De Geneesheer Specialist
Nr 3 - MAART 1998
INHOUD

De sociale programmawet van 22.2.1998

Verzekering voor geneeskundige verzorging

Uitkeringsverzekering, oprichting van een Technische Medische Raad bij de Dienst uitkeringen (art. 106-111)

Ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen (art. 126-132)

Heffing opde omzetvan de farmaceutische produkten (art. 133-138)

Financiële bepalingen (art. 139-150)

Diverse bepalingen(waaronder deartsenverkiezingen) (art. 151-152)

Overlegstructuur (art. 195-200)  AR 78

Het Wetenscappelijk Insituut voor Volksgezondheid Louis Pasteur (art. 222)

Dringende medische hulpeverlering (art. 251-260)


e-mail          terug naar VBS

.  

D. Sociaal statuut van geneesheren, tandheelkundigen en apothekers

Art. 91 - In artikel 54, § 1, derde lid, van dezelfde gecoördineerde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt de voorlaatste zin vervangen door de volgende tekst :

" Die verplichting geldt niet voor de apothekers. Hun representatieve organisaties kunnen evenwel ook een, door de Koning, erkende pensioenkas oprichten volgens dezelfde voorwaarden. ".

Art. 92 - In artikel 54, § 1, van dezelfde gecoördineerde wet wordt tussen het vierde en het vijfde lid het volgende lid ingevoegd :

" Wanneer een zorgverlener deze bijdrage aanwendt voor een rust- of overlijdensverzekering die het recht voorziet om zijn verzekeringscontract af te kopen of een voorschot te bekomen, mogen deze rechten niet slaan op het dankzij de voornoemde bijdrage gekapitaliseerd bedrag. Dit bedrag mag ook niet tot waarborg dienen. ".

N.V.D.R.: belangt alleen apothekers aan.

Art. 93 - In artikel 54, § 1, vijfde lid, van dezelfde gecoördineerde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt vervangen door het volgende lid :

" De bijdragen gestort in het kader van een rust- en overlijdensverzekeringscontract gesloten met een krachtens het derde lid door de Koning erkende pensioenkas, worden, voor de toepassing van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992, beschouwd als bijdragen die met toepassing van de sociale wetgeving verschuldigd zijn; die bijdragen mogen evenwel niet hoger zijn dan 115 % van het absoluut maximumbedrag van de bijdrage vastgesteld ter uitvoering van artikel 52bis, § 2 van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, ongeacht het belastbaar inkomen van de contractant. ".

N.V.D.R.: De artsen moeten met het oog op hun belastingsaangifte rekening houden met deze nieuwe bepaling inzake de fiscale aftrekbaarheid. Opvallend is dat men nog steeds een verschillende regeling blijft hanteren naargelang het kontrakt al dan niet met een door de Koning erkende Pensioenkas werd afgesloten.

vert-haut.gif (736 octets)

E. Klinische biologie

Art. 94 - In artikel 61 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° In § 3, derde lid, worden de woorden : " De waarde van X wordt voor ieder dienstjaar afzonderlijk vastgesteld, " vervangen door de woorden : " De Koning stelt voor ieder dienstjaar afzonderlijk de waarde van X vast, ".

2° In dezelfde § 3, wordt het laatste lid geschrapt.

3° In § 5 wordt het laatste lid geschrapt.

4° In § 12, derde lid, worden de woorden : " De waarde van X wordt voor ieder afzonderlijk dienstjaar vastgesteld, " vervangen door de woorden : " De Koning stelt voor ieder dienstjaar afzonderlijk de waarde van X vast, ".

5° In dezelfde § 12, wordt het voorlaatste lid geschrapt.

6° In § 14, wordt het voorlaatste lid geschrapt.

N.V.D.R.: Het betreft hier uiteraard de beruchte ristornoregeling. Blijkbaar werd vroeger niet uitdrukkelijk in de wet voorzien dat de waarde van X bij KB moest vastgesteld worden, wat nochtans gebeurde. Veel belangrijker zijn echter de de respectievelijk onder de §§ 3,5,12,14 geschrapte (steeds dezelfde) zinnen: " Indien meerdere laboratoria worden uitgebaat door eenzelfde natuurlijk persoon, eenzelfde rechtspersoon of eenzelfde burgerlijke vennootschap, wordt het ristorno vastgesteld op basis van de samengevoegde uitgaven van die betrokken laboratoria. " Men kan zich niet ontdoen van de indruk dat hier enig lobbywerk is geleverd.

vert-haut.gif (736 octets)

F. Verplichtingen van de aanvragers in geval van afwijzing van de aanvraag tot schrapping van de farmaceutische specialiteiten van de lijst van de voor vergoeding aangenomen specialiteiten of van de aanvraag tot wijziging van de verbintenis die bij de hiervoren bedoelde aanvraag tot aanneming is aangegaan

Art. 95 - In artikel 72bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 december 1995, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt een § 2 toegevoegd, luidend als volgt :

" § 2. De Minister kan, samen met de Minister van Economie, op grond van farmacotherapeutische en sociale criteria en binnen een termijn van 45 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag tot schrapping van een farmaceutische specialiteit van de lijst van de voor vergoeding aangenomen specialiteiten of vanaf de aanvraag tot wijziging van de verbintenis die is aangegaan bij het aanvragen van de aanneming, de indiener van die aanvraag ertoe verplichten de specialiteit gedurende een jaar verder af te leveren aan apothekers onder de bestaande voorwaarden inzake prijs en vergoeding. Eens die termijn van 45 dagen verstreken, wordt de aanvraag verondersteld te zijn aanvaard. De Koning stelt de procedure vast die door de indiener van de aanvraag en door de bovenvermelde Ministers moet worden gevolgd, alsmede de wijze waarop de in artikel 27 bedoelde Technische raad voor farmaceutische specialiteiten bij die procedure wordt betrokken.

Na het verstrijken van deze periode van één jaar, kan de aanvrager een aanvraag zoals bedoeld in het vorige lid opnieuw indienen.

Tegen de aanvragers die de verplichtingen niet naleven die ze krachtens het eerste lid hebben, worden administratieve geldboeten uitgesproken die door de Koning zullen worden vastgesteld, overeenkomstig de procedure van artikel 168.

Als de overtreder binnen drie jaar, te rekenen vanaf de dag waarop een administratieve geldboete is opgelegd, een overtreding begaat van dezelfde aard als deze die de toepassing van een administratieve geldboete tot gevolg heeft gehad, wordt de eerder opgelegde boete telkens verdubbeld. In geval van samenloop van overtredingen worden de geldboeten samengevoegd. ".

vert-haut.gif (736 octets)

G. Publiciteit

Art. 96 - Artikel 127, § 1, b) van dezelfde gecoördineerde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :

" b) tot iedere persoon die de in artikel 34, eerste lid, 1°, b), c), 4° en 7°bis, bedoelde verstrekkingen mag verlenen en is ingeschreven op de in artikel 22, 7°, bedoelde lijst; ".

N.V.D.R.: het betreft gewoonweg de toevoeging van de logopedisten aan de lijst van de verstrekkers. Ter herinnering: art 127 §1 zegt dat de rechthebbenden zich vrijelijk wenden tot

a) iedere persoon die wettelijk gemachtigd is een der takken van de geneeskunst te beoefenen,

b) verpleegkundigen, kinesitherapeuten, verstrekkers van brillen en andere oogprothesen, hoortoestellen, implantaten, orthopedische toestellen en andere prothesen, en

c) tot iedere verpleeginrichting, RVT enz...

vert-haut.gif (736 octets)

H. Tariferingsdiensten

Art. 97 - In artikel 165, van dezelfde gecoördineerde wet, gewijzigd door de wet van 20 december 1995, wordt het derde lid vervangen door de volgende bepalingen :

" Die diensten zijn gemachtigd om onder de door de Koning te bepalen voorwaarden van de apothekers een tegemoetkoming in de tariferingskosten te vorderen.

De apothekers en de geneesheren voor wie de tegemoetkoming gebeurt zoals vermeld in het eerste lid, zijn verplicht aangesloten bij een door hun gekozen tariferingsdienst.

De Koning kan regels vaststellen betreffende :

1° die aansluiting, onder meer in verband met de opzegging van de aansluiting door de tariferingsdienst en met de intrekking van de aansluiting door de aangeslotene;

2° de uitbesteding van de tarifering. ".

N.V.D.R.: men kan zich alleen afvragen om welke obscure reden hier plots " de geneesheren " worden vermeld m.b.t. tariferingsverrichtingen en betalingen voor farmaceutische verstrekkingen. Moeten we dit beschouwen als het verlorengelopen residu van een bepaling die tot doel had de derde betalersregeling voor artsen via tarificatiediensten te laten verlopen? Het " eerste lid " van art 165 handelt echter uitdrukkelijk en uitsluitend over farmaceutische verstrekkingen.

Tot nog toe stelden de tariferingsdiensten van de apothekers zelf de bijdrage (meestal percentueel) van hun aangeslotenen vast. Voortaan gebeurt dit dus door de Minister. Ook wordt nu de aansluiting bij een tarificatiedienst wettelijk verplicht , wat tot nog toe op feitelijke basis reeds het geval was op grond van het eerste lid van art 165.

I. Honorariumsupplementen

Art. 98 – In artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, wordt de laatste zin gewijzigd als volgt :

" De Koning stelt de maximumbedragen vast die voor een verblijf in een kamer met één respectievelijk met twee bedden mogen worden aangerekend, na paritaire raadpleging van de verzekeringsinstellingen inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering en van de organen die de beheerders der ziekenhuizen vertegenwoordigen. ".

N.V.D.R.: de maximumbedragen die ziekenhuizen kunnen vragen kunnen slechts bij KB vastgesteld worden na onderling overleg onder beheerders en ziekenfondsen; als er geen KB wordt getroffen zijn er ook geen maxima. Let wel: ziekenhuizen zijn niet a priori tariefverbonden voor 2-persoonskamers, waar dit voortaan (zie volgend artikel) wel altijd het geval zal zijn voor de artsen..

Art. 99 - Een artikel 50bis, luidend als volgt, wordt in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd :

" Art. 50bis. § 1. Ongeacht of de geneesheer verbonden is door een akkoord bedoeld in artikel 50, vormen de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming, de maximumhonoraria die kunnen worden geëist, indien de verstrekkingen worden verleend :

a) in het raam van een georganiseerde wachtdienst;

b) in het raam van een opname in een dienst intensieve verzorging;

c) aan patiënten die in een twee- of meerpersoonskamer zijn opgenomen, die een twee- of meerpersoonskamer hebben aangevraagd of die om medische redenen in een eenpersoonskamer zijn opgenomen;

d) aan kinderen die samen met een begeleidende ouder in het ziekenhuis worden opgenomen.

§ 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, de maximum honoraria en de maximum honorariumsupplementen bepalen die door de al dan niet verbonden geneesheren kunnen geëist worden indien de verstrekkingen worden verleend aan patiënten die op hun uitdrukkelijk verzoek en zonder dat dit noodzakelijk is voor hun behandeling worden opgenomen in een eenpersoonskamer.

Hij stelt op dezelfde wijze vast welke informatie door de geneesheer of door de ziekenhuisbeheerder aan de patiënten moeten worden gegeven en onder welke modaliteiten voornoemde informatie kan worden verstrekt. ".

N.V.D.R.: Vermits de wettelijke tariefregeling nu zonder onderscheid van toepassing is op zowel verbonden als niet-verbonden artsen, is er geen individueel voordeel tot weigering van het akdkoord meer. Weigering van de conventie is gereduceerd tot een louter sociaal-strategisch collectief recht. Totaal onzinnig is bovendien dat er geen enkel onderscheid wordt gemaakt naargelang het inkomen van de patient of rechthebbende, zoals dat tot nog toe het geval was in het kader van de conventie zelf! Het betreft hier dus een maatregel die er vooral op gericht is de welstellende en zelfs de rijke burger te beschermen. Vermits de financiering van de gezondheidszorg micro- en macro-economisch maximaal moet beperkt worden tot de ontoereikende voorwaarden van de ZIV, zullen deze maatregelen onvermijdelijk de teloorgang van de zorgverlening versnellen, de tewerkstelling en de investeringsmarges aantasten. Vele diensten hadden tot nog toe contractuele tariefafspraken met private verzekeringsmaatschappijen. De doctrine-idiote afschaffing hiervan kan dan een goeie zaak zijn voor de bank-en verzekeringssector die aan zijn winsten"boom " geen einde ziet komen, voor de gezondheidszorg betekent dit een nutteloos verlies van middelen die onmisbaar waren geworden om de toenemende leemten van de basisfinanciering op te vullen. Hoe paradoxaal dit voor de verantwoordelijke politici ook moge klinken: deze maatregelen zijn één brok destructiepolitiek, en bijgevolg op korte en middellange termijn anti-sociaal.

Tenslotte stelt men zich de vraag of het oneigenlijk gebruik van de spoedgevallen-diensten aldus moet aangemoedigd worden.

Art. 100 - Artikel 99 treedt in werking op 1 december 1998.

N.V.D.R.: Deze datum valt " toevallig " samen met met de datum die in het akkoord artsen-ziekenfondsen van 03.11.97 werd voorzien vóór dewelke men het akkoord ofwel kan opzeggen ofwel met één jaar verlengen.

Art. 101 - Artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :

" Art. 138. De Koning kan, volgens de modaliteiten die Hij bepaalt, de bepalingen van artikel 50bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, uitbreiden tot patiënten welke niet onder de toepassingssfeer van die wet vallen. "

N.V.D.R.: Het is wel zonderling dat de bepalingen van art 99 in de ZIV-wet worden ingelast, terwijl dit artikel over de niet-ZIV-rechthebbende in de wet op de ziekenhuizen wordt opgenomen. Logischer zou zijn metéén te voorzien dat personen zonder sociale verzekeringsdekking kunnen genieten van een ZIV-tariefbescherming. Niemand zal de redelijkheid daarvan betwisten. Een feit is trouwens dat de behoeftige patienten zonder ZIV-dekking nu reeds in België van de tarieven genieten (wat in tal van andere EU-landen niet het geval is). Wat is dan de uitbreidingsbedoeling? Is het zomaar logisch dat een verplichte toepassing van verbintenistarieven zou ingevoerd worden ten gunste van begoede burgers of voor de Brusselse EU-ambtenaren?

 vert-haut.gif (736 octets)

J. Statuut ziekenhuisgeneesheer

Art. 102 - Een artikel 128bis wordt ingevoegd in de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, luidend als volgt :

" Art. 128bis. De Koning kan, overeenkomstig nader door Hem te bepalen regels, bepalen welke financiële of statistische gegevens door de beheerder moeten worden medegedeeld aan de Medische raad van een ziekenhuis. "

N.V.D.R.: Positief, maar laten we niet te vroeg juichen. Het zou wel eens een zeer limitatieve lijst kunnen worden.

 vert-haut.gif (736 octets)

K. Chronische ziekten

Art. 103 - Artikel 34, 14° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, opgeheven bij de wet van 20 december 1995 wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

" 14° de materialen en de verzorgingsproducten voor de verzorging ten huize van rechthebbenden die lijden aan een zware aandoening. ".

Art. 104 - Artikel 35, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt aangevuld met het volgende lid :

" De Koning omschrijft de in artikel 34, 14°, bedoelde verstrekkingen. ".

Art. 105 - In artikel 37 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) § 16bis, ingevoegd bij de wet van 20 december 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling :

" § 16bis. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, onder de voorwaarden die Hij bepaalt :

1° het persoonlijk aandeel betreffende de geneeskundige verstrekkingen die worden verleend aan rechthebbenden met een chronische ziekte, volledig of gedeeltelijk afschaffen;

2° een forfaitaire toelage, waarvan Hij het bedrag bepaalt, instellen ten behoeve van voornoemde rechthebbenden als bijkomende tegemoetkoming in hun uitgaven voor geneeskundige verzorging.

De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, welke rechthebbenden voor de toepassing van het eerste lid moeten worden beschouwd als rechthebbenden met een chronische ziekte, waarbij deze rechthebbenden een of meer van de volgende voorwaarden dienen te vervullen :

- lijden aan een ziekte die voorkomt op een door Hem vastgestelde lijst;

- een door Hem te bepalen graad van zorgbehoevendheid bereiken;

- gedurende een door Hem te bepalen periode een bedrag aan persoonlijke aandelen hebben betaald, dat een door Hem vastgesteld grensbedrag overschrijdt.

Na advies van de bevoegde Technische Raad kan de Koning de geneeskundige verstrekkingen vaststellen waarop de bepaling van het eerste lid, 1°, wordt toegepast. Het advies van de Technische Raad wordt geacht te zijn gegeven indien het niet is geformuleerd binnen een termijn van twee maanden nadat hij daarom is verzocht. ".

B) Het artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling :

" § 20. De Koning stelt, na advies van het Verzekeringscomité, de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor de in artikel 34, 14° bedoelde verstrekkingen vast, alsmede de voorwaarden van terugbetaling. Hij kan bepalen dat die tegemoetkoming wordt toegekend onder de vorm van een forfaitair bedrag of van een maximumbedrag voor een periode die Hij bepaalt. ".

N.V.D.R.: de mogelijkheid om de persoonlijke tussenkomst geheel of gedeeltelijk af te schaffen bestond reeds. De mogelijkheid om nu een forfaitaire toelage te voorzien, of een vereiste graad van zorgbehoevendheid vast te stellen, evenals de invoering van een vastgesteld grensbedrag van persoonlijke aandelen (naast de reeds bestaande sociale franchise) zijn nieuw. De bedoeling van deze maatregelen is uiteraard chronische patienten een betere en meer sociale dekking te verlenen. Toch bestaat de vrees bij vele patienten dat sommige zware en chronische aandoeningen minder aandacht zullen krijgen dan andere.

vert-haut.gif (736 octets)


Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van   Geneesheren-Specialisten
Verantwoordelijke uitgever : Dr M. MOENS
Redactiesecretariaat : J. Van den Nieuwenhof
Kroonlaan 20 - 1050 Brussel - Tel. 02-649.21.47 - Fax : 02-649.26.90
ISSN 0770-8130 - MAANDBLAD - Afgifte Kantoor : BRUSSEL 5