|
III. HET AKKOORD ARTSEN-ZIEKENFONDSEN 1999-2000 : de ultieme
resuscitatie.
III. 3. De nieuwe medico-mut en het afscheid van Dr.
Jerôme DEJARDIN
Op 23/07/98 publiceerde het Belgisch Staatsblad het K.B. van
17/07/98 met de benoeming van de leden op de geneesherenbank van de Nationale Commissie
Artsen-Ziekenfondsen. Deze publicatie is vermoedelijk een Belgisch record : het resultaat
van de medische verkiezingen was slechts bekend op 30 juni 1998. Kartel en BVAS dienden
dan hun kandidaten in bij het RIZIV die de tekst klaarstoomde, waarna Minister DE GALAN er
persoonlijk in slaagde het KB door Koning Albert II te laten handtekenen, net vóór deze
met verlof vertrok.
Met een quasi academische zitting installeerde Mevrouw de Minister
de nieuwe medico-mut op maandag 27 juli 1998. Als gevolg van de verkiezingen behoudt de
BVAS zijn absolute meerderheid met 7 zetels op 12, maar verliest zijn vroegere zeer
comfortabele positie van 9 zetels op 11.
Op 14 september 1998 om 20 uur 30 riep scheidend voorzitter Dr.
Jerôme DEJARDIN een gemeenschappelijke vergadering samen van de dento-mut en de
medico-mut. Het enige punt op de dagorde was het profiel te schetsen van zijn opvolger.
Uit de discussie werden vijf criteria gedistilleerd :
- hij moet bij voorkeur geneesheer zijn
- het voorzitterschap van beide commissies moet door dezelfde persoon worden waargenomen
- hij moet actief tweetalig zijn
- hij moet onafhankelijk zijn en het vertrouwen genieten van de betrokken partijen
- hij moet de wetgeving betreffende de RIZIV-reglementering kennen, luisterbereid en een
goede onderhandelaar
Vóór zijn laatste officiële zitting werd Dr. DEJARDIN om 18 uur
plechtig gevierd. In de laudatios werden vooral zijn diplomatie, zijn intellectuele
eerlijkheid en zijn zorg voor de toegankelijkheid van de zorgverlening geroemd. Zelf
besloot hij dat de ziekteverzekering slechts efficiënt kan werken als ze wordt beheerd
met een hart.
Toen hem voor zijn 34 jaar voorzitterschap van de NCGZ tijdens zijn
53 jaren dienst in het RIZIV een computer als afscheidscadeau werd aangeboden, dankte hij
en, Monicagate van Bill CLINTON indachtig, liet zich ontvallen dat het gelukkig geen
sigaren waren. Voor een 79-jarige die door enkele SP-schreeuwers publiek in de pers als
" seniel " werd bestempeld, toch zeer gevat.
Als kandidaat-opvolgers deden meerdere namen de ronde. François
PRAET, leidend ambtenaar van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, was
voor de SP onaanvaardbaar omwille van zijn CVP-etiket.
Dr. Pierre GILLET, ex-medisch directielid van de socialistische
mutualiteiten, was ééntalig Frans. Adviseur-generaal van het Ministerie van
Volksgezondheid, Directie Geneeskundepraktijk, Dr. Jean-Paul DERCQ, was voor de PS niet te
pruimen wegens zijn PSC signatuur.
Het Kartel schoof RIZIV-inspecteur-generaal Dr. Georges VEREECKE
naar voor, en de BVAS Dr. Michel VERMEYLEN, ondervoorzitter van de Syndicale Kamer van
Brussel.
Een spottende Jacques DE TOEUF had in de pers Ghislain VERMASSEN
vernoemd, en een boze CM-baas Marc JUSTAERT vond dat minister DE GALAN herself in de
voorzittersstoel moest gaan zetelen.
Op haar voordracht werd uiteindelijk Gabriel PERL, haar
ex-kabinetschef, en huidig administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Pensioenen bij
K.B. van 28/09/98 benoemd. De mening van Minister COLLA, nochtans minister van Pensioenen,
werd hierbij niet gevraagd.
III.4. Het akkoord : een moeilijke bevalling
De Medico-Mut vergaderde verder op 19 en 26 oktober, op 9, 16 en 30
november en op 15 december 1998. Een vergadering van 08/12/98 werd afgelast en vervangen
door een werkgroepvergadering. De nieuwe voorzitter Gabriel PERL gaf er duidelijk de
voorkeur aan de teksten vooraf " en petit comité " voor te bereiden.
Het grote nadeel van dergelijke werkwijze is dat, gezien de snel opeenvolgende
vergaderingen, de achterban niet efficiënt kan worden geïnformeerd. De BVAS-beheerraad
van 09/12/98 besliste dan ook alleen nog in de voltallige Medicomut verder te
discussiëren.
Budgettair werden de honoraria lineair geïndexeerd met 1,84 % en
werd de ventilatie doorgevoerd zoals weergegeven in punt (III, 2, 1). Alhoewel het Kartel
niet tevreden was met deze verdeling, keurde het toch mee het akkoord goed op 15/12/98. In
een circulaire van 12 januari 1999 aan de Voorzitters en de leden van de medische raden
i.v.m. de urgentieproblematiek (cfr. punt V.6.) schrijft het ASGB-bestuur ondermeer over
de toekenning van de financiële middelen : " Jammer genoeg werd door de BVAS
een zeer groot gedeelte van deze middelen toegekend aan de (grotendeels extramuraal
werkende) oftalmologen en dermatologen ".
Het Kartel, net zoals de overheid, ziet meer heil in het investeren
in omkadering en structuren, dan in de zorg op zich. Betere financiering van de artsen in
de spoedgevallenzorg is zeker wenselijk, indien het om zinvolle investeringen gaat i.v.m.
zinvolle activiteiten. De concrete invulling van het akkoord van 15/12/98 zal vertraging
oplopen omdat de Technisch Geneeskundige Raad sinds 01/01/99 niet meer formeel is
samengesteld. De moedigen die op 12 januari 1999 sneeuw en ijzel trotseerden om alle in
het akkoord vernoemde dossiers in K.B.s te gieten in de TGR waren er aan voor hun
moeite. Zoals alle RIZIV-organen, diende ook de TGR vanaf 01/01/99 samengesteld te zijn in
verhouding met de resultaten van de medische verkiezingen. Het Koninklijk Besluit
betreffende de TGR werd op 02/02/99 gepubliceerd. De beslissingen van 12/01/99 zullen
geformaliseerd moeten worden op 09/02/99..
Het struikelblok van het Globaal Medisch Dossier werd even opgetild
bij het afsluiten van het akkoord. De omschrijving van het nieuwe nomenclatuurnummer voor
deze prestatie zal misschien nog voor enkele woordenwisselingen zorgen. Belangrijker zal
de functie worden van de permanente werkgroep over het GMD waar logischerwijze
specialisten naast de huisartsen deel van uitmaken.
In verband met dit GMD is minister COLLA absoluut niet te spreken
over het bereikte resultaat, dat hij in de ministerraad van 04/12/98 al op voorhand
afkeurde. Eén van zijn ideologen, de Gentse Professor huisartsgeneeskunde, Jan DE
MAESENEER, had immers in de pers op 02/12/98 getiteld dat met dergelijk dossier België
zich onsterfelijk belachelijk maakte.
De 60-plusser die zijn huisarts opzoekt die op een actieve manier en
via een bijzondere jaarlijkse consultatie zijn dossier op punt stelt, zal van een
vermindering van 30% op zijn remgeld genieten voor zijn consultaties bij een huisarts. Er
zijn geen verdere voorwaarden gesteld wat betreft het gebruik van de regeling derde
betalende of een differentiële remgeldverhoging indien de patiënt rechtstreeks een
specialist zou raadplegen.
Volgens planning zou de regeling op 01/04/99 in voege moeten treden,
maar dit lijkt ons weinig waarschijnlijk, ondermeer omwille van de vertraging in de TGR.
Het akkoord dat over twee jaar loopt adviseert de overheid het
sociaal statuut voor 1999 en 2000 op 150 % van het laatst vastgestelde bedrag van 1996
vast te stellen. In de Algemene Raad van het RIZIV heeft de socialistische vakbond hier
fel tegen geprotesteerd. De Raad besliste het toch toe te kennen op voorwaarde dat er een
beheersing in de uitgaven tgv de geneesmiddelenvoorschriften kan worden gerealiseerd. |