Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Geneesheren - Specialisten

Downnload Word 6.0/95 of Zip archief.


De Geneesheer Specialist


Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Geneesheren-Specialisten

Verantwoordelijke uitgever : Dr M. MOENS
Redactiesecretariaat : J. Van den Nieuwenhof
Kroonlaan 20 - 1050 Brussel
Tel. 02-649.21.47 - Fax : 02-649.26.90

ISSN 0770-8130 - MAANDBLAD
Speciaalnr / Februari 1998
Afgifte Kantoor : BRUSSEL 5


DE BELASTINGSSMURF

Zoals in extremis aangekondigd in ons laatste nummer (nr 1-Januari 1998 " De Geneesheer-Specialist "), werd in de het Staatsblad van 23.01.98 een kleine aanvulling gepubliceerd van art 320 §1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, met het oog op " het verbod voor de zorgverleners om de fiscale strook van de getuigschriften voor verstrekte hulp af te scheuren". (NB: de Wet kent nochtans anders geen fiscale " strook "; alleen een " ontvangstbewijs-getuigschrift ").

In deze toevoeging wordt wel gepreciseerd: " Onverminderd de bepalingen en de bevoegdheden van de minister...mogen het ontvangstbewijs en het getuigschrift voor verstrekte hulp die de personen die medische of paramedische beroepen uitoefenen...dienen uit te reiken aan de gerechtigden om deze laatste in staat te stellen te genieten van de tussenkomst voorzien in de Z.I.V.reglementering, niet van elkaar gescheiden worden ".

De bepalingen terzake die door de Minister getroffen werden, zitten vervat in het M.B. van 2 december 1994 (B.S. van 22.12.1994) welke in voege is getreden op 1 juli 1995 en op dit ogenblik dat nog steeds is. Samengevat betekent dit dat de geneesheer het ontvangstbewijs niet meer mag verwijderen van het getuigschrift, behalve in die gevallen waar de ministeriële bepalingen zulks voorzien, m.a.w.:

-art 7: Het ontvangstbewijs moet door de zorgverlener aan de schuldenaar worden uitgereikt als kwijting voor alle honoraria, bezoldigingen, terugbetalingen van kosten en andere beroepsontvangsten waarvan sprake in artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, met inbegrip van de voorschotten.

Commentaar: de zorgverlener moet op het ontvangstbewijs het bedrag vermelden dat contant geïnd werd , d.w.z. hetzij het bedrag van de erelonen, hetzij het remgeld, hetzij een voorschot, enz...

De tekst bevestigt duidelijk dat het ontvangstbewijs bestemd is voor de " schuldenaar " , in casu de patiënt. In geval van contante inning moet de zorgverlener dit ontvangstbewijs voortaan echter vastgehecht laten aan het getuigschrift, wanneer hij dit aan de patiënt uitreikt met het oog op de terugbetaling door het ziekenfonds. De patiënt-schuldenaar mag echter zelf het ontvangstbewijs bewaren als (trouwens het énige) officiële bewijsdocument van zijn betaling.

-art 9: Wanneer het ontvangstbewijs zonder getuigschrift voor verstrekte hulp wordt gebruikt of wanneer het getuigschrift voor verstrekte hulp zonder ontvangstbewijs wordt gebruikt,, moet het niet gebruikte deel van het formulier van ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp worden doorstreept en gevoegd blijven bij het boekje of bij de duplicaten.

Commentaar: hier kunnen de ministeriële bepalingen de indruk wekken niet overeen te stemmen met de nieuwe wettelijk bepaling. Het Ministerie van Financiën heeft het voornemen eerstdaags verduidelijkingen aan te brengen. In feite vullen beide rechtsbronnen elkaar aan.

Gebruik van ontvangstbewijs zonder getuigschrift is immers mogelijk: vb. ontvangsten die niets te maken hebben met de ZIV-vergoedingen, en waarvoor bijgevolg geen getuigschrift kan uitgereikt worden. Of de ontvangsten van een uitgestelde contante betaling.

Gebruik van het getuigschrift zonder het ontvangstbewijs is eveneens mogelijk: vb. wanneer de zorgverlener al dan niet de derde betalersregeling (DBR) toepast, en rechtstreeks geen contant bedrag int, doorstreept hij het niet gebruikte ontvangstbewijs en houdt het bij in het boekje (bvb. in geval van uitgestelde contante betaling, hetzij in geval van storting, overschrijving, cheque,...). Het getuigschrift gaat dan afzonderlijk hetzij met de patiënt mee, hetzij via DBR naar het ziekenfonds.

Is er wel een contante betaling (remgeld, voorschot, enz...)dan vult hij het ontvangstbewijs in en reikt het uit aan de " schuldenaar ", nl. de patiënt; het getuigschrift gaat vervolgens naar het ziekenfonds voor de DBR.

-art 10: De zorgverlener is er van ontheven een ontvangstbewijs uit te reiken voor de betalingen die door storting of overschrijving op zijn post-of bankrekening worden gedaan.

Besluit: Wanneer de zorgverlener een ontvangstbewijs-getuigschrift in zijn geheel aflevert ( volledige of gedeeltelijke contante betaling ) aan de patiënt, kan hij t.o.v. de fiscus alleen bewijzen dat hij de wet naleeft als de patiënt een attest ondertekent: " ontvangen ontvangstbewijs-getuigschrift -datum ". Men wil het immers héééééééérlijk ingewikkeld maken.

En wat met de terugbetalingen door het ziekenfonds?

De nieuwe bepaling heeft een louter fiscale draagwijdte. De ziekenfondsen zijn er toe gehouden de op het getuigschrift vermelde verstrekkingen terug te betalen, ook wanneer op basis van een wettelijk voorziene toepassing, het getuigschrift zonder het ontvangstbewijs bij het ziekenfonds terechtkomt. Onder " wettelijk voorziene toepassing " verstaan we hoger vermelde gevallen , bvb. wanneer de patiënt zelf het ontvangstbewijs wenst te behouden, of de andere gevallen voorzien bij het ministerieel besluit (bvb. uitgestelde contante betalingen, stortingen of overschrijvingen, enz...)

Tijdens een vergadering in aanwezigheid van de vertegenwoordigers van het Ministerie van Financiën, het intermutualistisch College, de Minister van Sociale Zaken en de Artsensyndicaten, op 4 februari jl., hebben de ziekenfondsen verklaard zich ertoe te engageren hun Verbonden hiervan op de hoogte te brengen.

Voor de anekdote voegen we eraan toe dat Dhr J.M.CLOSE, Kabinetschef van Minister DE GALAN, zou voorgesteld hebben dat de patiënt die een betalingsbewijs wenst te behouden dan maar een kopie zou moeten laten " legaliseren "...M.a.w. alle patiënten zouden bij hun gemeentebestuur moeten aankloppen voor een legalisatiebewijs à rato van 150 tot 400 BEF per legalisatie. Je ziet de Belgen al staan aanschuiven met hun " strookjes ", want elk remgeld (legalisatiekosten niet inbegrepen) komt in aanmerking voor de waardeberekening van de sociale franchise.


  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

Copyright © VBS, 1997-2004