|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
Nr 4 - Januari 2000
BIJZONDERE BEROEPSTITELS IN INWENDIGE GENEESKUNDE
INLEIDING
23 jaar geleden, in oktober 1976, publiceerde het VBS een speciaal nummer dat gewijd was aan de tendensen op het vlak van specialisatie en dat opgesteld was door de Professor A. LACQUET, Vast Secretaris van de KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR GENEESKUNDE VAN BELGIE en Voorzitter, tot 1998, van de Nederlandstalige Kamer van de Hoge Raad voor Geneesheren-Specialisten en waarvan de rol op het vlak van de organisatie, in ons land, van een kwalitatief hoogstaande gespecialiseerde geneeskunde unaniem gewaardeerd wordt.
Klaarblijkelijk bezorgd om de algemene tendens tot "super-specialisatie", schreef Professor Lacquet dat "hoe meer deze beperkt wordt, hoe later deze in een loopbaan zou voorkomen" en hij voerde een onderscheid in tussen :
- opleidingsdisciplines. de grote basisspecialismen, de chirurgie en de inwendige geneeskunde en
- notoriëteitsspecialismen die, we citeren, "als zij een zekere individualiteit hebben bereikt, kunnen zij zich als "bijzondere bekwaming" of als een complementaire oriëntatie kenmerken.
Het is pas in het laatste stadium van hun ontwikkeling, als zij in de exclusieve praktijk toekomen, dat het zou aangewezen zijn om ze als opleidingsspecialisme met welbepaalde normen te verbinden, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1) de effectieve vaststelling dat een bepaald aantal geneesheren-specialisten in het land bekend zijn als competent in dit specialisme en dat zij dit exclusief uitoefenen ;
2) het aantal van deze specialismen in de universitaire en de niet-universitaire middens is voldoende belangrijk geworden om hieruit alle leden van een paritair samengestelde Erkenningscommissie te rekruteren, evenals leden van de Hoge Raad ;
3) het specialisme in kwestie moet in de gespecialiseerde afdelingen over voldoende opleidingsmogelijkheden kunnen beschikken, zodanig dat de stagemeesters en de stagediensten in dit specialisme kunnen erkend worden.
Professor Lacquet voegde eraan toe, wat als een vierde voorwaarde kan worden gezien : "in deze beperkte domeinen is het vaak niet mogelijk om te beschikken over een voldoende aantal gevallen om een behoorlijk inkomen te verwerven, tenzij in grote, vooral universitaire centra ".
FILOSOFIE VAN DE BEROEPSVERENIGING INWENDIGE GENEESKUNDE
De Beroepsvereniging van Geneesheren-Specialisten in Inwendige Geneeskunde, bewust van het primordiaal belang en de onmisbaarheid van de inwendige geneeskunde :
- voor de patiënt : wie anders dan de internist zal instaan voor de pathologische synthese ?
- voor de ziekenhuisdiensten van Inwendige Ziekten (index D) : wie anders dan de internist zal de zware taak op zich nemen van de coördinatie en de organisatie van hun wachtbeurten ?
- voor de basisopleiding (gemeenschappelijke stam van de inwendige geneeskunde) in de "medische specialismen" (Inwendige Geneeskunde, Cardiologie, Pneumologie, Gastro-enterologie, Reumatologie, of andere (Bijvoorbeeld : Nucleaire Geneeskunde)).
ijvert, in perfecte overeenstemming met de academische verantwoordelijken, voor de leefbaarheid van dit fundamenteel specialisme voor de Volksgezondheid.
Voor onze Beroepsvereniging zijn er twee belangrijke gevaren die de Inwendige Geneeskunde bedreigen :
- enerzijds, zijn afbrokkeling, de zgn. "balkanisatie" onder druk van de "hyper-specialisatie" ;
- anderzijds, de "verzuiling" van de geneeskundige specialismen dat door de invoering van afzonderlijke nomenclaturen voor elkeen zou veroorzaakt worden.
Onze Beroepsvereniging was, net zoals Professor Lacquet, bijzonder ongerust over de gevaren van hyperspecialisatie, bewust van de noodzaak om, onder meer in de ziekenhuizen, coherente medische teams te hebben die de gepaste bevoegdheid bezitten om voor het geheel van de medische pathologieën te zorgen en de wachten van deze diensten op zich te kunnen nemen.
Het kan legitiem lijken, en zelfs noodzakelijk voor de vooruitgang van de geneeskunde, dat hyperspecialisten met zeer smal activiteitsveld werken in zeer grote centra waar de uitoefening van dit hyperspecialisme wetenschappelijk (en misschien (?) financieel) lonend kan zijn. Maar de vraag was of het zinvol was om een autonoom specialisme voor enkele personen op te richten.
In de eerste fase heeft onze Vereniging het nog steeds actuele begrip van internist gepolariseerd naar een bestaand specialisme verdedigd (Cardiologie, Pneumologie, Gastro-enterologie, Reumatologie) met als doel de ontplooiing van de basisopleiding die de Inwendige Geneeskunde moet blijven te vrijwaren.
Voor de nieuwe activiteitsvelden die naar een duidelijkere identificatie streefden, en zelfs naar een zekere autonomie, heeft de Beroepsvereniging het begrip "bijzondere bekwaming" opnieuw voor haar rekening genomen, zoals door Professor Lacquet ingevoerd en uitsluitend toegekend aan de Specialisten in Inwendige Geneeskunde en met behoud van hun erkenning in dit specialisme.
De betrokken deelgebieden waren de geriatrie, de nefrologie, de endocrinologie, de oncologie, de hematologie, ... (niet limitatieve lijst)
Het doel was tweeledig :
- te bekomen dat de betrokken beoefenaars een stevige basisbekwaamheid in Inwendige Geneeskunde verwerven, en verder in hun praktijk bestendigen, wat onontbeerlijk is voor de uitoefening van hun bijzondere bekwaming en zodoende hen toe te laten om in de "schoot" van de Inwendige Geneeskunde te blijven.
- deze beoefenaars de mogelijkheid geven een effectieve opleiding in hun bijzonder domein te volgen.
Daarom heeft onze Beroepsvereniging van meet af aan gevraagd dat de opleiding in een bijzondere bekwaming een minimale duur van 2 jaar zou bedragen, waarvan ten minste één jaar na het bekomen van de erkenning in Inwendige Geneeskunde en dat zowel de opleiding (stageplan) als de erkenning onder de bevoegdheid van de Nederlandstalige en Franstalige Erkenningscommissies in Inwendige Geneeskunde zouden ressorteren, bijgestaan door experten, die een onbetwistbare bevoegdheid hebben op dat gebied en bij machte zijn om een advies te verlenen over de toepassing van notoriëteitsvoorwaarden te voorzien in de overgangs-bepalingen.
Verder heeft de Beroepsvereniging, bovenop de "sine qua non"-voorwaarde voor het behoud van de erkenning in Inwendige Geneeskunde, gevraagd dat men opnieuw zou nadenken over de uitoefeningsvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van de erkenning.
Tenslotte vermelden we dat de toevoeging van een bijkomend opleidingsjaar bij de huidige vereiste vijf jaar voor de specialisatie in Inwendige Geneeskunde overeenstemt met de wensen van de Europese instanties die beslist hebben om een specialisatieduur in de Inwendige Geneeskunde van zes jaar te verdedigen.
HISTORIEK
Het Belgisch Staatsblad van 28 april 1984 publiceert een Koninklijk Besluit van 12 april dat de speciale normen voor de Dienst Geriatrie (Index G) vastlegt en voorziet dat de "medische leiding van de Dienst Geriatrie wordt toegekend aan een geneesheer-specialist, erkend in inwendige geneeskunde met een bijzondere opleiding in de geriatrie. Deze opleiding moet bewezen worden door bewijsstukken of getuigschriften die de geneesheer moet kunnen voorleggen".
Deze formulering was op z'n minst niet éénduidig en bleek vele interpretaties open te laten.
Daarom heeft onze Beroepsvereniging het nodig geacht om de vereiste verduidelijkingen aan te brengen : eind 1985 vonden contacten plaats tussen verantwoordelijke geneesheren van het Ministerie van Volksgezondheid, verantwoordelijke geneesheren van de Vereniging voor Geriatrie en twee leden van het Bestuurscomité van onze Beroepsvereniging waaronder onze voorzitter, Dr. Georges DEBY.
Tenslotte voerde een Koninklijk Besluit van 21.06.85 (B.S. 29.06.85) de bijzondere bekwaming in Geriatrie in en legde er de bijzondere opleidings- en erkenningscriteria voor vast alsook de speciale erkenningscriteria van de stagemeesters en stagediensten in de geriatrie.
De motivering van dat besluit was heel duidelijk : "Overwegende dat het dringend geboden is over te gaan tot de erkenning van geneesheren-specialisten in de inwendige geneeskunde met bijzondere bevoegdheid in de geriatrie ten einde zo vlug mogelijk te kunnen beschikken over een voldoende aantal specialisten voor de leiding van de ziekenhuisdiensten voor geriatrie en aldus te kunnen beantwoorden aan de verzorgingsbehoeften van onze snel verouderende bevolking".
Op 31 juli 1985 (B.S. 30.08.85) benoemde een Ministerieel Besluit acht experten "om met raadgevende stem de beraadslaging van de Kamers van de Erkenningscommissie van de Inwendige Geneeskunde bij te staan met het oog op het onderzoek van de erkennings-aanvragen voor de bijzondere bekwaming in geriatrie" B.S. 27.01.88 en 12.08.88).
Het besluit van 21 juni 1985 werd op 13 juni 1995 nietig verklaard door de Ve Kamer van de Raad van State ten gevolge van het beroep ingesteld door twee huisartsen.
Toch heeft de Raad van State het volgende advies uitgebracht : "Wat betreft de erkenningen toegekend na 29 juni 1985 in toepassing van het ministerieel besluit van 21 juni 1985, dient er vermeld te worden dat de vernietiging van dat ministerieel besluit van rechtswege niet de vernietiging van de individuele besluiten tot gevolg heeft, genomen in toepassing van het vernietigde besluit.
Op 10 maart 1998 (B.S. 06.05.98) bracht een nieuw Ministerieel Besluit opnieuw duidelijkheid door definitief de bijzondere professionele titel in geriatrie in te voeren.
De eerste stappen in de oprichting van bijzondere beroepstitels dateren dus van meer dan 15 jaar geleden en hebben ontstaan gegeven aan een denkwijze in de academische en de professionele middens evenals bij de overheid van Volksgezondheid.
Na verscheidene contacten werd eindelijk er in juli 1993 een werkdocument besproken dat de goedkeuring van de verschillende interveniënten kreeg, waaronder sommige oordeelden dat :- de oprichting van bijzondere bekwamingen de filosofie van de gemeenschappelijke stam van de inwendige geneeskunde verder verlengt ;
- zij een erkenning geven aan reeds bestaande situaties ;
- zij evenzeer als een autonome specialisme, een samenwerking mogelijk maken met de landen waar het activiteitsveld erkend is als een specialisme ;
- het dwingend belang van de Volksgezondheid eindelijk een zekere reservering van akten oplegt.Het lijkt interessant om dat werkdocument van 1993 in extenso te publiceren (met uitzondering van de opmerkingen omtrent oncologie, die we verder later zullen behandelen), want het gaat over een basistekst van de filosofie die de laatste beslissingen van de Volksgezondheid op het vlak van de beroepstitels heeft geleid...
De Geneesheren-Specialist - Speciaalnummer
Kroonlaan 20 - 1050 Brussel - Tel. 02-649.21.47 - Fax : 02-649.26.90
Verantwoordelijke uitgever : Dr R. LORAUX
Afgifte Kantoor : BRUSSEL 5 - ISSN 0770-8130
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp
Copyright © VBS, 1997-2004