Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
VBS jaarverslag 1998 Vorige Inhoud Volgende
 

V. HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID : hyperdynamisch of hyperkinetisch ?

V.5. De EU-Richtlijn nr 93/42 over de " medische disposables "

Het probleem van de Europese richtlijn nr 93/42/CEE van 14.06.1993, kwam voor de eerste maal op de "actieve" dagorde van het Verzekeringscomité op 08.06.1998, m.a.w. met 5 jaar vertraging en amper een week voor haar definitieve invoegetreding. Een gemengde werkgroep samengesteld uit leden van de Technische Raad voor Implantaten, de Technische Raad voor Ziekenhuisverpleging en de Technisch Geneeskundige Raad had een verslag opgesteld dat een ganse reeks dringende medische, juridische, economische en ethische vragen opleverde.

Het Verzekeringscomité besloot stante pede zijn voogdijminister, Mevrouw M. DE GALAN te informeren en drong aan om tussenbeide te komen bij de bevoegde Minister, zijnde Marcel COLLA. Tevens werd benadrukt dat de Europese richtlijn acute aansprakelijkheidsproblemen stelt. De strikte toepassing ervan zal tot aanzienlijke budgettaire gevolgen leiden zodat, aldus Voorzitter SAUER van het Verzekeringscomité, de verzorgingskosten voor de patiënt hoog dreigen op te lopen.

Dit nieuwe element toonde meteen het ongerijmde aan van de maximumhonoraria van de wet "Vermassen".

Het vóór de zomervakantie heersende economisch optimisme, smolt als sneeuw voor de zon na het reces. De begrotingsvooruitzichten van de ZIV zagen er weinig rooskleurig uit. De regering had al laten horen dat de door het RIZIV vooropgestelde minimale financiële behoeften voor de begroting 1999 niet haalbaar waren. Op de zitting van 07.09.98 kwam de EG-richtlijn opnieuw op de dagorde van het Verzekeringscomité onder de " Mededelingen "."Het Verzekeringscomité neemt kennis van de nota 98/216".Punt. Verbijsterend. Blijkbaar waren de leden zelf verrast van hun radeloosheid, want onder de "diversen" kwam men erop terug, weliswaar eerder in vraagvorm. De artsenvertegenwoordigers lieten uitdrukkelijk notuleren dat de aanzienlijke kost die het gevolg zou zijn van een strikte toepassing in elk geval zal moeten beschouwd worden als een exogene factor, die dus buiten het budget staat. In de medico-mut van 22 juni 1998 werd de 2 miljard die de BVAS voor deze post wou voorzien, geweigerd.

Bijna alle EG-landen hadden de tijdspanne tussen de afkondiging van de richtlijn en de deadline van haar dwingende toepassing benut om hun eigen reglementering aan te passen. Meestal was deze in strikte overeenstemming met de Europese richtlijn. De Belgische Minister van Volksgezondheid had dit probleem blijkbaar ofwel terzijde gelegd, ofwel vergeten. Nochtans was het reguleren van het gebruik van dit of dat disposable of instrument waarlijk een kolfje naar de hand van Marcel COLLA. Wegens andere " prioriteiten " zoals de alternatieve geneeswijzen, de informatieverplichtingen van de geneesheer, de verplichte pensionering van artsen, het beruchte art. 139bis, het invoeren van brevetten voor mini-specialisten in urgentiezorg, het bepalen van de ministeriële bevoegdheden op het vlak van de goede geneeskundige praktijken, het beschermen van boulemische pereneters, enz... zal België dus het laatste land zijn om zijn wetgeving aan te passen.

Op 16.10.98 vernamen wij dat er toch een tekst van een omzettings-KB terug zou zijn van bij de Raad van State. Deze materie werd ondertussen ook druk besproken in de "tripartite". De Voorzitter van deze overlegstructuur ziekenhuisbeheerders-geneesheren-ziekenfondsen, V.U.B. Prof. Louis TIELEMANS had het in Artsenkrant van 19.06.98 over een "Belgenmop". De tripartite zoekt intens naar een mogelijke oplossing voor de ziekenhuizen, die eventueel zouden kunnen instaan voor de eigen aanmaak van disposables voor intern gebruik. De strikte toepassing van de EU-regelgeving heeft immers slechts betrekking op het " in de handel brengen. "

Voorts rekende Volksgezondheid op contacten met het Ministerie van Economische zaken en vooral met de fabrikanten en leveranciers, met het oog op afspraken omtrent hetzij meer dan eenmalig gebruik -alhoewel zulks tegen de belangen van de fabrikant zelf ingaat-, hetzij omtrent drastische prijsverlagingen.

Op verzoek van Dhr C. DECOSTER, Directeur-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, hebben wij op 19.10.98 een oproep gericht naar alle beroepsverenigingen, met de vraag om experten te willen aanduiden voor een werkgroep die per specialisme zou trachten een inventaris op te maken van medische disposable hulpmiddelen die ofwel een prijsprobleem stellen naar aanleiding van de toepassing van de EU-richtlijn, rekening houdend met de huidige nomenclatuur en de huidige gebruiksomstandigheden, ofwel een probleem van éénmalig versus meermalig gebruik (hersterilisatie) stellen.

Verscheidene collegae hebben deze oproep positief beantwoord. De namen van de verschillende experten werden aan het Ministerie van Volksgezondheid medegedeeld op 12.11.1998. Voorlopig hebben wij hierover geen verder nieuws meer ontvangen. Het ontwerp van conversiebesluit is nog steeds in bespreking.

Over het onderwerp organiseerde het VBS op 17.10.1998, op intiatief van collega J.L. DEMEERE een bijzonder interessant symposium op de Heizel, in het kader van Expomed 98. Deze studiezitting, waarop de problematiek van de EG-richtlijn en vooral van de hersterilisatie op ethisch, economisch en juridisch vlak werd doorgelicht, kende een verdiend succes. De teksten zullen eerstdaags in " De Geneesheer-Specialist " gepubliceerd worden.

 
Vorige Inhoud Volgende
Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp