| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |
![]() |
| Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
V. HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID : hyperdynamisch of hyperkinetisch ? V.11. Artikel 139bis en de belofte van premier DEHAENE Het beruchte artikel 139bis van de ziekenhuiswet dat in het voorjaar 1997 één van de druppels was die de emmer deed overlopen en aanleiding gaf tot de artsenstakingen van mei en juni 1997, werd uiteindelijk op 18 december van datzelfde jaar bekrachtigd door het Parlement. Premier DEHAENE had nochtans op 03.07.97 beloofd dat de draagwijdte van dit artikel zou " geminimaliseerd " worden en verwezen naar een werkgroep die deze klus zou klaren. Hij suggereerde daarbij uitdrukkelijk de denkpiste de aan de honoraria toewijsbare kosten in de ziekenhuizen te beperken tot de directe kosten. Aansluitend hierbij liet Minister COLLA hiervoor de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen (N.P.C.G.Z.) bijeenroepen, met de bedoeling deze laatste de opdracht te geven voorstellen tot wijziginig te formuleren. De visie van COLLA vertoonde metéén een hemelsbreed verschil met deze van de Premier, nl. dat de uitsluiting van indirecte kosten uit de bepaling van art 139bis hoe dan ook zou gepaard moeten gaan met een overeenstemmende vermindering van de honorariumtarieven en een budgettaire overheveling op macro-niveau naar het rijksbudget van de ziekenhuizen . Voorts konden ook andere artikels van de ziekenhuiswet bij de besprekingen betrokken worden. Daarop werd door N.P.C.G.Z.-Voorzitter D. VAN DAELE een werkgroep samengesteld. Tijdens een eerste gespreksronde verklaarden de vertegenwoordigers van de ziekenhuizen met klem dat ze nooit vragende partij waren geweest voor de invoering van het artikel 139bis, dat volgens hen uitsluitend fungeerde als wettelijke basis voor het onderdeel B6 van het ziekenhuisbudget. Op 13.10.98 verklaarden alle aanwezigen zich akkoord met een eenvoudige schrapping van artikel 139bis, waarop Voorzitter D.VAN DAELE zich voornam dit advies over te maken aan de Minister. Naar aanleiding echter van een schriftelijke tussenkomst van een ziekenhuisbeheerder die de besprekingen van de werkgroep niet had gevolgd, doch eiste dat de beraadslagingen van de werkgroep eerst zouden bekrachtigd worden door de plenaire zitting van de N.P.C.G-Zh, slikten de gezamelijke vertegenwoordigers van de ziekenhuizen hun woorden weer in, en alles bleef bij het oude. Inmiddels waren ook de besprekingen aan de gang in de Kamercommissie omtrent de nieuwe sociale programmawet. Om ook langs deze weg een poging te ondernemen, werd een ontwerptekst van amendement geformuleerd en goedgekeurd door de respectievelijke bestuursorganen van BVAS en VBS in oktober 98. Ook hier echter liepen onze verwachtingen op een doodlopend spoor. Wij blijven erbij dat de regering haar belofte moet nakomen en dat artikel 139bis vroeg of laat ofwel zal moeten verdwijnen ofwel zal moeten aangepast worden in de zin van een beperking van onrechtstreeks toewijsbare kosten. Weliswaar blijft door de verwijzing naar artikel 140, inzonderheid §1,3° het causaal verband met de geneeskundige verstrekkingen een absolute vereiste voor de bepaling van toerekenbare kosten. Maar art 139bis verbreekt het evenwicht van Titel IV (statuut van de ziekenhuisgeneesheer) van de ziekenhuiswet, o.m. wat art 125 ( adviesbevoegdheden van de Medische Raad) betreft. De meeste ziekenhuisbeheerders willen immers aan de Medische Raad geen verantwoording afleggen noch hem inzage, laat staan inspraak verschaffen over de indirecte kosten. Al deze begrippen werden daarom nog maar eens uitvoerig toegelicht in " De Geneesheer-Specialist " van december 1998 (nr 10). Het is opmerkelijk dat, zonder enig overleg, regelmatig wijzigingen worden aangebracht aan het boekhoudkundig plan van de ziekenhuizen (Bijlage 2 van het KB van 14.8.87). Wij hebben de Voorzitter van de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen uitdrukkelijk laten acteren dat elke wijziging die rechtstreeks of onrechtstreeks gevolgen heeft voor de toepassing of uitvoering van Titel IV van de ziekenhuiswet, inzonderheid artikel 140 §3, wettelijk moet worden voorgelegd aan het advies van dit paritair overlegorgaan. Dit is immers voorzien bij art 145 van de ziekenhuiswet. Uitvoeringsbesluiten die bijgevolg niet uitdrukkelijk verwijzen naar het advies van de Nationale Paritaire Commisise Geneesheren-Ziekenhuizen, zoals dit het geval is geweest vóór de recente wijzigingsbesluiten van het algemeen rekeningenstelsel, kunnen bijgevolg géén gevolgen hebben voor de toerekening van kosten aan de ziekenhuisartsen overeenkomstig art 140. |
| Copyright © VBS, 1997-2007 |
| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |