|
Nr 7 - September 1999
Vorige Inhoud  Volgende
EEN POLITIEK COMPLOTJE - NOG EEN ERFENIS VAN EX-MINISTER COLLA
(gepubliceerd in "De Standaard" d.d. 12.7.1999 onder de titel
"Specialisten vormen op z'n zuiders")
Dokter Gruwez is niet te spreken over de sluikse manier waarop politiek en
administratie een voor de universiteiten erg vriendelijke wijziging hebben opgelegd in de
opleiding van de specialisten.
In België werd de Hoge Raad voor Geneesheren Specialisten en Huisartsen door de overheid
ingesteld als adviserend orgaan voor de Minister van Volksgezondheid.
De raad speelt een belangrijke rol in het domein van de opleiding. Zo werden de criteria
voor opleiding van specialisten gedurende maanden door de werkgroep en door de Hoge Raad
besproken en herwerkt om aan eisen voor een statuut van de assistenten in opleiding te
beantwoorden. De nieuwe criteria werden als een ministerieel besluit op 29.5.1999 in het
Staatsblad gepubliceerd.
Zonder dat echter ooit in deze Hoge Raad, noch in de werkgroepen, enige bespreking gevoerd
werd, m.a.w. zonder dat het advies van deze instelling werd ingewonnen, verscheen plots in
het Staatsblad van 24.6.1999, een Koninklijk Besluit (16.3.1999) tot een wijziging in de
criteria welke veel fundamenteler is dan alles wat aanleiding gegeven had tot de hoger
vermelde maandenlange discussies.
Inderdaad, volgens dit nieuw besluit moet de kandidaat-specialist niet alleen, zoals
voorheen, binnen de eerste drie maanden van de aanvang van zijn opleiding een stageplan
aan de minister ter goedkeuring toesturen, maar moet hij nu bovendien " een attest
" verschaffen " dat aantoont dat de kandidaat door een faculteit geneeskunde
aanvaard is voor de discipline waarin hij opgeleid wil worden ".
Voorts wordt van de kandidaat vereist dat hij of zij " met vrucht een specifieke
universitaire opleiding gevolgd heeft welke gelijktijdig plaatsvond met de eerste twee
jaar van zijn opleiding ".
Deze maatregel impliceert voor de opleidingsregeling een volledige ondergeschiktheid van
het Beroep aan de Universiteit.
Niet-universitaire opleidingscentra worden volledig aan de willekeur van de universitaire
centra onderworpen. Wie geen deel uitmaakt van een of ander universitair net, kan
opleiding vergeten.
Dit is de beloning voor de inspanning die zich tientallen niet-universitaire centra
gedurende decennia getroost hebben om honderden kandidaat-specialisten op te leiden
evenals voor de Beroepsorganisatie (VBS-GBS), die de eerste regeling voor erkenning van
geneesheren-specialisten in 1954 tot stand bracht.
Niet alleen de inhoud van deze maatregel, maar ook de manier waarop hij tot stand kon
komen, intrigeert de onafhankelijke toeschouwer. Geen enkele bespreking binnen de Hoge
Raad, ging vooraf aan deze geheime " deal ", aan deze koehandel tussen de
administratie van het ministerie van Volksgezondheid en Pensioenen, met de
vanzelfsprekende medeplichtigheid van de minister en de op macht beluste universitaire
faculteiten en ziekenhuizen (bekommerd om hun onontbeerlijke manpower van assistenten)
enerzijds en enkele leidende personaliteiten van het geneeskundige syndicalisme betrokken
bij het " afkopen " van de numerus clausus in de geneeskunde anderzijds.
Met andere woorden : op deze manier worden de universiteiten, die zich nooit bekommerd
hebben om de negatieve weerslag welke de plethora van specialisten zowel op de
gezondheidszorg als op de situatie van de individuele door hen gevormde specialist
veroorzaakte, financieel schadeloos gesteld voor het verlies aan studenten dat de numerus
clausus voor hen betekent.
Niet alleen is deze " bei Nacht und Nebel " tot stand gekomen maatregel een
ongelooflijke aanfluiting van een moderne politieke cultuur of een ridiculisering van de
rol van de Hoge Raad, maar bovendien voegen we ons hierdoor bij de Zuiderse concepten met
betrekking tot de opleiding van geneesheren specialisten.
In het recente boek " Medicine and Medical Education in Europe " (Gunther
Eysenbach -Thieme 1998) kan men lezen : " One prominent feature differentiates the
countries of north-west Europe from southern Europe : specialist training in north-west
Europe has traditionally been based on apprenticeship appointment in hospital departments,
extending over several years - similar to the US. residency system - while in contrast in
southern Europe a university-based structure has been the general pattern. "
Het is dus klaar dat wij - die een "north-western pattern"-opleiding hadden -,
nu geheel onverwacht een zuidelijk geïnspireerde koers inslaan!
Daarmede is ook de eerlijke kans van de jonge afgestudeerde geneeskundige om zich te
specialiseren, niet gediend. Er bestaat geen enkele garantie - bij gebrek aan enige
specificatie van wat eigenlijk het " aanvaard worden door een faculteit voor de
discipline waarin hij wenst opgeleid te worden " betekent - dat de meest geschikte
kandidaat zich in het beste opleidingscentrum zal kunnen specialiseren!
Hiervoor is een nationale selectie een voor de hand liggende oplossing. De op deze manier
geselecteerden zouden dan vrijelijk de kwalitatief meest vooraanstaande opleidingscentra
kunnen kiezen, op grond van een via de selectie ontstane rangorde. Het risico dat daarbij
niet-universitaire diensten boven universitaire verkozen worden, wensen de universitaire
centra echter niet te lopen. Een dergelijk systeem zou vanzelfsprekend een gezonde
emulatie tussen de verscheidene opleidingscentra teweegbrengen, welke aan de
kandidaat-specialisten en dus onrechtstreeks aan de volksgezondheid ten goede zou komen.
Het geheel onderstreept nog maar eens hoe in ons land politiek bedreven en bestuurd wordt.
De multipele K.B.'s en M.B.'s die door de ex-minister van Volksgezondheid uitgevaardigd
werden, zijn de triomf van het werk achter de schermen door enkelingen!
Een democratisch mechanisme waarbij nieuwe initiatieven vooraf met de representatieve
beroepsorganen besproken worden, Iijkt nog niet tot de nieuwe politieke cultuur te
behoren.
Frappant is ook het verschil in ijver waarmede dit " cloak and dagger "-besluit
bewerkstelligd werd, terwijl een actualisatie van de criteria voor de chirurgische
opleiding, door de erkenningscommissies voorbereid, lange tijd in de werkgroep besproken
en in de Hoge Raad nu 3 jaar geleden goedgekeurd, nog steeds in de laden van het
ministerie vegeteert.
Ter gelegenheid van de regeringsvormingen welke op til zijn, werd verwezen naar de waarde
van de administratie is 's lands bestuur. Ook wij hebben hier lang in geloofd. De
ongelooflijke manipulatie waartoe de administratie zich in dit geval geleend heeft,
bewijst voorlopig het tegendeel.
J.A. Gruwez
(De auteur is emeritus hoogleraar, voorzitter van de Beroepsvereniging der Belgische
Chirurgen en voorzitter van de European Board of Surgery.)
Vorige Inhoud  Volgende
|