|
Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS,
Secretaris-generaal
Vorige  Inhoud  Volgende
III. HET SCHAAKSPEL VAN DE GENEESKUNDIGE CONTROLE
III.1. Nomenclatuur, interpretatie en rechtszekerheid.
Het is alsof de interpretatieve betwistingen als krenten in de nomenclatuur zijn
ingebakken. Dr RIGA , voormalig leidend ambtenaar van de Dienst voor Geneeskundige
Verzorging (DGV) zei ooit, dat dit te maken had met het feit dat de nomenclatuur uit
compromissen ontstond. Er zou dus ernstig werk moeten gemaakt worden van de
rechtszekerheid van de nomenclatuur.
Om aan dit euvel te verhelpen werd voorzien dat de Dienst voor Geneeskundige Controle
(DGC) steeds een advies moet geven over de vooropgestelde nomenclatuurwijzigingen. Toch
blijkt ook deze procedure niet aan mogelijke misleidingen te weerstaan. Toen de nieuwe
nomenclatuur voor ambulante medische beeldvorming verscheen, had de DGC niet
gemerkt dat het forfaitair honorarium 460972 als toepasselijk stond vermeld voor "
alle verstrekkingen van medische beeldvorming " door de radioloog, in casu de
prestaties van art. 17 en 17bis (echografieprestaties). Meteen hebben ook talloze
ziekenfondsen de tekst letterlijk geïnterpreteerd en toegepast. Zelfs een
geneesheer-inspecteur die was ingegaan op een vraag tot toelichting vanwege een radioloog,
kon moeilijk anders dan de realiteit van de tekst van het Staatsblad weergeven.
Het is slechts wanneer, verscheidene maanden na de datum van publicatie, de Socialistische
Mutualiteiten de gefactureerde bedragen begonnen te weigeren, dat ook de Landsbond der
Christelijke Mutualiteiten een gelijkaardige houding ging aannemen en dat Dhr PRAET,
leidend ambtenaar van de DGV, een toelichtende omzendbrief verzond naar de V.I. en naar de
radiologen met enigszins tegenstrijdige gegevens.
De rechtszekerheid kreeg ook hier andermaal een zware deuk. Koninklijke besluiten hebben
immers wettelijke kracht. Fouten in K.B's worden gecorrigeerd met een " erratum
". Zonderling is dat dit middel niet gebruikt werd; nog zonderlinger is dat
betreffende dezelfde bepalingen een (ander) erratum werd goedgekeurd door het
Verzekeringscomité, doch nooit gepubliceerd. De bestuursovereenkomst die het RIZIV met de
overheid aangaat, houdt niet alleen de noodzaak in om de rechten van de sociaal verzekerde
uit te putten maar ook om een duidelijke nomenclatuur te creëren met correcte
interpretatieregels.
III.2. Strubbelingen over " Wie interpreteert ? "
Tot einde 1999 voorzag de ZIV-wet twee organen met een (weliswaar verschillende)
interpretatieve bevoegdheid m.b.t. de nomenclatuur :
- het College van Geneesheren-Directeurs (CGD) dat volgens het vroegere
art 23,§ 4 interpretatieve adviezen gaf die, na advies van de Technisch Geneeskundige
Raad (TGR) en bekrachtiging door het Verzekeringscomité, als interpretatieregels konden
gelden ;
- de TGR die luidens art 27, 2e lid bevoegd was om " adviezen te
geven over de interpretatie van de nomenclatuur, met name aan de beperkte kamers en aan de
commissies van beroep ", ingesteld bij de DGC .
Weer uiterst zonderling was het dat vervolgingen door de DGC dikwijls ingesteld werden op
basis van " adviezen " van het CGD, die nooit als interpretatieregel waren
voorgelegd, noch goedgekeurd. Dit verwijt werd dan weer afgewimpeld met de boutade: men
kan toch niet verhinderen dat de DGC gebruik maakt van interne documenten van het CGD !
Nog zonderlinger werd het toen bleek dat het CGD de inhoud van een arrest (dd.24.6.98) van
de Commissie van Beroep - formele rechtspraak dus - nauwelijks 6 maanden later opnieuw wou
wegvagen met een nieuw (intern) " advies ", dat enkele maanden later werd
overgenomen in toelichtende briefwisseling van Dhr PRAET, leidend ambtenaar van de DGV.
III.3. Naar meer rechtszekerheid ?
Het is nog niet duidelijk of de wijzigingen die doorgevoerd werden door de Wet houdende
sociale bepalingen van 24.12.99 (B.S. 31.12.99, 3e ed.) meer rechtszekerheid gaan
scheppen. Dit is vermoedelijk een stap in de goede richting geïnspireerd door Dr Bernard
HEPP, de nieuwe leidend ambtenaar van de DGC. Maar de metamorfose is nog lang niet
beëindigd. (cfr. III.4).
Vooreerst werd de interpretatieve adviesbevoegdheid van het CGD (art 23 § 4) geschrapt.
Voortaan stelt het Verzekeringscomité " de interpretatieregels betreffende de
nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen vast op basis van de voorstellen "
die geformuleerd worden door de Technische Raden, in casu de TGR. Deze interpretatieregels
worden voortaan bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met vermelding van de datum van
invoegetreding.
De vraag of meer rechtszekerheid zal ontstaan, zal in ruime mate afhangen van de
opstelling van de DGC zelf. Voortaan (art 44 van hogervernoemde wet) zal de DGC overgaan
tot iedere onderzoeking of bevinding, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van zijn
Comité, hetzij op verzoek van de minister, hetzij van één van de bijzondere diensten
van het RIZIV, hetzij van de verzekeringsinstellingen of van een vertegenwoordigde
beroepsorganisatie. De DGC maakt de opmerkingen en waarschuwingen die hij nuttig acht. Ook
wordt nu in de wet het reeds de facto toegepaste systeem van vrijwillige terugbetaling van
onrechtmatig ontvangen verstrekkingen ingevoerd.
In feite ligt de reële interpretatieve macht, behalve wat de interpretatieregels betreft,
voortaan bij de DGC of de Beperkte Kamer en de Commissie van Beroep.
III.4. Nog een nieuw stukje wet
Nog vóór de laatste Programmawet van 24.12.99 was
afgekondigd was er al een nieuw wetsontwerp komen opdagen - en inmiddels ook gepubliceerd -
in de Senaat. Daarin wordt (toevoeging aan art 156 ZIV-wet) de ambtshalve uitvoering
voorzien van de terugbetaling van door de Beperkte kamer of Commissie van Beroep
onrechtmatig bevonden verstrekkingen. Deze instanties zouden tevens de termijn van
betaling en de vervaldatum bepalen vanaf dewelke de interest van rechtswege geldt. Betaalt
de zorgverlener niet dan kan de BTW-administratie met de terugvordering belast worden.
Tot nog toe werden de beslissingen van de Commissie van beroep als definitief beschouwd,
m.a.w. de sancties en ook de terugbetaling werden ambtshalve uitvoerbaar, zonder enig
schorsend effect van een mogelijk cassatieverzoek bij de Raad van State. Uit een recent
artikel blijkt
dat deze schorsende werking als fundamenteel moet beschouwd worden en dat " tucht -
en strafsancties, gezien hun ingrijpende aard, geen gevolgen krijgen zolang een
rechtsmiddel openstaat tegen een bepaalde beslissing ".
De toekomst zal uitmaken of dit werkelijk zal worden.
Verder worden in dit nieuwe ontwerp de provinciale Controlecommissies die de overtredingen
van art 73 (overconsumptie) beteugelen, afgeschaft en vervangen door 2 " federale
" commissies en commissies van beroep. Voortaan zouden in deze organen ook
vertegenwoordigers van de werknemers- en werkgeversorganisaties zetelen, met raadgevende
stem. Men ziet niet meteen in op welke pertinente expertise m.b.t. de te beoordelen
materies die maatregel berust.
III.5. Enkele van de vele nomenclatuurdossiers
Voor een vlotte lectuur, brengen wij U even het glossarium in herinnering :
DGV : Dienst Geneeskundige Verzorging
DGC : Dienst Geneeskundige Controle
CGD : College Geneesheren Directeurs
TGR : Technisch Geneeskundige Raad
Vorige  Inhoud  Volgende
|