Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS, Secretaris-generaal

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

IV.    HET GERECHTELIJK " CONTENTIEUX " VAN HET VERBOND

IV.1.    Artikel 139 bis van de ziekenhuiswet53. 7 augustus 1987. Koninklijk Besluit houdende coördinatie van de wet op de ziekenhuizen. Belgisch Staatsblad 07 oktober 1987.

IV.1.1.     Uitspraak van het Arbitragehof ......

Op 9 juni 1999 bracht het Arbitragehof een arrest54. Arbitragehof. Arrest nr. 62/99. Belgisch Staatsblad 03 augustus 1999.uit waarbij het verzoekschrift van het Verbond verworpen wordt. Toch blijken enkele belangrijke overwegingen waarmee zal moeten rekening gehouden worden, uit het arrest. Art. 139bis53. 7 augustus 1987. Koninklijk Besluit houdende coördinatie van de wet op de ziekenhuizen. Belgisch Staatsblad 07 oktober 1987.bepaalt de directe en indirecte kosten die lastens de honoraria kunnen worden verhaald. Het Arbitragehof zegt daarbij :
-    dat het luidens art 140, §§ 1, 3° en 3 uitsluitend kan gaan om (alle) kosten veroorzaakt door de medische prestaties die niet door de verpleegdagprijs worden vergoed. M.a.w. de draagwijdte van art. 139bis wordt beperkt door het causaliteitsverband tussen kosten, d.w.z. uitgaven; sommige ziekenhuisbeheerders breiden ten onrechte de redenering uit tot inkomsten of gemis aan inkomsten) en medische verstrekkingen, in tegenstelling tot kosten veroorzaakt door de prestaties van het ziekenhuis.

-    " De Medische Raad is het vertegenwoordigend orgaan dat de ziekenhuisartsen betrekt bij de besluitvorming in het ziekenhuis en waarvan de leden verkozen worden door de ziekenhuisartsen. De bedoelde inhoudingen op de honoraria worden dan ook nooit automatisch en zonder instemming van hun vertegenwoordigers aan de artsen opgelegd ". Dit betekent duidelijk dat de indirecte kosten niet automatisch aan de artsen kunnen tenlaste gelegd worden, doch de voorafgaande instemming vereisen van de Medische Raad. Het Arbitragehof vestigt hier de aandacht op de zaakbehartigende rol van de Medische Raad die, als vertegenwoordiger van de ziekenhuisartsen een opdracht en een zware verantwoordelijkheid krijgt. De individuele arts kan op basis van de bepalingen van de art. 139bis en 140 de concreet aangerekende kosten bestrijden, doch zal in dat geval genoopt zijn de Medische Raad in het geding te betrekken. Het ligt voor de hand dat deze laatste zich bij de uitvoering van zijn taak best omringt door een deskundige.

IV.1.2.    ... en de naweeën ?

De Minister van Sociale zaken heeft een ontwerp-K.B. voorbereid in uitvoering van art. 128bis van de ziekenhuiswet, en dat bedoeld is om een opsomming te geven van de informatie en boekhoudkundige gegevens die door de ziekenhuisbeheerder moet bezorgd worden aan de Medische Raad. De minister zal ermee moeten rekening houden dat de meegedeelde gegevens zodanig moeten zijn dat ze de Medische Raad in de mogelijkheid stellen om op oordeelkundige wijze betrokken te kunnen worden bij de besluitvorming, en zowel m.b.t. de indirecte als de directe kosten.

Het huidige ontwerp dat een slechts éénmalige, jaarlijkse mededeling voorziet van a posteriori-gegevens, blijkt daarvoor ontoereikend. Tevens zal de bijstand van een eigen deskundige van de Medische Raad een mogelijke technische vereiste moeten zijn.

Tenslotte menen wij andermaal te moeten wijzen op de tekortkomingen van de overheid wanneer ze maatregelen treft die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de uitvoering van Titel IV van de ziekenhuiswet. Art. 145 van deze laatste zegt uitdrukkelijk dat omtrent " alle uitvoeringsbesluiten van Titel IV " het advies moet ingewonnen worden van de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen. Ons standpunt is dat bvb. wijzigingen aan het boekhoudkundig plan van de ziekenhuizen, en die een directe weerslag hebben op de art. 128bis, 139bis of 140, niet rechtsgeldig kunnen ingeroepen worden voor een tenlastelegging van kosten aan de ziekenhuisartsen, indien omtrent deze maatregelen het advies van de NPCGZ niet vooraf is ingewonnen.

IV.2.    Arbitragehof : Vermassen-Lenssens (artikel 50 bis van de ZIV-wet)

Op 02.09.98 had het Verbond een verzoekschrift neergelegd bij het Arbitragehof tegen de art. 98, 99, 100 en 101 van de Wet houdende sociale bepalingen van 22 februari 1998 (B.S. 03.03.98) 35. 22 februari 1998 : Wet houdende sociale bepalingen. Belgisch Staatsblad 03/03/1998. Artikels 98, 99, 100 en 101.
Inmiddels werden de bestreden bepalingen vervangen door de art 121 en 122, 2e lid van de wet van 25 januari 1999 (B.S. 06.02.99). Het Arbitragehof heeft dus besloten de eerste zaak van de rol te schrappen tenzij een nieuw verzoek tot nietigverklaring zou ingediend worden tegen deze laatste bepalingen. Het Bestuurscomité gaf hiertoe opdracht op 28 juni 1999.
Vlak voor de Kerstperiode werd een wederantwoord neergelegd. De laatste fase van de procedure volgt in een nabije toekomst.

Na juli 1999 werden verscheidene collegae onder druk gezet door sommige ziekenfondsen die de ongeldigheid van honorariumsupplementen aanvoerden bij patiënten in dagziekenhuisbehandeling. Bij sommige collegae werd gedreigd met gerechtelijke procedures. Het ziekenfonds beriep zich op een " korte interpretatieve verklaring " van Dhr. Jan LENSSENS (CVP) tijdens de plenaire Kamerzitting van 02.12.1998.
In een uitvoerige nota55. « De Geneesheer-Specialist » nr 8 - november 1999werd een opsomming gegeven van verschillende wettelijke en reglementaire elementen waaruit duidelijk blijkt dat patiënten behandeld in dagziekenhuis geen in een ziekenhuis opgenomen patiënten zijn. Verklaringen van een parlementariër zijn uiteraard de wet niet.
Jammer genoeg volhardt minister VANDENBROUCKE niet alleen in de boosheid, hij doet er ook nog een schepje bovenop. In antwoord op een parlementaire vraag vanwege CVP-volksvertegenwoordigers Luc GOUTRY en Trees PIETERS in verband met supplementen, breidt hij de toepassing van artikel 50 bis van de ZIV-wet niet alleen uit tot de daghospitalisatie, maar ook tot ambulante verstrekkingen, alhoewel hiervoor niet de minste wettelijke grond bestaat56. Kamer. 2de zitting van de 50ste zittingsperiode. BV 50 COM 096 - 26.01.2000.. Domheid vanwege een kabinetsmedewerker of een intentionele vergissing van VANDENBROUCKE ? Misschien het eerste, want in het antwoord staan ook "materiële" overschrijffouten van de bestaande wetgeving.

IV.3.     Wet op de niet-conventionele praktijken

De wet op de niet-conventionele praktijken die in politieke oververhitting van de pre-electorale periode in overhaast werd gestemd, kwam op 24.06.99 in het Belgisch Staatsblad. Het Bestuurscomité van het VBS gaf op 28 juni 1999 opdracht aan een advocaat om de mogelijkheden en opportuniteiten van een procedure tegen deze bepalingen te onderzoeken.

De Raad van State had scherpe kritiek uitgebracht over het ontwerp. In het algemeen waren alle juristen het erover eens dat deze wet een buitensporige bevoegdheid zou verlenen aan de Koning, dat er geen enkele definitie wordt gegeven van de niet-conventionele praktijk, en dat er minstens een onevenwicht ontstond t.o.v. de bepalingen van het K.B. nr 78.
De buitensporigheid van de uitvoerende bevoegdheid is evenwel tevens de zwakheid van de wet, die uiteindelijk niets meer dan een formeel kader schept, doch inhoudelijk een lege schelp is. Uiteraard is het in die omstandigheden moeilijk om discriminaties aan te tonen.

De wet vergt een ganse reeks van voorafgaande uitvoeringsbesluiten, alvorens inhoudelijke maatregelen kunnen getroffen worden. Bovendien is het niet meteen duidelijk waar de uitvoering haar aanvang moet nemen. Een van de beginfasen is de erkenning van de beroepsverenigingen van de niet-conventionele beroepsbeoefenaars, waaronder uiteraard ook deze van geneesheren die desbetreffende praktijk beoefenen. Het ligt voor de hand dat de regering hier niet discriminerend kan optreden, door bvb. alleen beroepsverenigingen van niet-geneesheren te erkennen.
Het Verbond zal de verdere levenswandel van deze wet op de voet moeten volgen en zo nodig moeten ingrijpen m.b.t. de mogelijke uitvoeringsbesluiten.

IV.4.     Raad van State : de oncologie (cfr. ook VI.5.1.)

Op de gerechtelijk hoog productieve Bestuursvergadering van 28 juni 1999 werd eveneens beslist om verzoek tot nietigverklaring in te dienen tegen maar liefst drie besluiten, waaronder één van minister DE GALAN, en twee van COLLA, in verband met de oncologische zorg, met name :   

- het M.B. van 31.05.1999 (B.S. 01.06.99) betreffende de voorwaarden waaronder de ZIV tegemoetkomt in de kosten van bepaalde oncologische geneesmiddelen, m.b. wat de terugbetalingsvoorwaarden betreft, welke een rapport opgesteld door een medisch oncoloog vereisen.

- het K.B. van 11.04.1999 (B.S. 22.06.99) tot wijziging van het K.B. van 25.11.91 houdende de lijst van de beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met name wat het onderscheid tussen de titels " en in de oncologie " en " en in de medische oncologie " betreft.

- het M.B. van 16.04.1999 (B.S. 22.06.99) tot vaststelling van de bijzondere criteria voor erkenning van geneesheren-specialisten houder van volgende bijzondere beroepstitels : oncologie, medische oncologie.
De drie procedures zijn uiteraard nog steeds aan de gang. Inmiddels konden wij vernemen dat nog andere partijen een verzoekschrift hebben ingediend tegen het laatste M.B., o.m. de Belgische Vereniging voor Pneumologie en de BVAS.

Op 25.10.1999 meldde ons Minister van Volksgezondheid AELVOET, voortgaande op een beslissing van " de werkgroep van de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en Huisartsen " van 09.11.1999, dat zij het voornemen heeft de ganse problematiek van de oncologische bevoegdheden te herzien en dit probleem voor te leggen aan de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en Huisartsen. De allerlaatste vergadering van de Hoge Raad dateert echter van 05 november 1998. Een nieuwe bijeenkomst is nog steeds niet voorzien, wat ernstige twijfels doet rijzen omtrent de reële bereidheid om enig zinnig overleg in dit orgaan te willen organiseren.

Op 02.12.99 werd door het VBS een vergadering ingericht, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de erkenningscommissies en van de beroepsverenigingen van de verschillende betrokken specialismen, evenals van Prof. Dr Simon VAN BELLE die uitvoerig het standpunt van de medische oncologie heeft toegelicht. Uit de debatten blijkt dat het achterliggend gemeenschappelijk bezwaar tegen de huidige regeling erin bestaat dat aan de medische oncologie therapeutische privileges worden toegekend, die aan de oncologen behorend tot andere basisspecialismen zouden ontzegd worden. Het betreft met name de visie volgens dewelke alleen de medisch oncoloog bevoegd zou zijn in de toepassing van chemotherapie, visie die o.m. verkondigd werd in een nota (september 99) van Dr J.P. DERCQ, Adviseur-generaal van de Dienst Geneeskundepraktijk van het Ministerie van Volksgezondheid.

IV.5.    En de radiotherapeuten-oncologen ?

Op 31.08.99 publiceerde het Belgisch Staatsblad plots een ongehoord " Erratum " van minister COLLA dd. 16.04.99 dat in feite een inhoudelijke wijziging aanbracht aan de overgangsbepalingen van art 6 §2 (geschrapt) van het M.B. van 16.04.99 over de erkenningscriteria m.b.t. oncologie en medische oncologie. Waarbij zich de vraag stelt of de minister op één en dezelfde dag een besluit heeft getroffen en een " vergissing " gecorrigeerd. De geschrapte paragraaf voorzag specifieke overgangsbepalingen voor geneesheren-specialisten in de radiotherapie-oncologie die algemeen bekend staan als bijzonder bekwaam in de medische oncologie.
Na schriftelijke tussenkomst van onzentwege (05.10.1999) bij het kabinet van Minister AELVOET, en om hun rechten te vrijwaren, besloten de radiotherapeuten een verzoek tot schorsing en nietigverklaring in te dienen tegen dit " erratum ".

IV.6.    De algemene criteria voor opleiding en erkenning van geneesherenspecialisten, en de klinische biologie.

Niet het VBS, maar de Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren-Specialisten in de medische biopathologie, trok ten strijde tegen art. 6 van de algemene criteria (M.B. van 30.04.99, B.S. 29.05.99). Wel had het VBS het principe behartigd dat alle diensten van het opleidingsziekenhuis voortaan onder de leiding zouden moeten staan van een geneesheer-specialist. Op het alleruiterste einde van de XXe eeuw, mocht dit wel gelden als een minimale kwaliteitsvereiste. De voormalige bepalingen voorzagen dit alleen voor enkele basisdiensten. Het verdedigde beginsel werd overgenomen in de tekst, doch met één enkele uitzondering : het laboratorium voor klinische biologie.

De zaak is lopende; een wederantwoord aan de tegenpartij, de Staat, werd zopas ingediend.

Een niet onbelangrijke anekdote is dat de tegenpartij zeer uitvoerige bewijsstukken vordert betreffende de ontvankelijkheid van het verzoek (bewijsstukken betreffende bekrachtiging van de beslissing door het bestuursorgaan van de beroepsvereniging, de geldigheid van de benoemingen van Voorzitter en Secretaris, bekrachtiging van de oorspronkelijke en recentste statutenwijzigingen, enz…) Wij merken op dat de Staat, anno 1998 heel wat minder omslachtige vereisten stelde m.b.t. sommige representatieve verenigingen die zich kandidaat stelden voor de verkiezingen in het kader van de ZIV-wet.

IV.7.    Erkenningscommissie urgentiegeneeskunde

Een andere vermeldenswaardig juridisch element betreft de uitspraak van de Raad van State i.v.m. de nietigverklaring van de samenstelling van de erkenningscommissie van geneesheren-specialisten in urgentiegeneeskunde57. 02 september 1994 - Ministerieel Besluit houdende benoeming van de leden van de erkenningscommissie der geneesheren-specialisten houder van de bijzondere beroepstitel in urgentiegeneeskunde.. De Raad van State vernietigde de benoeming van de leden op de bank van de beroepsverenigingen58. Arrest van de Raad van State van 30 juli 1999.. Hij oordeelde dat het onaanvaardbaar was dat BESEDIM (Belgian Society for disaster and emergency medicine) kandidaturen had ingediend terwijl deze vereniging zich ook tot niet-artsen richt. Daarentegen verwierp de Raad van State de toepasselijkheid van de representativiteitsregels in het kader van de Z.I.V.. Wij menen hierin een aansporing te vinden tot nauwer overleg onder alle geledingen van de respectievelijke disciplines : de syndicale-, de wetenschappelijke- en de beroepsgroeperingen.

IV.8.     Kortom…

Een zeer productief (en duur) jaar op het vlak van de gerechtelijke procedures is voorbij. Onder de procedures zelf, lopen er uiteraard verscheidene nog ettelijke jaren door. Zo wachten o.m. de verzoekschriften tegen de K.B.'s van minister Colla over de spoedgevallen- en MUG-functies nog steeds op definitieve afhandeling.
Terloops vermelden wij nog enkele andere verzoekschriften die werden ingediend door beroepsverenigingen, zoals o.m. de reumatologen tegen de nieuwe nomenclatuur van de radiologie (ambulante forfaits), en de fysische geneeskunde tegen de nomenclatuur van revalidatie.

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp