Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS, Secretaris-generaal

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

VIII.    HET EUTHANASIEDEBAT EN HET WETSONTWERP BETREFFENDE EUTHANASIE

VIII.1.    De debatten in het Comité voor bio-ethiek

In 1996 vragen Raymond LANGENDRIES (PSC), toenmalig Kamervoorzitter, en Frank SWAELEN (CVP), toenmalig Senaatsvoorzitter, het Raadgevend Comité voor bio-ethiek een advies te geven over " euthanasie en het levenstestament ".

Begin 1996 verbijstert Marcel COLLA de regering én de voorstanders van een wettelijke euthanasieregeling door mee te delen dat hij zijn weliswaar doodzieke moeder uit haar lijden heeft laten verlossen71. « De harde noten van Marcel ». Bart BRINCKMAN. De Bijsluiter. De Morgen, 13 september 1997.
De debatten in het Comité voor bio-ethiek van dat zelfde jaar verliepen daarentegen sereen. Het Comité formuleerde vier voorstellen i.v.m. euthanasie bij patiënten die hun wil kunnen uiten of hebben geuit. Ze kunnen grosso modo als volgt worden samengevat.
Het eerste haalt euthanasie uit de strafwet, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, waarvan de naleving a posteriori wordt gecontroleerd.
Het tweede voorstel voert een analoge procedure in, maar houdt euthanasie binnen de strafwet. Dit is momenteel de situatie in Nederland.
Het derde voorstel wijzigt evenmin de strafwet, maar eerst moet een a priori ethisch debat over allerlei aspecten van medische beslissingen omtrent het naderende levenseinde worden gevoerd. Dit voorstel benadrukt ook de " uitzichtloze situatie " van de patiënt, de " noodtoestand ", de " terminale fase " van de ziekte, wat een essentieel onderscheid is met de twee voorgaande.
Het vierde voorstel laat alles bij het oude en blijft euthanasie strafrechtelijk vervolgen.
Men kwam niet tot een eindconclusie maar het was wel duidelijk dat voorstel 3 het meeste aanhangers vond in het zeer evenwichtig pluralistisch samengesteld Comité, dat diepgaand afwoog of er geen waarden zijn die sterker doorwegen dan het absolute verbod om opzettelijk een leven te beëindigen. Voor de enen kon dit het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt zijn. Voor anderen geldt de toenemende gevoeligheid voor lijden en pijn zowel fysiek, als psychisch of moreel. Voor een derde groep kan eventueel het mededogen of de al dan niet christelijke naastenliefde in conflict treden met het verbod " Gij zult niet doden " of met het (uit zijn context gelichte) artikel 95 van de Code van geneeskundige plichtenleer : " De geneesheer mag niet met opzet de dood van zijn patiënt veroorzaken noch hem helpen zich te doden "72. Code van geneeskundige Plichtenleer. Hoofdstuk IX. « Het naderende levenseinde ». Gewijzigd op 17.10.1992.

Eind 1997 werden de 4 voorstellen van het Comité voor bio-ethiek omstandig bediscussieerd in het Parlement. Eind 1998, begin 1999 besprak het Comité de problematiek van euthanasie bij ongeneeslijk zieken die hun wil niet meer kenbaar kunnen maken. Ook hier ontstonden drie verschillende opties en kwam men niet tot consensus. Het verdeeld advies dat het Comité op 12 maart 1999 aan het Parlement overhandigde bevatte twee delicate punten waarover wel eensgezindheid bestond. Er is een duidelijk verzet tegen therapeutische hardnekkigheid en een expliciete vraag tot uitbreiding en aanmoediging van de palliatieve zorgen.

VIII.2.    Een waaier van wetsvoorstellen

De negen wetsvoorstellen die in 1999 opdoken hebben één zaak gemeen : handelingsonbekwame en wilsonbekwame patiënten die niet voorafgaandelijk een wilsverklaring hebben opgesteld komen niet in aanmerking voor euthanasie.
Maar alle negen hebben ze zware gebreken. Veel artsen zijn geschokt door de afwezigheid van het begrip " terminale " zieke. De dertigjarige type I diabeticus die het na 20 jaar multiple insuline-injecties en glycemiemetingen niet meer ziet zitten, kan, in het wetsvoorstel van de meerderheidspartijen, ingediend op 20 december 1999, mits bevestiging van de ongeneesbaarheid van zijn aandoening door een tweede arts, die de patiënt zelfs niet hoeft te hebben gezien, straffeloos worden geëuthanasieerd.
Dit was misschien niet de bedoeling, maar de onzorgvuldigheid van het wetsvoorstel 2- 244/1 betreffende de euthanasie73. Belgische Senaat. Zitting 1999-2000. 20 december 1999. Ingediend door de Heer Philippe MAHOUX (P.S.), mevrouw Jeannine LEDUC (VLD), de Heer Philippe MONFILS (PRL) en Mevrouwen Myriam VANLERBERGHE (S.P.), Marie NAGY (ECOLO) en Jacintha DE ROECK (AGALEV).houdt dit en nog andere gevaren in.
Een ander voorstel, met name dat van Dokter Philippe MAHOUX (P.S.) en c.s. ging zelfs zover dat het schriftvervalsing oplegde. Het overlijdenscertificaat van een geëuthanasieerde patiënt moet volgens dit ontwerp de vermelding " natuurlijke dood " dragen, opdat de verzekering niets zou vermoeden.
Artikel 7 van het wetsvoorstel van 20.12.199973. Belgische Senaat. Zitting 1999-2000. 20 december 1999. Ingediend door de Heer Philippe MAHOUX (P.S.), mevrouw Jeannine LEDUC (VLD), de Heer Philippe MONFILS (PRL) en Mevrouwen Myriam VANLERBERGHE (S.P.), Marie NAGY (ECOLO) en Jacintha DE ROECK (AGALEV)., legt het wat handiger aan boord door te stellen : " Een persoon die overlijdt ten gevolge van de toepassing van deze wet, wordt geacht een natuurlijke dood te zijn gestorven wat betreft de uitvoering van de overeenkomsten waarbij hij partij was, en met name de verzekeringsovereenkomsten ". Het is zeer de vraag of de verzekeringsmaatschappijen dit in alle omstandigheden zomaar zouden slikken (cfr. infra VI.3-4).

VIII.3. De " wereldprimeur " van 20 december 1999 : het wetsvoorstel van de meerderheid.

VIII.3.1. De " juridisch gecontroleerde euthanasie "

De artsen handelen " paternalistisch " stelt U.I.A.-professor medisch recht, Thierry VAN SWEEVELT.74. « Een gecontroleerde keuzevrijheid ? » Thierry VANSWEEVELT. De Morgen. 28 januari 2000.. Dit klinkt niet erg respectueus t.o.v. die medici wier dagelijks werk er juist in bestaat zwaar lijdende patienten te verzorgen en te begeleiden waar hun beroep in de klassieke zin faalt.

Nu worden het dus vooral de juristen die zich ontfermen over de euthanasie. Artsen, theoretici, ethici, worden nog wel als getuigen bij de besprekingen betrokken, maar in de beslissingen en de technische verwerking wordt nu het juridisch gen dominant. Het gevolg is dat het meest intieme, tijds- en situatiegebonden gevoelsgebeuren herleid wordt tot een reeks juridische begrippen, principes, procedures en situaties waarover plots juristen het alléén-inzicht naar zich toetrekken. De patiënt verdrinkt in één abstract continuüm van " zelfbeschikkingsrecht ", " wilsverklaring ", "overlijden ", kortom in de totale abstractie van het begrip " mens " .

Bovendien wordt het ook onbegrijpelijk tegenstrijdig. Enerzijds mag een arts zich nooit vergissen. Feilbaarheid wordt vandaag, dankzij de juristen, medico-legaal een fout want hij moet beter weten. Maar als hij handelt naar zijn beter-weten als " onfeilbare ", is hij paternalist.
De jurist daarentegen, mag het zich veroorloven in een totaal abstracte visie " zelfbeschikkingsrecht " in éénzelfde verband te leggen met bvb. enerzijds " penisvergroting " en anderzijds " euthanasie ". Volledig schaamteloos, want de jurist, in casu Thierry VANSWEEVELT, bekijkt dit abstract, volledig gevoelloos en zonder rekening te moeten houden met de tot het einde variërende fysische en psychische perceptie van het leven. Een ethicus zal het daarmee al moeilijker hebben. Een ethicus zit niet op wetten te vitten, stuurt geen ingebrekestellingen, vordert niet voor rechtbanken, werkt niet aan de balie of voor verzekeringsmaatschappijen, zal geen deurwaarder sturen.

VIII.3.2. Twijfel en medische handeling

Het feit alleen dat een jurist van formaat als T. VAN SWEEVELT geen onderscheid wil maken tussen zelfbeschikkingsrecht versus paternalisme, wanneer het gaat om curatief medisch handelen enerzijds en euthanasie anderzijds, kan al bijzonder zorgwekkend lijken. Voor een therapeutisch ingrijpen hoopt elke patiënt te kunnen vertrouwen op een bevoegd, maar ook gedetermineerd " betweter " die hem op de juiste manier behandelt. In het geval van euthanasie is de patiënt echter vooral gediend met een twijfelend arts die, zelfs na het ultieme moment van de beslissing, onzeker zal blijven over de echte wens van de patiënt. Wanneer euthanasie zich beperkt tot de terminale patiënt kan die twijfel eventueel beperkt blijven.

En dan spreken we nog niet over de twijfel die steeds zal ontstaan rond de zgn. " wilsverklaring ", een document dat wordt opgesteld in abstracto en volledig buiten de situatie waarop ze betrekking heeft. Wat is een wilsverklaring waard voor een persoon wiens bewuste wil verzinkt in de ziekte van Alzheimer, doch glimlacht als hij zijn kinderen ziet ?
Hier wordt het zelfbeschikkingsrecht de speelbal van het aloude vrije determinisme versus het fatum. Elke mens wil zelf zijn lot bepalen. Maar de in abstracto opgestelde wilsverklaring, wordt automatisch het fatum van de persoon wanneer hij niet meer in staat is die wilsverklaring te herzien. Wie gaat dan uiteindelijk oordelen ? De gemandateerde ? De arts ? De jurist ? Eerst de gemandateerde nadat hij de nodige informatie kreeg vanwege en onder de verantwoordelijkheid van de arts ? De jurist komt tussen als het voorbij is.

Niemand zal vandaag ontkennen dat er op medico-legaal vlak bij ons stilaan Amerikaanse toestanden ontstaan. Evenmin zal iemand betwijfelen dat die er in de VS gekomen zijn door juristen.

Het medisch handelen wordt, in aansprakelijkheidsverband, geëvalueerd en (voor de rechtbank) beoordeeld in vergelijking met het normale handelen in dezelfde omstandigheden en rekening houdend met de stand van de wetenschap, van een modaal zorgvuldig arts. Zonder Amerikaans getinte interferenties zou dit progressief kunnen evolueren in de richting van handelen volgens consensusmodel.

Welke zijn de medische consensussen i.v.m. euthanasie ? En zo ze bestaan, wil de wetgever daar dan rekening mee houden, of moeten ze wijken voor de verruimende prioriteit van het " zelfbeschikkingsrecht " ? In dergelijke verwarde en immature wettelijke situatie heeft de arts geen schijn van kans meer op rechtszekerheid. Advocaten zullen voor talloze grijze-zone-gevallen wel experten vinden die aantonen dat euthanasie ongewenst was. Voor wie gaat de rechter partij kiezen ? Het slachtoffer of de arts ? De eiser of de verweerder ? De huidige trend is genoeg gekend.
Vermits in ons parlementair stelsel de wetten gemaakt worden door een meerderheid van mensen die er beroepshalve als juristen ook hun brood mee verdienen, en vermits men het euthanasieprobleem in een wet wil steken, laat ons het dan even bekijken door de bril van de jurist, als partij voor de patiënt, zijn familie of zijn verzekeraar, en tegen de arts. Er zijn uiteraard telkens maar twee partijen.

VIII.3.3. Juridisme ?

Het principe van het wetsvoorstel over de euthanasie berust bij het nieuwe artikel 417bis dat ingevoegd wordt in het strafwetboek: " Er is geen misdaad noch wanbedrijf wanneer... ", waarbij de arts de voorwaarden en procedures dient nageleefd te hebben, die zijn opgesomd in de nieuwe wet betreffende de euthanasie (WE).

De jurist zal wel weten dat vanuit die nieuw gecreëerde rechtssituatie ook een reeks nieuwe risico's kunnen ontstaan, bvb. vanuit de gevoelige omgeving van de patiënt of van belanghebbende derden (bvb. verzekeraars). Men kan pogen aan te tonen dat de arts niet alle voorwaarden en procedures heeft nageleefd, en een inbreuk heeft gepleegd op de WE. Een vraag voor juristen : ligt theoretisch de bewijslast nog bij diegene die de conformiteit met de WE wil aanvechten ? Zo ja, dan zal vermoedelijk spoedig blijken dat dit evolueert zoals andere materies via de rechtspraak, zoals bvb. met het informed consent bij invasieve ingrepen. De WE-voorwaarden impliceren immers zeer gelijkaardige begrippen, nl. een " informatieplicht " en een " verzoek " wat dus ook een " informed consent " impliceert, nogal logisch daar het precies om een medisch handelen gaat met irreversibele gevolgen.

De arts zal zich dermate via bewijzen van feitelijkheden moeten indekken dat, gelet op de mededelingsplicht aan de Procureur des Konings, het omslaan van de bewijslast onafwendbaar is.

Het verschil met het medisch-curatief handelen kan elementair lijken : elke foutieve beoordeling, elk niet medegedeeld element of elke procedurefout kwalificeert het niet conform euthanatisch handelen als misdaad.

De houding van naastbestaanden of van familieleden t.o.v. het handelen van geneesheren zal, in geval euthanasie gepleegd werd, zeker niet minder revendicatief zijn dan bij andere gevallen van medisch falen. Er kunnen een massa elementen, belangen, verloren kansen en andere redenen opduiken, die toch een gerechtelijke procedure kunnen uitlokken.

De kwetsbaarheid van de arts, eens de euthanasieprocedure werd aangegeven, maakt hem tot een gemakkelijk doelwit voor advocaten en instellingen die hun leden gratis doelgerichte rechtsbijstand leveren.

Bovendien ontstaat het ingewikkelde probleem van het onderscheid tussen opzettelijk niet-levensbeëindigend handelen dat wel gevolgd wordt door het overlijden, niet-opzettelijk levensbeëindigend handelen, en euthanasie (opzettelijk levensbeëindigend op verzoek van de betrokkene). Met telkenmale de mogelijke verwarringen rond de vraag : was er een verzoek / instemming van de patiënt ? Met dien verstande dat verzoek (initiatief van de betrokkene) iets anders is dan consent (initiatief van de arts, instemming van de patiënt).

VIII.3.4. Euthanasie en de verzekeraar

Het is helemaal niet uitgesloten dat een verzekeraar, die bij het overlijden van de verzekerde een zware uitkering zou moeten toekennen, zou kunnen overwegen om te pogen tekortkomingen t.o.v. de WE in de schoenen van de geneeshe(e)r(en) te schuiven. Een levensverzekeringscontract sluit zelfmoord uit, zeker wanneer het contract werd afgesloten minder dan twee jaar voor het levenseinde. Ongevallenverzekeringen gaan in dezelfde richting.
Bovendien gaan hoe dan ook verzekeringsmaatschappijen mogelijk misbruik trachten uit te schakelen. Wie een fatale diagnose verneemt zal misschien de toekomst van zijn naastbestaanden willen verzekeren, via een verzekeringscontract dat het overlijden dekt. Wat met zelfmoordpogingen n.a.v. een schuldenberg ?.
Ingeval de tussenkomst van de verzekeraar wettelijk wordt opgelegd, wat men blijkbaar poogt te bereiken via de gelijkstelling met " natuurlijke dood " (cfr. VI.2.), dan neemt dit nog niet weg dat de verzekeraar zijn uitkering kan terugvorderen bij de arts die verantwoordelijk is voor het overlijden wegens niet conform de WE handelen.

Met het begrip " natuurlijke dood " is het verzekeringsprobleem zeker niet opgelost. Logischerwijze zou de oorzaak van de aandoening in de plaats moeten komen van de euthanasie als doodsoorzaak. Natuurlijke dood is bvb niet gedekt in het kader van een ongevallenverzekering.

Naast de informatieplicht van de arts, stelt zich de vraag naar informatieplicht aan de arts. Moet de arts geen waarborgen krijgen, zoals afstand van elke vordering ?

Een belangrijke vraag die niet gesteld wordt : is het medisch handelen in het kader van euthanasie verzekerbaar via de polis Burgerlijke Aansprakelijkheid van de geneesheer gelet op het bijzonder, vooral juridisch, risico dat hieruit ontstaat. Theoretisch misschien wel, maar met uitsluiting van het misdrijf " niet conform de WE handelen ". Maar dat is nu precies wat hem waarschijnlijk zal aangewreven worden ...

De vraag stelt zich dus of de arts zich niet best zou laten bijstaan door een jurist wanneer hij meent aan een euthanasieverzoek gevolg te kunnen geven.
Het lijkt ons derhalve nuttig enkele elementen uit de WE kritisch te bekijken.

VIII.3.5.    Euthanasie en RIZIV

Alhoewel de tekst van het wetsontwerp uitdrukkelijk stelt dat euthanasie slechts mogelijk is op verzoek van de patiënt, zodat euthanasie op vraag van een derde zoals de overheid of de collectiviteit uitgesloten is, zal men dit zeker moeten voorzien in de wet zelf.

Er bestaan immers ook andere wetten en decreten die niet los kunnen gezien worden van dit ontwerp.
Artikel 73 van de gecoördineerde ZIV-wet van 14.07.1994 heeft het immers over het begrip " nutteloze of onnodig dure verzorging ".
Gaat de zorgverlening van de arts als " nutteloos " beschouwd worden wanneer de patiënt uitdrukkelijk gevraagd heeft die zorgen niet te verstrekken ?
Gaat ze als onnodig duur worden beschouwd als zou blijken, vanuit de statistische geanonimiseerde gegevens van de federale euthanasie-evaluatiecommissie, dat in bepaalde medische situaties dikwijls (of in de meerderheid van de gevallen ?) de behandeling wordt stopgezet of actieve euthanasie wordt toegepast ? De termen van de ZIV-wet zijn immers zeer precies : " Het onnodig dure karakter van onderzoeken en behandelingen en het overbodig karakter van verstrekkingen dienen geëvalueerd te worden in vergelijking met de onderzoeken, behandelingen en verstrekkingen die een zorgverlener voorschrijft, verricht of laat verrichten in gelijkaardige omstandigheden. ".

Zullen we, na de eventuele invoegetreding van een euthanasiewet, in de RIZIV-controlecommissie klachten moeten behandelen van artsen die een " afwijkende houding " vertonen t.o.v. het door de evaluatiecommissie geregistreerde euthanatisch handelen ?

Volledigheidshalve vermelden we hier ook het begrip " maatschappelijk verantwoorde zorg " zoals beschreven in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap (29.04.1997) inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen. We hebben de gevaren van dit decreet uitvoerig beschreven in mijn verslag over het jaar 1996.75. « 1996. Daar zijn geen woorden voor ! » V.B.S.-jaarverslag 1996. De Geneesheer-Specialist nr. 3. februari 1997.

VIII.3.6. Korte tekstanalyse

VIII.3.6.1. Definitie

Artikel 2 definieert euthanasie als " het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een andere dan de betrokkene, op diens verzoek ". Niet-handelen is dus geen euthanasie. Wel is het niet verlenen van bijstand aan een persoon in levensgevaar een misdrijf. Moet men daaruit afleiden dat passieve euthanasie niet geregeld wordt ?
Artikel 2, noch enig ander artikel maakt gewag van het naderend levenseinde of een terminale fase.

VIII.3.6.2. Bepalingen in hoofde van de patiënt

* " Handelingsbekwaam en bij bewustzijn " (art. 3, eerste lid) vergt een uitdrukkelijk bewijs. Het geringste psychopathologisch element leidt tot uitsluiting van de toepassing van euthanasie tenzij er een wilsverklaring (art. 4) voorhanden is.

* " Uitdrukkelijk " . Dit vergt een onbetwistbare getuigenis.

* " Ondubbelzinnig " . Dit vergt een bewijs, uitsluiting van de minste dubbelzinnigheid. Elke verklaring of allusie van patiënt t.o.v. derden die kan wijzen op dubbelzinnigheid van het verzoek, en die kan bewezen worden, brengt de positie van de arts in het gedrang. Nochtans vergt de confidentialiteit dat hij slechts de bezoekende naastbestaanden kan bevragen omtrent het verzoek, mits de betrokkene dit zelf vraagt. Wordt de uitdrukkelijkheid of de ondubbelzinningheid door iemand betwijfeld, dan neemt de arts een bijzonder risico, als hij toch op het verzoek ingaat.

* " Weloverwogen " . Dit moet staafbaar zijn. Hoeveel getuigenissen vergt het om een uitspraak weloverwogen te achten ? Heeft de persoon reeds eerder gelijkaardige overwegingen geuit ? Is hij erop teruggekomen ? Heeft de persoon al dan niet de neiging op verklaringen terug te komen. ? In feite is een psychologisch/ psychiatrisch onderzoek met verslag vereist. De arts, gelet op zijn expertise, wordt geacht de weloverwogenheid juist in te schatten.

* " Herhaald " en " duurzaam ". Dit kan enkel gestaafd door getuigenissen en medische maatstaven. Maar deze kunnen evolueren met de tijd…

VIII.3.6.3. Voorafgaande verplichtingen van de arts (art. 3, 2e en 3e lid).

* De arts moet de patiënt " volledig inlichtingen over alle aspecten van zijn gezondheidstoestand " : elke onvolledigheid is dus bezwarend voor de arts.

* Hij moet een andere arts raadplegen over de " ongeneeslijkheid van de aandoening " . Het raadplegen kan ons inziens alleen mits toestemming van de patiënt.
Het " advies " van die tweede arts is slechts bewijsbaar als het schriftelijk is. Kan een arts een advies uitbrengen zonder zelf de patiënt gezien te hebben ? Hij moet toch minstens alle elementen van het dossier kennen. Als onafhankelijkheid t.o.v. de patiënt gewenst is, kan men zich afvragen of dit niet eveneens vereist t.o.v. alle naast-bestaanden en t.a.v. mogelijke andere organen die in enig verband staan met de betrokkene, zoals bvb. de verzekeringsarts.

De ongeneeslijkheid is een relatief begrip dat evolueert met de tijd en de ontwikkeling van de wetenschap. Tot voor zeer kort zou Lance ARMSTRONG, " Tour de France "-winnaar 1999, met een hersenmetastase van een testiscarcinoom ten dode opgeschreven zijn geweest.

* De arts moet " zich vergewissen " van de aanhoudende pijn of nood van de patiënt en van het duurzaam karakter van zijn verzoek. " Daartoe voert hij meerdere gesprekken die, rekening houdend met de ontwikkeling van de gezondheidstoestand van de patiënt over een redelijke periode worden gespreid ". Dit kan slechts bewezen worden mits getuigen, maar hier komt telkens de privacy in het gedrang . Dit punt zou in principe agendering en notulering van meerdere gesprekken vergen. Bovendien wordt de arts geacht de " redelijkheid " van de periode in te schatten, gelet op de aandoening, en ook bewijzen hebben over de (redelijke) duur van de periode.

* De arts moet er zich ook van vergewissen dat " aan de patiënt de mogelijkheid is geboden om over zijn verzoek met alle personen van zijn keuze onder andere het verplegend team waarmee de patiënt geregeld contact heeft (sic) " : ook hier geldt dat in principe alle gesprekken met de personen van zijn keuze dienen geagendeerd/genotuleerd. Idem voor de keuze zelf. Quid als patiënt met niemand wil spreken ?

* Zoals het ontwerp uitdrukkelijk voorziet moeten dus alle elementen die de euthanasie-handelingen voorafgaan en begeleiden, in detail genotuleerd worden...ten behoeve van de juristen.

Niet alleen zal de arts gekweld blijven met de gewetensproblemen over zijn eigen handelen, maar bovendien zal hij, als wettelijk " euthanasist ", slapeloze nachten beleven met de procedurele en juridische gevolgen ervan. Wanneer verjaart de fout ? Op dezelfde wijze als het misdrijf ?

Hoeveel artsen zullen geneigd zijn euthanasie en de procedure toe te passen ?

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp