| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |
![]() |
| Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
V. HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID : hyperdynamisch of hyperkinetisch ? V.3. Rechten van de patiënt of plichten van de arts ? Het ontwerp van Minister COLLA over de " rechten van de patiënt " hebben wij reeds uitvoerig kunnen toelichten ter gelegenheid van de algemene vergadering van 07.02.1998 samen met een toen reeds in omloop zijnde CVP-versie van Volksvertegenwoordiger H. BROUNS. We herinneren even aan de hoofdcomponenten: - een zo goed als onrealiseerbare, absolute informatieplicht, die schriftelijk moet zijn op eenvoudige vraag van de patiënt; - de verplichte schriftelijk geformaliseerde toestemming van de patiënt bij de zgn. 5 types van ingrijpende handelingen (alle ingrepen onder algemene anesthesie, handelingen met onomkeerbare gevolgen, of met meer dan gewone risicos of nevenwerking, of gepaard gaand met een verminderd bewustzijn, of medische handelingen met een experimenteel karakter). - een rechtstreeks inzage- en copieerrecht van het medisch dossier; - een klachtenrecht met verschillende behandeling naargelang de problemen zich situeren in de extramurale of intramurale zorg. De voorontwerpen werden verscheidene malen besproken in de Ministerraad, doch tot nog toe werd geen definitief ontwerp ingediend in de Kamer. Het gaf ook aanleiding tot een tussenkomst van Kris Peeters in de Artsenkrant van 01.09.98. De toelichting van de topman van de Federatie van Vrije en Intellectuele beroepen (FVIB) kreeg daarop een bijzondere weerklank in de pers. Samen met een VAS-delegatie hadden wij over dit onderwerp ook een uitvoerig gesprek met minister Tony VAN PARIJS op 02/09/98 omdat naar ons oordeel het ministerie van Justitie zeer nauw bij deze materie is betrokken, al was het maar in het kader van de beroepsaansprakelijkheid. De kans is groot dat deze problematiek niet wordt afgehandeld in de huidige legislatuur. Misschien wordt dit onderwerp nu al geïnterpreteerd als een persoonsgebonden materie... Ook interfereert deze materie in ruime mate met het ontwerp van nieuwe Privacywet n.a.v. van de EU richtlijn 95/46 van 24.10.95, waarin bepaald wordt in welke gevallen wel en in welke niet de toestemming van de betrokkene (patiënt) vereist is voor gegevens-verwerking m.b.t. de gezondheid. Hoe dan ook, het zou waanzin zijn een dermate gevoelig en complex probleem te onderwerpen aan een parlementaire bespreking in de huidige oververhitte pre-electorale periode. Wij menen dat hier een sereen debat vereist is over een thematiek die haar grondslag put uit de rechten van de mens, en die een diepgaande voorstudie en toetsing vergt, door een politiek-neutrale groep van ethische, medische, filosofische en juridische deskundigen. Totaal onbegrijpelijk is de niet goed te praten contradictie tussen enerzijds de vereiste van een absolute, exhaustieve - en wetenschappelijk gefundeerde - informatieplicht van de zorgverlener, en anderzijds de getroffen politieke afspraken om niet-wetenschappelijk gefundeerde praktijken een wettelijk statuut toe te kennen. Een tweede belangrijke bemerking, waarop wij reeds de aandacht vestigden in ons editoriaal van " De Geneesheer-Specialist " nr 7 - September 1998 is dat de Rechten van de patiënt een veel ruimer begrip omvatten dan louter de relatie tussen patiënt en zorgverlener. Het betreft hier alle aspecten van de gezondheidszorg: rechten t.o.v. de overheid als organisator van het gezondheidssysteem, rechten t.o.v. de ziekenfondsen, het ziekenhuisbeheer, rechten inzake de vrijheid van beweging binnen het zorgsysteem, rechten inzake de bescherming van de Volksgezondheid, inzake de bescherming van de zieke persoon, enz... Als we de informatieplicht wat nader bekijken rijzen er onmiddellijk een aantal vragen. Moet de arts aan de patiënt ook informatie verstrekken over de implicaties van het financieringssysteem, de MKG, de overheidsnormen, de verzorgingscircuits enz.. ? Die zullen immers een onvermijdelijke weerslag hebben op zijn medisch handelen. Moet de ziekenhuisdirecteur die informatie exhaustief en verplicht aan de patiënt bezorgen ? Moet hij melding maken van de voor de patiënt belangrijke risicos, de " rechtvaardiging van de voorgestelde keuze ", de alternatieve mogelijkheden, de te verwachten kostprijs, enz..? Moet dit schriftelijk als de patiënt erom vraagt ? Wat met de geschreven " informed consent " als hierbij ingrijpende handelingen gemoeid zijn? Het onontwarbare kluwen van financieringssystemen, van normen van diensten, van functies, zorgprogrammas, en morgen nog netwerken en dies meer, is uiteraard mede bepalend voor wat er met de patiënt gebeurt. Transparant kunnen we dit bezwaarlijk noemen. Zelfs de doorsnee ziekenhuisdirecteur moet dagelijks worstelen met dit opbod van federale, gewestelijke en andere reglementeringen. Welk inzicht kan daarin dan de modale burger verwerven ? Zo toonde een VRT-reportage van 28.01.99 over het ambulancevervoer aan dat er heel wat duistere vlekken blijven bestaan over de circuits en netwerken die de overheid overlaat aan zorg- en diensten-" aanbieders ". De bevolking wordt niet of nauwelijks ingelicht. Elke medaille heeft een voor-en een keerzijde. Zo ook de Patiëntenrechten. De keerzijde van sommige begrippen geven aanleiding tot tegenstrijdigheden of zelfs tot de omkering van het begrip, nl. om juist datgene te verantwoorden waartegen de patiënt precies zou moeten beschermd worden. Het type-voorbeeld daarvan is het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt. Onder de meest opvallende tegenstrijdigheden in het gezondheidsbeleid vinden we enerzijds de toenemende beknotting van het zelfsbeschikkingsrecht. Het wordt omgebogen tot recht (?) op " maatschappelijk aanvaardbare zorg ", onder de vorm van toenemende dwang van systeemverplichtingen, kanalisering en concentratie van zorgactiviteiten, en dit niet alleen om budgettair-economische redenen, maar ook omwille van de achter de netwerken van " zorgaanbieders " schuilende zuilbelangen. Anderzijds wordt het zelfbeschikkingsrecht aangevoerd als enige fundering om de pseudozorg van zgn. niet-conventionele praktijken toe te laten via een totaal vrij marktmechanisme, en zonder enige waarborg voor de objectieve fysische en psychische integriteit van de patiënt. Bovendien is gedurende het laatste decennium van de 20e eeuw het zelfsbeschikkingsrecht het voorwendsel geworden voor wettelijke regelingen en blijkbaar gewettigde praktijken die zich tegen de belangen van de patiënt keren. Zo onstond in een eerste fase, uit een soort negatieve sfeer-schepperij t.a.v. het medisch beroepsgeheim, de mogelijkheid van contractuele verplichtingen waardoor de arts ertoe gehouden wordt ziektegegevens betreffende de patiënt mede te delen aan verzekeringsmaatschappijen. Recentelijk verscheen in de verzekeringspolissen van de 1e generatie inzake de zogenaamde " zorgverzekering ", de mogelijkheid tot contractuele verbintenis vanwege de verzekerde om zich aan de door de verzekeringsmaatschappij opgelegde medische behandelingen te onderwerpen. Dit op straffe van verlies van de rechten voortspruitend uit de verzekering. In dit geval wordt het wettelijk zelfbeschikkingsrecht klaarblijkelijk toegekend om het naderhand contractueel te kunnen afstaan. |
| Copyright © VBS, 1997-2007 |
| Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp |