|
Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS,
Secretaris-generaal
Vorige  Inhoud  Volgende
V. SPOED - MUG - INTENSIEVE ZORGEN : LANGZAAM MAAR ZEKER,
MAAR... ZEKER LANGZAAM
V.1. Algemene absolutie
In mijn vorig jaarverslag schetste
ik de complexe situatie van het dossier spoedgevallen-MUG-intensieve zorgen, die doorgaans
in één adem samen worden vernoemd, gezien de talrijke onderlinge koppelingen.
Op 25 januari 1999 organiseerden het VBS samen met het VAS (Vlaams Artsensyndicaten), de
Vlaamse vleugel van de BVAS, een ziekenhuisstaking, die zeer goed werd opgevolgd. De
Vlaamse specialisten zijn van mening dat ex-minister Marcel COLLA een goed werkend systeem
van spoedopvang intentioneel ontwrichtte om enkele " hogere belangen " te
dienen. De CVP steunde de artsen, vooral omdat in hun electorale West-Vlaamse achtertuin
nogal wat VVI-ziekenhuizen in de problemen dreigden te geraken. Minister COLLA versoepelde
nogmaals een aantal regels, zeer tegen zijn zin.
De kwalificaties van de artsen die kunnen ingeschakeld worden verruimden, in bepaalde
situaties mag de MUG toch gecombineerd met spoed worden waargenomen door 2 artsen i.p.v. 3
met een derde die thuis oproepbaar is. De staking wordt voor onbepaalde tijd opgeschort.
Hiervoor werd front gevormd met VBS, BVAS en ASGB aan artsenzijde en V.V.I. en V.O.V. aan
ziekenhuiszijde. ASGB-voorzitter, Dr. Robert RUTSAERT, beschuldigde het VVI er nadien van
dat het de minister de " van 3 naar 2 regel " terug had afgeraden en in
tegendeel aandrong op een maximaal aantal stafleden op spoedgevallenafdelingen . Dit werd
met klem door het VVI-bestuur ontkend.
Hoe dan ook, lang niet alle problemen waren van de baan. Voor de kleinere ziekenhuizen
bleef de belasting op de stafleden die de permanenties op de urgentiediensten waarnamen
asociaal en onverantwoord hoog. Dr Philippe VAN ISEGHEM, voorzitter van de Medische Raad
van het St. Rembertziekenhuis te Torhout, gaf het debat een nieuwe adrenalinestoot, via
een publieke oproep tot verzet aan artsensyndicaten en collegae. .
Door de dioxinecrisis, de verkiezingen en de regeringswissel gevolgd door het parlementair
reces, was het niet meer mogelijk geweest nog beweging te krijgen in het spoeddossier. Van
bij het aantreden van de nieuwe ministers van Sociale Zaken en van Volksgezondheid werd
hen het dossier toegestuurd. Op 26 augustus sprak ik er minister VANDENBROUCKE voor het
eerst over aan. Hij beloofde overleg met zijn collega AELVOET, die we het dossier
toelichtten op 21.10.1999.
Eind september kondigt de minister voor het eerst aan dat hij extra middelen wil voorzien
en dat hij een versoepeling van de normen voorstaat .
Op 14 oktober 1999 sturen VANDENBROUCKE en AELVOET een dringende adviesaanvraag naar de
Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, afdeling " Programmatie en erkenning
". In hun brief geven de federale ministers de gemeenschapsministers een stevige
sneer. Ze vragen zich af of de 142 vestigingsplaatsen voor gespecialiseerde functies
spoedgevallen, horende tot 126 ziekenhuizen, wel aan alle kwaliteitsnormen voldoen. Ze
twijfelen m.a.w. aan de controle door de gemeenschappen. Bovendien lijkt het hen
noodzakelijk de erkenningsnormen betreffende omkadering en permanentie opnieuw te
bekijken.
Dit laatste klinkt positief, ware het niet dat de voorzitter van de Nationale Raad, Prof.
Dr Jan PEERS, deze heroriëntering ziet in de context van een halvering van het aantal
door de gemeenschappen erkende diensten. Hij speelt hiermee cavalier seul want met 22
stemmen pro, 1 contra en 2 onthoudingen was er in de plenaire vergadering een quasi
consensus dat het onaanvaardbaar was eerst te normeren en dan, als ziekenhuizen en artsen
geïnvesteerd hebben in omkadering en aanwezigheid, met de botte bijl te programmeren
" à la Belge ".
Bij een nieuw bezoek aan VANDENBROUCKE op 06 december 1999 heeft de BVAS-delegatie harde
taal gesproken tegen deze plannen. Elkeen weet dat het ontnemen van een
spoedgevallendienst het einde inluidt van het bestaan van een acuut ziekenhuis .
Ongetwijfeld zullen de ziekenhuisverenigingen eenzelfde boodschap hebben gebracht.
Voorlopig worden beide partijen gerustgesteld. Een ministerieel besluit van 19 januari
2000 erkent 148 ziekenhuizen of campussen met een gespecialiseerde functie
spoedgevallenzorg opgenomen in de dienst 100 .
Administratief arrondissement
Brussel-hoofdstad |
16 |
Antwerpen
Vlaams Brabant
Limburg
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen |
24
8
8
20
17 |
| Vlaanderen |
77 |
Waals Brabant
Henegouwen
Luik
Luxemburg
Namen |
4
25
16
4
6 |
| Wallonië |
55 |
| BELGIË |
148 |
De datum van invoegetreding van deze erkenning is 01 februari 2000. Deze
datum sluit aan met de achtste (!) wijziging die binnen het tijdbestek van 1 jaar werd
aangebracht aan het K.B. van 2 april 1965 dat de dringende geneeskundige hulpverlening en
het eenvormig oproepstelsel regelt.
Het K.B. van 16 november 1999 verlengde
immers de overgangsmaatregel die nodig was, nadat COLLA alles op stelten had gezet, om een
oplossing te vinden voor het probleem dat in meerdere interventiezones nog geen enkel
ziekenhuis over een nieuwe erkenning " gespecialiseerde spoedgevallenzorg "
beschikte. Via dit K.B. kon tot 31 januari 2000 de aangestelde van het eenvormig
oproepstelsel aan de dienst 100 opdracht geven om het slachtoffer over te brengen naar het
dichtstbijgelegen ziekenhuis " beschikkend over een behoorlijk ingerichte dienst
". Vanaf 01 februari 2000 wordt dit een erkende functie " gespecialiseerde
spoedgevallenzorg ", zodat, gezien de quasi algehele erkenning, noch de patiënten,
noch de instellingen slachtoffer worden van mogelijke sluitingen.
V.2. Onderhandelingen VBS-BeCEP
Gedurende het ganse jaar 1999 waren er af en toe contacten tussen leden van enerzijds
BeSEDIM (Belgian Society for Emergency and Disaster Medicine), BeCEP (Belgian College of
Emergency Physicians) en VBS-bureauleden, zowel mondeling als schriftelijk. BeSEDIM is de
wetenschappelijke vereniging die zich met urgentiegeneeskunde bezighoudt en telt ook
niet-geneesheren onder zijn leden (cfr. IV.7). BeCEP is de beroepsvereniging die
geneesheren met de beroepstitel Urgentiegeneeskunde groepeert.
Op 29 november ontving het bureau van het VBS, uitgebreid met Dr Rudy VANDRIESSCHE,
voorzitter VAS-Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant als BVAS-vertegenwoordiger, een ruime
delegatie van de BeCEP met o.m. Dr. J.B. GILLET, voorzitter en Dr Agnes MEULEMANS,
secretaris.
De problemen van beide partijen werden objectief uiteengezet in een zeer constructieve
sfeer. De BeCEP zal nader onderzoeken of er voldoende convergenties zijn met het VBS om
een eventuele aansluiting te overwegen. Op 08 februari eerstkomend is een nieuwe
ontmoeting gepland.
V.3. De ad hoc werkgoep i.v.m. criteria tot deelname aan
activiteiten van de gespecialiseerde functie spoedgevallen.
Bij één van de moeizame discusies over de spoedgevallenzorg werd met Dr. Jean-Paul
DERCQ, Adviseur-generaal van de bestuursdirectie geneeskundepraktijk, overeengekomen dat
een "ad hoc" commissie de minimale criteria zou vastleggen waardoor
kandidaat-specialisten in opleiding in één van de dertien specialismen die toegang geven
tot de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, de medische permanentie van de
functies MUG en gespecialiseerde spoedgevallenzorg kunnen waarnemen.
In overleg met de BVAS werd een gemengde commissie van wijzen opgericht, bestaande uit zes
specialisten urgentisten en zes specialisten uit de basisdisciplines : twee anesthesisten,
twee chirurgen, één internist en één pediater. Deze ad hoc werkgroep van de Hoge Raad
komt op 21 oktober 1999 tot het besluit dat de opleiding die werd voorzien voor artsen met
het brevet acute geneeskunde moet
worden ingelast in de basisvorming om de titel van arts te behalen.
Tot zolang de universiteiten deze aanpassing van hun opleidingsprogramma's niet hebben
uitgevoerd, wordt, als overgangsmaatregel, de mogelijkheid gecreëerd dat de assistenten
gedurende de eerste vier maanden van hun opleiding tot één van de dertien specialismen,
een vergelijkbaar theoretisch en praktisch onderricht krijgen, en vervolgens vier maanden
stage lopen in een functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg. Deze stage moet worden
bekrachtigd met een gunstige evaluatie door de stagemeester van het betrokken specialisme.
Het ontwerp van Ministerieel Besluit dat uit deze vergadering resulteerde, werd op 22
oktober 1999 gefaxt aan de leden van de werkgroep. Sindsdien werd er niets meer over
vernomen.
De artsen met een brevet acute geneeskunde, meestal huisartsen, alhoewel elke arts dit
brevet kan halen, voelden dat zij misschien het slachtoffer zouden worden van de
normendrift van COLLA, gezien hun plaats zou kunnen worden ingenomen door een specialist
in opleiding.
De Belgian Association of General Emergency Practioners, of BAGEP, een beroepsvereniging
die in 1998 door huisartsen met een full-time praktijk in spoedgevallendiensten werd
opgericht en ongeveer 120 leden telt ,
zocht toenadering met de artsensyndicaten om hen te helpen een statuut op poten te zetten.
Ook naar de medische media profileerden ze zich. Misschien zullen niet alle specialisten
en specialisten in opleiding de uitspraken in Artsenkrant van
hun bestuursleden, de Drs. Guy KERVYN en Ortwin DEBELS, die we op 02.11.99 ontmoetten, erg
waarderen.
V.4. En tenslotte ... de financiering
Zoals vermeld onder II.3 voorziet minister VANDENBROUCKE, mits bepaalde voorwaarden, een
bijkomende financiering voor de urgentiehonoraria ten bedrage van 300 miljoen frank.
Tijdens de plenaire Technisch Geneeskundige Raad van 01 februari 2000 werd een voorstel
van wijziging van de nomenclatuur medische permanentie (Artikel 25) goedgekeurd en in
overeenstemming gebracht met de wetgeving volksgezondheid, zodat de aanpassing van 3 naar
2 permanent aanwezige stafleden mogelijk wordt. Dit voorstel heeft het voordeel dat de
ziekenhuizen die alleen beschikken over een permanentie voor het beddenhuis al of niet met
functie eerste opvang spoedgevallen financieel niet bestraft worden, en zelfs een lichte
stijging van 33 BEF per opname hebben. De ziekenhuizen met permanentie voor het beddenhuis
en alleen een erkende functie spoedgevallen hebben een stijging van 67 BEF per opname (te
noteren dat de arts die de permanentie spoedgevallen verzorgt eveneens de permanentie van
het beddenhuis kan waarnemen). De ziekenhuizen met niet alleen een erkende functie
spoedgevallen maar ook een erkende functie intensieve zorgen, en die dikwijls instaan voor
de functie MUG gaan er financieel fors op vooruit (+/- 333 BEF per opname) maar kunnen op
deze manier eveneens de permanentie van de MUG financieren.
Voor 2000 volstaan de beloofde 300 miljoen om deze wijziging te financieren gezien de
nieuwe nomenclatuur onmogelijk vóór 1 mei 2000 kan in voege treden. Dit voorstel moet
nog langs de Medico-mut en de andere RIZIV-organen.
Vorige  Inhoud  Volgende
|