| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |
![]() |
| Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
VI. Belangrijke rechtszaken aangevat in 1998 - Art 139bis In uitvoering van de bestuursbeslissing van 20.05.97 van het VBS, werd op 28.05.1998 door de Voorzitter en Secretaris-generaal opdracht gegeven aan Dr POPELIER om namens het VBS de nietigverklaring te vorderen bij het Arbitragehof van het KB van 16.04.97, bekrachtigd bij de wet van 12.12.97. Het verzoekschrift werd ingediend op 15.06.98 en ingeschreven op de rol op 19.06.98 onder nr. 1351. Ons wederantwoord werd inmiddels ingediend. We wachten nu op het laatste deel van de procedure. - Wet " Vermassen-Lenssens " Het bestuurscomité besloot op 19.03.98 en na bevestiging op 23.07.98, de nietigverklaring te vorderen bij het Arbitragehof van de artikelen 99 t.e.m. 101 van de wet van 22.02.98 (B.S. 03.03.98). Het verzoekschrift werd ingediend op 01.09.98. Inmiddels ontvingen wij het antwoord van de Staat, waarin alleen een reeks uittreksels uit verslagen en besprekingen in de Kamer werden opgenomen, gevolgd door enkele zinnen die bedoeld zijn als weerlegging van onze argumenten. Inmiddels blijken ook andere partijen zich zijlings bij de vordering te willen voegen. Belangrijk is dat verscheidene argumenten (discriminaties) ook geldig blijven voor de geamendeerde tekst die eerstdaags in het Staatsblad wordt verwacht. Ziekenhuisartsen die kinderen behandelen blijken zich vooral zorgen te maken over de bepaling betreffende de opname met een begeleidende ouder. Het ligt voor de hand, en dit wordt bevestigd door verscheidene juristen, dat wanneer de ouder(s) opname in een éénpersoonskamer vragen, de geneesheer een hoger honorarium, dan het zgn. maximumtarief kan afspreken met de patiënt. Dit geldt a fortiori volgens de geamendeerde tekst. - De functies spoedgevallen en MUG Het bestuurscomité besloot op 23.07.98 een verzoekschrift tot nietigverklaring in te dienen tegen de KBs van Minister COLLA over de functies spoedgevallen (KBs van 27.04.98; B.S. 19.06.98). De verzoekschriften werden ingediend op 18 augustus 1998. Een analoog verzoekschrift werd ingediend op 30.10.98 tegen het KB van 10.O8.98 (MUG). Inmiddels ontvingen wij het antwoord van de Staat op de twee eerste verzoekschriften. Daaruit blijkt dat de tegenpartij angstvallig de bevoegdheidsbepaling in de erkennignscriteria van de basispecialismen ontwijkt , en haar argumentatie haast uitsluitend fundeert op een steeds weerkerend " ze hebben de gelegenheid gehad om urgentiearts te worden op basis van verworven rechten " (KB 12.11.93, art 6). Dit is uiteraard nonsens: het enige verschil tussen de basisspecialist en de urgentiearts op basis van art 6, is uiteraard de vereiste van een hoofdactiviteit in de urgentiegeneeskunde. Niet elke basisspecialist wenst noch hoeft meer dan de helft van zijn tijd te besteden aan spoedgevallenzorg. Bovendien wordt die vereiste zeker niet gesteld van de zgn. brevet-arts, die 240 uur stage kan spreiden over twee jaar! De nakende vernietiging door de Raad van State van het M.B. van 04/10/94 betreffende de samenstelling van de leden van de beroepsbank in de erkenningscommissie urgentiegeneeskunde zal de mist die COLLA al over deze materie had geschapen niet doen opklaren. |
| Copyright © VBS, 1997-2007 |
| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |