|
Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS,
Secretaris-generaal
Vorige  Inhoud  Volgende
II.2. Raming van de behoeften
Sinds onze vorige Algemene Vergadering vergaderde de Nationale Commissie
Artsen-Ziekenfondsen 13 keer (15 februari, 1, 8 en 29 maart, 12 april, 7 en 21 juni, 5
juli, 18 oktober, 8 november, 1 en 13 december 1999 en 24 januari 2000).
In het voorjaar raamde de BVAS-delegatie in de Medico-Mut de behoeften volgens
onderstaande tabel.:
(in miljoen BEF) |
| Concretisering van de beslissingen volksgezondheid Urgentie,
intensieve zorgen, MUG
Aanwezigheid van kinderarts op spoedgevallen
NMR |
1 200
100
500 |
| Actualisering van de nomenclatuur Radiotherapie
Multidisciplinaire oncologie
Kindergeneeskunde
onderzoek pasgeborene N*dienst
opwaardering technische akten
opwaardering aanwezigheid risicozwangerschappen
Opwaardering bevalling
Instelling raadpleging anesthesie
Huisbezoek HA met inbegrip van multipele rechthebbenden
Opwaardering fysiotherapie tot niveau van de kine
geriatrie
accreditering : forfaitaire interventie werk in Loks |
1 000
180
80
40
20
660
39
1 001
39
?
100 |
| Andere Compensatie voor verloren supplementen
Compensatie premieverhoging BA |
2 500
1 000 |
| TOTAAL |
8 459 |
Eens te meer werd ook aangedrongen om de vergaderingen en de
verplaatsingsonkosten van de Accrediteringsorganen te financieren vanuit de
administratiekosten van het RIZIV. Het Kartel deed vergelijkbare voorstellen maar met
lagere bedragen wat betreft de specialistische geneeskunde. Het legde enkele andere
accenten i.v.m. de huisartsengeneeskunde, waarvoor het 1.335 miljoen BEF vroeg.
De mutualiteiten bij monde van CM-voorzitter Marc JUSTAERT deden geen concrete voorstellen
maar vroegen alleen besparingen. Gezien de staking van de activiteiten van de Medico-Mut
vanaf 05 juli 1999 (cfr. II.3.) werd door het RIZIV-verzekeringscomité niet officieel
rekening gehouden met deze ramingen.
II.3. Het budget
De technische ramingen van het RIZIV voor het jaar 2000 kwamen uit op 508,2 miljard BEF.
Minister VANDENBROUCKE zette de voorzitters van zowel het Verzekeringscomité, Dirk SAUER,
als van de Algemene Raad, Michel JADOT, voor schut door zonder enig voorafgaand overleg
7,56 miljard besparingen op te leggen. Hij fixeerde het budget op 500,7 miljard BEF.
" Als iemand betere voorstellen heeft dan zijn ze welkom ", peroreerde hij op 4
oktober 1999 en detailleerde de inleveringen (cfr. tabel) .
Synthese van de besparingsmaatregelen
| Maatregel |
Effect (miljoen BEF) |
| 1. Farmaceutische verstrekkingen |
4.390 |
| 1.1. Beperking van promotie en publiciteit |
1.000 |
| 1.2. Ristorno's aan ziekenhuizen |
500 |
| 1.3. Herziening van de aannemingscriteria |
700 |
| 1.4. Daling tegemoetkoming specialisten > 15 jaar terugbetaalbaar |
1.180 |
| 1.5. Stimuleren rationeel geneesmiddelenverbruik |
400 |
| 1.6. Controle op de effectieve aflevering van geneesmiddelen |
500 |
| 1.7. Handhaving prijsblokkering |
- |
| 1.8. Promoten generieken |
110 |
| 2. Medische honoraria |
1.850 |
| 2.1. Verdere forfaitarisering ambulante klinische biologie |
1.200 |
| 2.3. Herziening nomenclatuur medische prestaties |
650 |
| 3. Ziekenhuizen |
1.110 |
| 3.1. Vermindering aantal ligdagen |
1.110 |
| 4. Rustoorden |
210 |
| 4.1. Dagverzoringscentra |
210 |
| Totaal voorgestelde besparingsmaatregelen |
7.560 |
Door van de artsen 1,85 miljard BEF besparingen te eisen, 1,2 miljard in
de klinische biologie en 650 miljoen in andere medisch technische verstrekkingen, zonder
dat het artsenbudget werd overschreden, creëerde minister VANDENBROUCKE een situatie waar
opzegging van het akkoord door de artsensyndicaten mogelijk werd, maar niet gebeurde. In
2000 kunnen de individuele artsen het akkoord opzeggen van zodra de besparingsmaatregelen
in het Belgisch Staatsblad zullen zijn gepubliceerd.
Om de pil te vergulden, zocht de minister via herschikking van de besparingen, o.m. in de
verpleegkunde en de kinesitherapie, 950 miljoen voor de geneesheren om toch enigszins aan
de reële behoeften tegemoet te komen in de medische sector (cfr. tabel) .
Overzicht van de besparings-en uitgavenbeheersingsmaatregelen en de positieve maatregelen
| BESPARINGS-EN UITGAVENBEHEERSINGSMAATREGELEN |
Effect (miljoen BEF) |
| 1. Farmaceutische verstrekkingen |
|
| 1.1. Beperking van promotie en publiciteit |
1.000 |
| 1.2. Ristorno's aan ziekenhuizen |
500 |
| 1.3. Herziening van de aannemingscriteria |
700 |
| 1.4. Prijsvermindering voor specialisten > 15 jaar terugbetaalbaar
|
1.180 |
| 1.5. Stimuleren rationeel geneesmiddelengebruik |
400 |
| 1.6. Controle op de effectieve aflevering van geneesmiddelen |
500 |
| 1.7. Handhaving prijsblokkering |
- |
| 1.8. Promoten generieken |
110 |
| 2. Medische honoraria |
|
| 2.1. Verdere forfaitarisering ambulante klinische biologie |
1.200 |
| 2.3. Herziening nomenclatuur medische prestaties |
650 |
| 3. Ziekenhuizen |
|
| 3.1. Vermindering aantal ligdagen |
1.110 |
| 3.2. Nieuw schema inhaalbedragen |
680 |
| 4. Rustoorden en Rust-en Verzorgingstehuizen |
|
| 4.1. Dagverzorgingscentra |
210 |
| 4.2. Vertraagd invoeren nieuwe RVT-normen |
459 |
| 5. Uitgavenbeheersing in de sector kinesitherapie |
300 |
| 6. Uitgavenbeheersing in de sector verpleegkunde |
568 |
| TOTAAL BESPARINGEN |
(-) 9.567 |
| BIJKOMENDE POSITIEVE MAATREGELEN |
|
| 1. Honoraria van geneesheren |
|
| 1.1. Uitbreiding globaal medisch dossier |
350 |
| 1.2. Verhoging urgentiehonoraria per opname ingevolge nieuwe erkenningsnormen |
300 |
| 1.3. Radiotherapie en multidisciplinaire oncologie |
300 |
| 2. Ziekenhuizen |
|
| 2.1. Vergoeding sociale functie |
75 |
| 2.2. MUG-omkadering (van 4 naar 5 verpleegkundigen per centrum) |
67 |
| 2.3. Nieuwe erkenningsnormen spoedgevallendiensten en intensieve zorgen |
350 |
| 3. Andere positieve maatregelen |
|
| 1. Uitbouw expertise en geneesmiddeleninformatiecampagnes |
180 |
| 2. Uitbreiding terugbetaling endoscopisch-en viserosynthesemateriaal |
150 |
| 3. Betere terugbetaling borstprothesen |
120 |
| 4. Uitbreiding neurostimulatoren bewegingsstoornissen |
30 |
| 5. Veiligheid bloedtransfusies |
85 |
| TOTAAL BIJKOMENDE POSITIEVE MAATREGELEN |
(+) 2.007 |
| ALGEMEEN TOTAAL |
(-) 7.560 |
350 miljoen wordt aangewend om het globaal medisch dossier uit te
breiden, 300 miljoen om de urgentiediensten beter te honoreren en 300 miljoen voor de
radiotherapie en de multidisciplinaire oncologie.
Elk van deze drie sectoren werden zwaar financieel onderraamd. Dit kan catastrofale
gevolgen hebben vermits artikel 5 van de nieuwste programmawet stelt
dat, indien de budgetten worden overschreden of dreigen overschreden te worden, de
minister quasi ambtshalve besparingen kan opleggen. Indien hij m.a.w. a priori, wetens en
willens een sector onderbudgetteert, zou hij naar believen gebruik kunnen maken van het
systeem van de " vlottende tarieven ". en de honoraria, gezien de veel hogere
ramingen in de drie voornoemde sectoren, zeer drastisch kunnen verminderen.
In concreto kan dit bv. voor de radiotherapie het volgende scenario betekenen. De
kostprijs van de door de Technisch Geneeskundige Raad goedgekeurde nieuwe nomenclatuur
bedraagt 1 miljard BEF, waarvan 600 miljoen ten laste van het RIZIV en 400 miljoen ten
laste van het ministerie van Volksgezondheid. De minister voorziet evenwel slechts 300
miljoen in zijn budget zodat hij zes maand na invoegetreding van de nieuwe nomenclatuur
zal vaststellen dat het budget drastisch dreigt overschreden te worden. Artikel 51 § 3,
zevende lid van de gecoördineerde ZIV-wet, stipuleert dan dat " de
correctiemechanismen door de Koning, maximaal ten belope van de verwachte overschrijding,
bij in Ministerraad overlegd besluit (worden) genomen ".
M.a.w., wat betreft de radiotherapie zou de minister de honoraria met " maximaal 50%
" kunnen terugschroeven.
Met dezelfde 300 miljoen zou ook nog het multidisciplinair oncologisch consult moeten
worden betaald. Ook dit dossier werd door de T.G.R. goedgekeurd. Gezien er nogal wat
discussie blijft bestaan i.v.m. de bijkomende beroepstitel " (medische) oncologie
" in het ministerie van Volksgezondheid, zullen de praktische modaliteiten van dit
dossier moeten worden bijgeschaafd.
Vernoemd artikel 5 van de Programmawet ontneemt
de onderschrijving van het akkoord artsen-ziekenfondsen quasi elke rechtszekerheid : de
bevoegde minister kan ingrijpen wanneer het hem belieft, zonder dat de artsen uit het
akkoord kunnen treden, griepepidemie of niet ! .
Onder de absolute voorwaarde dat de artsen eerst 650 miljoen besnoeien in de
medisch-technische akten, is de minister " bereid " om 300 miljoen terug te
storten en de medische bestaffing in de gespecialiseerde functies spoedgevallen van de
ziekenhuizen die ook over een intensieve zorgenafdeling en een MUG beschikken, te
reduceren van een continue aanwezigheid van drie naar twee artsen, mits een stand-by arts
die thuis onmiddellijk oproepbaar is.
Merkwaardig genoeg heeft de minister zijn budgettaire onderraming van zijn derde "
cadeau ", met name 350 miljoen voor het medisch dossier, wel al meteen aangepast.
Gezien nogal wat chronische patiënten van de remgeldvermindering zullen kunnen gebruik
maken wanneer het dossier wordt uitgebreid naar het huisbezoek bij 75-plussers en
zorgafhankelijke patiënten achtte hij het billijk hiervoor 100 miljoen uit te trekken uit
het miljard extra dat in de begroting van 500,7 miljard was voorzien voor de chronische
patiënten.
Op 24.01.2000 keurde de Medico-Mut de uitbreiding goed voor de financiering van " het
bijkomend honorarium voor het beheer van het globaal medisch dossier " tot de
75-plussers en de chronische patiënten.
Vorige  Inhoud  Volgende
|