.U.-wet ingevoegd onder het ministerschap van Mevr. Magda
DE GALAN en allicht bedacht door de Heer Jan BEECKMANS, toen kabinetsmedewerker en nu
inmiddels opgeklommen tot adjunct-kabinetchef van VANDENBROUCKE.
M.a.w., terwijl de artsensyndicaten en de mutualiteiten onderhandelen over een nieuw
akkoord laat VANDENBROUCKE een besparingsbesluit tekenen door de Koning dat niet 650
miljoen BEF op jaarbasis bespaart zoals punt I (Duur van het akkoord), onderdeel Romeinse
III vermeldt (en waarbij mutualiteiten en artsensyndicaten zich binden om als partij het
akkoord niet op te zeggen bij de publicatie ervan) maar minstens 1.200 miljoen. Een exacte
becijfering blijft moeilijk, omdat het aantal verstrekkingen die betrekking hebben op een
tweede of volgend onderzoek slechts via detailanalyse bij alle zorgverleners te bekomen
zijn.
In zijn brief van 04.04.2000 aan Dr. Jacques de TOEUF, voorzitter van de Technisch
Geneeskundige Raad, stelt de minister dat deze maatregelen geen besparingen maar
herschikkingen zijn van de ter beschikking staande middelen. De cardiologen zullen dat
niet op die manier begrijpen : de doorsnee cardiologische ziekenhuisdienst verliest
gemiddeld 4 miljoen aan inkomsten, de grotere cardiologische centra gemiddeld ruim 10
miljoen frank en de individuele extramurale cardiologen 25 à 40 % van hun honoraria.
Afbetalingen en personeelskosten worden ondraaglijk indien de cardiologen zich aan de
conventietarieven moeten houden. We hebben de cardiologen (en ook de fysiotherapeuten en
andere specialisten) opgeroepen te weigeren toe te treden tot het akkoord van 18 december
2000.
Vermits dit op 20 januari 2001 in het Belgisch Staatsblad verscheen, hebben zij tot 19
februari 2001 de tijd om per aangetekend schrijven hun weigering aan het RIZIV mee te
delen of hun gedeeltelijke toetreding volgens welbepaalde uren en plaatsen.
II.5. De accreditering
II.5.1. De accrediteringsstructuren binnenkort geregeld bij K.B.
In ons vorig jaarverslag (05.02.2000) meldden we dat de ministers AELVOET en VANDENBROUCKE
de intentie hadden de dubbele regelgeving i.v.m. het globaal medisch dossier en de
kwaliteitsevaluatie weg te werken.
Na een incidentrijk parcours bereikte de Medico-mut op 06.11.2000 tenslotte een akkoord
over een ontwerp K.B. dat de accreditering, gestart eind 1993, een wettelijke structuur
geeft. Dit betekent dat in de toekomst de mandaten in de verschillende organen via K.B.
zullen worden ingevuld.
Dankzij het verzet van de BVAS zijn de ministers VANDENBROUCKE via zijn adviseur (en per
01.01.2001 inmiddels adjunct-kabinetchef) dr. Ri DE RIDDER en minister AELVOET via haar
adviseur Dr. Herman VAN LOON, er niet in geslaagd van de accrediteringsstructuur een
marionettentheater te maken waarin de ministers het eerste en het laatste woord hadden. In
de nieuw op te richten Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (die het Nationaal Peer
Review Comité vervangt) staat de deelname van de regeringsbank op gelijke voet met deze
van de andere partners (artsensyndicaten, mutualiteiten en verzekeringsinstellingen). De
band met de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen blijft bovendien bewaard.
Dit ontwerp werd inmiddels ook goedgekeurd door het RIZIV-Verzekeringscomité dd
15.01.2001 en werd bezorgd aan de bevoegde ministers. Bij die gelegenheid hebben wij
gevraagd de bevoegde ministers eraan te herinneren dat ze zich in een brief van 19.11.1999
hadden geëngageerd om de Koninklijke Besluiten betreffende het algemeen medisch dossier,
de evaluatie van de medische praktijkvoering en de afdeling artsen van de Hoge Raad voor
Gezondheidsberoepen op te heffen en de wetgeving aan te passen. Deze hersenspinsels van
ex-minister COLLA zullen overbodig zijn geworden wanneer voormeld K.B. in voege zal zijn
getreden.
II.5.2. Aantal geaccrediteerde artsen op 01 februari 2001.
Er zijn nauwelijks wijzigingen op te merken t.o.v. de accrediteringspercentages van vorig
jaar die in het jaarverslag van 05.02.2000 zijn opgenomen. Het hoogste aantal
geaccrediteerden vinden we onveranderd onder de dermatologen, het laagste aantal
onveranderd bij de stomatologen. Van deze laatsten is het cijfer niet noodzakelijkerwijze
correct omdat de stomatologen, gezien ze ook licentiaat zijn in de tandheelkunde, zich
eventueel ook kunnen laten accrediteren via het dento-mutualistische systeem. De
accreditering van de tandartsen, ingevoerd in 1998, stelt uitsluitend een jaarlijks
forfaitair honorarium ter beschikking van 75.000 BEF, maar kent geen bijkomend honorarium
per raadpleging.
Aantal geaccrediteerde artsen op 1 februari 2001
| |
Totaal
actieven |
Totaal
geaccrediteerd |
%
geaccrediteerd |
Huisartsen 001-002
Huisartsen 003-004
Huisartsen 005-006
Huisartsen 007-008 |
3.695
13.477
742
3 |
0
9.761
0
1 |
0,00
72,43
0,00
33,33 |
| Totaal Huisartsen |
17.917 |
9.762 |
54,48 |
| Geneesheer-assistenten in opleiding
GSO |
3.456
|
1
|
0,03
|
Dermato-venerologie
Radiodiagnose
Oftalmologie
Gastro-enterologie
Anatomo-pathologie
Kerngeneeskunde
NKO
Fysische geneeskunde
Radiotherapie
Neurologie
Cardiologie
Urologie
Pneumologie
Reumatologie
Gynecologie-verloskunde
Anesthesiologie
Orthopedie
Inwendige geneeskunde
Psychiatrie
Kindergeneeskunde
Neuropsychiatrie
Klinische biologie
Plastische heelkunde
Heelkunde
Neurochirurgie
Stomatologie |
610
1.419
950
368
251
299
557
419
138
151
758
328
289
232
1.231
1.519
837
1.938
463
1.290
1.368
694
172
1.407
128
294 |
498
1.106
736
280
190
223
417
310
99
110
535
231
201
159
839
1.015
556
1.268
299
814
851
424
101
760
67
136 |
81,64
77,94
77,47
76,09
75,70
74,58
74,87
73,99
71,74
72,85
70,58
70,43
69,55
68,53
68,16
66,82
66,43
65,43
64,58
63,10
61,40
61,10
58,72
54,09
52,34
46,26 |
| Totaal specialisten |
18.126 |
12.225 |
67,44 |
| Totaal specialisten + GSO |
21.582 |
12.226 |
56,65 |
| Algemeen Totaal |
39.499 |
21.988 |
55,67 |
|
Bron : RIZIV, accrediteringsstuurgroep |
|
|
|
Tabel 3
|